Filter
  • Datum
  • Dossier
  • Instantie
zoeken

Dossiers

 
 
20.014 artikelen gevonden
IEF 8123

Kikakleurboek

Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, 25 augustus 2009, KG ZA 09-859, Stichting Kinderen Kankervrij tegen X

Merkenrecht. Vonnis zonder ‘de feiten’en ‘het geschil’, maar wel met beoordeling en beslissing.

3.1. beveelt X om onmiddellijk na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het ten processe bedoelde Beneluxwoordmerk KIKA van Kika, waaronder, maar niet beperkt tot, het gebruik van de Kika-tekens, te weten: de aanduidingen 'KIKA Kleurboek' en 'kikakleurboek.nl' op de ten processe bedoelde website, alsmede de domeinnaam kikakleurboek.nl, te staken en gestaakt te houden (…)

3.2. beveelt X om onmiddellijk na betekening van dit vonnis ieder (ander) onrechtmatig handelen jegens Kika, waaronder het ten processe bedoelde nodeloos verwarring creëren bij en het misleiden van het publiek, te staken en gestaakt te houden (…)

3.3. beveelt X om binnen 8 werkdagen na betekening van dit vonnis op zijn kosten (de registratie van) de domeinnaam kikakleurboek.nl door te (laten) halen of in te (laten)  ken,

3.5. veroordeelt X in de kosten van deze procedure, te betalen aan Kika, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Kika begroot op € 14.837,84.

Lees het vonnis hier.

IEF 8122

Endstra ingehaald door Infopaq

Prof. mr. D.J.G. Visser, RU Leiden, Klos Morel Vos & Schaap: Endstra ingehaald door Infopaq. Auteursrechtelijke beschermingsdempel Europees geharmoniseerd. Noot bij HvJ EG 16 juli 2009, C-5/08, Infopaq /Danske Dagblades Forening , IEF 8070.

“Op 16 juli 2009 lijkt de Endstra-formule van de Hoge Raad te zijn achterhaald door het Infopaq-arrest van het Hof van Justitie der EG. 

(…) Uit het Infopaq-arrest volgt dat voor alle soorten werken het vereiste voor auteursrechtelijke bescherming is: “een schepping van de geest” (ov. 34.), oftewel om “materiaal dat oorspronkelijk is in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan” (ov. 37). Losse woorden zijn niet auteursrechtelijke beschermd. “Enkel via de keuze, de schikking en de combinatie van deze woorden op een oorspronkelijke wijze kan de auteur uitdrukking aan zijn creatieve geest geven en tot een resultaat komen dat een intellectuele schepping vormt” (ov. 45). Het HvJ EG leidt dit af uit de Berner Conventie en uit de software-richtlijn, de duurrichtlijn en de databankrichtlijn.

Het valt op dat het woord “oorspronkelijk” in de formulering van het HvJ EG een centrale plaats inneemt om de vereiste creativiteit te beschrijven, terwijl de Hoge Raad “eigen, oorspronkelijk karakter” net had gedegradeerd tot “niet ontleend” (waarbij de creativeit in het vereiste van het “persoonlijk stempel” werd gelezen).

Materieel maakt het in de praktijk ongetwijfeld helemaal niets uit,  maar de advocaat of feitenrechter die het helemaal goed wil doen en wil laten zien dat hij helemaal up-to-date is, doet er verstandig aan de formuleringen van het Infopaq-arrest te gebruiken (eventueel nog aangevuld met het “banaal of triviaal” uit Endstra).”

(…) Wél is interessant dat het HvJ EG er kennelijk vanuit gaat dat het creativiteits-vereiste door de Auteursrecht-richtlijn voor alle soorten werken Europees is geharmoniseerd. Dat betekent dat daarover prejudiciële vragen inhoudelijk (kunnen) worden beantwoord. En dat betekent dat feitenrechters de mogelijkheid hebben, en de Hoge Raad als hoogste rechter verplicht is daar in voorkomende gevallen vragen van uitleg over te stellen. Het betekent ook dat (in theorie) de drempel voor auteursrechtelijke bescherming overal in Europa hetzelfde zou zijn. Quod non."

