Brede interpretatie van evenementen die van aanzienlijk belang worden geacht
Draft opinion of the Committee on Civil Liberties, Justice and Home Affairs on the Implementation of the Audiovisual Media Services Directive, 2012/2132(INI). Als randvermelding. Brede interpretatie van "evenementen die door die lidstaat van aanzienlijk belang voor de samenleving worden geacht" en "niet op een exclusieve basis uitzenden op zodanige wijze dat een belangrijk deel van het publiek in die lidstaat dergelijke evenementen niet via rechtstreekse of uitgestelde verslaggeving op de kosteloze televisie kan volgen", inclusief sport en entertainment. Deze Committee on Civil Liberties, Justice and Home Affairs roept de Committee on Culture and Education, de verantwoordelijke committee, om de volgende suggesties op te nemen in haar motie voor een resolutie:
5. Welcomes the approach taken by the Commission and the European Court of Justice in relation to the interpretation of Article 14 of the AVMS Directive; calls for a continued broad interpretation of the term ‘events which are regarded as being of major importance for society’, including sports and entertainment events that are of general interest, and encourages Member States to draw up lists of such events;
6. Highlights the fact that, in an increasingly digital environment, public media services play a crucial role in ensuring that citizens are able to access information online, and acknowledges in this regard that the provision of internet services by public media services contributes directly to their mission;
(...)
8. Calls on the Commission to maintain, in the EU’s external trade agreements, the definitions of audiovisual media services of the Directive, thus ‘carving out’ those services.
Novagraaf kerstpuzzel
Wat u ook gaat doen, de kerstpuzzel van Novagraaf mag tijdens kerst niet ontbreken. Wij hebben de logo’s van 25 verschillende landen op een rij gezet, maar een klein stukje ervan weggelaten. Weet u om welke landen het gaat? Vul dan de antwoorden in en maak daarbij kans op de nieuwste e-reader van Sony! Ga naar kerstquiz.novagraaf.nl en vul uw antwoorden in. U kunt deelnemen tot en met 4 januari 2013! Veel plezier!
Ga naar kerstquiz.novagraaf.nl en vul uw antwoorden in. U kunt deelnemen tot en met 4 januari 2013! Veel plezier!
Publieke EU-consultatie: civiele handhaving van IPRs
Verzoek. This technical survey aims at gathering specific information on the efficiency of proceedings and accessibility of measures used in the context of civil enforcement of intellectual property rights. These data will enable Commission to conduct a comprehensive assessment of the functionality of civil enforcement systems put in place in the Member States in order to improve the situation of all the actors active in the innovative sectors of European economy.
How to submit your contribution
In order to submit your contribution, please follow the procedure below:
- First click here to register using the following Registration Form
- Once you have submitted your registration, you will receive by email a second link that will enable you to reply to the full consultation questionnaire
This registration procedure is aimed at facilitating the filling in of the survey, as it provides the possibility to save a draft version of your contribution. Please note that the registration is not automatic; once we receive your request for registration, generated by the Registration Form, we will send you an e-mail with a personalised link to the survey.
Received contributions will be published on the Internet. It is important to read the specific privacy statement attached to this consultation for information on how your personal data and contribution will be dealt with. [red. meer informatie]
Period
From 30.11.2012 to 30.03.2013.
Hoge norm voor onderzoek door publiciteitsmedia bij nadelige uitingen verworpen
HR 30 november 2012, LJN BX8441 (Pretium Telecom B.V. tegen Omroepvereniging Vara)


Ook in deze zaak gaat het om de uitzendingen die de verweerster in cassatie, Vara, in het televisieprogramma "Kassa" heeft gewijd aan de door de eiseres tot cassatie, Pretium, in praktijk gebrachte telefonische wervingsmethode voor de door Pretium aangeboden diensten op het gebied van de telecommunicatie. Ook in de thans te beoordelen zaak heeft Pretium in kort geding sancties terzake van de Kassa-uitzendingen gevorderd; en ook in deze zaak had Pretium daarbij in de eerste aanleg succes, maar kwam het hof bij de beoordeling in hoger beroep tot een andere uitkomst.
Uit de conclusie P-G Huydecoper
7. Onderdeel I verdedigt in subonderdeel I.1 dat het hof de norm voor "journalistieke" zorgvuldigheid zou hebben miskend. Deze klacht werd ook in de eerdere cassatieprocedure Pretium/Vara aangevoerd; en zoals ik al even opmerkte, legt Pretium hierbij maatstaven aan, die de rechtens geldende maatstaven aanmerkelijk te boven gaan. Deze klachten verdienen dan ook op dezelfde voet te worden beoordeeld, als in de eerdere arresten is gebeurd.
