Ook als goed huisvader voor de rechten van makers zorgen
Erfgoedinstellingen dienen als goed huisvader voor hun collectie te zorgen. Dat houdt voor de Federatie Auteursrechtbelangen ook in dat zij als een goed huisvader zorg dragen voor de rechten van de makers van de werken die zij in bewaring hebben. Dat verhoudt zich niet tot de oproep om dat auteursrecht gedeeltelijk af te nemen, zeker niet als daar goede alternatieven voor zijn. Dat schrijft voorzitter Pim van Klink in een brief aan de ministers van OCW en V&J.
Verbaasd en teleurgesteld
De Federatie Auteursrechtbelangen is verbaasd en teleurgesteld dat de branchevereniging Archiefinstellingen Nederland namens de Nederlandse erfgoedinstellingen in een brief van 29 oktober 2015 (link naar brief BRAIN) het kabinet oproept om zich onder het mom van ‘modernisering’ van het auteursrecht sterk te maken voor het verruimen van de uitzonderingen voor erfgoedinstellingen in de Europese Auteursrechtrichtlijn. Blijkbaar willen deze instellingen zonder toestemming en zonder vergoeding aan de rechthebbenden digitale reproducties van werken uit hun collectie online toegankelijk maken. Deze oproep werd geïllustreerd met voorbeelden van de beeldbanken van het Stadsarchief Rotterdam en het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, die naar aanleiding van gerechtelijke procedures ‘op zwart’ gingen, waarbij geconcludeerd werd dat de uitvoerbaarheid van het beleid van OCW en van instellingen onder druk staat.
In deze brief wordt niet vermeld dat voornoemde instellingen geen regelingen met rechthebbenden hadden getroffen en geen gebruik wilden maken van het herhaaldelijk uitgebrachte aanbod van de desbetreffende CBO’s om een collectieve regeling te treffen. Men gaf de voorkeur aan het voeren van gerechtelijke procedures boven het treffen van een vergoedingsregeling, procedures die verloren werden waardoor de online beschikbaarstelling moest worden gestaakt totdat alsnog een regeling wordt getroffen.
Evenwichtig kabinetsbeleid met Extended Collective Licensing
De minister van OCW heeft op 12 oktober 2015, na overleg met de ministeries van Veiligheid en Justitie en Economische Zaken, aan de voorzitter van de Tweede Kamer de kabinetsreactie gestuurd op het onderzoeksrapport over Extended Collective Licensing (‘ECL’). Het kabinet kondigt daarbij aan een wetsvoorstel voor te bereiden voor een wettelijke verankering van ECL gelet op de positieve ervaringen die in Nederland in de afgelopen jaren zijn opgedaan met vrijwillige licentieovereenkomsten tussen collectieve beheersorganisaties (‘CBO’s) en erfgoedinstellingen. Het brede draagvlak daarvoor blijkt uit het gezamenlijke verzoek van zowel erfgoedinstellingen als, bij monde van de Federatie Auteursrechtbelangen, rechthebbenden en CBO’s, zoals ook bevestigd werd tijdens het seminar dat het ministerie van OCW afgelopen voorjaar organiseerde. Invoering van ECL past binnen het kabinetsbeleid om uit het oogpunt van cultuur- en informatiebeleid massadigitalisering en ontsluiting van de collecties door erfgoedinstellingen waar mogelijk te ondersteunen op een wijze waarbij recht gedaan wordt aan de belangen van auteursrechthebbenden op het te digitaliseren materiaal.
De in de Federatie Auteursrechtbelangen vertegenwoordigde organisaties van rechthebbenden Platform Makers, Platform Creatieve Media Industrie en de vereniging van CBO’s VOI©E onderschrijven dit kabinetsbeleid en zijn blij met de aankondiging.
Waarborgen voor erfgoedinstellingen en rechthebbenden
Voor het opnieuw openbaar maken van iemands werk is in beginsel toestemming van de maker of zijn rechtverkrijgende vereist. Als het ondoenlijk is toestemming te regelen met individuele rechthebbenden, kunnen CBO’s daarbij behulpzaam zijn. In Nederland zijn voorbeelden van collectieve licenties aan erfgoedinstellingen, waarbij de CBO’s tevens gemaximeerde vrijwaringen verlenen voor aanspraken van (nog) niet vertegenwoordigde rechten of rechthebbenden. Dergelijke collectieve regelingen vormen een belangrijke voorwaarde voor de realisatie van digitaliseringsprojecten en doen, indien verantwoord ingezet, geen afbreuk aan de belangen van individuele rechthebbenden. Zo hebben onder meer de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief met Pictoright en Lira collectieve licenties met vrijwaringen gesloten die hen in staat stellen om grote collecties te digitaliseren en te ontsluiten.
Het onder bepaalde voorwaarden wettelijk uitbreiden van het mandaat van een CBO kan het voor erfgoedinstellingen nog makkelijker maken collectieve licenties te sluiten voor digitalisering van erfgoed – met inbegrip van verweesde werken – terwijl de belangen van individuele rechthebbenden worden gewaarborgd.
In de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten zijn waarborgen opgenomen met betrekking tot transparantie, good governance en de (toetsing van de) billijkheid van de vergoeding.
Persbericht:
Handelsnaam. Gedaagde heeft drie kledingwinkels en heeft woord-beeldmerk NOOR geregistreerd. In het later opgericht FOS B.V. zijn deze drie kledingwinkels ingebracht, en zijn er nog twee winkels onder de handelsnaam Noor Amsterdam actief. Na einde relatie, vordert gedaagde met succes de overdracht van aandelen, boekhouding en sleutels van de winkelpanden. FOS vordert staken van de handelsnaam, met de inbreng van de winkels, is ook de handelsnaam overgedragen. Toestemming tot het voeren van handelsnaam die gedeeltelijk overeenstemt met het eigen merk NOOR, staat een merkinbreukactie in de weg. Gedaagde wordt bevolen de handelsnaam NOOR AMSTERDAM te staken.
Conclusie ingezonden door Caspar Janssens,
Uitspraak ingezonden door Thijs van Aerde,
Op donderdag 3 december van 8.30 tot 10.30 uur vindt er voor het eerst een “IE scriptie onderwerpen ontbijt” plaats bij
De Hoge Raad acht het nodig
In navolging van
Door: Erwin Angad-Gaur, voorzitter sectie uitvoerende kunstenaars van
Uit het