Lees de volledige noot hier.

IEF 8121

Over te dragen aan ‘de Amerikanen’

Gerechtshof Amsterdam, 11 augustus 2009, zaaknr. 200.000.144/01 KG, Stichting Center for Servant Leadership in Europe c.s. tegen Stichting Het Greenleaf Centrum Voor Dienend leiderschap In Nederland c.s. (met dank aan Marc de Boer, Boekx).

Merkenrecht. (Zie eerste instantie voor de feiten: Vzr. Rechtbank Amsterdam, 6 september 2007 IEF 4638). Stukgelopen samenwerking. Toestemming tot gebruik van en rechten op logo gelden, naar moet worden aangenomen, slechts voor de duur van de relatie tussen partijen.

4.4. Nu de toestemming om het logo en de naam te gebruiken is verleend in het kader van de samenwerking tussen Greenleaf VS en Maris C.S. (c.q. de stichting Maris) moet echter tevens worden aangenomen dat deze toestemming in zoverre beperkt was dat deze slechts voor de duur van de relatie van partijen gold en dat de door partijen in dit verband gemaakte afspraken derhalve inhielden dat Maris C.S. bij de beëindiging van het samenwerkingsverband verder gebruik van het logo en naam zouden staken en de eventuele ten aanzien van dit gebruik verworven (absolute) rechten aan Greenleaf VS zouden dienen over te dragen. Dat Maris C.S. zich van laatstbedoelde verplichting bewust waren vindt steun in de inhoud van de hierboven onder 4 .l sub vii genoemde brief.

4.5. Voldoende aannemelijk is dat het samenwerkingsverband tussen Greenleaf VS en Maris c.s. inmiddels is beëindigd. In het licht van hetgeen onder 4.4 is overwogen brengt dit mee dat Greenleaf VS er aanspraak op kan maken dat het merkrecht aan haar wordt overgedragen en dat Maris c.s. zich van verder gebruik van het Greenleaf-logo en de naam Greenleaf Center onthouden. In zoverre zijn de daartoe strekkende voorzieningen (dictum kortgeding vonnis sub 7.1 en 7.2) alsmede het verbod om rechtsmaatregelen te treffen op grond van het door Maris c.s. gepretendeerde merkrecht (dictum sub 7.3) terecht toegewezen en falen de daartegen gerichte grieven. (…)

Lees het arrest hier.

IEF 8120

De verschillen zijn niet van dien aard

Vzr. Rechtbank Dordrecht, 13 augustus 2009, LJN: BJ5203, G-Star International B.V. tegen H&M Hennes & Mauritz AB c.s. (afbeeldingen met dank aan Moïra Truijens, Klos Morel Vos & Schaap).

Auteursrecht. Kort geding tussen G-Star en H&M m.b.t. de spijkerbroek Elwood. Inbreuk op het auteursrecht van G-Star wordt aangenomen. De vorderingen worden toegewezen. Verweer van H&M m.b.t. internationale rechtsmacht en relatieve bevoegdheid wordt verworpen. (Klik op afbeelding voor vergroting, links voor- en achterkant Elwood, rechts H&M).

Bevoegdheid: 4.2.  De Nederlandse rechter heeft internationale rechtsmacht in de zaak tegen de Zweedse H&M AB op basis van artikel 6 lid 1 van de EEX-Verordening, omdat de mede gedaagde H&M BV is gevestigd in Nederland. De volgens dit artikel vereiste samenhang is gegeven, nu G-Star blijkens de stellingen in de dagvaarding beoogt dat aan beide gedaagden een gelijkluidend verbod van auteursrechtinbreuk in Nederland wordt opgelegd. Tussen de vorderingen bestaat daarom een zo nauwe band dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. G-Star heeft ter zitting bevestigd dat al haar vorderingen zijn beperkt tot Nederland.

4.3.  De voorzieningenrechter acht zich relatief bevoegd op basis van artikel 102 Rv, gezien de in de dagvaarding door G-Star ingenomen stelling dat het schadebrengende feit zich “zeer waarschijnlijk mede heeft voorgedaan en/of zich dreigt voor te doen in het arrondissement Dordrecht” omdat er een H&M winkel in Dordrecht is. Daar komt bij dat G-Star de juistheid van deze stelling voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Zij stelt dat een product gekocht in het ene filiaal bij het andere geruild kan worden, en dus via die weg ook in de winkel in Dordrecht terecht kan komen.
 