9. Onderdeel II verdedigt in subonderdeel II.1, in het verlengde van de klacht(en) van onderdeel I, een hoge norm als het gaat om het onderzoek dat van publiciteitsmedia verwacht mag worden bij het publiceren van voor derden nadelige uitingen. Klachten op hetzelfde stramien zijn in de eerdere zaak Pretium/Vara verworpen. Ik verwijs naar alinea 13 van de conclusie voor het eerdere arrest Pretium/Vara.
MagicTwisty.com and the original "worm toy"
WIPO Panel Decision (Wolter Wefers Bettink) 12 november 2012, D2012-1858 (Fun Promotion International B.V. tegen respondent) > magictwistyworm.comBeslissing ingezonden door Leonie Gerding en Thera Adam-Van Straaten, Kneppelhout & Korthals N.V..
Domeinnaamrecht. Over de bekende magic twisty-worm. Er is sprake van een verwarringwekkende gelijkenis tussen de domeinnaam en het Benelux merk Magic Twisty. De Respondent meent een belang te hebben omdat zij wereldwijd de "original" worm verkoopt en zich niet concentreert op de Benelux, waarvoor het ingeroepen merk is ingeschreven. Het panel doet eigen onderzoek via een Google Search. Dat levert meerdere producenten op, maar geen van hen claimt specifieke IE-rechten. Er is geen sprake van een legitiem belang van Respondent.
Omdat MAGIC TWISTY al sinds 1970 wordt gebruikt en in andere landen is geregistreerd, aldus de Respondent, geeft deze er blijkt van kennis te hebben van de markt van "wormspeelgoed". Een simpele opdracht in het merkenregister had duidelijk gemaakt dat er een merk is geregistreerd. Omdat een worm toy wordt aangeboden die niet van Complainant afkomstig is, Google AdWord "Magic Twisty" wordt gebruikt en een promotievideo van Complainants website werd gebruikt, is er vermoeden van kwader trouw. De overdracht wordt bevolen.
In its Response, the Respondent states that the “worm toy” is sold worldwide under different names and that the Complainant has registered the Trademarks only in the Benelux. The Respondent claims it does not focus on the Benelux area, but worldwide. This is why its website is in the English language.
Onder A:
In the Panel’s view, the use of this descriptive word [red. "worm"] cannot prevent the Domain Name from being confusingly similar to the Trademark MAGIC TWISTY.
Onder B:
The Panel derives from the Response that the Respondent claims to have a legitimate interest because it sells the “original” worm toy and that it offers its products for sale worldwide and does not focus on the Benelux, as the Complainant would do. Apparently the Respondent asserts that it was using the Domain Name prior to notice of the dispute in connection with a bona fide offering of goods or services, as set out in paragraph 4(c)(i) of the Policy. (...) In fact, a Google search has shown the Panel that there are several producers of worm toys and none appear to claim to have any specific intellectual property rights in that product.
Onder C:
(...) By using the Domain Name for a website offering a worm toy not originating from the Complainant, using the AdWord “Magic Twisty” to advertise its website to users of the Google search engine and – at least initially – displaying on its website a promotion video taken from the Complainant’s website, featuring the MAGIC TWISTY Trademark, it is likely that the Respondent is attempting to attract Internet users to its website, by creating a likelihood of confusion with the Trademarks as to the source, affiliation, or endorsement of the Respondent’s website.The Panel concludes that the Domain Name has been registered and is being used in bad faith.
BBIE serie november 2012
Merkenrecht. We beperken ons tot een maandelijks overzicht van de oppositiebeslissingen van het BBIE. Recentelijk heeft het BBIE een serie van twaalf oppositiebeslissingen gepubliceerd die wellicht de moeite waard is om door te nemen. Zie voorgaand bericht in deze serie: BBIE serie oktober 2012.
