Domeinnaamrecht  

IEF 12523

Verbod om domeinnaam aan te bieden aan derden

Rechtbank Amsterdam 22 februari 2013, LJN BZ6225 (Clubmessage B.V. en GSM Information Network tegen Motricity Inc.)

Contractueel geschil over domeinnaam. Vordering tot overdracht domeinnaam afgewezen, verbod om domeinnaam aan derden aan te bieden of te leveren toegewezen.

ClubMessage (CM) verkoopt zakelijke producten en diensten op basis van een eigen SMS-netwerk. GIN biedt verschillende technische oplossingen op het gebied van mobile messaging en commerce. CM is sinds medio 2012 enig aandeelhouder van GIN. CM vordert om Motricity te bevelen de registratie van de Domeinnaam en alle andere domeinnamen die op grond van de Share Purchase Agreement zijn overgegaan. Weliswaar heeft Motricity de opdracht aan SEDO om de Domeinnaam op de veiling te koop aan te bieden ingetrokken, maar dat biedt op zichzelf geen garantie dat deze niet aan een derde zal worden verkocht.

De voorzieningenrechter verbiedt Motricity de domeinnaam aan te bieden en/of te leveren aan derden, totdat in een bodemprocedure ten aanzien van de rechten op deze domeinnaam zal zijn beslist.

4.15.  Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de gevorderde medewerking tot het wijzigen van de registratie van de domeinnaam zal worden afgewezen, evenals de daarmee samenhangende vorderingen, maar dat het gevraagde verbod om de domeinnaam aan derden aan te bieden en te leveren, totdat in een eventuele bodemprocedure over de rechten op deze domeinnaam zal zijn beslist, wel toewijsbaar is. Het ligt op de weg van CM c.s. om tijdig – uiterlijk binnen vier weken na de vonnisdatum – een dergelijke bodemprocedure aanhangig te maken. Het verbod tot het aanbieden en/of leveren aan derden blijft beperkt tot de domeinnaam , aangezien het door CM c.s. gestelde geen grond biedt voor toewijzing van een verdergaand verbod.
Bovendien lijkt de definitie in Schedule 1 een onduidelijkheid te bevatten, in die zin dat daarin melding wordt gemaakt van intellectual property rights “owned by the Company (GIN) as set out in Annex 8.1”, terwijl volgens eerdergenoemde brief (2.2) de daarin vermelde domeinnaam gin.nl als “owned by Motricity” wordt aangeduid, hetgeen door Motricity niet is tegengesproken.
In lid 3 is vervolgens bepaald dat de transactie geen gevolgen heeft voor een eventueel gebruiksrecht van GIN op enig intellectueel eigendomsrecht. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient dit zo te worden gelezen dat (ook) als gebruik wordt gemaakt van een andere domeinnaam door GIN dan de in annex 8.1 vermelde domeinnamen, een dergelijk gebruik door de overname niet zou kunnen worden beperkt. De stelling van Motricity dat artikel 8 lid 3 alleen zou zien op software en niet op andere intellectuele eigendomsrechten is, gezien de tekst daarvan en het hiervoor overwogene, onvoldoende onderbouwd.

4.13.  Daar komt bij dat CM c.s. terecht heeft gesteld dat het op grond van het bepaalde in artikel 21 van de SPA op de weg van Motricity had gelegen om het al dan niet overdragen en/of blijven gebruiken van de Domeinnaam door CM c.s. tijdens de onderhandelingen ter sprake te brengen. Aannemelijk is immers dat het niet overdragen, althans het niet meer kunnen gebruiken van de Domeinnaam tot aanpassing van de koopprijs zou hebben kunnen leiden, ervan uitgaande dat CM c.s. het gebruik van de Domeinnaam daadwerkelijk zou willen voortzetten. Voorshands bestaat onvoldoende aanleiding om in dit kort geding van het tegendeel uit te gaan.

4.14.  Voor zover Motricity de (overdracht van de) Domeinnaam bewust niet met CM c.s. heeft besproken vanwege de grote commerciële waarde die de domeinnaam – los van GIN, maar in verband met aan de drankindustrie gerelateerde bedrijven – mogelijk vertegenwoordigt, gelet op de prijzen die voor aanverwante domeinnamen zoals whiskey.com en vodka.com zijn betaald, komt dat, in het licht van het voorgaande, voor haar risico. Indien CM c.s. (ook) voornemens zou zijn om de Domeinnaam niet zelf te (blijven) gebruiken, maar aan een derde te verkopen ligt dat mogelijk anders, maar daarvoor bestaan vooralsnog geen aanwijzingen.

4.15.  Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de gevorderde medewerking tot het wijzigen van de registratie van de domeinnaam zal worden afgewezen, evenals de daarmee samenhangende vorderingen, maar dat het gevraagde verbod om de domeinnaam aan derden aan te bieden en te leveren, totdat in een eventuele bodemprocedure over de rechten op deze domeinnaam zal zijn beslist, wel toewijsbaar is. Het ligt op de weg van CM c.s. om tijdig – uiterlijk binnen vier weken na de vonnisdatum – een dergelijke bodemprocedure aanhangig te maken. Het verbod tot het aanbieden en/of leveren aan derden blijft beperkt tot de domeinnaam , aangezien het door CM c.s. gestelde geen grond biedt voor toewijzing van een verdergaand verbod.
 
IEF 12492

De naam Theorieshop is verwarrend en daarmee onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 12 maart 2013, LJN BZ5364 (Test & Drive V.O.F. tegen gedaagde h.o.d.n. Autorijschool)

Handelsnaamrecht. Domeinnamen. Verwarringsgevaar. Test & Drive houdt zich bezig met het uitgeven en ontwikkelen van lesmateriaal voor het Nederlands theorie-examen voor de brommer, motor en auto. Zij biedt haar lesmateriaal sinds 10 maart 2004 aan via de website theorieshop.nl. Gedaagde drijft een autorijschool en handelt sinds 2005 eveneens in lesmateriaal voor het theorie-examen. In maart 2012 heeft gedaagde de domeinnamen theorieshop.com en autotheorieshop.nl geregistreerd, waarna hij op de website van theorieshop.com onder de naam ‘Theorieshop’ een internetwinkel (webshop) is gestart waarmee hij voornoemd lesmateriaal te koop aanbiedt. In november 2012 heeft gedaagde de domeinnaam theorie-shop.com geregistreerd, welke eveneens als autotheorieshop.com doorlinkt naar de domeinnaam theorieshop.com en de daarop aanwezige webshop.

De vraag centraal in dit geschil is of de door gedaagde gevoerde handels- en domeinnamen, in hun geheel beschouwd, een dermate grote gelijkenis vertonen met de handels- en domeinnaam van Theorieshop.nl van eiseres dat een reëel gevaar voor verwarring te duchten valt.

Theorieshop.com en theorie-shop.com
Volgens de voorzieningenrechter zijn de handels- en domeinnamen theorieshop.com en theorie-shop.com van gedaagde (nagenoeg) identiek aan die van Test & Drive. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt door het voeren van dezelfde handels- en domeinnaam door gedaagde verwarring te duchten zijn bij het publiek, zodat in beginsel sprake is van inbreuk op art. 5 Handelsnaamwet. De vermelding van de naam Theorieshop op de website van gedaagde is bovendien verwarrend en daarmee onrechtmatig jegens Test & Drive.

Autotheorieshop.nl
De woorden 'theorie' en 'shop' hebben slechts een zwak onderscheidend vermogen zodat voor het overige een grote gelijkenis nodig is voor verwarringsgevaar. De domeinnaam autotheorieshop.nl maakt volgens de voorzieningenrechter een zodanig afwijkende indruk dat er geen verwarringsgevaar te duchten valt. De totaalindruk die  de naam Autotheorieshop wekt is desalniettemin voldoende anders dan de handelsnaam van Test & Drive. Er is geen sprake van een inbreuk.

Theorieshop.com en theorie-shop.com
4.7.  Niet in geschil is dat [gedaagde] via de domeinnaam theorieshop.com (alsmede via de domeinnaam theorie-shop.com) tot voor kort de handelsnaam ‘Theorieshop’ voerde voor haar onderneming in lesmateriaal voor het Nederlands theorie-examen voor de brommer, motor en auto. Deze handelsnaam en de handels- en domeinnamen theorieshop.com en theorie-shop.com van [gedaagde] zijn (nagenoeg) identiek aan die van Test & Drive; slechts de extensie ‘.com’ en het koppelstreepje wijken immers af van de handelsnaam van Test & Drive. Naar eigen zeggen voert [gedaagde] deze handelsnaam niet pas sinds zijn registratie van de desbetreffende domeinnamen, maar al sinds 2005, in welk jaar hij een winkelpand in Krommenie onder die naam opende. Wat daarvan ook zij, ook dan is hij de latere gebruiker van de handelsnaam ‘Theorieshop’, nu Test & Drive die handelsnaam immers al sinds 2004 voert. Bovendien gebruiken partijen deze handelsnaam thans ter aanduiding van ondernemingen die naar hun aard eveneens identiek zijn, en zijn partijen beide via hun op Nederland gerichte website actief in het hele land. Dat alles maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat met het voeren van diezelfde handels- en domeinnaam door [gedaagde] bij het publiek verwarring valt te duchten met de onder tevens onder die handelsnaam gedreven onderneming van Test & Drive, zodat in beginsel sprake is van inbreuk op artikel 5 Hnw.

4.9.  Zoals eerder overwogen is van het voeren van een handelsnaam voor een onderneming in de zin van artikel 1 jo. 5 Hnw eerst sprake, indien die naam ter aanduiding van die onderneming in het handelsverkeer wordt gebruikt. Met [gedaagde] is de voorzieningenrechter van oordeel dat het enkele gebruik van de naam ‘Theorieshop’ nog niet het voeren van die naam als handelsnaam met zich brengt. Uit de door [gedaagde] op de website van de domeinnaam theorieshop.com weergegeven tekst valt immers op te maken dat [gedaagde] de naam Theorieshop juist niet meer gebruikt als aanduiding voor haar onderneming in het handelsverkeer, zodat hij de handelsnaam Theorieshop thans niet (meer) voert. Bij die stand van zaken is (op dit moment) dan ook geen sprake van inbreuk op artikel 5 Hnw. Daar staat echter tegenover dat het risico op een nieuwe inbreuk niet denkbeeldig is. Weliswaar heeft [gedaagde] bij brief van 22 januari 2013 van zijn rechtsbijstandverzekeraar (2.6) medegedeeld het gebruik van de handelsnaam Theorieshop te zullen staken, maar slechts ‘onder protest en zonder erkenning van aansprakelijkheid’. Ook heeft [gedaagde] de door hem geregistreerde domeinnamen theorieshop.com en theorie-shop.com niet aan Test & Drive overgedragen, zodat ook daarmee het risico van een hernieuwde inbreuk dreigt. Gezien de eerdere inbreuk door [gedaagde], is de vermelding van de naam Theorieshop op de website van [gedaagde] bovendien verwarrend, en daarmee (tevens) onrechtmatig jegens Test & Drive.

