Octrooirecht  

IEF 3488

Unauthorised disclaimer

Teva vs. MSD: Court of The Hague, 17 May 2006, HA ZA 05-2019. Teva Pharmaceuticals Europe B.V. c.s. versus MSD Overseas Manufacturing Co. (Ireland).

"It is stated a priori that the court, when answering - under Dutch patent law - the question whether a disclaimer such as the one at issue is permissible, seeks alignment with the case law of the Enlarged Board of Appeal of the EPO, as developed in G1/03 (OJ EPO 2004, 413) and G2/03 (OJ EPO 2004, 448) of 8 April 2004. In said judgments the Enlarged Board of Appeal of the EPO held that a disclaimer without basis in the original documents was only allowed in three cases: (i) as an exclusion of the fictitious state of the art, (ii) as an exclusion of an accidental anticipation and (iii) by exclusions of patenting for non-technical reasons. (...)

The above leads the court to the conclusion that Blum is not so unrelated and remote that the average skilled person never took this document into consideration when searching for other biphosphonates, which could be used in the treatment of bone disorders. This means there is no accidental anticipation and the dislaimer forms unauthorised added matter added matter. This disclaimer cannot, e.g. by means of partial revocation, be removed from the claim because this would result in abroadening of the scope of protection. Consequently, this ground for invalidity of NL '562 is effective, whereby as a result of the provisions of Article 15, Paragraph 1.c Regulation 1786/92 the SPC based on said invalid, but expired, patent is also invalid, so that the claim in the main action can be awarded. The other grounds for invalidity as presented by Teva need not be dealt with."

Read the entire judgment here.

IEF 3480

Mogelijke conclusie

Possible conclusion of the European patent Litigation Agreement by the Member States. Interim conclusions Legal Service.

Al eerder (met dank aan Howrey LLP) als eerst even voor jezelf lezen opgenomen, nu ook door Severin de Wit kort besproken op zijn IPEG-blog: “Negative Opinion on powers of EU member states to agree individually on EPLA. (…) It creates a new hurdle for EPLA to become reality anytime soon, as it concludes:

(…) 3) Directive 2004/48/EC harmonizes national legislation on the enforcement of intellectual property rights Not only would EPLA govern matters already dealt with by this Directive, but there are also contradictions between the two instruments on a number of matters."

"4) EPLA aims to lay down rules in certain areas governed by Regulation 44/200 I concerning jurisdiction and the recognition and enforcement of judgments. Notwithstanding the specific provisions of EPLA governing its relations with that Regulation, the conclusion of EPLA would affect the uniform and consistent application of the Community rules on jurisdiction and the recognition and the enforcement of judgments in civil and commercial matters

5) Compliance with Article 98[1] of EPLA would prima facie constitute a breach of Article 292 EC Treaty

6) It follows that the Community's competence is exclusive for the matters governed by EPLA and Member States therefore are not entitled on their own to conclude that Agreement."

Lees hier meer (IPEG). Document hier.

IEF 3477

Octrooibox

Kamerstuk 30572, nr. 25, bijlage,  2e Kamer. Besluit van 31 januari 2007 tot inwerkingtreding van de octrooibox in de vennootschapsbelasting en van een daarmee verband houdende aanpassing van het Besluit fiscale eenheid 2003.

“1. Artikel II, onderdeel M, van de Wet werken aan winst voor zover dat betrekking heeft op het in te voegen artikel 12b (de octrooibox) van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 treedt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2007 in werking.”

Lees het volledige besluit hier.

IEF 3447

Eerst even voor jezelf lezen

- Possible conclusion of the European patent Litigation Agreement by the Member States. Interim conclusions Legal Service.

Lees het document hier

- Rechtbank Utrecht, 9 februari 2007, KG ZA 07-1. Simply Colors Nederland B.V. tegen Simply Small V.O.F. (met dank aan  Leonie Kroon, DLA Piper).

Geen inbreuk op merk of handelsnaam. Richtlijnconforme proceskostenveroordeling eiser.

Lees het vonnis hier.

IEF 3425

Prebiotisch incident

Rechtbank ’s-Gravenhage, 31 januari 2007, incidenteel vonnis tussen Kruidvat Retail B.V. en Nutricia N.V., verzoek om schorsing nietigheidsprocedure ex. Art. 83 lid 4 ROW 1995.

Nutricia verzoekt de rechtbank in dit incident de behandeling van de hoofdzaak te schorsen op grond van artikel 83 lid 4 ROW 1995, totdat de Technische Kamer van Beroep (TKB) uitspraak zal hebben gedaan, zodat het risico van tegenstrijdige beslissingen wordt beperkt.

Nutricia is houdster van een Europees octrooi voor koolhydraatmengsels voor voeding en farmaceutica. In de hoofdzaak vordert Kruidvat vernietiging van het octrooi voor Nederland en dat Nutricia wordt veroordeeld zich te onthouden van misleidende reclame.

