Domeinnaamrecht  

IEF 11982

WIPO-selectie oktober 2012

Domeinnaamrecht. We beperken ons tot een doorlopende selectie van WIPO-geschillenbeslechtingsprocedures die wellicht interessant zijn. Hier een overzicht van de in de laatste weken gepubliceerde procedures. Ditmaal over: een gebruikelijke zoekterm voor adult content, geen financieel gewin van WALMART-kritieksite, beperkte scope van de UDRP-procedure bij meer geavanceerde bekend-merk-claim, geen kwader trouw bij registratie van woorden of zinnen die mogelijk kunnen worden gebruikt als merk, reverse domain name hijacking-actie, beschrijvende combinatie van woorden in een domeinnaam, niet meer bestaande onderneming heeft geen belang, Heimelijk .nl-domeinnaam in onderhandelingsfase registreren en zinloos tussenpersoon 'privacy protect service' beschuldigen van vaker domeinnamen vasthouden. De vorige editie: WIPO-selectie september 2012 of via dossier domeinnaamrecht (linkerkolom).

De selectie is (deels) samengevat door Sara Biersteker, Van Till advocaten.

WIPO 11 oktober 2012, D2012-1548
six.com > Complaint denied

Onder C: eigen recht / legitiem belang. Gebruik van domeinnaam vóór 2011 met PPC en na 2011 met adultcontent is, “hoe betreurenswaardig ook”, niet op zichzelf onrechtmatig. De verweerder heeft de insteek van zijn website veranderd nu hij erachter kwam dat “six” een gebruikelijke zoekterm is voor “sex”, daarte is voldoende bewijs overlegd.

Eiser heeft anoniem en ongevraagd een verzoek gedaan om de domeinnaam te verkopen, zonder zich te beroepen op (een) intellectueel recht. Hiervan kan niet gezegd worden dat de verweerder met het te noemen bedrag heeft willen profiteren van de goodwill van eiser.

The post 2011 use of the Disputed Domain Name in connection with adult content, as deplorable as it may be, also can not in and of itself be said to be illegitimate. The Panel takes account of the fact that there is extensive third party use of the term “six”, both as trade marks and as domain names, and that it cannot by any stretch of the imagination be considered famous or exclusively associated with the Complainant. The Panel also takes account of the reasons offered by the Respondent for the change in content of the website attached to the Disputed Domain Name to adult content. The Panel accepts that the Respondent’s decision was to increase the traffic to its website following investigations that it had undertaken concerning the traffic sources that arrived at the Disputed Domain Name, which shows that “six” is considered a common search term for sex. The Panel finds that the Respondent’s post 2011 use also does not show that the Respondent lacks legitimate interests in the Disputed Domain Name.”

 

In this UDRP proceeding, there is no evidence that the amount that the Respondent sought as a consequence of the offer made by the Complainant to purchase the Disputed Domain Name involved taking advantage of whatever goodwill attached to the Complainant’s mark. The Panel accepts that the Disputed Domain Name, which is a .com domain name and consists of a generic three letter word, may hold considerable inherent value as, in fact, shown by the Respondent in a valuation that it had conducted. After all, the Complainant’s offer was unsolicited and anonymous and made no reference to any trade mark rights.

WIPO 19 september 2012, D2012-1541
walmartat50.com; walmartat50.net; walmartat50.org > Complaint denied

Domeinnamen leiden naar website die de Amerikaanse supermarktketen Walmart bekritiseert. Er is geen sprake van een eigen recht of legitiem belang, omdat er niet duidelijk genoeg afstand wordt genomen van de supermarktketen. Hetzelfde lettertype wordt gebruikt en geen disclaimer. Echter toch geen kwader trouw. De Complainant is geen concurrent en er wordt geen financieel voordeel met de website behaald, geen advertenties noch een mogelijkheid om te doneren.

“Although above the Panel declined to find that Respondent has affirmative rights or legitimate interests in the Disputed Domain Names, the Panel nonetheless finds that Complainant has failed to establish that Respondent has used the Disputed Domain Names in bad faith in the circumstances of this use. While the fact that Respondent’s use may be neither legitimate nor fair because of the degree of impermissible confusion created is probative of bad faith, it is not dispositive in this case. The Panel finds it particularly significant that Respondent is not in competition with Complainant, and is not using the Disputed Domain Names to its own commercial advantage; there is neither advertising nor requests for financial support on Respondent’s website. Respondent has targeted its websites principally at providing a forum to share criticism of Complainant, and appears to have genuinely used them as such.”

WIPO 28 september 2012, D2012-1574
ginocerruti.com > Complaint denied

Bekend Frans kledingmerk Cerruti (meer dan 1500 merkregistraties), geregistreerd op 1999, tegen kledingbedrijf Gino Cerruti uit het Verenigd Koninkrijk om de domeinnaam ginocerruti.com te verkregen. De merkregistratie van “Gino Cerruti” in 2011 is gestrand door de oppositie van Cerruti. Echter ten tijde van de registratie van de domeinnaam had verweerder een bedrijf geregistreerd onder de naam Gino Cerruti, de domeinnaam wordt daarom niet overgedragen. De zaak lijkt meer geschikt voor de rechter, nu het bekende merk kan worden aangetoond, maar hiervoor is geen plaats in de UDRP-procedure:

“The UDRP was designed to address only a very narrow class of domain name disputes – cases of abusive domain name registration, or cybersquatting. The Final Report of the WIPO Internet Domain Name Process of April 30, 1999 indicates that the mandatory alternative dispute resolution procedure proscribed by the UDRP must be limited in scope “to cases of bad faith, abusive registration of domain names that violate trademark rights”. Subsequent years of case law have echoed this sentiment, reserving to the courts the complex questions of inter alia trademark infringement, breach of contract and fraud. See, for example, Jimmy Alison v. Finland Property Services (Pty) Ltd., WIPO Case No. D2008-1141 and Edward Van Halen v. Deborah Morgan, WIPO Case No. D2000-1313: “The Policy is, thus, not designed to combat trademark infringement on the Internet or even questionable cases of cybersquatting, but rather, abusive, bad faith cybersquatting.”

In this case, the Respondent has demonstrated to the satisfaction of the Panel that he had, at the time he selected the disputed domain name for registration, a valid company registration in the United Kingdom. While the Complainant may be able to successfully show, in a full evidentiary proceeding before a court of competent jurisdiction, that the Respondent selected this business name with the intent to trade on their well-known CERRUTI mark, the abbreviated UDRP procedure is not an appropriate mechanism for resolving this dispute.”