Autotheorieshop.nl
4.12.  Zoals in r.o. 4.5 overwogen hebben de woorden ‘theorie’ en ‘shop’ slechts een zwak onderscheidend vermogen, zodat voor het overige een grote gelijkenis nodig is voor verwarringsgevaar. In zijn geheel bezien maakt de domeinnaam autotheorieshop.nl een zodanig afwijkende indruk dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen gevaar voor verwarring valt te duchten. De handelsnaam waaronder Test & Drive haar onderneming drijft is immers niet ‘Autotheorieshop’, maar ‘Theorieshop’. Bovendien is de domein- en handelsnaam autotheorieshop.nl als gevolg van de toevoeging van het woord ‘auto’ auditief niet langer (geheel) overeenstemmend met de handels- en domeinnaam theorieshop.nl. Weliswaar hebben beide namen een overeenkomstig deel, welk deel bestaat uit de volledige handelsnaam van Test & Drive, maar de totaalindruk die de naam Autotheorieshop wekt is desalniettemin voldoende anders (en daarnaast overigens meer beschrijvend voor de handel in lesboeken voor het theorierijvaardigheidsbewijs) dan de handelsnaam van Test & Drive. Daar komt bij dat gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] met de domeinnaam autotheorieshop.nl tevens de handelsnaam Autotheorieshop.nl heeft gevoerd voor zijn onderneming, zodat reeds om die reden van een inbreuk geen sprake is. Voor zover de vordering ziet op staken van het gebruik van en overdracht van de handels- en domeinnaam autotheorieshop.nl, zal deze vordering dan ook worden afgewezen.

IEF 12490

Gebruik van de extra "s" in handelsnaam en domeinnaam

Vzr. Rechtbank Amsterdam, 26 maart 2012, zaaknr. C/13/536609 / KG ZA 13-226 (X hodn Holland Destination Travel Service tegen Holland Destination Services B.V.)

Holland, Amsterdam surroundingUitspraak ingezonden door Jacqueline Schaap en Sebastiaan Brommersma, Klos Morel Vos & Schaap.

Handelsnaamrecht. Gebruikelijke woordengroep ´Holland Destination´ in de reisbranche. Domeinnaam overdracht.

Eiseres drijft sinds februari 1996 de onderneming Holland Destination Travel Service als dienstverlener van activiteiten en faciliteiten van verblijf voor (zakelijke) toeristen binnen de Benelux. Gedaagde doet dit sinds november 2012 onder de handelsnaam Holland Destination Service(s) en via bijna dezelfde websites als eiseres, met een extra "s" op het eind. Hoewel Y vlak voor de zitting te kennen heeft gegeven dat voor de vennootschap voortaan de naam HDSHolland zal worden gebruikt, is ter zitting gebleken dat daartoe door gedaagden nog geen concrete stappen zijn genomen.

De vennootschap heeft met de door haar gebruikte handelsnaam onvoldoende het verwarringsgevaar weten te voorkomen. Het gebruik van de extra "s" doet daar niet aan af. Gedaagden hebben aangevoerd dat, doordat in de reisbranche in handelsnamen vaker de woorden Holland Destination in die volgorde worden gebruikt, deze woordcombinatie niet onderscheidend is te noemen en door eiseres niet kan worden geclaimd. Dit standpunt wordt niet gevolgd. De handelsnaam moet in zijn geheel worden bezien en de door de vennootschap gebruikte woordcombinatie wijkt onvoldoende af van de handelsnaam van eiseres.

Vooralsnog is onvoldoende aannemelijk dat het gebruik van de (aangekondigde) handelsnaam HDSHolland in strijd is met artikel 5 Hnw. De handelsnamen Holland Destination Travel Service en HDSHolland zijn daarvoor te verschillend.

Met de domeinnamen wordt handelsnaaminbreuk gepleegd. Het aanbod de websites op zwart te zetten of (tijdelijk) niet gebruiken van de domeinnamen biedt echter onvoldoende waarborg tegen voornoemd onrechtmatig handelen. Gedaagde dient de domeinnamen om niet en zonder restricties over te dragen.

4. 7. Gedaagden hebben verder nog aangevoerd dat zij er mede doordat Holland Destination Travel Service geen gebruik maakt van een website niet van op de hoogte waren dat deze handelsnaam werd gevoerd. Zij stellen hun handelsnaam te hebben gekozen zonder dat zij wisten dat eiseres de handelsnaam Holland Destination Travel Service al gebruikte. Vooropgesteld wordt dat het voor een geslaagd beroep op handelsnaaminbreuk niet uitmaakt of degene die daarop wordt aangesproken op de hoogte was van het bestaan van de oudere handelsnaam op grond waarvan de bescherming wordt ingeroepen. Overigens merkt de voorzieningenrechter op dat gedaagden op diverse andere manieren hadden kunnen onderzoeken of de handelsnaam die zij voor de vennootschap wensten te gebruiken nog kon worden gebruikt. Zo hadden zij ook de Kamer van Koophandel of Google kunnen raadplegen.

4.8. Op grond van het voorgaande is aannemelijk geworden dat de handelsnaam Holland Destination Service(s) door de vennootschap in strijd met artikel 5 Hnw wordt gevoerd. Nu de vordering onder i) op deze - primaire - grondslag zal worden toegewezen, behoeft de subsidiaire grondslag, onrechtmatige daad, geen verdere bespreking. De vordering zal worden toegewezen. met dien verstande dat de vennootschap zal worden geboden het gebruik van de handelsnamen Holland Destination Service en Holland Destination Service(s) te staken en gestaakt te houden. Nu het enige tijd kan vergen voordat aan het gebod kan worden voldaan, zal de termijn op veertien dagen worden gesteld.

Domeinnaam
4.11 (...) Aannemelijk is derhalve dat door het gebruik van deze naam door de vennootschap in strijd met artikel 5 Hnw inbreuk wordt gemaakt op de handelsnaam Holland Destination Travel Service. De omstandigheid dat eiseres zelf nog niet tot het registeren van een domeinnaam is overgegaan doet aan het voorgaande niet af.

4.12 (...) Gedaagde heeft ter zitting zich nog bereid getoond de domeinnamen op zwart te zetten. Het enkele (tijdelijk) niet gebruiken van de domeinnamen biedt echter onvoldoende waarborg tegen voornoemd onrechtmatig handelen.

Op andere blogs:
DomJur 2013-953 (Holland Destination Travel Service - Holland Destination Services B.V.)

IEF 12435

Toplevel domein “.nl” buiten beschouwing

WIPO 20 februari 2013, zaaknr. DNL2012-0073 (Lululemon Athletica Canada, Inc. tegen A. Bronkhorst)

Uitspraak ingezonden door Anne Voerman, DLA Piper.

Domeinnaam. Woordmerk. Legitiem belang. Registratie te kwader trouw. Wijziging van de domeinnaamhouder. Eiser is een onderneming die zich toelegt op de vervaardiging van sportkleding. Verweerder is de heer Bronkhorst, houder van de Domeinnaam <lululemon.nl>. Eiser baseert zich in deze procedure succesvol op de identieke Gemeenschap- en Internationale registraties van het woordmerk LULULEMON.

A. Identiek of Verwarringwekkend Overeenstemmend.
Naar het oordeel van de Geschillenbeslechter heeft Eiser voldoende aangetoond dat Eiser rechthebbende is op een naar Nederlands recht beschermd merk. Volgens vaste rechtspraak onder de Regeling mag het toplevel domein “.nl” bij de beoordeling ten aanzien van verwarringwekkende overeenstemming buiten beschouwing worden gelaten. (...)

B. Recht of Legitiem Belang
Overeenkomstig de stellingen van Eiser heeft de Geschillenbeslechter geconstateerd dat Verweerder, ten tijde van het indienen van de Eis, op de aan de Domeinnaam gekoppelde website geen waren of diensten aanbood.(...) De Geschillenbeslechter concludeert dat niet is gebleken van enig recht of legitiem belang aan de zijde van Verweerder. Daarmee is aan het vereiste van artikel 2.1 sub b van de Regeling voldaan.

C. Geregistreerd of Gebruikt te Kwader Trouw
Uit de door Eiser overgelegde correspondentie (...) blijkt naar het oordeel van de Geschillenbeslechter dat (i) de Domeinnaam tot op heden niet is gebruikt voor het aanbieden van goederen of diensten en (ii) dat Verweerder heeft aangegeven de Domeinnaam – onder verwijzing naar een website met daarop informatie over domeinnamen die voor zeer hoge bedragen zijn verkocht – te willen verkopen. Daarbij komt dat, in tegenstelling tot wat Verweerder stelt, het Gemeenschapsmerk LULULEMON eerder is geregistreerd dan de Domeinnaam. Dat Eiser ten tijde van registratie van de Domeinnaam niet actief was in Nederland of de EU en dat het merendeel van de mensen in Nederland en de EU Eiser niet kent, is irrelevant. Verweerder heeft de Domeinnaam willen verkopen aan. Eiser voor een zeer hoog bedrag terwijl deze over een ouder merkrecht beschikt. Dit leidt in de omstandigheden van deze zaak tot kwade trouw aan de kant van Verweerder.

Op basis van het bovenstaande en in overeenstemming met de artikelen 1 en 14 van de Regeling beveelt de Geschillenbeslechter de wijziging van de domeinnaamhouder van de Domeinnaam zodat Eiser in plaats van Verweerder domeinnaamhouder wordt.

Op andere blogs:
DomJur 2013-944

IEF 12405

WIPO-selectie februari 2013

Domeinnaamrecht. We beperken ons tot een doorlopende selectie van WIPO-geschillenbeslechtingsprocedures die wellicht interessant zijn. Hier een overzicht van de in de laatste weken gepubliceerde procedures. De vorige editie: WIPO-selectie januari 2013 of via dossier domeinnaamrecht (linkerkolom). Ditmaal over:

A) Beëindiging omdat er al een gerechtelijke procedure aanhangig is.
B) Domeinnaam lijkt, maar linkt naar site van eiser, overdracht afgewezen, te lang gedoogd.
C) Inbreuk op IE-rechten buiten WIPO-procedure
D) Geschillenbeslechter oordeelt direct over registratie en gebruikt te kwader trouw
E) Uitleg over visies op geoorloofdheid klaagsites
F) Legitiem belang: te goeder trouw aanbieden van producten of diensten
G) Rechten op 'fine-tubes' niet met beeldmerk aangetoond
H) Sport 2000 niet als merk, maar wel door gebruik rechten verkregen, alsnog afwijzing
I) Eiser haalt ten onrechte Oki Data Principles aan
J) Plausibele verklaring van verweerder om deze 'dictonairy words' te gebruiken

De selectie is (deels) samengevat door Sara Biersteker, Van Till advocaten.