Het octrooi is al eerder onderwerp geweest van een kort geding. In die procedure is het door Nutricia gevorderde inbreukverbod afgewezen (zie hier). Het hof heeft in appèl deze afwijzing bevestigd en onder andere overwogen dat er een gerede kans bestaat dat conclusie 1 van het octrooi zal worden vernietigd (zie hier). Tegen de verlening van het octrooi is oppositie ingesteld bij het Europees Octrooibureau. De oppositieafdeling heeft het octrooi in ongewijzigde vorm in stand gelaten. Tegen deze beslissing is door de opposanten beroep ingesteld, waarin Kruidvat heeft geïntervenieerd.

Nutricia verzoekt de rechtbank in dit incident de behandeling van de hoofdzaak te schorsen op grond van artikel 83 lid 4 ROW 1995, totdat de Technische Kamer van Beroep (TKB) uitspraak zal hebben gedaan, zodat het risico van tegenstrijdige beslissingen wordt beperkt. Daarnaast zou, in het licht van het eerdere oordeel van het hof, het risico bestaan dat Nutricia, om het octrooi in stand te houden, zich in de hoofdzaak verder zal moeten “terugtrekken”, dan dat zij in de oppositieprocedure in München zou moeten doen. De belangen van Kruidvat zouden door schorsing vrijwel niet geschaad worden omdat er geen verbod van kracht is en geen verbodsvordering hangt.

Kruidvat stelt dat een verzoek tot schorsing geen incidentele vordering is en dat Nutricia daarom niet ontvankelijk moet worden verklaard. Bovendien stelt Kruidvat dat zij een zwaarder wegend belang heeft bij een spoedige beslissing over nietigheid van het octrooi. De rechtbank overweegt dat aangezien binnen het burgerlijk procesrecht geen gesloten stelsel van incidentele vorderingen bestaat, partijen de rechtbank kunnen verzoeken van haar discretionaire bevoegdheid ex artikel 83 lid 4 ROW 1995 gebruik te maken. Nutricia is ontvankelijk in haar incidentele vordering.

De rechtbank gaat voorbij aan de argumenten van Nutricia dat door schorsing het risico van tegenstrijdige beslissingen van rechtbank en TKB kan worden beperkt. De rechtbank vindt dat schorsing geen adequaat middel is om te verhinderen dat twee fora tot mogelijk tegenstrijdige beslissingen komen.

De rechtbank overweegt dat het Nutricia erom te doen is dat in deze procedure pas zal worden beslist nadat de TKB een definitief oordeel over de geldigheid van het octrooi heeft gegeven. Vervolgens overweegt de Rechtbank dat bij normaal voortprocederen, pleidooi in deze zaak niet eerder zal plaatsvinden dan in maart 2008 en dat tegen die tijd de TKB vermoedelijk uitspraak zal hebben gedaan. De Rechtbank maakt gebruik van de mogelijkheid de TKB te verzoeken de afhandeling van het beroep te bespoedigen en wijst het verzoek tot schording af.

Lees het vonnis hier.

IEF 3417

Eerst even voor jezelf lezen

- Gerechtshof Amsterdam, 1 februari 2007, 176/06 KG. Pretium Telecom B.V. tegen Kpn Telecom B.V. (met dank aan Armand Killan, Bird & Bird). 

Lees het arrest hier.

- United States Court of Appeals for the Federal Circuit, 1 februari 2007, Voda – Cordis. (Met dank aan Bart van den Broek, Howrey)

Octrooirecht. Uitspraak waarin de vraag m.b.t. grensoverschrijdende bevoegdheid van de Amerikaanse rechter aan de orde is (die ontkennend wordt beantwoord).

Lees de uitspraak hier.

IEF 3403

Opsluitgroef en opsluitoppervlak

val.JPGGerechtshof ’s-Gravenhage, 1 februari 2007, 01/664. Välinge Innovation AB & Alloc AS tegen Unilin Beheer B.V.c.s. (Met dank aan Bas Berghuis van Woortman, Freshfields Bruckhaus Deringer).

Octrooizaak, uitleg van het begrip ‘speling’ uit de conclusies op grond van eerder arrest van het hof.

In deze octrooizaak oordeelt het hof over de door Välinge c.s. bepleitte inbreuk van Unilin c.s. op twee octrooien. De octrooien gaan hoofdzakelijk over een verbinding tussen vloerdelen (b.v. ‘kliklaminaat’) en een werkwijze om een vloer van dergelijke vloerdelen te leggen. De octrooien zijn verleend op twee afgesplitste aanvragen. Op de oorspronkelijke aanvrage is ook octrooi verleend (het ‘moederoctrooi’). Het moederoctrooi is eerder voorwerp geweest van een procedure voor de Haagse rechtbank en het hof.