WIPO 28 september 2012, D2012-1457
gooduniverse.com > Complaint denied

Ondanks dat eiser geen recht of legitiem belang (zoals een merk) heeft kunnen aantonen, worden de andere twee voorwaarden behandeld. Uit niets dat er sprake is van kwader trouw wanneer een domeinnaam wordt geregistreerd die woorden bevat die wellicht in de toekomst als merk kan worden geregistreerd.

“Nothing in these precedents, in the text of the Policy itself, or in trademark law suggests that it is bad faith to register a domain name comprised of common words or phrases when it ispossible that some unknown party in the future may decide to use those words as a trademark. The generic words used for the Domain Name in this case, “Good Universe”, could reasonably be considered relevant for a great many potential applications. It is always possible that someone will attempt to use virtually any word or phrase as a trademark. But speculating on the future commercial value of a domain name based on common words is simply a business risk, not an act in bad faith, unless the registrant has reason to know that a particular party has plans to use those words as a mark. The Complainants’ proposed approach to bad faith registration strays very far from the definition of cybersquatting in the Final Report (supra), UDRP decisions since 1999, and United States trademark and anti-cybersquatting law, which is relevant because all the parties are located in the United States.”

WIPO 5 oktober 2012, D2012-1475
metatrader.com > Complaint denied

Het is aannemelijk dat de verweerder niet op de hoogte was van het bestaan van eiser ten tijde van registratie van de domeinnaam. Het panel oordeelt dat er sprake is van reverse domain name hijacking. Geen merkregistratie en de domeinnaam bestaat uit twee beschrijvende elementen:

 

“According to the Oxford English Dictionary, the prefix “meta“ has its origin in the Greek language and is used in English to denote, inter alia, something of a higher or second-order kind. Therefore, the Panel accepts the contention of the Respondent that the disputed domain name may be regarded as consisting of two descriptive elements - the common prefix "meta" and the word "trader". Taking this into account, along with the lack of any trademark registration (or even any trade mark application) of the Complainant at the time of registration of the disputed domain name, the Panel is of the opinion that the registration and use of the disputed domain name cannot be regarded as illegitimate under the Policy vis-à-vis the Complainant.”.

WIPO 27 september 2012, D2012-1538
dataserv.com > Complaint denied

Domeinnaam, waarop Pay-per-click services worden aangeboden, is later geregistreerd dan het merk. Verweerder geeft aan dat hij de domeinnaam heeft geregistreerd vanwege de combinatie van woorden. Deze zijn beschrijvend en worden vaker gebruikt in de branche. Eiser heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat geen sprake is van een eigen recht of legitiem belang, noch dat er sprake is van kwader trouw. Panel gaat mee met stellingen van verweerder:

“Having carefully reviewed the evidence submitted before it, the Panel reached the conclusion that it does not establish that back in 2003 the recognition by the public of the Complainant and of its DATASERV service mark was of such a magnitude that would make it likely that the Respondent was or should have been aware of the existence of the Complainant at that time. Such likelihood is further reduced by the parallel existence of other entities using the term “dataserv” in their business at that time.
The DATASERV service mark was registered at the time when the Respondent registered the disputed domain name. However, the Panel accepts the Respondent’s assertion that it was unaware of the existence of the Complainant at that time. The Panel is also of the view that there is nothing about the circumstances of this case to suggest that the Respondent was willfully blind to the Complainant’s rights when acquiring the disputed domain name and/or should have been under an obligation to conduct a trademark search in the State of Missouri.”

WIPO 24 september 2012, D2012-1484
kozmo.com > Complaint denied

Verweerder had tussen 1998 en 2001 merkrechten op Kozmo.com en een bedrijf dat zo heette. Nu bestaat de onderneming niet meer en is de domeinnaam ook niet meer actief. Een niet meer bestaande onderneming kan volgens het panel geen eigen recht of legitiem belang meer bij een domeinnaam hebben. Tijdens de registratie in 1997 was verweerder echter niet te kwader trouw, eiser bestond toen nog niet.

“Respondent could not have known of Complainant’s mark when it registered the Disputed Domain Name. In fact, as Complainant has repeatedly emphasized, Respondent ceased to exist almost ten years before Complainant began operations under the KOZMO mark. Furthermore, during its time in operation Respondent had a United States trademark for the Disputed Domain Name and offered bona fide goods and services through the Disputed Domain Name. Accordingly, Respondent did not register the Disputed Domain Name in bad faith. Lastly, the Disputed Domain Name has been in locked status without reverting to any active website since 2005. These facts demonstrate that Respondent’s conduct does not qualify as bad faith under paragraph 4(b) of the Policy.”

WIPO 28 september 2012, DNL2012-0041
nszonetaxi.nl > Transfer
Verweerder is een taxibedrijf waarmee eisers in overleg zijn geweest over een nieuw concept taxivervoer. Eisers stellen dat verweerder heimelijk de domeinnaam nszonetaxi.nl heeft geregistreerd. Verweerder voert geen verweer. Geen eigen recht of legitiem belang en kwader trouw aanwezig. Zelfs al was bij registratie sprake van goeder trouw het huidige gebruik (bezet houden), dan is zij nu toch te kwader trouw. Ook als DomJur 2012-901:

“Bovendien, zelfs als de registratie van de Domeinnaam destijds te goeder trouw zou zijn geweest, is het huidige gebruik althans “bezet houden” ervan dat niet. In elk geval op het moment dat de pilot werd beëindigd en de Verweerder ophield taxivervoersdiensten aan te bieden in samenwerking met de Eisers, werd het bezet houden van de Domeinnaam door de Verweerder gebruik althans geregistreerd houden te kwader trouw (zie: SimPlan AG v. SimPlan,WIPO Case No. DNL2010-0006).”

WIPO 11 oktober 2012, D2012-1601
hydrotac.info > Complaint denied

Domeinnaam geregistreerd om “Hydrotac”-producten te verkopen, thans verwijst de domeinnaam naar een parkeersite. Dit is niet persé geen eigen recht of legitiem belang, maar het toets loopt stuk op het onderdeel te kwader trouw, daarvoor is onvoldoende bewijs geleverd.

Het panel merkt nog op dat het zinloos was van de eiser om te stellen dat het een gewoonte is van de verweerder om domeinnamen te registreren om merkhouders etc. ervan te weerhouden deze te gebruiken. De houder van de domeinnaam is een zogenaamde “privacy protect service” die zorgt dat de eigenlijke houder buiten beeld blijft.

“The Complainant contends that the Respondent must have been aware of the Complainant’s rights in the HYDROTAC trademark when he registered the domain name. The Panel does not share this opinion. The Complainant has not submitted any evidence that its trademark and the related products are widely known in particular in South Africa, where the Respondent markets its product “Hydrotac”. In addition, the Complainant’s mark is not famous, triggering the assumption of global awareness of the well-known mark (see e contrario, LEGO Juris A/S v. softwareegypt, WIPO Case No. D2012-1238). The Complainant has further not submitted any other proof showing that the Respondent should or could have been aware of the Complainant’s trademark for other reasons, i.e., that it had been specifically aware of the Complainant’s registration.

