Stormparaplu in gewijzigde vorm
Rechtbank 's-Gravenhage 23 november 2011, HA ZA 09-2431 (Impliva B.V. tegen Senz Technologies B.V.)

Eerder tussen partijen IEF 5235. Octrooirecht. Nietigheidsactie. Impliva is groothandelaar en leverancier van paraplu's. Senz produceert en verhandelt zogenoemde stormparaplu en is houdster van octrooi NL 1 029 225 betreffende een scherminrichting, in het bijzonder een regen- of zonnescherm.
Rechtbank volgt het pleidooi van Senz dat conclusie 1 na afstand nietig is bij gebrek aan inventiviteit en dient vervolgens te worden onderzocht of conclusie 1 volgens hulpverzoek in stand kan blijven (4.22). Dit slaagt en proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. In citaten verder:
4.26. Impliva voert aan dat de paraplu van US 989 en die van conclusie 1 volgens hulpverzoek I uitsluitend verschillen in de maatregel dat het scherm van hulpverzoek I asymmetrisch is (door haar genummerd maatregel 10). Dergelijk asymmetrische paraplu's, die zichzelf richten naar de wind, waren de vakman volgens Impliva bekend uit de hiervoor al vermelde producties 13 en 16. Uitgaande van US 989 en met de wens om een zich op de wind richtende scherminrichting te verschaffen, zal de vakman volgens Impliva zonder inventieve stap komen tot de paraplu van hulpverzoek I.
4.30. Naast maatregel 10 wordt derhalve ook maatregel 11 door US 989 niet geopenbaard. Nu door Impliva niet is gemotiveerd dat en op welke wijze de gemiddelde vakman zonder inventieve arbeid er toe zou komen de paraply van US 989 op beiden punten zodanig aan te passen dat hij tot de inrichting volgens het octrooi zou komen, gaat de inventiviteitsaanval uitgaande van US 989 niet op. Bij gebrkege van verdere inventiviteitsaanvallen moet conclusie 1 volgens hulpverzoek derhalve inventief en geldig worden geoordeeld. Dat geldt ook voor alle volgconclusies die van conclusie 1 afhankelijk zijn. Hulpverzoeken II en III kunnen onbesproken blijven.
4.31. Nu het octrooi slechts in gewijzigde vorm in stand blijft, zijn beide partijen op punten in het ongelijk gesteld en dienen de proceskosten te worden gecompenseerd.
Lees het vonnis hier (grosse, schone grosse/pdf).
Met dank aan Thomas Berendsen,
Octrooirecht. Afgelopen arbeidsovereenkomst. Geheimhoudingsbeding. Stork drijft een onderneming in onder meer textiele en grafische druk en rotatiezeefdruksystemen. Daarnaast ontwerpt en vervaardigt Stork diverse (metaal)producten voor specifieke toepassingen, waaronder die gericht op de medische markt. Voorheen was Stork genaamd Stork Screens B.V., intern ook wel afgekort tot “SSH”. X is in oktober 1988 bij Stork in dienst gekomen, in de beëindigingsregeling is zijn non-concurrentiebeding vervallen verklaard, er geldt nog wel een geheimhoudingsbepaling.
In't kort: Verachtert c.s. en Tribus zijn beiden actief op de markt van – kort gezegd – maatwerkvloeren voor minibussen voor personenvervoer die uitgerust worden met een systeem voor het fixeren van (rol)stoelen. Zij zijn elkaars directe concurrenten. Verachtert is houdster van EP
In navolging van IEF
Als randvermelding. Vennootschapsbelasting, octrooirechten en royalties. Ook al had belanghebbende voor haar wijze van handelen uitsluitend het oogmerk de opbrengsten van de octrooirechten buiten de Nederlandse belastingsfeer te brengen, zulks op zich zelf er nog niet toe kan leiden, dat belanghebbende geacht moet worden zelf als de rechthebbende op de door A ontvangen royalties te zijn opgetreden
Richtlijn 98/44/EG – Artikel 6, lid 2, sub c – Rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen – Verkrijging van voorlopercellen uit menselijke embryonale stamcellen – Octrooieerbaarheid – Uitsluiting van ‚gebruik van menselijke embryo’s voor industriële of commerciële doeleinden’ – Begrippen ‚menselijk embryo’ en ‚gebruik voor industriële of commerciële doeleinden.
In't kort: Octrooirecht. Geschil tussen een houder van essentiële Europese octrooien voor 3G/UMTS-telefonie, in het bijzonder (W)-CDMA-technologie, en een producent van mobiele telefoons (smartphones) en tablet computers. De octrooihouder vordert een inbreukverbod terwijl op basis van het beleid van de standaardisatieorganistatie ETSI een verplichting bestaat op FRAND (fair, reasonable and non-discrominatory)-voorwaarden een licentie te verlenen onder de ingeroepen essentiële standaardoctrooien. Technologische standaard, essentiële standaardoctrooien, inbreukverbod in het licht van FRAND-verplichting op basis van ETSI IPR Policy, uitputting, licentieovereenkomst, rechtsverwerking.
Met dank aan Miew-Woen Sjauw En Wa en Mari Korsten,
In´t kort: Correctie van octrooiregister van octrooi