In de hoofdconclusies van beide octrooien staat dat op een bepaalde plaats in de verbinding sprake moet zijn van ‘speling’. Ook in de hoofdconclusie van het moederoctrooi komt het begrip ‘speling’ voor. De beschrijvingen van de octrooien en die van het moederoctrooi zijn hetzelfde.

Inbreuk?
Bij de beoordeling van inbreuk concentreert het hof zich op de vraag hoe het begrip ‘speling’ moet worden uitgelegd. Het hof citeert haar eerdere beslissing over het moederoctrooi en handhaaft die redenering:

“Naar het oordeel van het hof dient daarom onder speling in de zin van het octrooi verstaan te worden een zodanige geringe ruimte […], dat daardoor de aan elkaar bevestigde panelen ten opzichte van elkaar kunnen worden verplaatst, dat wil zeggen langs elkaar “geschoven”, waarbij voor dat verplaatsen of verschuiven geen aanzienlijke kracht vereist is”

Välinge c.s. hebben tegen deze redenering aangevoerd dat in de conclusies en de beschrijvingen van de octrooien geen beperking over de grote van de benodigde schuifkracht is te lezen. Het hof is met Välinge c.s. van mening dat de grote van de benodigde kracht niet letterlijk in de conclusies en beschrijvingen is terug te vinden, maar volgt Välinge c.s. niet verder. Op grond van een aantal citaten uit de beschrijvingen komt het hof echter tot de conclusie dat de vakman zal begrijpen dat de vloerdelen snel en op eenvoudige wijze met de hand moeten kunnen worden gelegd. Het verschuiven, als gevolg van de speling, moet volgens het hof zonder het uitoefenen van veel kracht kunnen geschieden.

Vervolgens stelt het hof vast dat de vloerdelen van Unilin c.s. met een hamer en een speciaal stootblok moeten worden verschoven en dat die vloerdelen kennelijk vrijwel klemvast verbonden zijn.


Het hof komt tot de conclusie dat de vloerdelen van Unilin c.s. geen inbreuk maken op de octrooien.

Het aanvoeren door Välinge bij pleidooi van een nieuwe grondslag (equivalentie) wordt door het hof niet geacht in overeenstemming te zijn met de goede procesorde.

Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Lees het arrest hier.

IEF 3393

Eerst even voor jezelf lezen

- Gerechtshof ’s-Gravenhage, 1 februari 2007, 01/664. Välinge Innovation AB & Alloc AS tegen Unilin Beheer B.V.c.s. (Met dank aan Bas Berghuis van Woortman, Freshfields Bruckhaus Deringer).

Octrooirecht. Geen inbreuk op octrooi betreffende een vloersysteem met een aantal vloerpanelen, die mechanisch met elkaar zijn verbonden.

Lees het arrest hier.

- Rechtbank ’s-Gravenhage, 2 februari 2007, KG ZA 07-71. IPCO B.V, tegen EST Group B.V.

Executiegeschil. Naar voorlopig oordeel is het handelen van IPCO op de beschreven wijze
niet aan te merken als een verboden gebruik van het teken POP&PLUG.

Lees het vonnis hier.

IEF 3382

Anderhalf patent

Philips doet het goed in de strijd om het aantal octrooien per werknemer. Waar vroeger een half patent per medewerker per jaar werd aangevraagd is dat nu anderhalf patent. Het OCN citeert een artikel uit BN/De Stem, dat bericht dat Dr. Peter Wierenga, de directeur van Philips Research, de onderzoekslaboratoria van Philips "de nieuwe tijd moet inloodsen, waarin innovaties elkaar almaar sneller opvolgen". Uitvindingen zijn de basis van nieuwe omzet. Het elektronicaconcern staat in de Top-5 van de Science Citation Index in Europa.

Lees hier iets meer.

IEF 3348

Fiscaal IE nieuws: de octrooibox

box.bmpNederland krijgt de octrooibox, zo meldt het NRC van vrijdag.  Minister Zalm kondigde in een overleg met de Tweede Kamer aan dat de Europese Commissie geen bezwaar heeft tegen de octrooibox. Nederland krijgt hiermee een verlaagd belastingtarief voor bedrijfsinkomsten uit octrooien.

Met terugwerkende kracht per 1 januari dit jaar geldt voor inkomsten uit octrooien een speciaal tarief van 10 procent. ´Een feest´, zo noemt Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming het lage tarief voor octrooien. ´Het zal naar verwachting bevorderen dat ondernemingen vaker octrooien in Nederland deponeren en ertoe bijdragen dat het bedrijfsleven meer zal investeren in onderzoek en ontwikkeling.´ Kosten van dit feest voor de staatskas: 300 miljoen per jaar.

Lees eerder bericht hier.