Consequently, there is no evidence that the Respondent registered the domain name for setting up a parking site in order to intentionally attempt to attract, for commercial gain, Internet users to his website or other online location, by creating a likelihood of confusion with the Complainant’s mark. The fact that the Complainant’s and the Respondent’s products are of a different nature corroborates this finding.”

“Furthermore, the Panel has no evidence that “the Respondent has registered the domain name in order to prevent the owner of the trademark or service mark from reflecting the mark in a corresponding domain name, provided that the Respondent has engaged in a pattern of such conduct”. By quoting three UDRP cases, the Complainant tried to refer the Panel’s attention to a situation of a pattern of conduct. However, these cases are of little help as the common Respondent is Domains by Proxy, i.e., a privacy domain name registration service and not the present Respondent.”
IEF 11967

www.[naam eiser].nl (arrest)

HR 2 november 2012, LJN BX8122, (eiseres tegen verweerder)

In navolging van IEF 8954, IEF 9902.

Art. 81 lid 1 RO. SIN-NL. Onrechtmatige publicatie op website. Verbod-/bevelactie in kort geding. Botsing fundamentele rechten; art. 8 en 10 EVRM. Omstandigheden van het geval. Eiseres handelt onrechtmatig tegen verweerder doordat deze een website host waarop verweerder beschuldigt van zeer ernstige strafbare feiten en Y in eer en goede naam aantast. Belang verweerder prevaleert boven vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM), met name vanwege ernst van beschuldigingen, gebrek aan feitelijke onderbouwing en deze staan op website met eigennaam van verweerder. Eiseres klaagt dat de beschuldigingen niet de eer en de goede naam aantast van verweerder. Eiseres stelt ook dat de domeinnaam inmiddels naar de Stichting SIN is overgegaan, en dat eiseres daarom niet meer hoeft worden aangesproken tot verwijdering van de website. Klacht wordt afgewezen door gebrek aan feitelijke grondslag.

Uit de conclusie A-G: 3.7. Onder deze omstandigheden kon (in het licht van art. 3:296 BW) het hof voorbijgaan aan [eiseres]' verweer dat de [eiseres] de domeinnaam [...].nl inmiddels overgegaan zou zijn op de Stichting SIN-NL. Een zodanige overgang kon [eiseres] immers niet bevrijden van haar door het hof aanwezig geachte (en in cassatie niet, of niet met succes bestreden) onrechtmatig handelen, behoudens wettelijke uitzonderingen als genoemd in art. 3:296 BW respectievelijk bijzondere omstandigheden, die door [eiseres] evenwel niet of niet met succes zijn ingeroepen.

Een bijzondere omstandigheid zou kunnen zijn dat het feit van de overgang van de domeinnaam op de Stichting SIN-NL voor [eiseres] de onmogelijkheid schiep om aan de onderhavige bevelen te voldoen. Dat heeft [eiseres] echter niet gesteld. [Eiseres] heeft dat m.i. ook terecht niet gesteld nu bleef staan, zoals het hof in rov. 4.13 - als zodanig onbestreden - heeft geoordeeld, niet alleen (a) dat de domeinnaam geregistreerd is door [eiseres] (op een moment dat de Stichting SIN-NL nog niet was opgericht), maar ook (b) dat [eiseres] enig bestuurslid van de Stichting SIN-NL is, en (c) [eiseres] uit dien hoofde als enige bij machte is om de website te verwijderen.

3.8. Naar ik meen, is hiermee het lot van het eerste onderdeel bezegeld. Ik wil echter (in mijn optiek ten overvloede) in nrs. 3.9-3.16 nog enige alinea's wijden aan het als rechtsklacht voorgedragen verwijt van - nu kort gezegd - miskenning van een beperkter eigen aansprakelijkheid van een bestuurder van een rechtspersoon. In nrs. 3.17-3.18 kom ik nog terug op de motiveringsklachten van het eerste onderdeel.

3.27. In punt 18 wordt ten slotte nog geklaagd over strijd met art. 7 lid 3 Grondwet, waar het hof eist dat [eiseres] had moeten stellen of aannemelijk maken dat de relaties en patiënten van [verweerder] bij de openbaarmaking van de gedachten en gevoelens van SIN-NL niet zullen worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen die afbreuk doen aan de integriteit, geloofwaardigheid, eer en goede naam van [verweerder]. Het hof heeft echter niet een dergelijke (zeer algemene) stelplicht op [eiseres] gelegd die er toe zou leiden dat [eiseres] altijd vooraf verlof zou moeten vragen voor het uiten van gedachten en gevoelens. Het heeft slechts geoordeeld dat (nadat [eiseres] haar mening heeft geuit op genoemde website) gebleken is dat deze website enkel is gewijd aan verdachtmakingen jegens [verweerder], en niet is gesteld noch aannemelijk is geworden dat [eiseres] (dan wel SIN-NL) de website voor enig ander doel wenst te gebruiken. Dát brengt met zich dat bij continuering van de website de relaties en patiënten van [verweerder] worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen die afbreuk doen aan zijn integriteit, geloofwaardigheid, eer en goede naam. Ook deze klacht mist derhalve feitelijke grondslag. Ook hier verwijs ik verder naar nr. 3.24.

4. Mijn conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

Op andere blogs:
DomJur 2012-908 (HR SIN-NL)

IEF 11952

PSV heeft geen alleenrecht op domeinnaam met het woord PSV

Rechtbank 's-Gravenhage 31 oktober 2012, zaaknr. 412843/ HA ZA 12-189 (PSV n.v. tegen Geretti Sports b.v.)

Uitspraak ingezonden door Luc Tacx, Goorts & Coppens advocaten.

PSV is houdster van verschillende merken voor waren in klasse 25 (kledingstukken, schoeisel en hoofddeksels) onder het Benelux-woordmerk PSV. Onder deze PSV-merken worden met toestemming van PSV diverse producten op de consumentenmarkt gebracht waaronder wedstrijdshirts voor de voetbalclub, casual kleding en badartikelen. Daarnaast exploiteert PSV een website voor PSV artikelen, www. psvfanstore.nl.

