DOSSIERS
Alle dossiers

Onrechtmatige mededinging  

IEF 23594

Bavaria-leeuwenhose: supporters mogen naar binnen, maar grootschalige ambush marketing mag worden verboden

Hof Amsterdam 23 nov 2006, IEF 23594; ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ3550 (Bavaria en [appellant sub 2] tegen KNVB), https://ie-forum.nl/artikelen/bavaria-leeuwenhose-supporters-mogen-naar-binnen-maar-grootschalige-ambush-marketing-mag-worden-verboden

Hof Amsterdam 23 november 2006, IEF 23594; RB 4016; ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ3550 (Bavaria en [appellant sub 2] tegen KNVB). Het Hof Amsterdam bekrachtigt het kortgedingvonnis over de door Bavaria verspreide “leeuwenhose”, een oranje korte broek met Bavaria-logo. De KNVB had bezoekers bij de oefenwedstrijd Nederland-Kameroen verplicht hun leeuwenhose uit te trekken of af te staan voordat zij het stadion mochten betreden. Het hof gaat ervan uit dat de algemene voorwaarden van de KNVB van toepassing waren: bij massale kaartverkoop was terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk en de KNVB had op de toegangsbewijzen voldoende gewezen op de mogelijkheid om de voorwaarden te raadplegen. Het beroep van de bezoeker op vernietiging van die voorwaarden slaagt daarom niet. Tegelijkertijd volgt uit het arrest dat art. 5.3 van die voorwaarden, dat commercieel gebruik van toegangskaarten verbiedt, geen grond bood om bezoekers met een leeuwenhose uit het stadion te weren. De KNVB mag op grond van haar huisrecht wel huisregels stellen, maar kon zich in dit geval niet beroepen op niet vooraf bekendgemaakte huisregels. Omdat de KNVB bovendien had verklaard bezoekers in beginsel niet meer te zullen weigeren enkel omdat zij een leeuwenhose dragen, wijst het hof de bredere toekomstige vordering van de bezoeker en Bavaria tegen de KNVB af.

IEF 23516

A-G: geen gegronde reden voor merkinbreuk bij verkoop HP-cartridges zonder buitenverpakking, wel informatieplicht over mogelijke ouderdom

Hoge Raad 24 apr 2026, IEF 23516; ECLI:NL:PHR:2026:437 (HP tegen DR), https://ie-forum.nl/artikelen/a-g-geen-gegronde-reden-voor-merkinbreuk-bij-verkoop-hp-cartridges-zonder-buitenverpakking-wel-informatieplicht-over-mogelijke-ouderdom

Parket bij de Hoge Raad 24 april 2026, IEF 23516; ECLI:NL:PHR:2026:437 (HP tegen DR). Deze conclusie van A-G Van Peursem (zitting 24 april 2026) betreft een kort geding tussen HP en Digital Revolution/123inkt over originele, ongebruikte HP-inkt- en lasercartridges die zonder originele buitenverpakking werden aangeboden, aanvankelijk als "milieuverpakking" en sinds 2023 als "milieuproduct". De cartridges waren afkomstig uit retouren, recyclebedrijven of opkopers, konden 10 tot 17 jaar oud zijn en werden verkocht tegen de prijs van nieuwe cartridges. HP vorderde een verbod op grond van merkinbreuk ex art. 9 lid 2 onder a jo. art. 15 lid 2 UMVo, de uitzondering op de uitputtingsregel wegens gegronde redenen, alsmede op grond van onrechtmatige daad, meer in het bijzonder oneerlijke of misleidende handelspraktijken (art. 6:193a-j BW) en misleidende of ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194 en 6:194a BW). De voorzieningenrechter achtte merkinbreuk aannemelijk en wees vordering I toe, maar het hof oordeelde dat HP geen gegronde redenen had in de zin van art. 15 lid 2 UMVo en vernietigde het vonnis op dat punt. Wel achtte het hof het handelen van DR B.V. deels misleidend ex art. 6:193c lid 1 onder b BW: door de cartridges, die niet alleen uit retouren maar ook uit recyclebakken of opkoop konden stammen en meerdere jaren, soms meer dan tien jaar, oud konden zijn, als nieuw en voor de nieuwprijs aan te bieden zonder die ouderdom te vermelden, verstrekte DR misleidende informatie over de fabricagedatum, waardoor de consument vermoedelijk een aankoopbeslissing nam die hij anders niet had genomen. Dit verbod werd uitsluitend toegewezen ten gunste van HP Europe B.V. en HP Nederland B.V., die als concurrenten van DR B.V. vorderingsgerechtigd zijn; HP Inc. en HPDC staan niet in een concurrentieverhouding tot DR B.V.