21-11 | CHACO | CHAKç WEAR | Gedeelt. | fr | ||
20-11 | SPIN | SPIN FOR LIFE (IEF 12066) | Afgew. | nl | ||
19-11 | DEBORAH | DEBRAH JADE | Toegew. | nl | ||
19-11 | LIVEBOX | LIFEBOX | Toegew. | nl | ||
19-11 | KEY | KEY LEARNING PASSIE VOOR ONDERWIJS | Gedeelt. | nl | ||
19-11 | KEY | KEY LEARNING ORGANISATIEVERBETERING | Gedeelt. | nl | ||
16-11 | JAZZ | JAZZ | Afgew. | nl | ||
06-11 | CFP | CFD | Gedeelt. | nl | ||
02-11 | OMEGA | Omegium | Gedeelt. | nl | ||
01-11 | GOSH PROFESSIONAL | POSH FASHIONATION | Toegew. | nl | ||
01-11 | FIM | FiMax | Afgew. | nl | ||
01-11 | RS | RS TUNING | Toegew. | nl |
Onderscheid tussen hotelkamers en bed and breakfast is niet te maken
Vzr. Rechtbank 's-Gravenhage 29 november 2012, zaaknr. 428666 / KG ZA 12-1109 (Stichting Videma tegen Hertog-Inn) Uitspraak ingezonden door Anneke Stekelenburg, Jacqueline Seignette, Höcker advocaten.
Stichting Videma sluit overeenkomsten met rechthebbenden waarin deze haar te machtigen om namens hen op te treden tegen inbreuk en schadevergoeding te vorderen. In dit geval heeft Videma Hertog-Inn, een bed and breakfast (met vijf kamers), uitgenodigd een licentie te nemen. Zij beschikt niet over een licentie voor de doorgifte van televisieprogramma's. Een deurwaarder heeft zich blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal als gast laten inschrijven en vastgesteld dat op de televisie in de kamer een groot aantal zenders beschikbaar was.
Onder verwijzing naar SGAE/Rafael Hoteles [IEF 3022] en Divani [IEF 8924] wordt een inbreukverbod op de doorgifte aan hotelkamers en vertoning in de gemeenschappelijke ruimten gevorderd. Nu de toestemming ontbreekt, worden de licentievergoedingen van 2009 tot en met 2012, zoals gevorderd, toegewezen. De overwegingen die aan het Rafael Hoteles-arrest ten grondslag liggen lijken dan ook zonder meer van toepassing op het onderhavige geval. Een relevant onderscheid tussen hotelkamers en kamers in een bed and breakfast is niet te maken.
Er is geen reden om Stichting Videma haar eigen kosten te laten dragen, omdat er sprake zou zijn van een proefproces of omdat Stichting Videma op onzorgvuldig wijze zou hebben geprocedeerd. Hertog-Inn is integendeel bij herhaling in de gelegenheid gesteld een licentie te nemen, maar heeft het, naar vooralsnog moet worden vastgesteld op niet houdbare gronden, op een procedure aan laten komen.
4.1.4. Uit het door Stichting Videma aangehaalde arrest inzake SGAE - Rafael Hoteles (LJN BF9316) volgt dat al sprake is van een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1 van richtlijn 2001/29 wanneer het werk op zodanige wijze in een hotelkamer voor het publiek beschikbaar wordt gesteld dat het voor de leden van dit publiek toegankelijk is, ongeacht of daarvan gebruik wordt gemaakt (vergelijk het arrest onder 43). Het Hof van Justitie hecht daarbij belang aan de omstandigheid dat de mededeling een winstoogmerk heeft (overweging 44) en oordeelt dat het privékarakter van hotelkamers niet in de weg staat aan te nemen dat een mededeling aan het publiek plaatsvindt (overweging 54). Het begrip openbaarmaking in artikel 3 Auteurswet moet op overeenkomstige wijze worden uitgelegd (vergelijk H.R. 19 juni 2009, LJN BH7602).4.1.5. Vooralsnog valt niet in te zien dat het voorgaande zou gelden voor doorgifte van televisieprogramma's in hotelkamers, maar niet van toepassing zou zijn op kamers in een bed and breakfast. Hertog-Inn heeft daarvoor ook geen argumenten aangevoerd, anders dan dat de omvang van het gebruik van de kamers in een bed and breakfast geringer zou zijn en de gast zou verblijven in de huiselijke kring van de gastvrouw. Dat laatste is mogelijk een kwestie van sfeer, maar doet niet af aan het gegeven dat aan het publiek tegen betaling tijdelijk verblijf in een kamer wordt aangeboden. Dat de intensiteit van het gebruik van kamers relevant zou zijn blijkt niet. De overwegingen die aan Rafael Hoteles arrest ten grondslag liggen lijken dan ook zonder meer van toepassing op het onderhavige geval. Een relevant onderscheid tussen hotelkamers en kamers in een bed and breakfast is niet te maken.