Geretti Sport exploiteert een sportwinkel te Helmond. Zij verkoopt offiële PSV artikelen. Naast de winkel, exploiteert Geretti verschillende webwinkels, waaronder psvshop.nl. Op naam van Geretti Sports staan meerdere domeinnamen geregistreerd waarin de naam PSV is verwerkt. PSV stelt dat Geretti met het gebruik van de domeinnamen inbreuk heeft gemaakt op het merk van PSV. PSV  vordert dat Geretti Sports iedere inbreuk op het merk en de handelsnaamrechten van PSV staken en gestaakt te houden en dat de domeinnamen van Geretti worden overgedragen aan PSV. De rechtbank wijst de vorderingen af, PSV heeft onvoldoende onderbouwd aangevoerd dat er sprake is van verwarring.

4.11. De rechtbank is van oordeel dat indien en voor zover hier al sprake is van handelsnaamgebruik en nog geen sprake van is van verwarring in handelsnaamrechtelijke zin, althans PSV heeft daarvoor onvoldoende onderbouwd aangevoerd. Er is onvoldoende onderbouwd aangevoerd dat tot de conclusie leidt dat de gemiddelde internetgebruiker bij een bezoek aan de webshop van Geretti Sports zal (kunnen) denken dat hij bij de webshop van PSV is beland, of daaromtrent in verwarring kan zijn. Daarvoor is de vermelding van Geretti Sport duidelijk genoeg. Verwarring omtrent de herkomst van de van op de website aangeboden artikelen, is niet door PSV gesteld en ligt niet voor de  hand aangezien de aangeboden artikelen door of met toestemming van PSV op de markt zijn gebracht. Bezoekers zullen dan ook terecht denken dat de aangeboden artikelen originele PSV-artikelen zijn, hetgeen derhalve evenmin tot verwarring leidt. De op het handelsnaamrecht gegronde vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af.

Lees de grosse HA ZA 12-189, schone pdf HA ZA 12-189.

Op andere blogs:
DeGierStam (PSV krijgt van de rechter geen verbod tegen psvshop.nl)
DirkzwagerIEIT (Domeinnaam psvshop.nl niet naar PSV)
DomJur 2012-911 (PSV N.V. – Geretti Sports B.V.)
Webwinkelrecht (Een merk in een domeinnaam)

IEF 11951

Webshop Streetone.nl mag niet bestaan zonder voorafgaande toestemming franchisegever

Rechtbank 's-Gravenhage 19 september 2012, LJN BY1753 ([A] Street One Barneveld / Wijchen tegen Street-one Modehandel b.v.)

Merkenrecht. Franchiseovereenkomst. Domeinnaam. Geen onjuiste prognoses franchisegever. Franchisegever Street One Modehandel B.V. heeft op haar rustende zorgplicht om advies en bijstand te geven om tot een succesvolle exploitatie te komen nageleefd. Geen schuldeisersverzuim franchisegever. Tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomsten door franchisenemer door ontoelaatbaar gedrag en het maken van inbreuk op de merk- en handelsnaamrechten door zonder de daarvoor vereiste schriftelijke toestemming een domeinnaam te laten registreren en via de website met die domeinnaam een webshop te openen. Ontbinding van de franchiseovereenkomsten door de franchisegever en schadeplichtigheid franchisenemer.

4.29 Uit de inhoud van de overeenkomsten en de zin die partijen daar in de gegeven omstandigheden aan mochten toekennen en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, volgt dat samenwerking een essentieel onderdeel is van de contractuele relatie tussen partijen. Dit staat met zoveel woorden in de POS-overeenkomsten en volgt ook meer in het algemeen uit het gegeven dat in de gangbare verschijningsvorm van franchising sprake is van een systeem een hechte en voortdurende samenwerking tussen de betrokken partijen.
De uitingen van [A] getuigen van weinig respect, zijn niet constructief en zijn niet gericht op samenwerking. [A] heeft zich gedurende een langere periode zo geuit in de contacten met Street One en is daarmee doorgegaan nadat Street One hem erop had gewezen dat hij daarmee moest stoppen. De onder 4.25 geciteerde e-mailberichten van 25 december 2011 bevestigen dit beeld.
Van Street One kon niet worden gevergd dat zij het voortduren van dit gedrag van [A], ook na herhaalde verzoeken om dat na te laten, zou (blijven) billijken en de samenwerking met [A] zou voortzetten. Dit leidt tot de conclusie dat [A] met zijn gedrag de (verdere) samenwerking onmogelijk heeft gemaakt. Hij is daarmee toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten.

ad v) registreren domeinnaam www.streetone.nl en gebruik domeinnaam voor webshop
4.30Met het registreren van de domeinnaam en het gebruik daarvan voor de door hem gelanceerde website heeft [A] gebruik gemaakt van de merk- en handelsnaam STREET ONE. [A] heeft daar nooit met zoveel woorden toestemming voor gekregen van Street One.

4.32 Uit het voorgaande volgt dat [A] zonder recht of toestemming van Street One gebruik heeft gemaakt van de merk- en handelsnaam STREET ONE door het registreren van de domeinnaam en voor de door hem gelanceerde website. Voor de webshop geldt bovendien dat [A] niet heeft bestreden dat zijn activiteiten dienaangaande niet voldoen aan de daaraan door Street One gestelde en aan hem kenbaar gemaakte eisen.
Ook in dit opzicht is [A] dus toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten. Dat Street One niet meteen heeft geageerd tegen de registratie van de domeinnaam door [A], maakt het voorgaande niet anders, net zo min als het voorkomen van de naam Street One in domeinnamen van andere franchisenemers, die kleding van Street One zouden verkopen via webshops. Of deze stellingen van [A] juist zijn kan dus in het midden blijven.

De rechtbank
in conventie
5.1.wijst de vordering af;

in reconventie
5.2 verklaart voor recht dat de POS-overeenkomsten op 7 november 2011 buitengerechtelijk zijn ontbonden;

5.3 veroordeelt [A] tot betaling van schadevergoeding aan Street One op te maken bij staat en te vereffenen bij wet;

Op andere blogs:
DomJur 2012-909 (Street One – Street-One Modehandel B.V.)
Sprout (Webwinkel beginnen met de naam van je franchisegever? Eerst even kijken of dat wel mag!)
Internetrechtspraak (Rechtbank 's-Gravenhage 19 september 2012 (Street One))

IEF 11879

WIPO-selectie september 2012

Domeinnaamrecht. We beperken ons tot een doorlopende selectie van WIPO-geschillenbeslechtingsprocedures die wellicht interessant zijn. Hier een overzicht van de in de laatste weken gepubliceerde procedures. Ditmaal over: een obiter dictum over "Respondent Consent”, Cyberflight (overdracht eigendom/registrar hangende UDRP procedure),  Het Panel zet de criteria uiteen voor het rechtvaardigen van een herhaalde klacht, in een concurring opinion wordt voorgesteld om ambtshalve domeinname hijacking te toetsen.