D2012-2408
tadano.com > Terminated by Panel

A) WIPO-procedure wordt op basis van artikel 18 van de regeling beëindigd omdat er al een gerechtelijke procedure aanhangig is. Japans bedrijf dat handelt in kranen, hoogwerkers en andere bouwbenodigdheden is merkhouder van het merk Tadano. De domeinnaam is in 1998 door verweerder geregistreerd. Verweerder was een gerechtelijke procedure gestart waarin hij vraagt om een verklaring voor recht dat hij geen inbreuk maakt op (en heeft gemaakt) op rechten van eiser. Ondanks dat de geschillenbeslechter sceptisch is over de haalbaarheid van de gerechtelijke procedure toch beëindiging WIPO-zaak.

“In the present case, the Panel is skeptical about the merits of the court proceedings. The grounds in the statement of claim seem rather lightweight. However, that conclusion is not one which the Panel can make definitively. If the Panel proceeded and found for the Complainant, the Respondent could still continue with the court case. For these reasons the Panel finds that publication of this Termination Order as a Decision is warranted. SeeDeTeMedien Deutsche Telekom Medien GmbH v. Registrant [2828625] Laura Mouck /Moniker Privacy Services, WIPO Case Number D2010-0955 (“We simply record this so that any future panel considering a dispute between the same parties may wish to take these facts into consideration.”)”

D2012-2151
kariyer.com > Complaint denied

B) Eiser is grote speler in Turkse recruitment branche. Sinds 1999 actief onder de naam ‘Kariyer’ (Turks voor carrière) en sinds 2007 verschillende merken met daarin ‘Kariyer’ geregistreerd. Verweerder heeft domeinnaam verkregen in 2008. Domeinnaam wordt doorgestuurd naar website van verweerder. Op het eerste gezicht lijkt zaak duidelijk en in het voordeel van eiser. Echter wordt toch in het nadeel van eiser beslist. (Te) lang gewacht met actie ondernemen, nooit contact opgenomen met de voorgangers van verweerder over inbreuk etc.

“The Panel recognizes the apparent strength of the Complainant’s case and is aware that strongly descriptive words are capable of forming satisfactory distinctive trade marks. “Manpower”, for example, is a well-known brand in the employment field in Europe. However, the Panel is conscious that it is not competent to assess the strength of the Respondent’s argument that under Turkish law the Respondent is entitled to benefit from the prior use of the Domain Name by its predecessors; nor is it competent to assess the significance under Turkish law of the apparent fact that unlike the trade mark registrations for the device marks, the specification of the plain word mark omits employment services. The Respondent’s arguments in this regard appear plausible. The Panel reiterates that it has not helped that many of the parties’ supporting documents are in Turkish and have not been translated into English, the language of these proceedings. The Panel has in mind, in particular, the specifications for the Complainant’s trade mark registrations, which are worded entirely in Turkish.

Another aspect of the case, which has concerned the Panel, is that if the Complainant’s case under Turkish trade mark law is as strong as the Complainant asserts and if the damaging diversion of business has been as serious as one might expect with two such similar domain names operating in the same area of business and based in the same city (Istanbul), why has it taken the Complainant so long to raise complaint? The Complainant states that it was only recently that it became aware of the possibility that there was the scope for a complaint under the UDRP. That explanation surprises the Panel, given the Complainant’s long experience of online trading, but in any event it does not explain why the Complainant does not even appear to have gone so far as to have written a letter of complaint to any of the Respondent’s predecessors, even though the Complainant asserts that all of them were during their periods of ownership (and like the Respondent) making abusive, infringing and damaging use of the Domain Name.

Finally, notwithstanding this extensive period of allegedly unlawful, damaging use of the Domain Name, not only has the Complainant produced no evidence of having taken the matter up with any of the various registrants of the Domain Name prior to the filing of this Complaint, the Complainant has produced no evidence of confusion. The absence of any evidence of confusion, while surprising to the Panel, is not of itself fatal to the Complainant’s case, but in combination with the other factors leads the Panel to conclude that the Respondent’s arguments may be well-founded. The Panel simply does not know.”

D2012-2256
standrewsigc.com
standrewsinternationalgolfclub.com > Complaint denied

C) Eiser is vennootschap die onderdeel is van een trust die de merken van een zeer bekende en historische golfbaan beschermd. Verschillende merken met daarin ‘St Andrews’ zijn geregistreerd. Domeinnaam in 2010 geregistreerd. Verweerder ontwikkelt een golfbaan ergens in St Andrews. Er is sprake van een verwarringwekkende overeenstemming. Echter, eiser slaagt er niet in te bewijzen dat verweerder geen eigen recht of legtitiem belang bij de domeinnamen heeft.

In de uitspraak wordt nog benadrukt op dat de vraag of het gebruik van de naam in de domeinnaam inbreuk is op intellectuele rechten buiten de geschillenprocedure moet worden beslist.

“Whether the Respondent’s use is trade mark infringement is a matter to be determined elsewhere. As to “association”, again the Panel needs to tread carefully. The Complainant complains about use of certain references to it and its golf courses and history on the Respondent’s website and in its brochure. The Respondent maintains that the statements and images referred to by the Complainant’s are statements of fact which qualify as fair use of the relevant material. Again, the Panel makes no finding in relation to these matters in terms of passing off or trade mark infringement. It must, however, consider whether the Domain Names are used in connection with a bona fideoffering for purposes of the Policy on the available record before it.

The apparent services offered or to be offered by the Respondent is or will be golf and ancillary services. There is no evidence before the Panel to suggest that the proposed services themselves (as opposed to the way they may be marketed, about which no finding is made) will be anything other than bona fide or genuine. Will golfers believe they are playing golf on one of the courses at St Andrews Links as opposed to St Andrews International, particularly when the Respondent’s marketing material (home page of its website) refers, for instance, to the fact that “St Andrews International Golf Club lies to the south of St Andrews, and is only one and a half miles from the heart of the 'Home of Golf'.”? Perhaps not. Will golfers feel misled because they are purchasing services from an entity describing itself as St Andrews International Golf Club, but it is not in St Andrews itself, but a few kilometers outside, such that it could be said that the goods and services are not a bona fide offering for purposes of the present Policy proceedings? Again, probably not. The Respondent’s development has been described, variously, as being “near” St Andrews or “on the outskirts of St Andrews” or (in a recent planning document) “by St Andrews”.”

D2013-0003
artek.com > Complaint denied

D) Eiser is Fins bedrijf dat is opgericht in 1935. Eiser is merkhouder van verschillende Artek nationale en international Artek merken. Canadese merk geregistreerd in 1997. Verweerder is een softwareontwikkelaar uit Canada die de domeinnaam heeft gekocht in 2010. De domeinnaam was geregistreerd in 1998.

‘Artek’ was vroeger een bekend zomerkamp in de Oekraïne voor padvinders uit de Sovjet-Unie waar verweerder zelf vroeger bij hoorde. Nu is het een kamp voor kansarme en hoogbegaafde kinderen. De zoon van verweerder is daar in 2007 heen geweest. Verweerder wilde domeinnaam gebruiken om foto’s en video’s van zijn bezoek daarop te publiceren.

Er sprake van overeenstemming tussen domeinnaam en merk, de vraag of er sprake is van eigen recht of legitiem belang wordt niet behandeld. Geschillenbeslechter oordeelt direct over registratie en gebruikt te kwader trouw: de eiser slaagt er niet in te bewijzen dat er sprake is van kwader trouw.

“With regard to the circumstances surrounding the registration of the disputed domain name, the Respondent has demonstrated by reference to the “Wayback Machine” that his original use of the disputed domain name was to publish videos hosted by YouTube which relate to Camp Artek. The Respondent has also provided some limited evidence (the price list and camp photograph) that he may have a personal connection to Camp Artek. The Panel would have preferred to see some further evidence from the Respondent regarding the preparations which the Respondent says that he has made since the hacking incident to develop his website on a local computer however on balance is satisfied that the Respondent’s answer to the case of passive holding is sufficient without the provision of this additional material. That said, the Respondent would do well to remember that the Complainant is likely to be watching closely when the website associated with the disputed domain name is finally published. Should it turn out not to be an educational project relating to Camp Artek but rather something targeting the Complainant’s rights in its ARTEK trademark, this may be considered sufficient to entitle the Complainant to a refiling of the Complaint (on the subject of which, see paragraph 4.4 of the WIPO Overview 2.0).”

D2012-2496
solutoscam.com
solutovirus.com > Complaint denied

E) Eiser maakt en distribueert software onder het merk ‘Soluto’. Merk is geregistreerd in 2012. Domeinnamen zijn in hetzelfde jaar geregistreerd. De ene domeinnaam is (nog) niet actief. Andere domeinnaam linkt naar een klaagsite waarop verweerder zich negatief uitlaat over de software van de eiser die zijn computer heeft laten crashen.

Verwarringwekkende overeenstemming, eigen recht/legitiem belang niet behandeld nu duidelijk is dat er geen sprake is van registratie of gebruik te kwader trouw. Eiser voert punten aan die niet in deze procedure aan de orde kunnen komen. Uitleg over visies op geoorloofdheid klaagsites. In dit geval te weinig bewijs om kwader trouw aan te nemen.

“In reaching the above conclusions, the Panel notes that the information available in the present record is sorely lacking. Many aspects of the case are unclear, including why the Respondent elected not to reply in the present action. Had the Complainant provided substantiating evidence to support its claims, it is possible that additional facts may have come to light. As it stands, however, the Panel finds that there are insufficient grounds to conclude that the Respondent registered or used the disputed domain names in bad faith, and accordingly, the Complaint must fail.”

D2012-2455
eyemagine.com
eyemagine.info > Complaint denied

F) Eiser merkhouder van ‘Eyemagine’ (beeld)merken sinds 2009. De .com domeinnaam is geregistreerd in 1996 en de .info domeinnaam is geregistreerd in 2010. De .com-domeinnaam werd gebruikt voor bedrijfswebsite van verweerder, .info wordt/werd gebruikt voor sociale netwerkwebsite (in aanbouw).

Verweerder heeft een legitiem belang bij domeinnamen: deze werden gebruikt voor te goeder trouw aanbieden van producten/diensten. Ook geen registratie en gebruik van de domeinnamen te kwader trouw. Eiser heeft onvoldoende bewijzen overgelegd.

“Accordingly, the Panel holds the following: Complainant is unable to establish the first factor (as Respondents did not have actual notice of Complainant or Complainant’s claims at the time of registration), second factor (for the same reason), or third factor (for the same reason). To the extent Complainant attempts to establish bad faith registration and use through the fourth factor, the Panel again finds the offered evidence unpersuasive. In particular, the Panel notes that (1) Respondents’ “social network” webpage is easily distinguishable from Complainant’s web development services and thus customer confusion is unlikely, (2) Complainant’s claims that Respondents are now competitors to web and mobile application development companies is at best a logical stretch, and (3) Complainant’s objections to Respondents’ use of an “icon of a human eye” adjacent to the mark seem, at face value, disingenuous, as both Complainant’s design mark and the distinct logo prominently featured on Complainant’s current website are easily differentiable from Respondents’ use of the “icon of a human eye.”