IEF 23191

Uitspraak ingezonden door Maurits van Beusekom en Gregor Vos, Brinkhof.

Vordering tot rectificatie en verbod misleidende reclame MammaPrint afgewezen

Rechtbank Amsterdam 17 dec 2025, IEF 23191; C/13/778526 / KG ZA 25-918 NB/MV (Exact Sciences, Genomic Health Inc. tegen Agendia), https://ie-forum.nl/artikelen/vordering-tot-rectificatie-en-verbod-misleidende-reclame-mammaprint-afgewezen

Rb. Amsterdam 17 december 2025, IEF 23191; RB 3953; IT5054; C/13/778526 / KG ZA 25-918 NB/MV (Exact Sciences, Genomic Health Inc. tegen Agendia). Exact Sciences biedt een in-vitro diagnostische test (IVD) aan onder de naam Oncotype DX. Agendia biedt ook een IVD aan onder de naam MammaPrint. Volgens Exact Sciences heeft Agendia zich schuldig gemaakt aan misleidende reclame in de zin van artikel 7 onder a en b IVDR. Agendia zou het ten onrechte doen voorkomen dat MammaPrint even goed, of zelfs beter, presteert dan Oncotype DX. Exact Sciences heeft Agendia gesommeerd binnen één dag de misleidende uitingen te staken en een rectificatie te plaatsen. Agendia heeft niet aan die sommatie voldaan. Exact Sciences vordert in kort geding Agendia te verbieden misleidende uitingen te doen over MammaPrint. 

IEF 23180

Prejudiciële vragen gesteld over of het betalen met persoonsgegevens valt onder de oneerlijke handelspraktijk

HvJ EU 2 okt 2025, IEF 23180; C-643/25 (Verbraucherzentrale Bundesverband ), https://ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-of-het-betalen-met-persoonsgegevens-valt-onder-de-oneerlijke-handelspraktijk

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 2 oktober 2025, IEF 23180; IEFbe 4071; IT 5050; C-643/25 (Verbraucherzentrale Bundesverband) via MinBuza. Verweerder is Meta Platforms Ireland, beheerder van Facebook. Verzoekster is een vereniging van consumentenbeschermingsorganisaties, en bekritiseert de vermelding op Facebook waar staat: ‘Facebook is en blijft gratis’. Volgens verzoekster is dit oneerlijk en misleidend, omdat de gebruiker ‘betaalt’ met het beschikbaar stellen van zijn persoonsgegevens. Het is de vraag of het betalen met persoonsgegevens valt onder de oneerlijke handelspraktijk van punt 20 van bijlage I bij richtlijn 2005/29. 

IEF 22544

Rechtbank bevestigt boete ACM: Excessieve prijsverhoging geneesmiddel is misbruik machtspositie

Rechtbank Rotterdam 13 feb 2025, IEF 22544; ECLI:NL:RBROT:2025:1811 (Fabrikant tegen de ACM), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-bevestigt-boete-acm-excessieve-prijsverhoging-geneesmiddel-is-misbruik-machtspositie

Rb. Rotterdam 13 februari 2025, IEF 22544, LSR 2279; ECLI:NL:RBROT:2025:1811 (Fabrikant tegen ACM). De ACM heeft aan een geneesmiddelenfabrikant een boete opgelegd omdat zij misbruik heeft gemaakt van haar economische machtspositie door een excessieve prijs te vragen en te incasseren voor haar eigen CDCA-geneesmiddel in Nederland. De rechtbank is van oordeel dat de ACM op goede gronden heeft vastgesteld dat de geneesmiddelenfabrikant misbruik heeft gemaakt van haar economische machtspositie. De ACM heeft de buitensporigheid en de billijkheid van de prijs van het CDCA-geneesmiddel op zorgvuldige en objectieve wijze beoordeeld. Met de ACM is de rechtbank van oordeel dat registratie van het CDCA-geneesmiddel als geneesmiddel voor de behandeling van CTX wel voordelen biedt die een zekere prijsverhoging kunnen rechtvaardigen, maar een prijs die, met tussenstappen, van € 46,- naar € 13.090,- per verpakking is gegaan, gaat bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing alle perken te buiten.