D2012-1437 conversbank.com / konversbank.com > Complaint denied
Indien het Panel dit had geoordeeld als "“Respondent Consent”, dan zou het oordeel anders uitvallen.

In light of the decision below, it is noteworthy that if the Panel had treated this case as a “Respondent Consent” and had adopted the short-cut route favoured by the panel in Merck KGaA v. c/o whoisproxy.com Ltd / Galib Gahramanov, G Domains, WIPO Case No. D2011-1271, the result would have been very different, but not in line with this Panel’s reading of the requirement of paragraph 4(a) of the Policy.

D2012-1153 viedemerde.com > Transfer with concurring opinion
Over "cyberflight".

The Complainant also provided sufficient evidence to prove that the disputed domain name was used to direct Internet users to a parking webpage containing pay-per-click links that direct users to websites that offer various goods and services. This constitutes bad faith registration and use of the disputed domain name as Complainant’s trademark was being used in it for commercial gain. (See Schur International A/S v. Jorge Massa, WIPO Case No. D2009-0450). The disputed domain name currently appears to be parked and not actively used. UDRP panels have found that such “use” of a website may not prevent a finding of bad faith, having regard to the totality of the circumstances. (See WIPO Overview 2.0, paragraph 3.2)

Also, as established above, Respondent 1’s transfer of the disputed domain name after it was informed of the Complaint constitutes cyberflight. UDRP panels have ruled that cyberflight is indicative of bad faith registration and use under paragraph 4(b)) (See Fifth Third Bancorp v. Secure Whois Information Service, WIPO Case No. D2006-0696).

Concurring opinion
“Cyberflight” is an attempt to delay a UDRP proceeding by changing the domain name registration details or registrar after learning of the complaint (See PREPADOM v. Domain Drop S.A. (PREPADOM-COM-DOM), WIPO Case No. D2006-0917). Transferring the disputed domain name during a pending proceeding is considered cyberflight and is in direct violation of the Policy paragraph 8(a). As was asserted by the UDRP panel in Humana Inc. v. CDN Properties Incorporated, WIPO Case No. D2008-1688, “there is no bright line rule regarding what constitutes a “pending proceeding”, prior cases have found that process starts from the filing of the complaint rather than from the formal commencement of the proceedings. See PREPADOM v. Domain Drop S.A., WIPO Case No. D2006-0916 or Imperial Chemical Industries, PCL. v. Oxford University, WIPO Case No. D2001-0292.”

D2012-1149
publicstoragephoenix.com > Complaint denied
Het Panel zet de criteria uiteen voor het rechtvaardigen van een herhaalde klacht

These criteria were followed and supplemented in Creo Products Inc. v. Website In Development, WIPO Case No. D2000-1490 where the panel, also following general principles applicable to re-litigation, required an UDRP complainant to demonstrate that its re-filed complaint should be considered, based on clearly identified grounds, proceeding to a decision on the merits only where the complainant made out aprima facie case to justify re-filing. See also, in accord, Sensis Pty Ltd., Telstra Corporation Limited v. Yellow Page Marketing B.V., WIPO Case No. D2011-0057 where the panel permitted re-filing of a complaint in view of material, credible results of an investigation conducted by an Australian competition and law enforcement authorities which were simply not available at the time of the prior decision. Paragraph 4.4 ofWIPO Overview of WIPO Panel Views on Selected UDRP Questions, Second Edition (“WIPO Overview 2.0”), specifies the criteria justifying a re-filed complaint as being:

a) relevant new actions which have occurred since the original decision;
b) a breach of natural justice or of due process has occurred, or other serious misconduct in the original case (such as perjured evidence); or
c) newly presented evidence that was reasonably unavailable to the complainant during the original case.

Given the criteria set forth above, the Complainant here has not met its burden.

First, the Panel views the existence of potentially inconsistent decisions as insufficient to justify re-filing. As discussed, apparent inconsistencies can and do arise between otherwise seemingly similar decisions, which can be justified on a more careful examination of the specific underlying facts and governing law. Such a situation simply does not rise to the high level demanded by the Grove/Creo andWIPO Overview 2.0, paragraph 4.4 criteria above.

This Panel will not substitute its view for those of the panel in Public Storage 1. The Complainant had a full, fair and complete opportunity to be heard before that panel. While the Complainant basically points to alleged procedural errors inherent in that panel’s decision and fervently disagrees with the result, we will not entertain its disagreement nor opine on the propriety of that decision.

Second, the Panel finds that the additional fact advanced by the Complainant that the registration for one of the domain names in dispute inPublic Storage 1, which is not before the Panel in the present matter, i.e.

D2012-0614
legoego.com
> Met enige twijfel van het panel omtrent het onderdeel "ter kwader trouw", omdat de verweerder geen bevredigende verklaring heeft voor de keuze van de domeinnaam vertaald uit het Chinees, wordt de klacht toch afgewezen. LEGO is niet in haar belangen geschaad.

On the other hand, the Respondent has not provided a completely satisfactory explanation for the choice of the domain name. To this panel, “Legoego” is not the most obvious choice for an online shop trading under the name “Le-Yi-Gou”. It does not seem to the Panel to be a transliteration as submitted by the Respondent. If the Respondent’s transliteration submission was correct, it seems to this Panel that, “乐易购” should be “le-e-go”, but not “le-go-e-go”. There is the addition of an additional syllable “go”. The Respondent stated it did not respond to correspondence from the Complainant because it did not understand the correspondence. This may be true, but the correspondence from the Centre was sent to the Respondent in Chinese and English.

In this case, on the evidence before the Panel it appears the Respondent is running a legitimate business and not selling any products which compete with the Complainant or are likely to damage the Complainant’s brand; there is no use of the trademark LEGO by itself on the website; and there is no other evidence of any likely damage to the interests of the Complainant or to its trademark LEGO.

The Panel therefore finds that, on the evidence before it, it cannot conclude that the Respondent has been using the disputed domain name in bad faith. Having reached its conclusion, the Panel does not need to decide if the Respondent registered the disputed domain name in bad faith or has rights and legitimate interests in the disputed domain name.

Accordingly, somewhat reluctantly, the Panel has determined to deny the Complaint.

D2012-1326
altom.com > Complaint denied
In de concurring opinion wordt voorgesteld om ambtshalve domeinname hijacking te toetsen.

There was never any prospect of proving any of the three elements in the Policy as the facts clearly do not exist to prove them and the Complainant seemed to acknowledge this by not even attempting to prove them. It did not submit that it had a registered or common law trademark or adduce any facts that, even on the most charitable interpretation, showed that it had such an entitlement. Its case on the other two elements was a series of formal assertions and reliance on the fact that the disputed domain name was for sale. It also overlooked the main point about this case which is that the disputed domain name was registered 6 years before the Complainant was incorporated, requiring that for the Respondent to be liable, even in a layman’s sense, it must have had what were referred to in Success Bank v. ZootGraphics c/o Ira Zoot, NAF Claim No. 1259918 as “psychic powers” to predict that the Complainant would be incorporated several years later.

