Filter
  • Datum
  • Dossier
  • Instantie
zoeken

Dossiers

 
 
20.014 artikelen gevonden
IEF 22493

Uitspraak ingezonden door Lotte Oranje en Nina Wekking, Kennedy Van der Laan.

Vrijheid van meningsuiting prevaleert boven privacybelangen in uitzending over zorgmisstanden

Rechtbank Midden-Nederland 20 dec 2024, IEF 22493; ECLI:NL:RBMNE:2024:7070 (eiser sub 1, eiseres sub 2, tegen KRO-NCRV), https://ie-forum.nl/artikelen/vrijheid-van-meningsuiting-prevaleert-boven-privacybelangen-in-uitzending-over-zorgmisstanden

Rb. Midden-Nederland 20 december 2024, IEF 22493, IT 4762; ECLI:NL:RBMNE:2024:7070 (eiser sub 1 c.s. tegen KRO-NCRV). De Rechtbank heeft in een kort geding uitspraak gedaan tussen eiser sub 1 c.s., voormalig bestuurders van de gefailleerde zorginstelling onderneming 1, en de publieke omroep KRO-NCRV. Het geschil betreft een uitzending van een programma waarin misstanden bij onderneming 1 aan de kaak worden gesteld. Eisers vorderen rectificatie, verwijdering van de uitzending en het bijbehorende artikel. Zij stellen dat de publicaties onrechtmatig zijn omdat deze hun reputatie hebben aangetast en hun privacy hebben geschonden. 

IEF 22500

IE-klassieker: Puma/Sabel

HvJ EU 11 nov 1997, IEF 22500; ECLI:EU:C:1997:528 (Puma/Sabel), https://ie-forum.nl/artikelen/ie-klassieker-puma-sabel

HvJ EU 11 november 1997, IEF 22500; ECLI:EU:C:1997:528 (Puma/Sabel)

Onderwerp:
Verwarringsgevaar.

Feiten:
Puma maakte op grond van haar beeldmerk bezwaar tegen de merkinschrijving door Sabel van een springende roofkat als merk.

Rechtsregel (dictum):
Het doorslaggevende criterium in artikel 4 en 5 lid 1 sub b Merkenrichtlijn is verwarringsgevaar. Het verwarringsgevaar moet worden beoordeeld met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval.

IEF 22351

Laatste kans IE-diner op donderdag 30 januari 2025 - nog enkele plekken beschikbaar

Heeft u zich nog niet aangemeld voor het IE-diner? Dit kan nog tot vandaag 16:00.

Het jaarlijkse IE-diner markeert traditiegetrouw de feestelijke start van het nieuwe jaar in de wereld van het intellectueel eigendomsrecht. Op donderdag 30 januari 2025 nodigen wij u van harte uit voor een avond vol inspiratie, connecties en culinaire hoogtepunten in Hotel Arena, Amsterdam.

Onder leiding van ceremoniemeester Bernt Hugenholtz, professor IE-recht en een vertrouwd gezicht binnen de IE-gemeenschap, belooft deze 17de editie opnieuw een memorabele ervaring te worden.

Met drie prominente sprekers, een stijlvol driegangendiner en volop gelegenheid om te netwerken, bieden we u een avond die u niet wilt missen. Benieuwd naar wie er nog meer spreken? Lees dan verder!

IEF 22492

Geen verwarringsgevaar tussen flyPersia en flydubai

Gerecht EU (voorheen GvEA) 22 jan 2025, IEF 22492; ECLI:EU:T:2025:54 (Fly Persia IKE en Ali Barmodeh tegen EUIPO en Dubai Aviation Corp), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-flypersia-en-flydubai

HvJ EU 22 januari 2025, IEF 22492; IEFbe 3855; ECLI:EU:T:2025:54 (Fly Persia IKE tegen EUIPO) Het geschil betreft een oppositieprocedure aangespannen door Dubai Aviation Corp. tegen de registratie van het EU-beeldmerk FlyPersia. Dubai Aviation Corp. stelde dat het aangevraagde merk verwarring zou kunnen veroorzaken met hun eerder geregistreerde beeldmerk flydubai, dat ook betrekking heeft op diensten in transport en reizen. Het EUIPO oordeelde dat er sprake was van verwarringsgevaar. Het stelde vast dat het relevante publiek bestond uit zowel gewone consumenten als professionals in niet-Engelstalige landen zoals Slowakije, Slovenië, Hongarije en Tsjechië, met een gemiddeld tot hoog aandachtsniveau. Het EUIPO concludeerde dat de diensten van beide merken deels identiek en deels vergelijkbaar waren. Daarnaast vond het EUIPO dat de conflicterende merken visueel in gemiddelde mate en fonetisch in hoge mate overeenkwamen. Verder beschouwde het EUIPO het oudere merk flydubai als normaal onderscheidend en oordeelde dat de structurele gelijkenissen tussen de merken het verwarringsgevaar versterkten.