Accordingly, the Panel finds that Complainant failed to meet the burden of proof of bad faith registration and use under Policy paragraph 4(a)(iii). SeeStarwood Hotels & Resorts Worldwide, Inc. v. Samjo CellTech.Ltd, NAF Claim No. 0406512 (finding that the complainant failed to establish that the respondent registered and used the disputed domain name in bad faith because mere assertions of bad faith are insufficient for a complainant to establish Policy paragraph 4(a)(iii)); see also Graman USA Inc. v. Shenzhen Graman Industrial Co., NAF Claim No. 0133676 (finding that general allegations of bad faith without supporting facts or specific examples do not supply a sufficient basis upon which the panel may conclude that the respondent acted in bad faith).”

D2012-2211
fine-tubes.com > Complaint denied

G) Eiser slaagt er niet in aan te tonen dat hij rechten heeft op ‘fine-tubes’. Het is enkel als beeldmerk geregistreerd en beschrijvend voor de producten die hij en verweerder leveren. Eiser slaagt er niet in om eerste element aan te tonen: verwarringwekkende overeenstemming met merk.

“The Panel determines that Complainant has failed to establish that it has rights in a trademark to which the disputed domain name is identical or confusingly similar.

Complainant having failed at this first stage, the Panel will not consider the issues of rights or legitimate interests or bad faith registration and use.

This administrative panel decision turns on the question whether the combination term “Fine Tubes” may be exclusively appropriated as a trademark by Complainant for use in relation to those products. Relevant trademark office authorities in the jurisdictions where Complainant and Respondent are headquartered have decided that the term may not be registered as a trademark. Complainant recently withdrew its application to register that term following examination by authorities in the United Kingdom, where it is based. Complainant may eventually decide to reengage with UK or OHIM trademark authorities and relevant courts on this matter. It is not inconceivable that Complainant will succeed. But, this Panel defers to the present state of affairs before the relevant trademark office authorities, noting that there is no compelling reason to reject their judgment in this particular matter.”

D2012-2449
sport2000.com > Complaint denied

H) Eiser is houder van merken die de twee generieke woorden “Sport 2000” bevatten en is sinds 1988 actief in de retail in 25 landen (met meer dan 3.500 winkels). Verweerder is sinds 1998 eigenaar van de domeinnaam. Onder de domeinnaam staat parkeersite met veel links naar onder andere sportmerken en concurrenten van eiser.

Ondanks dat ‘sport 2000’ niet als merk is geregistreerd, heeft eiser toch rechten op de term ‘sport 2000’ gekregen aangezien door eiser veel zijn gebruikt in zijn bedrijf (bijvoorbeeld in domeinnamen); de domeinnaam stemt dus verwarringwekkend overeen met merk van eiser.

Echter, verweerder heeft eigen recht of legitiem belang bij de domeinnaam. Registratie van domeinnamen die een generieke term bevatten en handel daarin kan eigen recht of legitiem belang opleveren. Op de website worden advertenties getoond die te maken hebben met generieke termen ‘sport’ en ‘2000’. Het verzoek wordt afgewezen.

‘In the present case, the Respondent contends that its use of the disputed domain name constitutes a legitimate business practice under the Policy because the disputed domain name is comprised of wholly generic words, namely “Sport” and “2000”, and the website put advertising links related to its dictionary meaning. The Panel finds that the Complainant has provided insufficient evidence to rebut the Respondent’s not implausible assertion that the Respondent could not have known the Complainant or its trade mark, and further finds that the Respondent’s use of the disputed domain name in a manner plausibly connected to its descriptive meaning could give rise to a right or legitimate interest in the disputed domain name on the available record in this case. This is particularly true because of the length of time for which the disputed domain name has been registered. For these reasons the Panel finds that it has failed to discharge its prima facie burden of establishing that the Respondent has no rights or legitimate interests in the disputed domain name.

The Complainant also seeks to identify a pattern of domain name registration by the Respondent involving domain names that are similar to well-known trade marks as a way of establishing the lack of rights of legitimate interests. The difficulty with this argument is that such a pattern, while it may lend weight to a finding of bad faith, is not strictly relevant to the issue of whether the Respondent has rights in this particular disputed domain name.’

DNL2012-0046
buffaloshop.nl > Complaint denied

I) Eiser is merkhouder van het merk BUFFALO voor schoenen. Merkregistraties zijn gedaan vanaf 1989. De domeinnaam is geregistreerd in 2007. Destijds is het gebruikt voor een webshop waarin computerspullen van het merk ‘Buffalo NAS’ werden verkocht, nu verwijst de domeinnaam naar een onderdeel van de webshop waar die spullen nog worden verkocht.

De domeinnaam is identiek aan / overeenstemmend met merknaam van eiser. Echter eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat verweerder geen eigen recht of legitiem belang heeft bij de domeinnaam. Argumenten daartoe slagen niet. Hierbij maakt het niet uit dat de domeinnaam niet actief was op het moment dat eiser vroeg om overdracht. Verweerder voldoende duidelijk gemaakt dat zij te goeder trouw producten onder de domeinnaam wilde aanbieden/aanbiedt.

Eiser haalt ten onrechte Oki Data Principles aan om aan te tonen dat verweerder geen eigen recht/legitiem belang bij de domeinnaam heeft. Deze criteria spelen pas een rol wanneer de merkhouder van de computerspullen (Buffalo NAS) een WIPO-procedure tegen verweerder aanhangig maakt.

“It should be noted at this point that, whether or not the Respondent’s use of the Domain Name would comply with the Oki Data requirements, it is highly questionable this would be a relevant factor for the present dispute.2 The Respondent’s compliance with the Oki Data requirements could be a relevant issue if the underlying Complaint would have been filed by Melco Holdings, Inc., who owns the BUFFALO trade mark for the BUFFALO NAS equipment, but it is not relevant in relation to a different BUFFALO trade mark like the one owned by the Complainant (cf. article 6:163 of the Dutch Civil Code which sets forth that there is no obligation to repair the damage on the ground of a tortious act if the violated standard of behaviour does not intend to offer protection against damage as suffered by the injured person (Schutznorm doctrine).”

D2012-2193
anydoc.com > Complaint denied

J) Eiser en verweerder uit de Verenigde Staten. Eiser is sinds 2003 houder van het merk ANYDOC. De domeinnaam geregistreerd in 2001. Sinds die tijd heeft de site verschillende invullingen gehad. Van 2002 – 2006 voor een Brits bedrijf, een parkeersite en nu niks. Verweerder is sinds 2006 domeinnaamhouder.

Er is een identieke verwarringwekkende overeenstemming, verweerder heeft geen eigen recht of legitiem belang bij de de domeinnaam, verweerder was niet op de hoogte van het merk van eiser ten tijde van registratie en derhalve is er geen sprake van te kwader trouw. Er is meer nodig dan een (niet bekend) merk om kwader trouw aan te nemen. De verweerder heeft een plausibele verklaring voor de keuze van deze woordenboek-woorden vanwege het potentiële gebruik om juist deze woorden als domeinnaam te registreren.

“The Respondent denies being aware of the Complainant or its brand in 2006, and the Response includes the mandatory signed certification of completeness and accuracy. The Respondent’s denial is plausible. The Complainant’s mark is based on two common words, which have generic as well as trademark signification. The Complaint refers to the “fame” of the mark, but the evidence in the record relates to industry recognition and website awards rather than to advertising in mass media, stories in popular print and broadcasting outlets, or sales in retail chain stores. The Complainant’s branded products are specialized kinds of business software, not consumer items. There is no evidence that the Respondent was ever involved in the purchase or sales of such business software, and the stated business plan for the Domain Name concerned a consumer information website about medical professionals, an entirely unrelated business. (The Respondent’s registration of other domain names appropriate for similar consumer information websites also supports the Respondent’s account, even though those websites were not developed.) There was no reported contact between the parties until more than three years after the Domain Name was registered. Thus, the Panel finds that there was no particular reason that the Respondent should have been aware of the Complainant’s brand in 2006.

The Complainant cites UDRP decisions finding bad faith on the basis of “constructive notice” of a registered mark (particularly if both parties are located in the United States, where the constructive notice principle has been applied in trademark law), constructive knowledge (the domain name registrant “knew or should have known” about the mark), or “willful blindness”. As explained in WIPO Overview 2.0, paragraph 3.4, most panels have declined to find bad faith solely on the basis of constructive notice or similar grounds, and this Panel similarly concludes that the Policy requires more to establish bad faith than the existence of a registered trademark. Moreover, this proceeding does not involve a factual pattern similar to those that typically ground a finding of bad faith on the theories of constructive notice, constructive knowledge, or willful blindness, such as a record of cybersquatting, irresponsible bulk registrations, famous brand names, highly distinctive marks, or other indications that a denial of awareness of the mark is improbable or inexcusable. Id., paragraph 3.4. The few examples cited by the Complainant of questionable domain name registrations by the Respondent are inconclusive, and there is no indication in the record that a court or UDRP panel has determined that the Respondent is a cybersquatter or engaged in automated bulk registrations. The mark at issue is not demonstrably “famous,” the Domain Name at issue consists of dictionary words, and the Respondent plausibly selected it for a relevant potential use. In the Panel’s view, the facts of this case do not warrant an inference of bad faith on the basis of constructive notice, constructive knowledge, or willful blindness."
IEF 12369

Keverweekend &#039;Beautiful Budel&#039; is geen handelsnaam

Rechtbank Zeeland- West-Brabant, locatie Breda, 22 februari 2013, LJN BZ2038 (Kever-Club tegen Stichting Beautiful Budel)
Domeinnaam. Handelsnaam. Geen auteursrechten op website. Portretrecht komt niet toe aan vereniging.

Sinds 1984 organiseert KCN een internationaal Keverweekend voor bezitters en liefhebbers van luchtgekoelde motorvoertuigen van het merk Volkswagen, sinds 2003 onder de naam ‘Beautiful Budel’. Gedaagde en de mensen achter de stichting maakten deel uit van het team dat dit evenement in het verleden voor KCN organiseerde. Op de door de Stichting gebouwde website beautifulbudel.nl maakt de stichting thans reclame voor een Keverweekend dat in september 2013 in Budel moet gaan plaatsvinden. Volgens KCN handelt de stichting onrechtmatig jegens haar omdat het gebruik van de aanduiding Beautiful Budel op de website en in de domeinnaam inbreuk maakt op de handelsnaamrechten, auteursrechten en portretrechten van KCN en dat de stichting onrechtmatig aanhaakt bij de bekendheid van KCN en haar internationaal Keverweekend.

