DOSSIERS
Alle dossiers

Beslag  

IEF 1618

Dikkedonderslag

Stichting BREIN heeft gisteravond beslag laten leggen op de apparatuur van de p2p-internetsite Dikkedonder.nl die volgens BREIN ongeveer 6000 gebruikers kende. Ook op de bankrekening, auto en andere zaken van de sitehouder werd beslag gelegd ter zekerstelling van de veroorzaakte schade, die BREIN voorlopig heeft begroot op tenminste 200.000 euro. BREIN eist tevens de naam en adresgegevens van de medewerkers aan de site teneinde ook die aan te spreken.

BREIN Directeur Tim Kuik: "Houders van illegale p2p-sites faciliteren willens en wetens massale inbreuk en doen daar zelf aan mee, zij weten dat ze daarmee grote schade berokkenen, zij doen er hun voordeel mee en doen niets om de inbreuk een halt toe te roepen. Daar moet een einde aan komen."

Ter afscheid laat de sitehouder de volgende boodschap achter:
"09-02-2006 - De Stichting Brein heeft in samenwerking met Justitie en Politie vandaag donderdag 9 februari een huiszoeking gehouden in mijn woning. Ze hebben alle apparatuur die in verband stonden met de DDT server in beslag genomen. De server waar de Tracker op draaide is ook weg.
De gezelligste Tracker van Nederland is nu verleden tijd. Ik zeg alvast bij deze dat wij niet meer terug komen onder welke naam dan ook. Ik wil alle leden bedanken voor de leuke en vooral gezellige tijd die we de afgelopen jaar hebben gehad.

Mensen BEDANKT voor alles."

Lees hier meer.

IEF 1530

Ongecontroleerd bezit

Rechtbank Breda, 19 januari 2006, LJN: AV0115. Strafrecht: vordering tot onttrekking aan het verkeer ex.art. 552f Sv en art. 13 bis BMW in verband met een vals horloge. Misdadigers die er geen prijs op stellen dat hun horloge aan het verkeer onttrokken wordt doen er goed aan om geen namaak aan te schaffen.
 
Het horloge waarvan de onttrekking aan het verkeer wordt gevorderd, is geen Origineel Rolex horloge is. Dit enkele feit levert echter geen grond op voor onttrekking aan het verkeer, nu niet gesteld kan worden dat het enkele bezit van een horloge als het onderhavige kan niet worden aangemerkt als ongecontroleerd bezit (‘voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang’). Dat betekent dat in beginsel teruggave hoort te volgen aan degene die als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Maar, gelet op het bepaalde in art. 13 bis van de Eenvormige Beneluxwet op de merken, waarin is geregeld dat de merkhouder roerende zaken waarmee inbreuk wordt gemaakt op diens merk, als zijn eigendom kan opvorderen, en gelet op het verzoek van de merkhouder in voornoemd proces-verbaal, Rolex S.A., om het horloge niet terug te geven aan verzoeker, maar dit te vernietigen, kan in dit geval worden geoordeeld dat Rolex S.A. de haar toekomende rechten als genoemd, wenst uit te oefenen en dat Rolex S.A. mitsdien als rechthebbende kan worden beschouwd. Nu de merkhouder geen bewaar heeft tegen onttrekking aan het verkeer, kan de vordering van de Officier van Justitie worden toegewezen. Lees de uitspraak hier.

IEF 1183

Terecht beslagen

Rechtbank 's-Gravenhage, 9 november 2005, Rolnr. KG05/1175, Dutch Mobile-Bos tegen SISVEL.

Kort geding tot opheffing beslag in douanezaak. De Haagse Voorzieningenrechter maakt in mildere dan de gebruikelijke bewoordingen korte metten met de vorderingen.

De Italiaanse onderneming SISVEL heeft op Schiphol telefoons met MP3 functie in beslag genomen die aldaar door de douane waren tegengehouden. De telefoons werden ingevoerd door Dutch Mobile en vervoerd door Bos Transport. SISVEL is door de douane gewaarschuwd omdat zij licentieneemster is op de door een aantal grote electronicafabrikanten geoctrooieerde MP3-compressietechniek. Dutch Mobile en Bos spannen tevergeefs een kort geding tot opheffing van het beslag aan.