IEF 22489

HvJ EU: Geen verplichte volgorde bij absolute weigeringsgronden en beperkingen aan bevoegdheid Gerecht

HvJ EU 23 jan 2025, IEF 22489; ECLI:EU:C:2025:33 (EUIPO tegen Neoperl AG), https://ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-geen-verplichte-volgorde-bij-absolute-weigeringsgronden-en-beperkingen-aan-bevoegdheid-gerecht

HvJ EU 23 januari 2025, IEF 22489; IEFbe 3854; ECLI:EU:C:2025:33 (EUIPO tegen Neoperl AG) In deze zaak behandelt het Hof van Justitie een geschil tussen het EUIPO en Neoperl AG over de inschrijving van een tactiel positiemerk. Neoperl had in 2016 bij het EUIPO een aanvraag ingediend voor de registratie van een merk dat een cilindrisch sanitair inzetstuk voorstelde, gekenmerkt door voelbare, concentrische lamellen aan één uiteinde. Het merk is bedoeld voor sanitaire producten zoals straalregelaars en straalvormers. Het EUIPO had de aanvraag in 2019 afgewezen op grond van onvoldoende nauwkeurigheid, omdat het teken in de aanvraag, voor zover het een tactiel merk betrof, niet aan de vereisten voldeed. De Kamer van Beroep van het EUIPO oordeelde vervolgens dat de aanvraag niet voldeed omdat het teken onderscheidend vermogen miste. Het beroep van Neoperl werd daarmee verworpen.

IEF 22490

Gerecht handhaaft beslissing EUIPO in merkenrechtzaak Michael Kors

Gerecht EU (voorheen GvEA) 22 jan 2025, IEF 22490; ECLI:EU:T:2025:53 (Tecom Masters tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-handhaaft-beslissing-euipo-in-merkenrechtzaak-michael-kors

Gerecht EU 22 jan 2025, IEF 22490; ECLI:EU:T:2025:53 (Tecom Masters tegen EUIPO) Op 8 april 2020 diende Michael Kors (Switzerland) International GmbH een aanvraag in bij het EUIPO voor de nietigverklaring van een EU-merk dat op 4 september 2014 was geregistreerd door de rechtsvoorganger van Tecom Master, SL. De aanvraag tot nietigverklaring was gebaseerd op een eerder EU-beeldmerk van Michael Kors, geregistreerd op 13 juli 2004, voor goederen in de klassen 18 en 25. De betwiste merk van Tecom Master betrof goederen in de klassen 18 en 25, waaronder bagage, tassen, kleding en schoeisel. Michael Kors baseerde de vordering op het argument dat er verwarringsgevaar was en dat het betwiste merk ten onrechte profiteerde van de reputatie van het oudere merk. De vordering tot nietigverklaring werd in eerste instantie toegewezen door de nietigheidsafdeling van EUIPO, waarna Tecom Master in beroep ging.

IEF 22487

Rechtbank Amsterdam bevoegd in zaak Modern Entertainment

Rechtbank Amsterdam 15 jan 2025, IEF 22487; ECLI:NL:RBAMS:2025:235 ( Modern Entertainment B.V., eiser 2, eiser 3 tegen gedaagde), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-bevoegd-in-zaak-modern-entertainment

Rb. Amsterdam 15 januari 2025, IEF 22487; ECLI:NL:RBAMS:2025:235 (Modern Entertainment c.s. tegen gedaagde). De Rechtbank Amsterdam heeft in een incident geoordeeld dat zij bevoegd is om een zaak te behandelen waarin Modern Entertainment c.s. schadevergoeding vordert. De vordering is gebaseerd op een gestelde schending van hun eer en goede naam door e-mails van de gedaagde, die in Spanje woont. De rechtbank baseert haar bevoegdheid op artikel 7 lid 2 van de Brussel I bis-Verordening. Deze bepaling biedt een alternatieve grondslag voor geschillen uit onrechtmatige daad en stelt dat de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen, bevoegd is. De rechtbank volgt de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Volgens deze rechtspraak is de rechter bevoegd in zaken over schending van persoonlijkheidsrechten, zoals via internet, in de lidstaat waar de benadeelde woont en waar het centrum van diens belangen zich bevindt. Modern Entertainment c.s. heeft aangevoerd dat zij in Nederland gevestigd en woonachtig zijn en dat hun belangen zich daar bevinden. Dit is door de gedaagde niet betwist. De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is om van de zaak kennis te nemen en veroordeelt de gedaagde tot betaling van €598.