Auteursrecht: 4.8.  (…) Op basis van eigen waarneming van de broek acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat de Elwood door de combinatie van de vijf elementen aan het hiervoor geschetste criterium voldoet. De stelling van G-Star dat in 1996 sprake was van een nieuw en revolutionair ontwerp, is niet betwist. Gelet op dit alles dient de Elwood voorshands te worden beschouwd als een werk in de zin van de Auteurswet.

(…) 4.10.  De H&M broek met nummer 201100 stemt wat de totaalindruk betreft sterk overeen met de Elwood. In deze broek zijn vier onderscheidende elementen van de Elwood terug te vinden. De broek heeft immers:
- vrijwel identieke ingezette ovale bollende kniestukken,
- een vrijwel identieke horizontale naad met stiksel op kniehoogte op het achterpand,
- schuine deelnaden met stiksels van de heup naar de binnenzijde van het been,
- een brede band aan de onderkant van de broekspijpen op het achterpand.
De schuine deelnaden vanaf de heup lopen weliswaar ietsje rond en komen iets lager uit dan bij de Elwood. Voorts loopt de broekspijp aan de voorzijde iets taps toe, terwijl de Elwood meer een wijd uitlopende pijp heeft. Ook zijn er verticale stiksels aangebracht op het bovenbeen en zijn er verschillen op detailniveau. Zo verschilt de kleur en/of plaats van de op de H&M broek aangebrachte badge, pintpoints, rivet, label en de riemlus op het achterpand. Door de grote gelijkenis van de hiervoor bedoelde vier elementen ontstaat echter een overeenstemmende totaalindruk. De verschillen zijn niet van dien aard dat daardoor van een nieuw werk moet worden gesproken.

4.11.  Hetzelfde geldt voor de H&M broek met nummer 38650. Deze broek is vrijwel identiek aan de broek met nummer 201100. De verschillen waar H&M c.s. op wijst betreffen zeer ondergeschikte punten, namelijk de kleur/plaats van de pintpoints en enkele extra en/of anders aangebrachte lussen. Dat de wassing van de stof anders is, doet niet af aan de met de Elwood overeenkomende totaalindruk.

4.12.  Gelet op het vorenstaande staat de inbreuk op het auteursrecht van de Elwood voorshands vast. G-Star komt daar dan ook terecht tegen op.

Lees het vonnis hier.

IEF 8119

Omdat zij de stukken nodig heeft

Vzr. Rechtbank Alkmaar, 20 augustus 2009, KG ZA 09-285, Johnson & Johnson, Lifescan Inc. & Janssen Pharmaceutica N.V. tegen Van Beek & HaJeAa Holding B.V. (met dank aan Simon Dack en Mariken van Loopik, De Brauw Blackstone Westbroek)

LifeScan OneTouch TeststripMerkenrecht. Verkoop door curator van faillissementspartij LifeScan OneTouch-teststrips.  Geen uitputting merkrecht m.b.t. Amerikaanse markt. Toewijzing vordering ex 843a Rv tot inzage en/of afgifte (van volgens gedaagde niet-bestaande stukken) ter controle of goederen toch op de Amerikaanse markt zijn gebracht. Eerst even kort:

4.5 J&J heeft bij haar vordering rechtmatig belang, omdat zij de stukken nodig heeft ter bepaling van de (eind)bestemming van haar door merkrecht beschermde goederen om, zo nodig, de goederen terug te halen en ter bepaling van feiten op grond waarvan de eventuele onrechtmatige merkinbreuk nader kan worden vastgesteld.