All of this might be put down to inexperience rather than bad faith. But what has swayed me is that instead of dealing with the evidence, the Complainant chose to attack the Respondent’s bona fides and to allege, before it saw the Response and the Respondent’s version of events, that it was guilty of bad faith and that it was “predatory and parasitical”, apparently because it had registered a domain name that the Complainant, 10 years later, now wanted, but which is for sale at a price it does not want to pay.

Such allegations can always be made, but they should not be made unless there seem on reasonable grounds to be facts to support them. Moreover, those who make such allegations run the risk of an examination of their own bona fides, for allegations of bad faith made without supporting facts are themselves a form of bad faith and that is the feature that the Rules require to be in evidence before a finding of Reverse Domain Name Hijacking may be made. When it is then seen on such an examination that its own case, complete with accusations of bad faith and of other allegedly improper behaviour, is not only without merit but entirely baseless, a finding of Reverse Domain Name Hijacking is open and should be made in an appropriate case. This case, on the totality of the evidence is such a case and it is by no means a borderline one.

D2012-1329
youi.com > Complaint denied with dissenting opinion
In de dissenting opinion wordt uitleg gegeven over de ter kwader trouw registratie van de domeinnaam door de verweerder.

It is true that the Complainant did not prove that the Respondent had actual knowledge of the Complainant or its trademark rights at the time it purchased the disputed domain name. As other panelists have recognized, this is not surprising, because

“… in a Policy proceeding, without provision for discovery and live testimony, a complainant has little or no opportunity to obtain evidence routinely available in civil litigation but ordinarily within the control of the respondent. For this reason bad faith may be proven inferentially.” Public Service Electric & Gas Company v. Definitive Sports Management LLC, WIPO Case No. D2012-0617 (“the PSEG Decision”).

The PSEG Decision’s discussion of bad faith is instructive. In that case, the Panel found that the Respondent’s conduct did not amount to bad faith registration or use. But is also recognizes the concept of “willful blindness”, where the respondent is a professional domain name registrant who turns a blind eye to third party trademark rights.

Here, the Respondent is a well-known professional domain name registrant that purchases domain names and operates pay-per-click websites. It has been involved in a number of prior disputes under the Policy, including disputes where the complainant was successful (, , ) and disputes where the Respondent was successful (...).

It is true that the Complainant did not prove that the Respondent had actual knowledge of the Complainant or its trademark rights at the time it purchased the disputed domain name. As other panelists have recognized, this is not surprising, because

“… in a Policy proceeding, without provision for discovery and live testimony, a complainant has little or no opportunity to obtain evidence routinely available in civil litigation but ordinarily within the control of the respondent. For this reason bad faith may be proven inferentially.” Public Service Electric & Gas Company v. Definitive Sports Management LLC, WIPO Case No. D2012-0617 (“the PSEG Decision”).

The PSEG Decision’s discussion of bad faith is instructive. In that case, the Panel found that the Respondent’s conduct did not amount to bad faith registration or use. But is also recognizes the concept of “willful blindness”, where the respondent is a professional domain name registrant who turns a blind eye to third party trademark rights.

Here, the Respondent is a well-known professional domain name registrant that purchases domain names and operates pay-per-click websites. It has been involved in a number of prior disputes under the Policy, including disputes where the complainant was successful (, , ) and disputes where the Respondent was successful (...).

IEF 11854

Domeinnaam neemt volledige tekstuele componenten over

WIPO 26 September 2012, Case No. DNL2012-0047 (Altro Limited of Letchworth Garden City tegen H.M.S. B.V.) , WIPO-site

Uitspraak ingezonden door Matthijs Marel, Bird & Bird.

Altro heeft een bekend merk genaamd: AUTOGLYM. H.M.S. B.V. heeft een domeinnaam geregistreerd: www.autoglym.nl. Altro komt op tegen het gebruik van H.M.S. B.V.. Het WIPO panel oordeelt dat vanwege de gelijkenis van het woordmerk autoglym en autoglym.nl er verwarringsgevaar kan ontstaan. Daarnaast is er geen aantoonbaar legitiem recht of belang van H.M.S. B.V. voor het gebruik van de domeinnaam. Zodoende komt het panel tot de beslissing dat H.M.S B.V. de domeinnaam zal moeten worden overdragen aan Altro. Ook op DomJur 2012-902.

A. Identical or Confusingly Similar.
Numerous .nl panels have found that a domain name that wholly incorporates a complainant’s registered mark may be sufficient to establish confusing similarity for the purpose of the Regulations (see, e.g., Stichting VVV Groep Nederland v. C. Henriquez, WIPO Case No. DNL2008-0040 and LEGO Juris A/S v. Nick Terlouw, WIPO Case No. DNL2011-0023).

The Domain Name incorporates the entirety of the textual components of the Trade Mark.

The Panel finds that the Domain Name is confusingly similar to the Complainant’s Trade Mark within the
meaning of article 2.1(a) of the Regulations. Therefore the first requirement is met.

B. Rights or Legitimate Interests
In this case, the Panel finds that the Respondent does not comply with these requirements. From the
facts as stated by the Complainant, and not contested by the Respondent, the Respondent is no longer
an authorized reseller of the Complainant’s products in the Netherlands. Notwithstanding that fact,
the Respondent refers (see website “www.autoglym.nl”, submenu “contact”) to itself as “Importeur van
AUTOGLYM onderhouds produkten sedert 1974” (in English: “importer of AUTOGLYM maintenance
products since 1974”). This means that the absence of a relationship with the Trade Mark owner is not
clearly indicated on the website that is linked to the Domain Name.

7. Decision
For all the foregoing reasons, in accordance with articles 1 and 14 of the Regulations, the Panel orders that
the Domain Name <autoglym.nl> be transferred to the Complainant.
IEF 11839

Voormalig distributeur maakt inbreuk op gezonde chocoladeproducten

Rechtbank Arnhem 19 september 2012, LJN BX9289 (MXI Corp., tegen gedaagde)

Merkenrecht. Domeinnaamrecht. Portretrecht. Voormalig distributeur.

MXI verkoopt gezonde chocolade producten en is houdster van een aantal Benelux en Europese merkregistraties XOCAI en XOVITA. Gedaagde is distributeur van de Choconat-producten (gezonde chocolade), derhalve zijn producten van Choconat concurrerend met die van MXI. De gedaagde heeft een verzameling domeinnamen laten registeren waarbij vermelde merken van MXI zijn opgenomen. MXI vordert dat gedaagde inbreuk op de merken staakt en gestaakt houdt en te staken de onrechtmatige handelingen, welke bestaan uit het creëren van verwarring tussen de producten van MXI en Choconat door middel van het gebruik van het portret van de exclusief aan Choconat verbonden Dr. X in combinatie met de producten van Choconat.

