Voldoende mogelijkheid geboden weerwoord te geven
Rechtbank Amsterdam 3 mei 2013, LJN BZ9848 (eiser tegen TROS)Uitspraak mede ingezonden door Bertil van Kaam en Remco Klöters, Van Kaam advocaten.
Mediarecht. Uitzending programma. Onrechtmatige publicatie. Eer en goede naam. Eiser drijft een opleidingsbureau voor onder andere rijinstructeurs. Op 26 maart 2013 is door het Tros programma 'Opgelicht?!' aandacht besteed aan eiser en zijn activiteiten met haar opleidingsbureau. Eiser vordert onder meer veroordeling van de Tros tot het staken van het doen van diffamerende uitlatingen over hem dan wel zijn bureau en dat Tros wordt veroordeeld tot het publiceren van een rectificatie. Tros heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een groot aantal klachten over de werkwijze van eiser heeft ontvangen. Eiser is voldoende mogelijkheid geboden om een weerwoord te geven op de geuite klachten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van onrechtmatig handelen van Tros jegens eiser. De vorderingen worden afgewezen.
4.3. Tros heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een groot aantal klachten over de werkwijze van [vennootschap 1] heeft ontvangen. Dat in het programma “Opgelicht?!” een vijftal klagers in de gelegenheid wordt gesteld om hun ervaringen te vertellen acht de voorzieningenrechter daarom op zichzelf niet onrechtmatig. De weergave van de ervaringen van de aan het programma meewerkende cursisten wordt omlijst door een voice-over die de diverse kritiekpunten samenvat alvorens (één of meer van) aan het programma meewerkende cursisten in eigen woorden de klacht weergeeft. Ook dit is als zodanig niet onrechtmatig. [eiser] heeft bovendien niet aannemelijk kunnen maken dat de kritiek op zijn handelwijze uit de lucht gegrepen is. Anders dan op de tot voor kort door hem gebruikte website is vermeld, krijgen cursisten kennelijk niet standaard een persoonlijke mentor die regelmatig hun studieprestaties bespreekt. Het verwijt dat cursisten, nadat het inschrijfgeld is betaald, ermee geconfronteerd worden dat zij ook de kosten voor het examen dienen te voldoen, blijkt juist. Het verweer van [eiser] dat hij die kosten vervolgens weer terugbetaalt doet er niet aan af dat de cursisten met een andere gang van zaken worden geconfronteerd dan zij op grond van de vooraf gegeven informatie mochten verwachten. Voorts heeft [eiser] niet weersproken dat in een periode van twee jaar slechts vier cursisten examen hebben gedaan, waarvan er maar twee zijn geslaagd. Dat op grond van deze feiten vraagtekens worden gesteld bij de bedrijfsvoering van [eiser] is begrijpelijk, en het in dat kader aan het woord laten van derden (niet-cursisten) acht de voorzieningenrechter dan ook niet onrechtmatig. Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiser] voldoende mogelijkheid is geboden om een weerwoord op de geuite klachten gegeven. Hij heeft er zelf voor gekozen om dit te doen door middel van een e-mail. De inhoud daarvan is in de uitzending weergegeven. Het totaalbeeld dat uit de uitzending oprijst, namelijk dat door [vennootschap 1] niet datgene geboden wordt wat op grond van de door haar verstrekte informatie mag worden verwacht, is door [eiser] echter niet weerlegd. Dat dit veroorzaakt wordt door verkeerd handelen van docenten en betalingsgedrag van het UWV, zoals [eiser] stelt, kan daaraan niet afdoen. Mocht de stelling van [eiser] juist zijn, dan nog zijn dit omstandigheden die voor het bedrijfsrisico van [vennootschap 1] komen.

Uitspraak ingezonden door Armand Killan,
Mediarecht. Geen onrechtmatige publicatie. Artikel op website www.speculanten.nl is niet onrechtmatig tegenover appellanten. Er worden slechts mogelijke banden aangewezen. Appellant speelt een ondergeschikte rol in het artikel.
Een bijdrage van Nathalie van de Berg en Mark Buijnsters,
Uitspraak ingezonden door Charlotte de Boer en Carreen Shannon,
Uitspraak ingezonden door Eelco Bergsma,
Op 7 november 2000 machtigde de Raad de Europese Commissie onderhandelingen te voeren in het kader van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom, onder de vlag van de Verenigde Naties, over een verdrag dat ertoe strekt de audiovisuele uitvoeringen van uitvoerende kunstenaars te beschermen. Op 24 juni 2012 is het Verdrag van Beijing inzake audiovisuele uitvoeringen tot stand gekomen dat daarin voorziet. Het verdrag dat als bijlage aan deze brief is gehecht, regelt op welke bescherming uitvoerende kunstenaars aanspraak kunnen maken. Die bescherming is in de Europese Unie en de lidstaten grosso modo allang gerealiseerd. Voor Nederland is eigenlijk alleen maar nieuw dat Nederlandse uitvoerende kunstenaars na ratificatie van en toetreding tot het verdrag ook van die bescherming kunnen gaan profiteren als hun audiovisuele uitvoeringen worden geëxploiteerd in andere verdragsluitende partijen dan de lidstaten van de Europese Unie. Omgekeerd, moeten uitvoerende kunstenaars uit die verdragsluitende partijen straks ook in Nederland (en de andere lidstaten van de Europese Unie) worden beschermd.

Als randvermelding. Opzegging contract. Vraag of sprake is van beëindiging of opzegging van een architectenovereenkomst voor de Estafetteflat in Gouda en of dit onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.