4.6 De vordering uit onrechtmatig daad waarop J&J zich beroept kan als een relevante rechtsbetrekking gelden in het kader van een vordering op grond van artikel 843a Rv. Nog daargelaten de vraag of de goederen op de Amerikaanse markt zijn gebracht zoals de bewuste e-mails doen vermoeden, heeft Van Beek c.s. volgens de voor het eerst in deze procedure in het geding gebrachte stukken, in strijd met de bepalingen van de verkoopovereenkomst gehandeld door onjuiste althans onvolledige informatie te verstrekken over de verkoop van de teststrips aan Aviva. Bovendien is de informatie te laat verstrekt. Nu de bepalingen uit de verkoopovereenkomst mede de belangen en rechten van J&J dienen en dit voor Van Beek kenbaar was, is dit handelen voorshands als onrechtmatig jegens J&J aan te merken. De door Van Beek aan de curator verstrekte Airwaybill is immers onjuist, zo blijkt in dit geding. Vlak voor de zitting in deze procedure is (meer) informatie verstrekt aangaande de verkoop aan Aviva en niet op het moment dat de documenten beschikbaar waren. Bovendien zijn de teststrips vervoerd voordat de verkoopovereenkomst was getekend en voordat deze goederen door de curator waren vrijgegeven. Juist in het licht hiervan en gelet op het feit dat Van Beek c.s. nalaat de gestelde veranderde intenties ten aanzien van de verkoop aan "de Amerikaanse klant" te onderbouwen, is niet summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van de gestelde vordering van J&J uit onrechtmatige daad. 
Er is dus sprake van een rechtsbetrekking waarin J&J partij is.

4.7 De door J&J verlangde bescheiden hebben betrekking op de hiervoor genoemde rechtsbetrekking uit onrechtmatige daad, met uitzondering van de (alinea 55 sub vii. dagvaarding ) gevraagde correspondentie met de curator en lof de Fortisbank. (…)

4.8 Vervolgens dient beoordeeld te worden, gelet op de betwisting ervan door Van Beek C.S., of de door J&J genoemde bescheiden voldoende bepaald zijn en of aangenomen kan worden dat Van Beek c.s. over deze bescheiden beschikt.

4.1 0 Vooropgesteld wordt dat de formulering "alle (e-mail) correspondentie", anders dan Van Beek c.s. bepleit, naar de huidige stand van de jurisprudentie in beginsel voldoende bepaald is. Dat geldt ook in deze zaak, temeer nu het gaat om correspondentie aangaande de betreffende partij teststrips.

Lees het vonnis hier. Zie ook: Rechtbank ’s-Gravenhage,10 juni 2008, IEF 6246 (Stevens/J&J).

IEF 8118

Kaal (eindvonnis)

Rechtbank 's-Gravenhage, 12 augustus, LJN: BJ4900, Dharma Productions Private Ltd. Tegen Binder Videotheek c.s. [B] en Music India – Music Bank [C]

Auteursrecht. Eindvonnis na bewijsopdracht (Rechtbank ’s-Gravenhage, 24 oktober 2007, IEF 4982). Bollywood-dvd’s.

Eisers zijn niet geslaagd te bewijzen dat zij producent zijn van de film Kaal. Evenmin slaagt bewijsopdracht dat gedaagde in zijn bedrijf dvd's van genoemde film met Franse ondertitels heeft verkocht of verhuurd. De vorderingen worden afgewezen.

In de zaak tegen [B]: “Gezien het voorgaande blijft het voor de rechtbank onduidelijk door wie de film is geproduceerd. Mogelijk is de film feitelijk geproduceerd door [P.] en [Q.], maar zijn deze activiteiten ingebracht in Dharma. Dit blijkt echter niet en is door Dharma en [A.] ook niet gesteld en toegelicht. Dharma en [A.] zijn dus niet in geslaagd het van hen gevraagde bewijs te leveren. De vorderingen tegen [B 1] dienen te worden afgewezen, ongeacht de vraag of [B 1] door verkoop van kopieën van de film inbreuk op het auteursrecht heeft gemaakt, omdat niet kan worden vastgesteld dat het auteursrecht aan Dharma toekomt. Dharma en [A.] worden als de in het ongelijk gestelde partijen veroordeeld in de proceskosten. Gelet op het tijdstip van dagvaarding - 6 december 2005 - worden deze begroot aan de hand van het liquidatietarief.