IEF 22488

Hof bevestigt auteursrecht architect op modulair bouwsysteem 

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 jan 2025, IEF 22488; ECLI:NL:GHARL:2025:110 (appellante, appellant tegen geïntimeerde), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-bevestigt-auteursrecht-architect-op-modulair-bouwsysteem-1

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 januari 2025, IEF 22488; ECLI:NL:GHARL:2025:110 (appellante, appelant tegen geïntimideerde). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep uitspraak gedaan over auteursrechten op een modulair bouwsysteem en afbeeldingen daarvan. Het hof oordeelt dat de architect auteursrechthebbende is op zowel de module als de afbeeldingen die in deze zaak voorliggen. In een tussenarrest had het hof al vastgesteld dat de vrouw inbreuk heeft gemaakt op deze auteursrechten, wat leidde tot verbeurde dwangsommen van €75.000 [zie IEF 22327]. Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat de handelsnaamrechten op "Woodstacker" gezamenlijk toekomen aan de architect en de man. Hierdoor kon de architect alleen namens de gezamenlijke rechthebbenden een handelsnaamverbod eisen, wat niet is gebeurd. 

IEF 22486

CvTA stemt in met wijzigingen TKA-reglement van Stichting NORMA

CvTA 18 dec 2024, IEF 22486; (Instemmingsverzoek wijziging TKA-reglement), https://ie-forum.nl/artikelen/cvta-stemt-in-met-wijzigingen-tka-reglement-van-stichting-norma

CvTA 18 december 2024, IEF 22486 (Instemmingsverzoek wijziging TKA-reglement). Het College van Toezicht Auteursrechten (CvTA) heeft ingestemd met een voorstel van Stichting NORMA om het Deelverdelingsreglement Thuiskopie Audio (TKA-reglement) te wijzigen. NORMA diende dit verzoek in om het reglement beter af te stemmen op haar governance-structuur, de terminologie van Sena, en de wens om te stoppen met de individuele verdeling van thuiskopiegelden voor klassieke live-uitvoeringen (TKALK). NORMA stelt dat de TKALK-verdeling niet meer bedrijfseconomisch haalbaar is vanwege hoge kosten en arbeidsintensiteit, terwijl het slechts een klein deel van de totale thuiskopiegelden betreft. Klassieke musici blijven echter aanspraak maken op vergoeding via de reguliere verdeling, gebaseerd op downloadgegevens, die representatiever zijn voor thuiskopiegebruik. Het CvTA constateert dat NORMA aan de vereisten voor interne besluitvorming heeft voldaan en dat ook Stichting de Thuiskopie heeft ingestemd met de wijzigingen. Het CvTA waardeert dat NORMA verder zal onderzoeken of een collectieve vergoeding voor klassieke musici via een fonds mogelijk is. Het CvTA besluit dat de voorgestelde wijzigingen passen binnen de praktische en financiële mogelijkheden van NORMA en het algemene verdelingsbeleid voor rechthebbenden. Het College stemt daarom in met het gewijzigde TKA-reglement, maar geeft aan dat deze instemming geen oordeel inhoudt over de juridische overeenstemming met het auteurs- en nabuurrecht. 

IEF 22485

Tuchtrecht: geen bewijs voor een gebrek aan onafhankelijkheid of belangenverstrengeling in auteursrechtelijk geschil

Overig 13 jan 2025, IEF 22485; ECLI:NL:TADRARL:2025:10 (Klagers tegen verweerder), https://ie-forum.nl/artikelen/tuchtrecht-geen-bewijs-voor-een-gebrek-aan-onafhankelijkheid-of-belangenverstrengeling-in-auteursrechtelijk-geschil

Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 13 januari 2025, IEF 22485; ECLI:NL:TADRARL:2025:10 (Klagers tegen verweerster). Deze procedure betreft een klacht over een advocaat die namens een cliënt heeft opgetreden in een auteursrechtelijke kwestie. De klacht werd op 16 oktober 2023 ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in Gelderland. Het geschil draait om het ongeautoriseerde gebruik van een foto, waarop volgens de advocaat auteursrecht rust. De advocaat heeft namens haar cliënt de wederpartij aansprakelijk gesteld en een schikkingsvoorstel gedaan. De wederpartij betwistte het auteursrecht op de foto, verwijderde deze van de website en ging uiteindelijk akkoord met het voorstel. De klagers dienden echter een klacht in, stellende dat de advocaat in strijd met de gedragsregels heeft gehandeld door onafhankelijkheid en integriteit niet te waarborgen. De klagers voerden aan dat de advocaat niet onafhankelijk was, omdat zij namens haar werkgever en diens levenspartner optrad. Ze betoogden dat deze professionele en persoonlijke relaties de onafhankelijkheid van de advocaat ondermijnden. Ook vonden zij het schikkingsbedrag van €1.600 buitensporig en de aanpak van de advocaat onredelijk. De advocaat verweerde zich door te stellen dat zij regelmatig auteursrechtelijke zaken behandelt en dat er geen sprake was van afhankelijkheid of schending van gedragsregels. Volgens haar waren de gevraagde vergoeding en werkwijze gebruikelijk in dit soort zaken.