In't kort: De slotsom is dat gedaagde met de vermelde domeinnaamregistraties inbreuk maakt op de merkrechten van MXI en daarmee onrechtmatig handelt. Voor enige vergoeding aan gedaagde voor de overhandigen van enkele domeinnamen aan MXI is daarom geen sprake.

2.4.  Onder de hiervoor vermelde domeinnamen zijn, met uitzondering van www.xovita.nl websites te bereiken met daarin informatie over c.q. reclame voor de producten van Choconat. Via de domeinnaam www.xovita.nl is een website te bereiken met daarin informatie c.q. reclame voor de producten van MXI. 

2.5.  Naast de vermelde websites, heeft [gedaagde] een website onder de naam www.acaichoco.blogspot.com. Tot voor kort was daarop een portret van Dr. [X] te zien in combinatie met de producten van Choconat. Dr. [X] is een arts die zich exclusief aan MXI heeft verbonden. Na eerste aanschrijving door MXI, heeft [gedaagde] het portret van Dr. [X] verwijderd. 

4.6.  De slotsom van het voorgaande is dat gedaagde met de onder 2.3. vermelde registraties inbreuk maakt op de merkrechten van MXI en daarmee onrechtmatig handelt. Hij zal daarom de registraties aan MXI moeten overdragen. Wat betreft de registraties van www.xovita.eu en www.xovita.nl was [gedaagde] daartoe al bereid, echter alleen tegen een vergoeding. Gelet op de onrechtmatigheid van de registraties is er geen aanleiding voor een vergoeding. [gedaagde] zal daarom tot de overdracht van de registraties worden veroordeeld, zoals gevorderd binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis

Rechtbank:
5.1.  beveelt [gedaagde] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de onder 2.3. vermelde domeinnamen aan MXI over te dragen en al datgene te doen wat noodzakelijk is om te bewerkstelligen dat de vermelde domeinnamen om niet en zonder restricties op naam van MXI worden gezet. Dit met gebruikmaking van de adresgegevens.

Op andere blogs:
DomJur (MXI CORP)

IEF 11834

Webadres met priv&eacute;naam medicus voor beschuldigingen onrechtmatig

Hof Arnhem 18 september 2012, LJN BX9224 ([A] tegen [B] en Stichting Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid-Nederland)

Domeinnaamrecht. Handelsnaamrecht. "Privépersoon". In navolging van IEF 9803 en IEF 8954, en IEF 9902 waarin onder meer is geoordeeld dat naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter een persoon in de uitoefening van een hoge (medische) functie ten aanzien van het openlijk uiten van kritiek meer zal moeten dulden dan als privépersoon.

Het registreren van de domeinnamen www.[domeinnaam 1] en [domeinnaam 2] en het lanceren van de onderhavige websites, met als kennelijk doel om onder een groot publiek, waaronder – zo valt uit de keuze van de naam van de website af te leiden – met name relaties en patiënten van [A], lichtvaardige, ongefundeerde en ernstige beschuldigingen ten aanzien van [A] bekend te maken, is voorshands eveneens onrechtmatig.

Vanwege de onrechtmatige inhoud is er sprake van onrechtmatige publicatie op websites, waaronder sites waar in de domeinnaam de naam van de wederpartij wordt vermeld. Geïntimeerden worden gelast om gebruik van de domeinnaam te staken en gestaakt te houden, alsmede alle mogelijke denkbare variaties hierop, al dan niet in combinatie met zijn functie als arts of een van zijn nevenfuncties. Tevens dient de domeinnaam te worden overgedragen. En tevens om gedurende minimaal een half jaar bovenaan de startpagina van de website van de stichting een rectificatie te publiceren op een voor de bezoekers van de website overduidelijke wijze.

4.16  [geïntimeerden] hebben de beschuldigingen nu geplaatst op de website [domeinnaam 2]. Vaststaat dat deze website bij gebruik van de diverse internet-zoekmachines bovenaan de lijst met ‘hits’ verschijnt wanneer de achternaam van [A] wordt ingetypt. Zowel privé- als zakelijke relaties van [A], en (eventuele toekomstige) patiënten worden bij een eerste zoektocht naar informatie over dan wel gegevens van [A] derhalve met deze beschuldigingen geconfronteerd. Het is dan ook aannemelijk dat [A] aanzienlijke hinder ondervindt van de door [geïntimeerden] in de lucht gehouden website [domeinnaam 2] met de daarop geuite ongefundeerde en diffamerende beschuldigingen en de beide andere websites (www.[domeinnaam 1] en www.sin-nl.org) die verwijzen naar de website [domeinnaam 2].

4.18  Naar het voorlopig oordeel van het hof maakt het voorgaande, in samenhang bezien, – waarbij het hof met name gewicht toekent aan de ernst van de ongefundeerde beschuldigingen, het gebrek aan feitelijke onderbouwing, en het feit dat de beschuldigingen staan op websites onder de domeinnaam waarin [A]’ achternaam voorkomt – dat het belang van [A] bij verwijdering van de beschuldigingen zwaarder weegt dan het belang van [B] om aandacht te vragen voor (het verzwijgen van) medische fouten.

4.19  In het verlengde hiervan acht het hof het registreren van de domeinnamen www.[domeinnaam 1] en [domeinnaam 2] en het lanceren van de onderhavige websites, met als kennelijk doel om onder een groot publiek, waaronder – zo valt uit de keuze van de naam van de website af te leiden – met name relaties en patiënten van [A], lichtvaardige, ongefundeerde en ernstige beschuldigingen ten aanzien van [A] bekend te maken, voorshands eveneens onrechtmatig. De websites zijn enkel gewijd aan verdachtmakingen jegens [A] en niet is gesteld noch aannemelijk is geworden dat [geïntimeerden] de websites voor enig ander doel wensen te gebruiken en dat de relaties en patiënten van [A] daarbij niet zullen worden blootgesteld aan lichtvaardige en ongefundeerde verdachtmakingen die afbreuk doen aan zijn integriteit, geloofwaardigheid, eer en goede naam.