Als eerste grondslag voeren zij aan dat de licentieneemster op een octrooi (SISVEL dus) niet zelfstandig verbodsvorderingen met nevenvorderingen kan instellen. Hiermee zien eiseressen volgens de Voorzieningenrechter echter over het hoofd dat SISVEL niet als licentienemer zelfstandig verbodsvorderingen instelt. SISVEL beschikt over een akte, waaruit blijkt dat zij gemachtigd is om namens de octrooihouders op te treden krachtens procesvolmacht. SISVEL heeft zodoende niet namens zichzelf (en zelfstandig) het verzoek tot verlof ingediend en vervolgens beslag laten leggen, maar namens Philips c.s., hetgeen naar Nederlands procesrecht mogelijk is. Of e.e.a. reeds bleek uit het beslagrekest blijkt niet uit het vonnis.

Ten tweede stellen eisers dat de Rb. Haarlem onbevoegd zou zijn geweest om verlof tot beslag te geven. De Voorzieningenrechter te Den Haag is volgens eisers immers bij uitsluiting bevoegd om over octrooizaken te oordelen. Eiseressen zien er aldus aan voorbij dat die uitsluitende bevoegdheid geen betrekking heeft op het treffen van conservatoire maatregelen. Hiervoor geldt onverkort het bepaalde in Rv. De goederen bevonden zich in het arrondissement Haarlem, dus de Voorzieningenrechter daar was bevoegd het verzochte verlof te verlenen.

Tot slot oordeelt de Voorzieningenrechter nog dat niet gebleken is dat het summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt, wat overigens ook niet is gesteld, en dat de het beslag niet 'onnodig' in de zin van art. 70 lid 2 Rv is gelegd. Bij dit laatste oordeel weegt de rechter mee dat partijen nog hebben onderhandeld teneinde het onderhavige geschil op te lossen. Alle vorderingen worden afgewezen.

Lees hier vonnis.
IEF 1070

Tandpasta in transito

HvJ, 18 oktober 2005, in zaak C-405/03, Class International BV tegen Colgate-Palmolive Company, Unilever NV, SmithKline Beecham plc en Beecham Group plc, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Gerechtshof te ’s-Gravenhage.

In het kort de feiten. In februari 2002 heeft Class International een container met van de Zuid-Afrikaanse onderneming Kapex International gekochte tandpasta voorzien van het merk Aquafresh, de Gemeenschap binnengebracht. SmithKline Beecham e.a. hebben op 5 maart 2002 conservatoir beslag laten leggen op de container na een melding van de douane dat het wellicht namaak goederen zou kunnen betreffen. Nader onderzoek maakte echter duidelijk dat het om oorspronkelijke goederen ging en niet om namaakgoederen. Hierop verzoekt Class International de Rechtbank om opheffing van het conservatoir beslag en vergoeding van schade. De verzoeken worden afgewezen.

In Hoger beroep stelt Class International dat de partij tandpasta niet is ingevoerd,maar zich in transito bevindt. Het Haags Gerechtshof stelt vervolgens een aantal (6-tal) prejudiële vragen aan het Hof van Justitie. Kort samengevat wilde het Hof eigenlijk weten of de merkhouder zich ertegen kan verzetten dat originele merkgoederen in transito in de Gemeenschap worden binnengebracht die nog niet door deze merkhouder of met diens toestemming in de Gemeenschap in de handel zijn gebracht en of de merkhouder op zijn minst kan verlangen dat voor dergelijke goederen een eindbestemming in een derde land vaststaat.

Volgens het Hof zijn niet-communautaire goederen die in transito zijn geplaatst niet in het vrije verkeer van de Gemeenschap gebracht. "Zolang niet voor deze mogelijkheid wordt gekozen en wordt voldaan aan de voorwaarden voor de douanebestemming (…) waaronder de goederen zijn geplaatst, kan het enkele fysieke binnenbrengen van de goederen op het grondgebied van de Gemeenschap niet worden aangemerkt als "invoeren" in de zin van artikel 5 lid 3, sub c van de richtlijn en artikel 9, lid 2, sub c van de verordening en impliceert het geen gebruik [van het merk] in het economisch verkeer" (…), aldus het Hof. De merkhouder kan ook geen eisen stellen m.b.t. een eindbestemming in een derde land.