In de zaak tegen [C]: “In deze zaak is niet bestreden dat Dharma rechthebbende op het auteursrecht is, zodat daarvan in de procedure tegen [C.] moet worden uitgegaan. Wel is aan Dharma en [A.] opgedragen te bewijzen dat [C.] in zijn bedrijf in Den Haag dvd's van de film Kaal met Franse ondertiteling heeft verkocht of verhuurd. (…) Ook in dit bewijs zijn Dharma en [A.] niet geslaagd. De rechtbank heeft allereerst kunnen vaststellen dat de dvd, die zou zijn gekocht in de videotheek van [C.], geen Franse ondertiteling heeft. De enige getuige die op dit punt iets relevants heeft verklaard, [A.] zelf, bevestigt dat de dvd geen Franse ondertiteling heeft. Zijn opmerking dat op de dvd is vermeld 'French subtitles' ziet op de dvd die zou zijn gekocht in de videotheek van [B 1]. De door Dharma en [A.] overgelegde documenten zijn voor dit bewijs niet relevant.

 Lees het vonnis hier

IEF 8117

Geheel of gedeeltelijk verhaal

Rechtbank ’s-Gravenhage, vonnis in het incident van 19 augustus 2009, HA ZA 09-1523, Cisco Technology, Inc. c.s. tegen Comtek Communications B.V.

Merkenrecht. Vermeende inbreuk door verhandelen goederen met merk Cisco. Vrijwaringsincident. Vordering toegewezen.

3.1. (…) [Comtek] stelt daartoe  dat HP (gebruikte) producten in consignatie aan haar levert, welke producten door haar aan derden kunnen worden verkocht, en dat HP eigenaresse is van vijfentwintig van de negentig in conservatoir beslag genomen producten. Daarenboven stelt Comtek dat HP haar in de positie heeft gebracht dat zij mogelijk namaak ‘Cisco’- producten in voorraad had, dat HP daardoor onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en dat HP bijgevolg aansprakelijk is voor de door haar geleden en nog te lijden schade.

4.1. (…) Comtek heeft het bestaan van zo een rechtsverhouding voldoende gemotiveerd en concreet gesteld, zodat niet valt uit te sluiten dat Comtek, indien de beslissing in de hoofdzaak voor haar nadelig zal uitvallen, geheel of gedeeltelijk verhaal heeft op HP. Aan dit oordeel doet niet af dat deze rechtsverhouding niet reeds nu onomstotelijk is komen vast te staan, zoals Cisco aanvoert. De incidentele vordering zal bijgevolg worden toegewezen.

Lees het vonnis hier.

IEF 8116

Verhalen

Vermeend inbreukmakende schoenendoosRechtbank ’s-Gravenhage, vonnis in het incident van 19 augustus 2009, HA ZA 09-1807, Adidas AG c.s. tegen Sporttrading Holland B.V.

Merkenrecht. Auteursrecht. Vermeend inbreukmakend schoeisel. Vrijwaringsincident. Gedeeltelijke toewijzing.

4.1. (…) Sporttrading Holland heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gesteld voor toewijzing van de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring van D.I.S.A.C. De rechtbank acht daartoe redengevend dat Sporttrading Holland het schoeisel niet van D.I.S.A.C. heeft betrokken en dat de verklaring [‘origineel adidas-schoeisel’ – IEF] van D.I.S.A.C. dateert van 4 februari 2009 en derhalve van na de aankoop van het schoeisel bij Edilsport, waardoor deze verklaring niet in causaal verband staat tot de schade. Sporttrading Holland heeft daarentegen voldoende gesteld voor toewijzing van de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring van Edilsport. Zelfs indien aan de geloofwaardigheid van de facturen van Edilsport zou moeten worden getwijfeld, valt gelet op de verklaring van Edilsport  [‘origineel adidas-schoeisel’ – IEF] niet uit te sluiten dat Sporttrading Holland, indien de beslissing in de hoofdzaak voor haar nadelig zal uitvallen, verhaal heeft op Edilsport.