De naam 'Beautiful Budel' wordt meestal in combinatie met ‘internationaal keverweekend’ gebruikt en maar in een enkel geval apart zonder vergezeld te gaan van andere bewoordingen. Dat laatste gebruik is te gering om te kunnen oordelen dat KCN onder de naam ‘Beautiful Budel’ als handelsnaam naar buiten treedt. Het beroep van KCN op een handelsnaamrecht faalt.

Zonder nadere onderbouwing kan de website www.beautifulbudel.nl niet als een auteursrechtelijk beschermd werk worden aangemerkt. De Kever Club Nederland heeft geen portretrecht van haar bestuursleden en medewerkers. Portretrecht is een persoonlijkheidsrecht van elke individuele medewerker of bestuurslid van KCN, waar de vereniging geen beroep op kan doen.

Op de website waar in voorgaande jaren het internationaal Keverweekend van KCN werd aangekondigd, wordt nu promotie gemaakt voor het Keverweekend van de stichting. Dat kan verwarrend zijn voor de belangstellenden voor het internationaal Keverweekend van KCN. Niet aannemelijk is dan dat dit aanhaken bij het voormalige evenement van KCN in Budel voor KCN schade oplevert vanwege verwarring of onvoldoende bekendheid van haar evenement. De voorzieningenrechter zal daarom geen voorlopige voorziening treffen.

2.6. De voorzieningenrechter staat echter, indien sprake is van het voeren van een onderneming in de zin van artikel 1 Hnw, vervolgens voor de vraag of KCN op voor derden kenbare wijze naar buiten is getreden met de aanduiding ‘Beautiful Budel’ als handelsnaam van haar ‘onderneming’, zijnde het internationaal Keverweekend. (...) Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit voormelde toegangskaarten e.a. niet, althans onvoldoende, dat KCN onder de naam ‘Beautiful Budel’ als handelsnaam voor de activiteit internationaal Keverweekend naar buiten treedt. De naam wordt meestal in combinatie met ‘internationaal keverweekend’ gebruikt en maar in een enkel geval apart zonder vergezeld te gaan van andere bewoordingen. Dat laatste gebruik is te gering om te kunnen oordelen dat KCN (ook) onder de naam ‘Beautiful Budel’ als handelsnaam naar buiten treedt. Het beroep van KCN op een handelsnaamrecht faalt.

2.8.De website achter deze domeinnaam beautifulbudel.nl is gebouwd door [gedaagde sub 2]. KCN claimt het auteursrecht op deze website. Alleen op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van artikel 10 Auteurswet (Aw) kan auteursrecht rusten. Een (handels)naam is geen werk van letterkunde, wetenschap of kunst. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het niet uitgesloten dat de vormgeving van een webpagina als een werk in de van artikel 10 Aw aangemerkt kan worden, terwijl broncodes ook een werk in de zin van de Aw kunnen opleveren, maar zonder een nadere onderbouwing welke elementen maken dat van een werk in de zin van de Aw sprake is kan de voorzieningenrechter de getoonde pagina’s van de website www.beautifulbudel.nl niet als een auteursrechtelijk beschermd werk aanmerken. Verder is niet gebleken dat het ontwerp van de webpagina’s door [gedaagde sub 2] tot stand is gebracht in opdracht of onder toezicht van KCN.

2.9. [gedaagde sub 2] stelt zijn website thans ter beschikking van de stichting ten behoeve van de promotie van het keverweekend dat de stichting in de maand september in Budel wil laten plaatsvinden onder de naam ‘The VW Aircooled Festival’. Op de website kunnen foto’s van het internationaal Keverweekend Budel 2011 van KCN worden bekeken. Op enkele van die foto’s staat een medewerker of bestuurslid van KCN afgebeeld. Portretrecht is een persoonlijkheidsrecht van elke individuele medewerker of bestuurslid van KCN, waar de vereniging geen beroep op kan doen. Er is gesteld noch gebleken dat KCN door elke van die medewerkers gemachtigd is om namens elke van die medewerkers in rechte op te treden tegen [gedaagde sub 2] en de stichting.

Op andere blogs:
DomJur
Novagraaf

IEF 12340

WIPO-procedure leent zich niet voor beslechting van contractuele geschillen

WIPO 23 januari 2013, nr. D2012-2309 (Merk-Echt B.V. tegen Tilma Consultants)

Beeldmerk. Woordmerk MERK-ECHT. Domeinnaam "merkecht.com". Registratie te kwader trouw. Contractuele geschillen

Eiser is merkhouder van een Benelux beeld- en woordmerk "MERK-ECHT'. Respondent is één van de drie founding shareholders van de Merk-Echt B.V. en heeft zijn aandeel in het bedrijf in 2009 verkocht aan Merk-Echt B.V.. Het merk werd in beginsel geregistreerd door Respondent, zowel het beeldmerk als het woordmerk zijn overgedragen aan eiser in 2009.

De domeinnaam "merkecht.com" is op 20 november 1999 geregistreerd door Respondent. De betreffende domeinnaam heeft grote gelijkenissen met het merk 'MERK-ECHT'. Vaststaat dat er verwarringsgevaar bestaat ten opzichte van het  merk van eiser. De shareholders en eiser waren op de hoogte van de registratie van de domeinnaam door gedaagde, aangezien zij bekend waren met de periodieke betalingen voor de domeinnaam. Respondent heeft de domeinnaam gebruikt om gebruikers door te linken naar zijn website, van registratie te kwader trouw is geen sprake.

De WIPO-procedure leent zich niet voor het beoordelen van contractuele geschillen, daarvoor staat de gang naar de gewone rechter open. De vordering tot overdracht wordt afgewezen.

A. Identical or Confusingly Similar
Paragraph 4(a)(i) of the Policy requires that the Complainant demonstrates that the disputed domain name is identical or confusingly similar to a trademark or service mark in which the Complainant has rights. In the present case, the Complainant has sufficiently demonstrated that it has rights in the trademarks mentioned in paragraph 4 above. It is well established that top level domain extensions such as “.com” may typically not be considered in the assessment under paragraph 4(a)(i) of the Policy (e.g. Telstra Corporation Limited v. Nuclear Marshmallows, WIPO Case No. D2000-0003). When comparing the disputed domain name with the Complainant’s word mark MERK-ECHT, the only difference is that the disputed domain name fails the hyphen. This does not, however, change the overall impression of the disputed domain name which remains very similar to said word mark MERK-ECHT. Accordingly, the Panel finds that the disputed domain name is confusingly similar to a trademark in which the Complainant has rights.

B. Registered and Used in Bad Faith
(...) However this may be, even if (future) use of the disputed domain name would be in bad faith, the Panel reminds the Complainant that it should also be established that the disputed domain name was registered in bad faith. The Complaint and Response are at odds as to whether the Respondent was authorized to register the disputed domain name in its own name in 1999, which is when the Complainant was established. The Complainant, or its other shareholders, must have known that the disputed domain name was registered by the Respondent as they alleged to have paid the annual renewal fees for the disputed domain name and the Complainant has actually been using the disputed domain name to link Internet users to its website. The Panel considers this to be an indication that the Complainant (at least implicitly) agreed to the registration of the disputed domain name by the Respondent, even though the beneficiary owner is the Complainant. The registration of the disputed domain name was therefore not made in bad faith.

Additionally, the Panel observes that this domain name dispute is part of a greater dispute between the parties, apparently based on contract(s) and alleged non-compliance. The parties have ample opportunity in ordinary court proceedings to argue their case. The Policy offers, however, limited administrative proceedings for domain names that potentially conflict with trademarks and which purpose is to prevent the misuse of the domain name system by so-called cybersquatters. These administrative proceedings are not intended to solve contractual disputes, and the Panel is lacking both the power and the legal means to deal with questions concerning an underlying contractual relationship and the legality of a right of retention (see LPA LES PRODUITS ASSOCIES SA vs. ICCWorldWide Limited, WIPO Case No. D2000-0900).
IEF 12335

WIPO-selectie januari 2013

Domeinnaamrecht. We beperken ons tot een doorlopende selectie van WIPO-geschillenbeslechtingsprocedures die wellicht interessant zijn. Hier een overzicht van de in de laatste weken gepubliceerde procedures. De vorige editie: WIPO-selectie december 2012 of via dossier domeinnaamrecht (linkerkolom).Ditmaal over:

A. Het hebben van een bedrijf in ‘game trucks’ is een legitiem belang.
B. Een domeinnaam die ter beschikking is gesteld aan een verbonden bedrijf is een legitiem belang.
C. Verhandelen van beschrijvende domeinnamen kan een legitiem belang zijn.
D. Domeinnaam die uit twee merken bestaat, waartegen slechts één optreedt, wordt gecancelled.
E. Geen overtuiging dat domeinnaamhouder recht of legitiem belang heeft (gehad); toch afgewezen.
F. Panel ziet dat de kleur geel gangbaar is rondom Schiphol Airport.
G. Afgewezen: Amerikaanse domeinnaamhouder kon niet weten van de Braziliaanse merkhouder.
H. Duitse advocaat die later dan domeinnaamregistratie eigen naam als merk registreert.
I. Mycadillac geregistreerd met het oog op persoonlijke naam Cadillac, merkhouder heeft ook te lang gewacht.
J. Voormalig distributeur die na beëindiging overeenkomst website onderhoudt, geen kwader trouw.
K. Generieke domeinnaam waarvan inhoud wisselt gebaseerd op locatie van bezoeker; afgewezen.
L. Processuele addendum: Een laat ingezonden ‘not perfect legal draft’.
M. Afwijzingen wegens te weinig bewijs/te weinig gesteld.

De selectie is (deels) samengevat door Sara Biersteker, Van Till advocaten.

WIPO 12 januari 2013, D2012-1964
gametruck.com > Complaint denied

A) Eiser heeft het merk ‘game truck’ geregistreerd in 2008. De domeinnaamregistratie is gedaan in 2005. Verweerder heeft domeinnaam in 2012 gekocht. Domeinnaam wordt doorgestuurd naar “gamesgo2u” bedrijfswebsite van verweerder. Beschrijvende domeinnaam. Game truck is gangbare term in de business waarin partijen zitten. Verweerder heeft eigen recht/legitiem belang bij de domeinnaam: hij heeft een bedrijf in ‘game trucks’.

 

“Finally, Respondent has submitted evidence of widespread third party use of the phrase “game truck,” which supports Respondent’s claim that the term is a generic description of the industry and services provided by those who operate in it, and that Respondent is using the Domain Name for its generic value. The Panel also observes that the Domain Name was first registered in May 2005, even though it was subsequently purchased by Respondent from a prior owner on May 3, 2012. As it could not have been an identifier of goods or services in 2005 because there was no one who then made what we now know as game trucks, the expression in 2005 must have had a generic or similar meaning, or been just two dictionary words joined together. This further strengthens Respondent’s argument that the expression is a generic one as it always was (or at least as far back as 2005).”