Op de vragen van het gerechtshof te Den Haag m.b.t. de mogelijkheid van een merkhouder om het te koop aanbieden of verkopen van oorspronkelijke goederen die in transito zijn geplaatst te verbieden, antwoord het Hof dat dergelijke goederen gewoon te koop kunnen worden aangeboden of worden verkocht met als bestemming een derde land tenzij het te koop aanbieden of de verkoop noodzakelijkerwijs impliceert dat de merkgoederen in de Gemeenschap in de handel worden gebracht. Het Hof formuleert dat als volgt:

"de begrippen "aanbieden" en "in de handel brengen" van goederen in artikel 5, lid 3, sub b, van richtlijn 89/104 en artikel 9, lid 2, sub b, van verordening nr. 40/94 kunnen mede omvatten het te koop aanbieden respectievelijk verkopen van oorspronkelijke merkgoederen die de douanestatus van niet-communautaire goederen hebben, wanneer de goederen te koop worden aangeboden en/ of verkocht terwijl de goederen zijn geplaatst onder de regeling extern douane vervoer of de regeling douane-entrepot. De merkhouder kan zich ertegen  verzetten dat dergelijke goederen te koop worden aangeboden of worden verkocht, wanneer dit noodzakelijkerwijs impliceert dat zij in de Gemeenschap in de handel worden gebracht."
Als laatste oordeelt het HvJ nog over de verdeling van de bewijslast. Het HvJ oordeelt dat "in een situatie zoals die in het hoofdgeding aan de orde is" de bewijslast ter zake van de inbreuk rust op de merkhouder, die zich erop beroept.

Lees het arrest hier.

IEF 1035

15 miljoen merken

In mooie sameloop met dit artikel in de Telegraaf van vandaag over de recente inbeslagname in Rotterdam van 15 Miljoen merkartikelen, bericht de EU vandaag dat de statistieken er niet om liegen en dat ze er nog harder tegenaan gaan. 

"The European Commission has presented a package of measures to strengthen protection for the EU and its citizens against counterfeiting and piracy. Naast "A new business-customs working group,  a new Task Force of Member States' Customs experts, the completion of an anti-counterfeiting risk management guide, a new electronic system of secure, real-time transmission of information en the promotion of  the signature of memoranda of understanding with major trade representatives", zal de Commissie zich ook gaan buigen over "possible amendments to the World Trade Organisation Intellectual Property Rights ("TRIPS") Agreement so that countries apply anti-counterfeiting controls not only on imports but also on exports, transit and transhipment movements. Above all, efforts will be made to fully implement, strengthen or develop bilateral customs-co-operation agreements with China, the USA, Japan and other trading partners.

Statistics showing the amount of counterfeit and pirated articles seized at the EU's external borders in 2004 demonstrate that counterfeiting is a growing and increasingly dangerous phenomenon. The 103 million counterfeited and pirated goods seized in 2004 represent an increase of more than 12% compared to 2003 and 1000% compared to 1998. Fake foodstuffs, medicines, household items and car parts, that can damage the health and safety of consumers, are continuing to grow in number and the higher quality of fakes is making detection more difficult. Leer hier en hier meer.

IEF 439

SUCCESVOL OPTREDEN VAN CHIVAS TEGEN PARALLEL-HANDELAAR

 

Op 26 mei jl. wees het Hof Den Haag arrest in een opheffingskortgeding tussen Maxifood B.V. en Chivas Brothers (Europe) Ltd. over een partij Chivas Regal van Maxifood waarop door Chivas conservatoir beslag was gelegd.

Alhoewel volgens het hof aannemelijk was dat de partij whisky met toestemming van Chivas in Italië in het verkeer was, kon Chivas zich toch tegen gebruik van het merk Chivas Regal verzetten, omdat het aannemelijk was dat Maxifood het imago van het merk had aangetast door het op amateuristische wijze bijwerken (met zwart) van beschadigingen die door de verwijdering van de accijnslabel (met het accijnszegel) aan weerskanten van de capsuledop van de whiskyfles waren ontstaan.

Daardoor zou bij de koper de gedachte kunnen postvatten dat met de whisky is "geknoeid." Daarbij werd mede in aanmerking genoemen dat Chivas Regal een hoogwaardige kwaliteit bezit en in 2003 in "Wine Enthusiast Magazine" uitgeroepen was tot "distiller of the year".

Ondanks dat de whisky alleen was opgeslagen, en dus door Maxifood nog niet was doorverkocht, was volgens het Hof toch sprake van (dreigend) merkgebruik, omdat "Maxifood als eigenares over de partijen whisky kan beschikken en de bestemming daarvan kan bepalen. Mede daarom is er "voldoende vrees dat Maxiffod de inbeslaggenomen partijen whisky of een gedeelte daarvan eveneens zal verkopen aan een binnen de EER gevestigde afnemer en aldus het merk zal gebruiken." Lees arrestLees arrest