IEF 22314

Vragen aan het HvJ-EU over taal van etiketten op Zweedse cosmetica

HvJ EU 19 sep 2024, IEF 22314; ECLI:EU:C:2024:765 (Parfümerie Akzente tegen KTF), https://ie-forum.nl/artikelen/vragen-aan-het-hvj-eu-over-taal-van-etiketten-op-zweedse-cosmetica

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 19 september 2024, IEF 22314, IEFbe 3809; ECLI: ECLI:EU:C:2024:765 (Parfümerie Akzente tegen KTF). Parfümerie Akzente is een Duitse onderneming die via haar website haarverzorgingsproducten en andere cosmetische producten promoot en verkoopt in Zweden. KTF is invoerder van hygiëneproducten. Zij hebben tegen Parfümerie Akzente een vordering ingesteld wegens oneerlijke handelspraktijken. Parfümerie Akzente zou namelijk cosmetische producten op de markt aanbieden en verkopen zonder Zweeds etiket. Dit mag niet volgens de Zweedse wet. Parfümerie Akzente ontkent dit niet, maar meent dat ze volgens de Richtlijn inzake elektronische handel (2000/31, hierna: Richtlijn) alleen de regels van het land waar ze gevestigd zijn hoeven te volgen. Als de bepaling in de Zweedse wet zo wordt uitgelegd dat een buitenlandse ondernemer zijn diensten vrij in Zweden mag aanbieden zonder dat de Zweedse regels dit beperken, zou dit in lijn zijn met het eDate Advertising arrest. zou betekenen dat buitenlandse bedrijven in Zweden dezelfde vrijheid hebben als in hun eigen land, zolang ze de regels van hun eigen land volgen. Deze uitlegging zou echter afbreuk kunnen doen aan andere richtlijnen. De verwijzende rechter stelt daarom vier vragen over de uitlegging van artikel 2 en artikel 3 van de Richtlijn inzake elektronische handel aan het HvJ-EU.

IEF 22166

HvJ EU: Servier

HvJ EU 27 jun 2024, IEF 22166; ECLI:EU:C:2024:549 (Servier), https://ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-servier

HvJ EU 27 juni 2024, IEF 22166, LS&R 2246, IEFbe 3763; ECLI:EU:C:2024:549 (Servier) Het Franse farmaceutische bedrijf Servier had een octrooi op het hartmedicijn perindopril tot het einde van de jaren 1990 en begin jaren 2000. Na deze periode verzocht Servier om aanvullende octrooien (waaronder het “947-octrooi”) in de daaropvolgende jaren. De geldigheid van de aanvullende octrooien werd aangevochten door verschillende generieke fabrikanten, waaronder het Sloveense bedrijf Krka. Naar aanleiding hiervan heeft Servier met Krka een overeenkomst gesloten die een exclusieve en onherroepelijke licentie vormde over het 947-octrooi voor perindopril in een paar Oost-Europese landen. In ruil daarvoor moest Krka een royalty van 3% op haar netto-omzet in die gebieden aan Servier betalen. De Europese Commissie heeft in 2014 geoordeeld dat de generieke fabrikanten als potentiële concurrenten van Servier beschouwd moesten worden en de overeenkomsten in strijd zijn met art. 101 en 102 VWEU. Het Gerecht oordeelde dat de regeling tussen Servier en Krka voor de Oost-Europese markten een geldige overdracht van technologie was, in plaats van een aansporing voor Krka om zich buiten de door Servier bestreken markten te houden.

IEF 18786

Uitspraak ingezonden door  Diederik Stols en Charlotte Hangx, Boekx.

Geen bescherming tegen oneerlijke handelspraktijk wegens ontbreken merkinschrijving

Rechtbank Den Haag 29 okt 2019, IEF 18786; ECLI:NL:RBDHA:2019:11621 (TT Shopping tegen Verzendshop), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-bescherming-tegen-oneerlijke-handelspraktijk-wegens-ontbreken-merkinschrijving