WIPO 24 januari 2013, D2012-2149
interbrandsgroup.com > Complaint denied

B) Eiser is sinds de jaren 80 merkhouder van het merk Interbrand. Verweerder is een Mexicaanse onderneming ‘Grupo Garze’ die de domeinnaam ter beschikking heeft gesteld aan ‘Interbrands Group’ uit Texas. De twee bedrijven zijn op enigerlei wijze met elkaar verbonden. Hierdoor is er sprake van een eigen recht/legitiem belang, ondanks dat de diensten van Interbrand en Interbrands Group op sommige punten met elkaar overeenstemmen.

“Complainant argued that there are many striking similarities between its business as a brand consultancy, particularly in the retail, food and beverage industry, and that of Respondent. Complainant annexed, for example, copies of pages that it alleged came from Respondent’s website which not only sometimes abbreviate the full name of the US company to “Interbrand” but also contain references to “Creating and managing brand value”, “Marketing Intelligence” “Brand Development”, and “Market Penetration Strategy”. All of this, Complainant alleges, are clear evidence in support of its case that Respondent lacks any rights or legitimate interest in the disputed domain name.

Respondent vehemently denies this allegation, claiming that the sole business of its sister company Interbrands Group, LLC is the distribution within the US of products from Mexican companies. Respondent therefore alleges that it has completely legitimate rights and interest in the disputed domain name and relies upon paragraph 4(c)(i) of the Policy (see below).

It is true that, as noted above, Respondent’s website does contain some references which could be read as being in competition with the services offered by Complainant, but equally these could relate to Respondents’ distributorship services in advising its customers how best to penetrate the US market. Furthermore, Respondent offered to revise the website, an offer to which Complainant did not respond.”

WIPO 12 januari 2013, D2012-2331
riposa.com > Complaint denied
C) Riposa betekent ‘rust’ in het Italiaans. De Zwitserse merkhouder treedt op tegen een Italiaanse domeinnaamhouder. In Italië is de benaming beschrijvend. Verhandelen van beschrijvende domeinnamen kan een legitiem belang zijn. Het Zwitserse merk is vooral slechts nationaal (in Zwitserland) bekend. Domeinnaamhouder heeft eigen recht/legitiem belang.

“It is for the Complainant to establish, at least prima facie, that the Respondent has no rights or legitimate interests in the disputed domain name (Croatia Airlines d.d. v. Modern Empire Internet Ltd., WIPO Case No. D2003-0455, Belupo d.d. v. WACHEM d.o.o., WIPO Case No. D2004-0110). This task is rendered more crucial in cases, such as the present one, in which the Complainant’s trade mark consists of a common generic word in Italian, such as “riposa”, particularly a trade mark of only at best national reputation. The registration and trade in domain names containing generic words can constitute a legitimate use of them, and the Complainant has provided insufficient evidence to rebut the Respondent’s assertion that such use gives rise to a right or legitimate interest in the disputed domain name in this case. This is particularly true because of the length of time for which the disputed domain name has been registered. For these reasons it has failed to discharge even its prima facie burden of establishing that the Respondent has no rights or legitimate interests in the disputed domain name.”

WIPO 8 januari 2013, D2012-2182
sarenza-lando.com
sarenzalando.com > Cancellation
D) Domeinnaam bestaat uit twee merknamen, te weten ‘Sarenza’ en ‘Zalando’. De merkhouder Zalando treedt op tegen domeinnaamhouder. Domeinnaamhouder is een zogenoemde ‘domain name grabber’. Panel is van mening dat domeinnaamhouder geen eigen recht of legitiem belang bij de domeinnamen heeft en dat de domeinnamen te kwader trouw zijn geregistreerd. In de eis heeft de merkhouder allereerst verzocht om cancelling van de domeinnaam. Daarna heeft de merkhouder toch verzocht om overdracht. Nu echter ook het merk van een derde (‘Sarenza’) in de domeinnamen is verwerkt gaat het panel toch over tot het cancelen van de domeinnaam.

“The Complainant requested that the Disputed Domain Names be cancelled. However, with email dated November 12, 2012 the Complainant filed an amendment requesting that the Disputed Domain Names be transferred to the Complainant.

The amended requested remedy is that the Disputed Domain Names be transferred to the Complainant. Since the Disputed Domain Names also incorporate the registered trademark SARENZA which is owned by a third party, the Panel holds that it is preferable to cancel the Disputed Domain Names.

For the foregoing reasons, in accordance with paragraphs 4(i) of the Policy and 15 of the Rules, the Panel orders that the Disputed Domain Names, and , be cancelled.”

WIPO 12 januari 2013, D2012-2275
selecthealth.com > Complaint denied
E) Domeinnaam geregistreerd in 1997. Merkhouder gebruikt Selecthealth merk sinds 2006. Het woordmerk is pas in 2011 geregistreerd. Domeinnaamhouder zegt eerder een website onder de domeinnaam te hebben gehad waardoor hij een eigen recht/legitiem belang bij de domeinnaam zou hebben. Na aanhangig maken van procedure is er door de domeinnaamhouder een andere website op gezet. Het panel vraagt zich af of deze website wel van de domeinnaamhouder is. Daarvoor PPC (pay-per-click) diensten onder de domeinnaam en website die materiaal van de website van eiser kopieerde. Panel krijgt geen overtuiging dat domeinnaamhouder eigen recht/of legitiem belang bij de domeinnaam heeft of heeft gehad. Desalniettemin wordt de eis toch afgewezen: er is geen bewijs dat de domeinnaam te kwader trouw geregistreerd. Dit ondanks dat de domeinnaam wel te kwader trouw is gebruikt door de domeinnaamhouder.

“The current website, which was put up after notice of the dispute, has information about a medical Oasis e-Form for mediaire, but it is not clear whether Respondent has simply copied content from other Internet sources as a façade, or developed legitimate content itself.

One further factor that complicates the analysis, as discussed below, is that Respondent’s registration of the Domain Name predates Complainant’s rights in its SELECTHEALTH group of trademarks. Respondent registered the Domain Name in 1997 before any targeting of Complainant could have occurred. Nonetheless, there is a lack of evidence that Respondent has used the Domain Name in a manner that gave rise to any rights or legitimate interests in the Domain Name.

The Panel decides, however, that in this case Complainant’s claim must nevertheless be denied. In the particular circumstances of this case, Complainant has failed to demonstrate that the Domain Name was registered in bad faith. Respondent registered the Domain Name in October 1997, more than 8 years prior to Complainant’s earliest use of the SELECTHEALTH mark. There is no evidence before the Panel that Respondent, at that time, was infringing on any third party’s intellectual property rights. Respondent makes the point that when Complainant registered the identical string in a different top-level domain in 2005, , Complainant was likely aware that Respondent had already registered the Domain Name in the “.com” top-level domain. Respondent used the Domain Name, a combination of the generic terms “select” and “health”, for a period of more than 8 years before Complainant acquired rights in its SELECTHEALTH mark. When a company like Complainant chooses a brand comprised of two common terns, such as “select” and “health”, it runs the risk that third parties may have registered identical or similar domain names previously. Such is the case here. Finally, the Panel does not agree with Complainant’s contention that mere renewals of an existing domain name registration trigger bad faith registration arising as of the time of renewal.”

WIPO 17 december 2012, DNL2012-0033
supershuttle.nl > Complaint denied
F) Domeinnaam is identiek aan merk, echter: eigen recht/legitiem belang en geen gebruik te kwader trouw. Domeinnaam is beschrijvend voor de dienst. Gele kleuren op de website maken niet dat er sprake is van kwader trouw, dit is gangbaar rondom Schiphol.

“In addition, contrary to what Complainant has alleged, the mere fact that Respondent uses blue and yellow colored elements on its website, does not constitute bad faith. The Panel considers that these colors are often used in general, among others by Schiphol Airport.”

WIPO 19 december 2012, D2012-2139
guarani.com > Complaint denied
G) Brazilliaans merk ‘Guarani’. Amerikaanse domeinnaamhouder. Geen kwader trouw nu er niets op wijst dat de domeinnaamhouder op de hoogte was of kon zijn van de merken van de eiser in Brazillië.

The Panel cannot find any evidence of bad faith registration, as - considering the geographical separation between the Complainant and the Respondent - there is nothing in the present record indicating that the Respondent in the US should have been aware of the Complainant’s trademarks in Brazil and other Latin American countries already at the date of the registration of the disputed domain name , or be required to do a worldwide search for all trademarks that incorporate what appears to be a very common word. None of the PPC links at the disputed domain name goes to any competitor of the Complainant; indeed there is no allegation of such conduct. In short there is no provided evidence of targeting and no evidence of record from which the Panel might infer it.

WIPO 21 december 2012, D2012-2039
lambsdorff.com > Complaint denied
H) Duitse advocaat, Konstantin Graf von Lambsdorff, komt op tegen de domeinnaam lambsdorff.com die is geregistreerd in 2004. In 2012 heeft de advocaat de naam ‘Lambsdorff’ als merk geregistreerd. Eis wordt afgewezen aangezien er geen sprake is van kwader trouw aan de zijde van de domeinnaamhouder. Lambsdorff werd pas in 2012 actief onder de naam Lambsdorff en heeft merk ook pas toen geregistreerd.

“Even in the absence of a Response, the Complainant has not made out its case. Although there is some evidence of bad faith use and a pattern of bad faith conduct, there is no evidence of bad faith registration. The domain name was registered in June 2004, and while the Complainant practiced law for many years, the Complainant only began its own business under the trade name LAMBSDORFF in September 2012. Similarly, the Complainant did not register its mark until September 2012, eight years after the domain name registration. While the Lambsdorff surname is alleged to be “high profile,” the likelihood of confusion with a noble lineage in the abstract is insufficient basis to render the Registrant’s registration in bad faith with respect to the Complainant. The lack of evidence presented to show the creation of the alleged common law rights prior to registration of the domain name is a significant weakness in Complainant’s claim.”

 

 

WIPO 19 december 2012, D2012-2196
mycadillac.com > Complaint denied
I) Domeinnaam geregistreerd in 2000. Merkhouder Cadillac heeft merk vanaf 1902. Op de website wordt een PPC (pay per click) dienst aangeboden. De links hebben niet (direct) betrekking op merkhouder. Domeinnaamhouder heeft de domeinnaam geregistreerd met het oog op de geografische en persoonlijke naam (Cadillac als achternaam). Er is niets in het dossier wat het tegendeel bewijst. Merkhouder heeft ook lang gewacht met actie. Geen sprake van kwader trouw.