Lees de grosse KG ZA 12-1109, afschrift (schone pdf) KG ZA 12-1109.
Op andere blogs:
Novagraaf (Bed & Breakfast in beeld)
3©-DA Platform voor eerlijk vergoedings- en licentiesysteem voor digitale content
Uit't persbericht: Nederlandse en Franse consumenten- en makersorganisaties hebben zich verenigd in het Platform 3©-DA – Consumers and Creators for Creation in the Digital Age. De organisaties presenteren donderdag 29 november een gezamenlijke visie voor een eerlijk vergoedings- en licentiesysteem voor digitale content. Dit platform, verwelkomt door Europarlementariërs van verschillende politieke stromingen, wil een evenwichtig antwoord bieden voor alle betrokken belangen bij het rechtenbeheer online. Vanaf 29 november is ook de website www.3c-da.org actief.
Voorstellen
Het 3©-DA Platform stelt daarom twee, elkaar aanvullende, maatregelen voor:
I. Legaliseer het niet-commercieel up- en downloaden (p2p-gebruik) door privépersonen door de introductie van een internetvergoeding (te betalen via het internet abonnement). Het commercieel faciliteren van peer-to-peer gebruik zal enkel toegestaan zijn onder de voorwaarden zoals beschreven in deel II van het voorstel.
II. Voor on-demand streaming diensten en sites die p2p-gebruik faciliteren, stelt het Platform invoering van verplicht collectief beheer voor. Dit systeem geeft online ondernemers de mogelijkheid nieuwe digitale diensten te ontwikkelen en garandeert rechthebbenden een eerlijke vergoeding. Deze wettelijke vergoedings- en licentiemodellen (die in Frankrijk, Nederland en de meeste andere Europese lidstaten voor radio-uitzendingen en thuis kopiëren al jaren ingezet worden) beogen een duurzaam evenwicht te creëren tussen de betrokkenen en respecteren zowel de privacy van consumenten en de vrijheid van meningsuiting, als het recht van makers en producenten op een eerlijke vergoeding.
Klik hier voor uitgebreide uitleg/ uitleg van de praktijk.
Update met Apple/Samsung kort commentaar bij HvJ EU Bericap tegen Plastinnova
Update van IEF 12065 met IEF 12062. Update: De vraag rijst of de bepalingen van de Handhavingsrichtlijn c.q. artikel 1019 e.v. Rv (nog) wel van toepassing zijn te achten op, bijvoorbeeld, een nietigheidsprocedure die is ingesteld in het kader van een inbreukprocedure. Deze problematiek speelt op dit moment in de zaak Apple / Samsung [IEF 12062], waarin Samsung in reconventie (voorwaardelijk) de nietigheid vordert van het Nederlands deel van het octrooi van Apple. Samsung wordt ten aanzien van de reconventionele vordering in het ongelijk gesteld. In verband met het arrest Bericap/Plastinnova rijst de vraag wat dient te gebeuren met de proceskosten ex artikel 1019h Rv. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de consequenties van het arrest voor deze zaak. Het Europese Hof rept echter niet over de toepasselijkheid van de richtlijn in een dergelijke situatie. In het algemeen heeft het Europese Hof geen of nauwelijks aandacht voor de positie van de (zich met succes) verwerende, (beweerdelijk) inbreukmakende partij. Wat dient te gebeuren met de proceskosten indien de ‘inbreukmaker’ zich met succes verweert tegen de rechthebbende, bijvoorbeeld door middel van een geslaagde nietigheidsactie tegen het ingeroepen IE-recht? Naar mijn mening dient conform de restrictieve benadering onderscheid te worden gemaakt tussen:
(i) op zichzelf staande nietigheidsprocedures (denk aan een nietigheidsprocedure geïnitieerd door iemand die zelf geen merkhouder is, maar de nietigheid van een merk inroept omdat het ingeschreven merk onderscheidend vermogen mist) en
(ii) nietigheidsprocedures die zijn ingesteld in het kader van een inbreukactie. De eerste categorie nietigheidsprocedures valt buiten de reikwijdte van de Handhavingsrichtlijn. Dat volgt uit het arrest in de zaak Bericap/Plastinnova, waarin het ook ging om een op zichzelf staande nietigheidsprocedure, in dit geval met betrekking tot een gebruiksmodel. De tweede categorie nietigheidsprocedures kan worden gelijkgesteld met een verweer in of naar aanleiding van een inbreukprocedure en valt om die reden wel onder het toepassingsbereik van de Handhavingsrichtlijn. Binnen dat kader laat artikel 14 richtlijn / 1019h Rv ruimte voor een veroordeling van die rechthebbende in de proceskosten van de wederpartij, wanneer de rechthebbende in het ongelijk wordt gesteld: immers rept de bepaling over de ‘in het ongelijk gestelde partij’ en niet over de ‘inbreukmakende partij’. Een succesvol verweer van de ‘inbreukmaker’, of dit nu is gevoerd in de inbreukprocedure zelf, door middel van een reconventionele vordering of een nietigheidsprocedure die plaatsvindt in het kader van de inbreukprocedure, dient kortom gehonoreerd te worden met een proceskostenvergoeding op de voet van artikel 14 richtlijn / 1019h Rv.
