Uitspraak ingezonden door Thijs van Aerde (Houthoff Buruma) en Margriet Koedooder (De Vos & Partners).
Voor opzegging van exploitatieovereenkomst in beginsel wel een voldoende zwaarwegende grond nodig

HR 7 juli 2017, IEF 16932 (Nanada tegen Golden Earring) Auteurscontractenrecht. Zie eerder IEF 11451, IEF 13004 en IEF 14826. Nanada vordert in het principaal beroep voor recht te verklaren dat de door verweerders ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de met Nanada gesloten overeenkomsten en de ingeroepen beëindiging, rechtsgevolg missen dan wel nietig zijn en dat Nanada onverminderd beschikt over de overgedragen muziekuitgaverechten ter zake van de muziekwerken. Onderdeel III stelt dat het ongebrijpelijk is dat volgens het hof onvoldoende gronden aanwezig zijn om te oordelen dat opzegging van de overeenkomsten alleen mogelijk is indien voldoende zwaarwegende grond bestaat. Deze klacht slaagt nu volgesn vaste rechtspraak de eisen van r&b kunnen meebregen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat en het niet wenselijk wordt geacht dat exploitatiecontracten zonder meer opzegbaar zijn omdat dit, met het oog op de investeringen waartoe een exploitatnt zich t.b.v. het een werk verbindt, voor deze te veel rechtsonzekerheid zou meebrengen, hetgeen de bereidheid tot investeren en daarmee uiteindelijk ook de makers niet ten goede zou komen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst het geding naar het hof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.