“The Panel finds more challenging the bad faith factors described in paragraphs 4(a)(i) and 4(a)(iv). Given the long and far-reaching use of the CADILLAC Trademark, the Panel is not so naïve as to think that Respondent was unaware of the trademark when he registered the Disputed Domain Name or that the Disputed Domain Name, standing alone, could be considered by many to be anything other than associated with Complainant. However, there is nothing in the record to contradict Respondent’s assertions that he registered and is using the Disputed Domain Name solely because of its connection with the personal and geographic name “Cadillac” and not because of Complainant’s use of the word as a trademark.”

WIPO 20 december 2012, D2012-2206
artisanandartist.com > Complaint denied
J) Merkhouder heeft Artisan & Artist merk sinds 1999. Domeinnaam geregistreerd in 2004. Domeinnaamhouder sinds 2005 distributeur van producten (o.a. cameratassen) van merkhouder. Distributieovereenkomst in 2008 beëindigd. Nu website met informatie over Artisan & Artist. Eis wordt afgewezen aangezien niet kan worden aangetoond dat de domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd.

“For a Complaint to succeed under the Policy, the view of this Panel (in common with many others) is that a complainant must establish to the satisfaction of the Panel that the domain name in issue was registered in bad faith and is being used in bad faith. In the view of the Panel bad faith use on its own will not suffice. The Panel reviewed this issue in some detail in the case of Camon S.p.A. v. Intelli-Pet, LLC, WIPO Case No. D2009-1716, <walkydogusa.com>, a case in which the respondent had been an authorized distributor at the date of registration of the domain name in issue, but had continued to use that domain name after termination of the distributorship and for the purpose of selling products competing with those of the complainant.

In this case the Complainant was in possession of relevant trade mark rights in the United States of America at a time prior to the Respondent’s claimed first use of the name “Artisan & Artist” (see section 4 above), but, as indicated, the Complainant has not complained that at time of registration of the Domain Name the Respondent was acting in bad faith. One would have expected there to have been some correspondence between the parties over the Respondent’s registration and use of the Domain Name at that time, but none has been produced. Moreover, in August 2005, some 17 months after registration of the Domain Name, the Respondent was appointed United States distributor of the Complainant’s products. The distributorship agreement makes no mention of the Domain Name.”

WIPO 6 december 2012, D2012-1700
in-case.com > Complaint denied
K) Merkhouder heeft sinds 1997 ‘in case’ ingeschreven als merk. De domeinnaamhouder heeft in 2007 de (generieke) domeinnaam www.in-case.com geregistreerd. Onder de domeinnaam heeft de domeinnaamhouder een PPC (pay-per-click) website. De links verwijzen naar pagina’s die te maken hebben met ‘case’, ‘cases’, ‘just in case’ etc. inhoud is echter afhankelijk van de locatie van waar de domeinnaam wordt benaderd. Eén keer verwijzing naar merkhouder op de website gestaan. Domeinnaamhouder heeft meerdere domeinnamen met ‘in’ geregistreerd (zoals in-action, in-corporate, in-flight, in-low etc.). Eigen recht of legitiem belang aanwezig.

“The Disputed Domain Name consists of a generic phrase (“in case”). The sponsored links displayed on the Website also largely relate to this phrase. The Panel accepts the Respondent’s submission that the links displayed on the Website are generated by the descriptive nature of the term “in case”, including its variations such as “cases”, and “just in case”. While the Website displayed a link to the Complainant’s website at the time that the screen shot provided by the Complainant was captured, the Panel does not consider this to be evidence that the Complainant was specifically targeted by the Respondent. Rather, the links displayed on the Website relate to various companies in the business of selling and/or manufacturing cases. In addition, the Panel finds that when the Website is viewed outside of the United States, for example in Hong Kong, a significant proportion of the links relate to businesses operated locally. This indicates that the Website content is not fixed or predetermined and is adapted to the geographical location of the Website viewer, as recognised by the panel in Phones4U Limited and Mobileserv Limited v. Marchex Sales Inc., WIPO Case No. D2011-1656. As such, in the absence of any apparent evidence that the Respondent is targeting the Complainant in any way through use of the Disputed Domain Name and in the absence of any apparent evidence that the Disputed Domain Name is being used in any sense beyond a descriptive sense, the Panel is prepared to find that the Respondent’s use of the Disputed Domain Name and the Website constitutes legitimate use under the Policy.

The Panel considers its finding supported by other relevant factors, such as the Respondent’s record of registering domain names containing generic words or phrases prior to these proceedings, many of which incorporate “in” (including <in-action.com>, <in-corporate.com>, <in-flight.com>, <in-flow.com>, <in-germany.com>, <in-ireland.com>, <inquebec.com> and <in2finance.com>) rather than deliberately targeting third party brands or trade marks (see Avnet, Inc. v. Aviation Network, Inc., WIPO Case No. D2000-0046). Another relevant factor taken into account by the Panel is the lack of evidence of the Complainant’s status and fame outside of the United States, particularly in Seychelles where the Respondent is located, to indicate that the use of the Disputed Domain Name by the Respondent could not on balance have been said to be merely descriptive.”

Processuele addendum:
WIPO 8 januari 2013, D2012-1976
wikijobs.com > Transfer
not submitted a "perfect legal draft"

L. The Respondent's reply is written in language which is at times difficult to understand, however, the burden of the reply is as follows: "Please find attached documents and below comments. Concern person from legal team is on travel and they are available to prepare perfect legal draft. But as per commitment here am giving more details in Statement documents and proof of documents. Please go through and do needful."

Het te laat door de verweerder ingediende verweer maakt het eerdere oordeel van het panel niet anders.

The Respondent's reply is written in language which is at times difficult to understand, however, the burden of the reply is as follows:
(i) The Complainant's explanation of its failure to refer to the correspondence of January 3 and February 9 of 2012 is untrustworthy.
(ii) The website at the disputed domain name received substantial traffic in the period January 12 to February 12, 2012.
(iii) The Complainant's statements regarding captures of the website at the disputed domain name are false. The Respondent produces a printout purporting to show that the URL is blocked by robot exclusion.
(iv) He is the CEO of Wisdom IT Services and holds the disputed domain name on its behalf and that the previous owners of the disputed domain name have likewise held the disputed domain name on that company's behalf.
(v) Documents which he submits show that the disputed domain name is very valuable.
(vi) The Complainant is relatively small and unsubstantial whilst his company is large and very active.

M. Afwijzingen wegens te weinig bewijs/te weinig gesteld:

WIPO 11 januari 2013, D2012-1957
taringadescargas.com
taringamusica.com
taringamusicagratis.com
taringapeliculas.com
xtaringa.com > Complaint denied

Onvoldoende gesteld om aannemelijk te maken dat er sprake is van geen eigen/recht of legitiem belang aan de zijde van de domeinnaamhouder. Geen bewijs om aan te tonen dat er sprake is van kwader trouw.

WIPO 7 januari 2013, concurring opinion D2012-2075
intelligentsia.com > Complaint denied

Domeinnaamhouder is sinds 2002 houder van de domeinnaam. Eiser is sinds 2002 merkhouder van het merk ‘Intelligentsia’. Merkhouder heeft zijn standpunten te weinig onderbouwd. Derhalve afwijzing.

WIPO 21 december 2012, D2012-2086
thepaydaypig.com > Complaint denied
Eiser bewijst onvoldoende dat hij een merkrecht heeft op ‘Payday Pig’. Er is in ieder geval geen merkinschrijving. Te weinig gesteld en overgelegd om een gebruik als merk aan te nemen en de daarbij behorende bescherming toe te kennen. Er wordt derhalve niet aan het eerste vereiste voldaan.

“The Panel also notes that the Response clearly raised the adequacy of the Complainant’s claim to an unregistered mark. Yet, the Complainant did not take full advantage of the opportunity to provide more convincing evidence of an unregistered mark.

Had the Complainant satisfied the first criterion, the Panel could see an arguable case under the other two criteria of paragraph 4(a) of the Policy. However, no decision on those criteria is required, since the Complaint fails at the first hurdle.”

IEF 12313

Kritiek op het UWV mag, bedreigen of beledigen niet

Vzr. Rechtbank Zutphen 21 november 2012, LJN BY3603 (UWV tegen gedaagde)

Als randvermelding. Onrechtmatige publicaties. Heimelijke opnamen en vermelden namen van UWV-medewerkers op website. Bedreigingen via social media.

Klant van het UWV mag medewerk(st)ers van het UWV niet bedreigen en beledigen. Gedaagde, klant van het UWV, heeft kritiek op het UWV. Gedaagde verstuurt e-mails aan het UWV. Daarin komen beledigingen en bedreigingen voor. Het is gedaagde toegestaan kritiek te hebben op het werk van het UWV. Zolang als gedaagde in haar contacten met medewerk(st) ers van het UWV zakelijk en correct blijft, is er geen probleem. Door medewerk(st)ers van het UWV te beledigen en te bedreigen overschrijdt gedaagde de grenzen van betamelijkheid. Gedaagde heeft haar ervaringen gepubliceerd op een website, inclusief -heimelijke- geluidsopnamen van een telefoongesprek, namen van medewerkers en documenten waarin namen zijn vermeld.

Beslissend is hoe de inhoud van de e-mail overkomt bij de persoon tot wie deze is gericht en dat is zonder meer bedreigend. De voorzieningenrechter verbiedt gedaagde -op straffe van een dwangsom- in haar communicatie gericht aan het UWV beledigingen of bedreigingen op te nemen en gebiedt gedaagde om een tweet met beledigende inhoud te verwijderen.

2.8.  [gedaagde] publiceert op de website [website 1] (waarnaar haar domeinnaam w[website 2] doorlinkt) over haar ervaringen met het UWV. Op het openbare gedeelte van de website is een -heimelijke- geluidsopname gepubliceerd van een telefoongesprek dat [gedaagde] met een medewerker van het UWV, [naam 3], heeft gevoerd. Op de website worden individuele medewerkers van het UWV met naam genoemd en worden documenten gepubliceerd waarin hun namen staan vermeld.

2.9.  [gedaagde] twittert regelmatig op haar account “[account]” over het UWV en sinds kort ook over individuele werknemers van het UWV, bijvoorbeeld “Net [naam 4] van UWV aan de lijn. Zelden zo’n gebrek aan ruggegraad meegemaakt. Hij krijgt een aparte pagina op mijn nieuwe website”.