4.2. Het betoog van Adidas dat het oproepen van Edilsport in vrijwaring tot zeer onredelijke vertraging in de hoofdzaak zou kunnen leiden, kan niet tot een ander oordeel leiden. Het bij deze rechtbank van kracht zijnde Landelijke Procesreglement biedt voldoende waarborgen om onnodige vertraging te voorkomen. De rechtbank merkt daarbij op dat Adidas krachtens het bepaalde in artikel 215 Rv afzonderlijke afdoening van de hoofdzaak kan vorderen, indien de vrees voor vertraging bewaarheid wordt.

Lees het vonnis hier.

IEF 8115

Misbruik van identiteitsverschil

Nikon GemeenschapsmerkVzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, 18 augustus 2009, KG ZA 09-846, Nikon Gmbh tegen X & Crown Foto International B.V.

Merkenrecht. Inbreukmakende parallelimport fototoestellen. Inbreuk. Misbruik van identiteitsverschil tussen rechtspersonen. Voldoende spoedeisend belang om nevenvorderingen in kort geding toe te wijzen (systematisch oprollen inbreukmakende handel). 1019h proceskosten: €44.470,98 (complexe zaak). Zie ook: Vzr. Rechtbank Utrecht, 31 oktober 2008, IEF 7225 (Tamron / Crown) .

Inbreuk & aansprakelijkheid: 4.4. Nikon heeft naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter met de rapporten van NMG en Nikon Europe B.V., de door Ringfoto Blom en Broekhaus verstrekte facturen, alsmede de verklaring van Q, voldoende aannemelijk gemaakt dat zowel Crown Photo International BV, als Oderma en OPX (en de CV) Nikonproducten zonder toestemming van de merkhouder binnen de EER in het verkeer hebben gebracht en aldus inbreuk hebben gemaakt op de Nikon-merken.

4.7. OPX heeft nog aangevoerd dat zij niet zelf heeft geleverd, maar slechts facturen heeft verstuurd voor door Essential Systems KG in opdracht van X geleverde goederen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan OPX zich daar niet achter verschuilen. Aangezien OPX aan derden niet kenbaar maakt dat het geleverde feitelijk van een andere vennootschap afkomstig is, dient zij (in elk geval mede) verantwoordelijk te worden gehouden voor de door haar gefactureerde goederen. Aldus kan zij door Nikon worden aangesproken wegens inbreuk op de Nikon- merken.

4.8. Namens Oderma is verder naar voren gebracht dat deze vennootschap zowel handelt in producten die niet zijn bestemd voor de EER als in producten die daar wel voor bestemd zijn. (…) Uit de verklaring van Q - die de voorzieningenrechter geloofwaardig voorkomt - volgt bovendien dat de goederen zonder bekendmaking van de afzender in Nederland zijn bezorgd. Ook het feit dat Oderma haar factuur wel naar het Nederlandse adres van de afnemer stuurt – en niet bijvoorbeeld overhandigt bij feitelijke aflevering in Zwitserland - kan moeilijk met de stelling van Oderma worden verenigd. De voorzieningenrechter acht derhalve voorshands voldoende aannemelijk dat Oderma de niet voor de EER bestemde Nikon-producten in Nederland heeft afgeleverd en aldus inbreuk heeft gemaakt op de Nikon-merken.

4.9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat genoegzaam is gebleken dat X in persoon betrokken is bij de handel in Nikon-producten. (…)

(…) 4.11. Daarnaast is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat X misbruik maakt van identiteitsverschil tussen rechtspersonen, in het bijzonder ook de in deze procedure betrokken Crown-vennootschappen, Oderma en OPX. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat X -blijkens de eerder tegen hem en/of de door hem gecontroleerde vennootschappen uitgesproken vonnissen alsmede de in dit vonnis vastgestelde merkinbreuken- stelselmatig betrokken is geweest bij de niet toegestane parallelimport van fotoapparatuur.

(…) 4.14. Nu het maken van misbruik van identiteitsverschillen van verschillende vennootschappen niet alleen een onrechtmatige daad oplevert van degene die zeggenschap heeft over deze personen – in dit geval X – maar ook van de rechtspersonen zelf, brengt het voorgaande met zich dat de vorderingen van Nikon ook op deze grondslag toewijsbaar zijn jegens X, Crown Photo International BV, OPX en Oderma en daarnaast op deze grond - in gelijke mate - toewijsbaar zijn jegens Crown Holding en Crown Facilities.