4.20  Ook wanneer ervan moet worden uitgegaan dat de stichting thans rechthebbende op de beide domeinnamen is, maakt dat het voorgaande niet anders ten opzichte van [B]. Vaststaat dat [B] de domeinnamen steeds heeft geregistreerd: www.[domeinnaam 1] aanvankelijk op haar eigen naam, maar later overgedragen aan de stichting, en [domeinnaam 2] door haar als enig bestuurder van de stichting, zodat zij uit dien hoofde als enige bij machte is om de websites te doen verwijderen. Ook [B] valt persoonlijk een ernstig verwijt te maken van het voortduren van het onrechtmatig gebruik van de beide domeinnamen en websites. In wezen gebruikt zij de stichting om de consequenties van het vonnis van 23 juni 2010 te ontgaan.

Op andere blogs:
Internetrechtspraak (Hof Arnhem (Iatrogene Nalatigheid))
DomJur 2012-894

IEF 11753

Websites ten tijde van de mondelinge behandeling

Vzr. Rechtbank Rotterdam 11 september 2012, zaaknr. 406267 / KG ZA 12-609 (Finstral AG tegen Maurice)

Domeinnaamrecht. Verwijzing naar WIPO bona fide refererend merkgebruik (Oki Data).

Finstral voert sinds 1969 de handelsnaam voor kunststof kozijnen en heeft sinds 2011 een internationaal beeld/woordmerk. Als sinds 2008 hebben gedaagden domeinnamen zoals finstralkozijn.com, finstralkunststofkozijn.nl. Alle domeinnamen leiden naar dezelfde website. De website vermeldt ten tijde van de mondelinge behandeling "SALES Nederland levert Finstral", "Wij maken geen onderdeel uit van het Finstral Concern" en "Deze website is geen eigendom van Finstral. Wij zijn uitsluitend leverancier van Finstral".

4.9. (...) Uitgaande van de feitelijke situatie met betrekking tot de websites zoals die was ten tijde van de mondelinge behandeling, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat op grond van voormelde omstandigheden geen sprake is van handelsnaamgebruik. De domeinnamen worden aldus immers niet gebruik als aanduiding van de onderneming en ook niet als zodanig door het relevante publiek opgevat. De vordering, voor zover gegrond op artikel 5 HNW stuit reeds hierop af.

Er kan geen sprake zijn van verwarring aangezien er sprake is van refererend merkgebruik. De criteria voor bonafide refererend merkgebruik conform WIPO louislatour.nl [IEF 11137] worden aangehaald, Er is niet op onrechtmatige wijze geprofiteerd van de aantrekkingskracht en reputatie van de Finstral producten.

 

4.11. (...) Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is ter zitting genoegzaam gebleken dat gedaagden de producten van Finstral bij Finstral Duitsland inkopen en via parallelimport middels België daadwerkelijk op de Nederlandse markt verkoper, waarmee aan de eerste voorwaarde is voldaan (...). Dat de website nauwkeurig aangeeft wat de relatie met de merkhouder is, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter - zij het sedert kort - genoegzaam gebleken uit de op de website vermeldt de teksten [zoals geciteerd], zodat eveneens aan de derde voorwaarde is voldaan. Mitsdien moet worden vastgesteld dat gedaagden niet op onrechtmatige wijze profiteren van de aantrekkingskracht en reputatie van de Finstral producten.

Op andere blogs:
DomJur 2012-891 (Finstral AG – [X] en [Y])

IEF 11744

Against All Dots

WIPO Panel Decision (Christopher J. Pibus) 9 augustus 2012, D2012-1117 (Dotmed.com tegen Hexap c.s.)

Met een analyse door Thijs van den Heuvel, Bird & Bird LLP.

Domeinnaamrecht. Ter promotie van de kandidatuur voor de gTLD zijn de registraties van de verwarringwekkend overeenstemmende dotmed-aanvragen toegestaan.

Ruim een maand geleden schreef ik over de aanstaande introductie van de nieuwe generieke topleveldomeinnamen (“gTLDs”) IEF 11623 [titel: Meer .love dan .sex....]. In een recente WIPO-procedure staat DOTMED.COM INC. (hierna: Dotmed) tegenover Hexap en Promopixel SARL (hierna Hexap), één van de aanvragers van een nieuwe gTLD. Dotmed handelt in nieuwe en gebruikte medische apparatuur en onderhoudt hiervoor een veiling website (zie dotmed.com). Dotmed is onder meer houdster van de merken DOTMED en DOTMED.COM.

Hexap is verbonden aan het webhosting bedrijf Promopixel en heeft recentelijk bij het ICANN een aanvraag gedaan voor het generieke topleveldomein (gTLD) < .med >. Zij heeft voor deze gTLD concurrentie van drie andere aanvragers. Hexap heeft naast deze aanvraag de volgende domeinnamen geregistreerd: < aboutdotmed.com >, < thedotmed.com > en < supportdotmed.com >.

Dotmed klaagt dat deze domeinnamen verwarringwekkend overeenstemmend zijn met haar merk DOTMED. De geschillenbeslechter van het WIPO is het op dit punt met Dotmed eens. De enkele toevoeging van “about”, “the” en “support” aan het merk DOTMED maakt geen relevant verschil. Hexap stelt echter dat zij een legitiem belang heeft bij de geregistreerde domeinnamen. Zij heeft de domeinnamen namelijk geregistreerd om haar aanvraag voor de gTLD <.med> te promoten. Op < aboutdotmed.com > wordt gedetailleerd uitleg gegeven over het “.med Project” en de kandidatuur van Hexap voor deze gTLD.

Hexap stelt verder dat gezien het feit dat op dit moment geen enkele domeinnaam een <.> (dot) kan omvatten als deel van de naam, zij wel gedwongen was om de fonetische variant te gebruiken, te weten “dotmed”. Het WIPO gaat hier in mee en overweegt dat het voor Hexap niet mogelijk was om de domeinnamen <about.med.com>, <support.med.com> en <the.med.com> te registreren, en dat het daarom redelijk is dat zij de punt <.> voluit schreef als <dot>.

Dit is enigszins opmerkelijk, omdat het wel degelijk mogelijk is om de domeinnamen < about.med.com > etc. te gebruiken. Dat Hexap hiertoe niet in staat was komt niet doordat domeinnamen geen <.> kunnen omvatten - zoals Hexap had gesteld en door het WIPO werd geaccepteerd - maar doordat het (second level) domein <med.com> al in handen is van een derde partij (Trentville Corporation N.V).

De geschillenbeslechter van het WIPO komt uiteindelijk tot de conclusie dat Hexap de domeinnamen inderdaad heeft geregistreerd om het publiek te kunnen informeren over haar <.med> gTLD project en dat zij daarbij een legitiem belang heeft. Hierbij speelt het feit dat Hexap drie concurrenten heeft voor de betreffende gTLD ook een rol. De klacht van Dotmed wordt afgewezen, en zij moet - in ieder geval voorlopig – met lede ogen toezien dat Hexap de drie domeinnamen blijft gebruiken.