4.3.  Bij de beoordeling van de vorderingen van het UWV wordt vooropgesteld dat het [gedaagde] is toegestaan kritiek te hebben op het werk van het UWV en daarover te publiceren. Dit valt onder de vrijheid van meningsuiting. Zolang als [gedaagde] in haar contacten met medewerk(st) ers van het UWV zakelijk en correct blijft, is er geen probleem. Anders wordt het evenwel indien medewerk(st)ers van het UWV door [gedaagde] worden beledigd en bedreigd, zoals uit door UWV overgelegde en geciteerde e-mails, waarvan de inhoud niet is betwist, blijkt. [gedaagde] heeft ter zitting erkend dat het haar bedoeling is om de betreffende medewerkers te beledigen. Met betrekking tot de hiervoor onder 2.6 vermelde e-mail ontbreekt iedere feitelijke onderbouwing voor de juistheid van de daarin geuite suggestie als zou de betreffende medewerker zich aan seksueel misbruik van zijn kinderen schuldig maken. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat evengemelde e-mail niet bedreigend is bedoeld. [gedaagde] heeft ter zitting aan de voorzieningenrechter gevraagd: “Ziet u mij dit doen?”, maar dit alles doet niet ter zake. Beslissend is hoe de inhoud van de e-mail overkomt bij de persoon tot wie deze is gericht en dat is zonder meer bedreigend.

Op andere blogs:
DomJur 2013-925

IEF 12235

Porschespecialist geeft de indruk van een bijzondere band

Gerechtshof Den Haag 15 januari 2013, LJN BY8261 (Dr. Ing. H.C.F. Porsche AG tegen Porsche Specialist Van Den Berg Apeldoorn B.V.)

Uitspraak ingezonden door Josine van den Berg en Jacqueline Schaap, Klos Morel Vos & Schaap.

Handelsnaamrecht. Merkenrecht. Domeinnaamrecht. Eerlijk gebruik. Rechtsverwerking. Arrest na IEF 10012 waarin het gebruik van de tekens door Van den Berg (Porschespecialist Van den Berg) is geoorloofd en dat zij hierdoor geen ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.

Voor de beoordeling dat er sprake is van eerlijk gebruik van de handelsnaam in nijverheid en handel wordt de toets van Anheuser-Busch (IE-Klassieker handelsnaamrecht) aangehaald: de mate waarin het gebruik van de handelsnaam van de derde door (een aanzienlijk deel van) het betrokken publiek zou worden begrepen als aanwijzing voor het bestaan van een verband tussen de derde en de houder van het merk. Er is een reële kans dat (een aanzienlijk deel van) het betrokken publiek in het gebruik van de handelsnaam Porschespecialist aanwijzing ziet voor het bestaan van een verband tussen de waren en diensten van de onderneming en Porsche. Het hof is van oordeel dat het gebruik van het woord 'specialist' die indruk niet wegneemt. Het kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank dat Van den Berg zich afficheert als 'specialist' en derhalve juist niet de indruk kan wekken als ware zij een officiële dealer.

Naar het oordeel van het hof kan er niet van worden uitgegaan dat het relevante publiek het teken 'porschespecialist' in een handelsnaam of in een als merk gebruikt teken aldus begrijpt dat de desbetreffende onderneming dus géén officiële dealer van Porsche is. Voor oneerlijk gebruik is reeds voldoende dat bij het publiek de indruk kan ontstaan dat er een bijzonder band tussen Van den Berg en Porsche bestaat; dat hoeft niet een officieel dealerschap te zijn (BMW / Deenik, IE-Klassieker merkenrecht).

De disclaimer op de website, waarin staat dat Van den Berg op generlei wijze is verbonden aan Porsche AG en dat het woord louter verwijst naar het type auto, baat niet. Een beroep op eerlijk gebruik van de tekens als bedoeld in artikel 2.23 lid 1 BVIE en 12 GMV slaagt niet. Dat Van den Berg toestemming heeft gekregen van de Porsche (Service) Dealerorganisatie, betekent niet dat Porsche aan Van den Berg toestemming heeft verleend om het merk te gebruiken. Een beroep op rechtsverwerking vanwege enkel tijdsverloop of louter stilzitten levert geen toereikende grond op voor het aannemen van dit beroep. Naar het oordeel van het hof is Van den Berg niet opgenomen in de Porsche-organisatie, er is slechts sprake van een jarenlange, wellicht innige, vaste-klant-relatie met Pon.

Door gebruik te maken van de gestroomlijnde vormgeving en profile wordt nog geen inbreuk gemaakt op auteursrechten van Porsche (geen EOK/PS).

Het Hof vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis en verbiedt Van den Berg de aanduiding Porschespecialist te gebruiken als merk-, handels- of domeinnaam. Het is in beginsel wel toegestaan om in (andere) reclame-uitingen te vermelden dat zij is gespecialiseerd in Porsche.

13. Naar het oordeel van het hof is het gebruik door Van den Berg van de tekens (i) tot en met (iv), beoordeeld aan de hand van bovenstaande maatstaven, geen eerlijk gebruik als hier bedoeld.
Gebruik van het woord 'Porsche' of het woord 'porschespecialist' door Van den Berg in haar handelsnaam of in een teken dat zij gebruikt 'als merk' (ter onderscheiding van waren en diensten) kan naar het oordeel van het hof bij het relevante publiek (in dit geval: Porsche-bezitters als het gaat om reparatie/onderhoud van hun Porsche-automobiel en om de aanschaf van reserve-onderdelen, en (potentiële) kopers van gebruikte automobielen) de indruk wekken dat er een bijzondere band bestaat tussen die onderneming en Porsche. Er is een reële kans dat (een aanzienlijk deel van) het betrokken publiek in dergelijk gebruik een aanwijzing ziet voor het bestaan van een verband tussen de waren of diensten van die onderneming en Porsche.
Het hof is van oordeel dat het gebruik van het woord 'specialist' die indruk niet wegneemt. Het kan zich dus niet verenigen met het oordeel van de rechtbank dat Van den Berg zich aldus afficheert als 'specialist' en derhalve juist de indruk kan wekken als ware zij officiële dealer. Naar het oordeel van het hof kan er niet van worden uitgegaan dat (een aanzienlijk deel van) het releva14. Ten aanzien van de website met de domeinnaam 'www.porschespecialist.nl' overweegt het hof in dit verband nog als volgt. Op de website is steeds linksboven het logo afgebeeld en rechtsboven de handelsnaam 'Porschespecialist [naam geïntimeerde] Apeldoorn B.V.' met contactgegevens. Mede in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen wekt de inhoud van de website daarmee, anders dan de rechtbank oordeelde, de indruk dat er een bijzondere band bestaat tussen [geïntimeerde] en Porsche.
[geïntimeerde] heeft aangevoerd dat zij op haar website een disclaimer heeft opgenomen die haar disculpeert: onderaan de webpagina wordt meegedeeld dat Porschespecialist [naam geïntimeerde] op generlei wijze is verbonden aan Porsche AG automobielen of [naam importeur] Porsche, en dat het woord Porsche louter verwijst naar het type auto. Deze disclaimer baat [geïntimeerde] echter niet. Daargelaten dat zij alleen ziet op de website en niet op gebruik van de gewraakte tekens elders, is, zoals Porsche heeft uiteengezet in de memorie van grieven onder 91, de disclaimer dermate onderaan de webpagina's geplaatst dat zij door de gemiddelde websitebezoeker niet zal worden waargenomen.

19. Wat betreft het primaire betoog (toestemming) merkt het hof in de eerste plaats op dat [geïntimeerde] ten pleidooie in hoger beroep heeft erkend dat zij nimmer officiële Porsche-dealer is geweest. Ten aanzien van de vraag of [geïntimeerde] de hiervoor bedoelde toestemming had, overweegt het hof dat de stelplicht en bewijslast ter zake bij [geïntimeerde] ligt. Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerde] haar stelling op dit punt onvoldoende onderbouwd. Uit de correspondentie, (algemene) brieven, facturen, softwarelicentie, e.d. in genoemde producties blijkt niet dat Porsche (of [naam importeur]) aan [geïntimeerde] toestemming heeft verleend om het merk Porsche te gebruiken in de gewraakte tekens.

23. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de door [geïntimeerde] in dit verband overgelegde producties slechts dat [geïntimeerde] een jarenlange, wellicht innige vaste-klant-relatie heeft (gehad) met [naam importeur], maar niet dat zij verregaand was opgenomen in de Porsche organisatie. [geïntimeerde] is altijd buiten deze organisatie gebleven. Reeds daarom kan [geïntimeerde] niet worden gevolgd in haar stelling dat zij, omdat zij verregaand was opgenomen in de Porsche organisatie, er op mocht vertrouwen dat Porsche haar aanspraken niet (meer) geldend zal maken zodat Porsche thans haar rechten heeft verwerkt. De vraag of gedragingen van [naam importeur] in dit verband kunnen/moeten worden toegerekend aan Porsche, kan dus in het midden blijven.

24. [geïntimeerde] heeft, onder overlegging van voorbeelden, ook nog gesteld dat zij bij [naam importeur] bestellingen plaatste onder de naam 'Porschespecialist [naam geïntimeerde]' (zodat [naam importeur] op de hoogte was van het gebruik van deze naam, terwijl zij niet daartegen protesteerde) en dat [naam importeur] en Porsche ook brieven hebben gericht aan 'Porschespecialist [naam geïntimeerde]'. Volgens Porsche zegt dat niets omdat de verkoopafdeling van [naam importeur] de persoon die de onderdelen bestelt op naam van 'Porschespecialist [naam geïntimeerde]' in het kader van de afwikkeling van die transactie ook op die manier terugschrijft. Wat daar ook van zij, naar het oordeel van het hof bieden deze (en de andere overgelegde) stukken onvoldoende grond voor het oordeel dat [geïntimeerde] het gerechtvaardigd vertrouwen mocht koesteren dat zij impliciete toestemming had om de aanduiding 'porschespecialist' te voeren of dat Porsche haar aanspraken niet (meer) geldend zou maken. nte publiek het teken 'porschespecialist' in een handelsnaam of in een als merk gebruikt teken aldus begrijpt dat de desbetreffende onderneming dus géén officiële dealer van Porsche is. Bovendien is voor oneerlijk gebruik reeds voldoende dat, kort gezegd, bij het publiek de indruk kan ontstaan dat er een bijzondere band tussen Van den Berg en Porsche bestaat; dat hoeft niet een officieel dealerschap te zijn. Die indruk kan, zoals hiervoor is overwogen, in dit geval naar het oordeel van het hof worden gewekt. Van den Berg had zich hier bewust van moeten zijn. Bij dit alles komt dat het merk 'Porsche' in de Benelux bekendheid geniet, waaruit Van den Berg voordeel zou kunnen halen om haar waren en/of diensten in de handel te brengen.

Overige leessuggesties rechtsoverweging 27 e.v.

Lees het arrest hier zaaknr. 200.098.670/01, LJN BY8261.

Op andere blogs:
DirkzwagerIEIT ('Porschespecialist' met succes verboden door Porsche)
DomJur 2012-928 (Porsche AG – Porsche Specialist B.V.)
Marques (Court of Appeal The Hague drives Porsche to victory in trade mark infringement case against ‘Porschespecialist’)
SOLV (Wereld van verschil tussen "Porschespecialist" en "Gespecialiseerd in Porsche")
Rechtennieuws.nl ('Porschespecialist' met succes verboden door Porsche)