Nevenvorderingen in kort geding: 4.18. Vooropgesteld moet worden dat nevenvorderingen in kort geding slechts kunnen worden toegewezen, indien en voorzover afzonderlijk het spoedeisend belang ervan aannemelijk is gemaakt. Nikon heeft gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde opgave van verhandelde Nikon-producten vanaf 1 januari 2007 omdat zij de gevorderde informatie nodig heeft om te bezien of verdere schade door inbreuk op de Nikon-merken kan worden voorkomen door te achterhalen wie de toeleveranciers en afnemers van X c.s. zijn teneinde zo de inbreukmakende handel ‘systematisch op te rollen’. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hierin een gerechtvaardigd en spoedeisend belang is gelegen.(…)

Proceskosten: 4.25. (…) De voorzieningenrechter is evenwel van mening dat juist de hoeveelheid feiten en stukken die aan de gestelde vereenzelviging ten grondslag zijn gelegd maakt dat van een complexe zaak moet worden gesproken. Voorts in aanmerking nemend dat verschillende gedaagden in deze procedure zijn betrokken, is de voorzieningenrechter van oordeel dat toepassing van de indicatietarieven in deze procedure niet is aangewezen. De voorzieningenrechter acht een bedrag van € 44.470,98 aan advocaatkosten onder de gegeven omstandigheden redelijk en evenredig.

Lees het vonnis hier.

IEF 8114

Over de grens

Rechtbank ’s-Gravenhage, 5 augustus 2009, HA ZA 08-397, Stichting De Thuiskopie tegen Van Gils

Auteursrecht. Thuiskopievonnis. Vermeende schijnconstructie. Bewijslevering m.b.t. gestelde doorvoer naar Duitsland.

4.3. Voor de invoer van blanco informatiedragers in Nederland is Van Gils in beginsel dan ook de thuiskopievergoeding verschuldigd. Als bevrijdend verweer heeft Van Gils evenwel betoogd dat alle in Oldenzaal afgeleverde of naar Oldenzaal vervoerde blanco informatiedragers na werktijd door hem naar de opslag in Duitsland (Bad Bentheim) werden vervoerd, zodat de krachtens artikel 16c leden 2 en 3 Aw op hem rustende verplichting tot betaling van de thuiskopievergoeding met betrekking tot deze geïmporteerde informatiedragers ingevolge artikel 16c lid 4 Aw zou zijn vervallen.

4.5. (…) zal de rechtbank Van Gils overeenkomstig zijn aanbod toelaten te bewijzen dat alle in Oldenzaal afgeleverde blanco informatiedragers (…) naar de opslagplaats in Duitsland zijn vervoerd.

4.6. Indien en voor zover overbrenging naar de opslag in Duitsland komt vast te staan, moet de stelling van Stichting de Thuiskopie, dat sprake is van een schijnconstructie omdat dat de onderneming van Van Gils niet daadwerkelijk in Duitsland is gevestigd en er in Duitsland geen bedrijfsactiviteiten in Duitsland zijn, worden verworpen. Immers, Stichting de Thuiskopie erkent dat Van Gils handelt als een Gesellschaft des bürgerlichen Rechts naar Duits recht, terwijl, indien Van Gils in het bewijs slaagt, tevens vaststaat dat er op zijn minst opslag in Duitsland plaatsvindt, hetgeen als bedrijfsactiviteit is aan te merken. Voor zover Stichting de Thuiskopie heeft aangevoerd dat de eerder vanuit België geïmporteerde blanco informatiedragers of andere blanco informatiedragers vanuit de opslag in Duitsland door Van Gils zelf over de grens zijn gebracht, waarna ze in Nederland worden afgeleverd aan koper, wordt die, door Van Gils betwiste, stelling verworpen omdat een behoorlijke motivering ontbreekt. Stichting de Thuiskopie oppert het immers slechts als mogelijkheid maar zonder daarvoor concrete aanwijzingen aan te voeren.

Lees het vonnis hier.