Vzr. Rechtbank Den Haag 29 oktober 2019, IEF 18786; ECLI:NL:RBDHA:2019:11621 (TT Shopping tegen Verzendshop) Kort geding. OnTel is een Amerikaanse onderneming die zich bezig houdt met het ontwikkelen en distribueren van innovatieve consumentenproducten, waaronder de luchtkoeler ´Arctic Air´. Distributeur OmniChannel heeft van OnTel de exclusieve distributierechten verkregen om de Arctic Air in Nederland op de markt te brengen en te promoten via TV en internet. OmniChannel is de moedermaatschappij van TT Shopping en JML. Gedaagde, Verzendshop, heeft via bol.com een product op de markt gebracht onder de naam ´Air Cooler´. Volgens TT Shopping is door Verzendshop inbreuk gemaakt op de IE-rechten die rusten op de Arctic Air en heeft Verzendshop tevens onrechtmatig gehandeld. Verzendshop heeft dit niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarnaast is ambtshalve overwogen dat de vordering van TT Shopping is gebaseerd op de productnaam Arctic AIr en dat Verzendshop daardoor de schijn wekt dat beide producten dezelfde herkomst zouden hebben. De bescherming geldt echter slechts ingeval van algemene bekendheid of van een merkinschrijving. Dit is in casu noch gesteld noch gebleken. Binnen de Benelux is weliswaar bescherming op grond van oneerlijke handelspraktijk mogelijk, echter is daarvoor vereist dat het merk is ingeschreven.

IEF 18368

College ter beoordeling van geneesmiddelen mocht informatie inwinnen in het buitenland

Raad van State 25 apr 2018, IEF 18368; ECLI:NL:RVS:2018:1353 (IPS tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen), https://ie-forum.nl/artikelen/college-ter-beoordeling-van-geneesmiddelen-mocht-informatie-inwinnen-in-het-buitenland

ABRvS 25 april 2018, IEF 18368; LS&R 1698; ECLI:NL:RVS:2018:1353 (IPS tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen) Bij afzonderlijke besluiten van 3 juli 2012 heeft het College ter beoordeling van geneesmiddelen (hierna: het College) de door IPS aangevraagde parallelhandelsvergunningen voor de geneesmiddelen Diclofenac Gel Teva 1,16%, gel 11.6 mg/g (hierna: Diclofenac) en Adapaleen Teva 1 mg/g, gel (hierna: Adapaleen) geweigerd. Bij uitspraak van 25 juni 2015 heeft de rechtbank de door IPS tegen de besluiten van 1 maart 2013, 14 juni 2013 en 8 juli 2013 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft IPS hoger beroep ingesteld. Zij voert gronden aan die betrekking hebben op het door het College gehanteerde beoordelingskader. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Dit omdat het College niet in strijd met het Unierecht heeft gehandeld, bevoegd was informatie in te winnen bij de Belgische en Franse autoriteiten, en binnen het beoordelingskader zorgvuldig heeft gehandeld en geoordeeld. Daarnaast ligt het niet op de weg van het College om gevaar voor de volksgezondheid te bewijzen, maar ligt het op de weg van de aanvrager van een parallelhandelsvergunning om zijn aanvraag te doen steunen op gegevens en bescheiden waaruit volgt dat aan de in artikel 48 van de Geneesmiddelenwet neergelegde criteria voor parallelle invoer is voldaan.

IEF 17884

Rectificatie geen geschikt middel voor gedane uitingen over fraude door OTS

Rechtbank Amsterdam 25 mei 2018, IEF 17884; ECLI:NL:RBAMS:2018:5204 (Bovando tegen Oceanteam), https://ie-forum.nl/artikelen/rectificatie-geen-geschikt-middel-voor-gedane-uitingen-over-fraude-door-ots

Vzr. Rechtbank Amsterdam 25 mei 2018, IEF 17884; ECLI:NL:RBAMS:2018:5204 (Bovando tegen OTS) Mediarecht. Onrechtmatige publicatie. Eiser was voormalig managing director bij OTS. KPMG was Emporos (nu Bovando) tegengekomen als contractspartij van OTS. Eiser is aandeelhouder en bestuurder bij Emporos. OTS heeft onderzoek laten verrichten door Hermes naar de achtergrond van de betalingen aan Emporos. OTS heeft op hun site een bericht geplaatst dat eiser fraude heeft gepleegd en heeft een mededeling gedaan aan klanten van wie op dat moment projecten liepen. Eiser vordert de gedane uitspraken van haar website te verwijderen en deze te rectificeren door plaatsing van een rectificatie op diezelfde website en toezending van een rectificatie aan derden die eerder een brief van OTS hebben ontvangen over fraude. Door rectificatie te vorderen zal de eiser weer in de belangstelling komen te staan terwijl de zaak nu juist aan het wegebben is. De vordering wordt afgewezen.