Geldige dagvaarding: Bij zakelijke activiteiten spreekt men van gevestigd te
Procesrecht. Geen nietigheid van de dagvaarding door onduidelijke vermelding eiser. "Gevestigd te" in plaats van "woonplaats hebbende te". De gedaagde, de Hu Group, beroept zich op nietigheid van de inleidende dagvaarding en vordert dat de rechtbank deze bij incidenteel vonnis nietig verklaart, omdat niet exact duidelijk is geworden wie in de onderhavige procedure de eisende partij is.
Hu Groep kan niet serieus volhouden, aldus eiser, dat het woord ‘gevestigd’ en de toevoeging ‘handelende onder de naam By Lou Lou’ tot enige onduidelijkheid kan leiden. De dagvaarding vermeldt duidelijk dat eiseres de natuurlijke persoon [X] is. [X] is woonachtig te ’s-Gravenhage. In dit verband wordt er op gewezen dat op grond van artikel 1:10 van het Burgerlijk Wetboek zowel een rechtspersoon als een natuurlijk persoon woonplaats hebben op een adres waar zij wonen c.q. hun zakelijke activiteiten verrichten. Bij zakelijke activiteiten spreekt men van “gevestigd te”, in plaats van “woonplaats hebbende te”.
De toevoeging “tevens handelend onder de naam By Lou Lou, gevestigd te ’s-Gravenhage” moet kennelijk aldus worden begrepen dat de onderneming van [X] kantoor houdt te ’s-Gravenhage. Gezien artikel 1:14 van het Burgerlijk Wetboek is daarmee (tevens) ’s-Gravenhage aan te merken als woonplaats van [X] omdat de onderhavige procedure kennelijk betrekking heeft op een aangelegenheid die de onderneming betreft. Anders dan Hu Group aanvoert, is dus ook niet verzuimd in de dagvaarding de woonplaats van [X] te vermelden.
3.1. De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. Gelet op de aanhef van de dagvaarding, waarin uitdrukkelijk is gesteld dat de vorderingen worden ingesteld door “de natuurlijke persoon [X]”, is duidelijk wie de eisende partij is. De dagvaarding lijdt in dat opzicht niet aan een gebrek. De toevoeging “tevens handelende onder de naam By Lou Lou, gevestigd te ’s-Gravenhage” moet kennelijk aldus worden begrepen dat de onderneming van [X] kantoor houdt te ’s-Gravenhage. Gezien artikel 1:14 van het Burgerlijk Wetboek is daarmee (tevens) ’s-Gravenhage aan te merken als woonplaats van [X] omdat de onderhavige procedure kennelijk betrekking heeft op een aangelegenheid die de onderneming betreft. Anders dan Hu Group aanvoert, is dus ook niet verzuimd in de dagvaarding de woonplaats van [X] te vermelden.
3.2. Zo bij Hu Group enige twijfel zou zijn ontstaan door het gebruik van het woord “gevestigd”, dan zal bij nadere bestudering van de dagvaarding gebleken zijn dat de vorderingen zijn gebaseerd op intellectuele-eigendomsrechten van [X], zodat niet serieus kan worden volgehouden dat de indruk is gewekt dat niet zij, maar By Lou Lou B.V. eiseres zou zijn. Dat als productie 1 uittreksels uit het handelsregister van twee vennootschappen in het geding zijn gebracht met als enige toelichting “Informatie over [X]” maakt dit niet anders. Mede gelet op de overige omstandigheden is immers bepaald onwaarschijnlijk dat Hu Group serieus heeft gemeend uit deze productie te kunnen opmaken dat de vorderingen
zijn ingesteld door een van de betreffende vennootschappen.