IEF 23774
21 september 2026
Artikel

Volg IE-Forum ook op LinkedIn

 
IEF 23881
1 oktober 2026
Artikel

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

 
IEF 23943
20 oktober 2026
Uitspraak

Hof Amsterdam: HowardsHome maakt met nieuwssignaleringsdienst inbreuk op auteursrecht en persuitgeversrecht

 
IEF 23920

UPC CoA: verzoek Fujifilm om schorsende werking tijdens herzieningsprocedure afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 31 aug 2026, IEF 23920; UPC-COA-312/2025 (Fujifilm tegen Kodak), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verzoek-fujifilm-om-schorsende-werking-tijdens-herzieningsprocedure-afgewezen

UPC CoA 31 augustus 2026, IEF 23920; IEFbe 4351; UPC_CoA_312/2025 (Fujifilm/Kodak). In deze zaak tussen Fujifilm en Kodak staat de vraag centraal of aan een verzoek tot herziening van een definitieve beslissing van het Hof van Beroep schorsende werking moet worden toegekend. Het geschil betreft octrooi EP 3 511 174. Bij beslissing van 2 juni 2026 vernietigde het Hof van Beroep de beschikking van de Lokale Divisie Mannheim voor zover daarin het verweer inzake het recht van voorgebruik was verworpen, en wees het de inbreukvordering van Fujifilm af. Fujifilm heeft vervolgens op grond van artikel 81 UPCA en regel 245 e.v. RoP een verzoek tot herziening ingediend. Volgens Fujifilm bevat de beslissing fundamentele procedurele gebreken, waaronder schendingen van het beginsel van een eerlijk proces en het recht om te worden gehoord. Fujifilm verzoekt onder meer om vernietiging van de beslissing en heropening van de procedure. Daarnaast verzoekt zij om schorsende werking van het herzieningsverzoek.

IEF 23923

VvA Studiemiddag 30/10: "Mededeling aan het publiek: state of the art"

De eerstvolgende Bijzondere Algemene Ledenvergadering en studiemiddag van de VvA zal plaatsvinden op vrijdag 30 oktober a.s. om 13:30 uur bij de Tolhuistuin te Amsterdam.          

Na een aantal belangrijke arresten van het HvJEU over het recht van mededeling aan het publiek is het tijd om de balans op te maken. Waar staan we met de begrippen ‘publiek’ en ‘nieuw publiek’ na VHC-2 Seniorenresidenz? Wat leert Thuiskopie ons over de verhouding tussen het recht van mededeling aan het publiek en het reproductierecht? En kan men de mededeling aan het publiek geografisch beperken door geo-blocking of andere toegangsmaatregelen toe te passen (Anne Frank)?

IEF 23914

Gerecht EU: geen verwarringsgevaar tussen DENTEK en dentix ondanks identieke of soortgelijke tandverzorgingsproducten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 7 okt 2026, IEF 23914; ECLI:EU:T:2026:637 (dentix), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-geen-verwarringsgevaar-tussen-dentek-en-dentix-ondanks-identieke-of-soortgelijke-tandverzorgingsproducten

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23914, IEFbe 4348; ECLI:EU:T:2026:637 (dentix). Dentek Oral Care heeft oppositie ingesteld tegen de inschrijving van het Uniebeeldmerk ‘dentix’ voor onder meer tandpasta, tandzijde en tandenborstels in de klassen 3 en 21. De oppositie is gebaseerd op twee oudere Uniewoordmerken DENTEK en twee oudere Uniebeeldmerken DenTek. Volgens Dentek Oral Care bestaat verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie toe vanwege verwarringsgevaar bij een deel van het Bulgaarstalige of Griekstalige publiek. De kamer van beroep vernietigde die beslissing en oordeelde dat geen verwarringsgevaar bestond, ook niet voor identieke waren. Het Gerecht onderschrijft het oordeel van de kamer van beroep dat het gemeenschappelijke element ‘dent’ door het relevante publiek in de gehele Europese Unie wordt herkend als een verwijzing naar tandverzorging en daarom een zwak onderscheidend vermogen heeft. Dentek Oral Care heeft onvoldoende onderbouwd dat dit voor het Bulgaarstalige of Griekstalige publiek anders ligt. Hoewel beide tekens uit zes letters bestaan en de eerste vier letters identiek zijn, is de visuele overeenstemming gering. Het geringe onderscheidend vermogen van het gemeenschappelijke element ‘dent’ vermindert namelijk het gewicht van die overeenstemming, terwijl de uitgangen ‘ek’ en ‘ix’ van elkaar verschillen.

IEF 23907

Gebruik e.plus+ niet aangetoond voor SIM-kaarten, maar wel voor telecommunicatiediensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 30 sep 2026, IEF 23907; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+), https://ie-forum.nl/artikelen/gebruik-e-plus-niet-aangetoond-voor-sim-kaarten-maar-wel-voor-telecommunicatiediensten

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23907; IEFbe 4345; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+). ePlus Inc. had verzocht om vervallenverklaring van het Uniebééldmerk e.plus+ van Telefónica Germany wegens het ontbreken van normaal gebruik in de zin van artikel 58 lid 1 onder a UMVo. De nietigheidsafdeling verklaarde het merk vervallen voor alle betrokken waren en diensten en de kamer van beroep liet die beslissing in stand. In beroep beperkte Telefónica haar vordering tot SIM-kaarten in klasse 9 en telecommunicatiediensten in klasse 38. Voor de SIM-kaarten bevestigt het Gerecht het oordeel van de kamer van beroep. De overgelegde bewijsstukken betroffen onder meer starterspakketten, opwaardeertegoeden en prepaidkaarten, maar geen SIM-kaarten als fysieke chips die een abonnee op een mobiel netwerk identificeren en authenticeren. Dat de aangeboden pakketten mogelijk dergelijke SIM-kaarten bevatten, bewijst niet dat e.plus+ overeenkomstig zijn wezenlijke merkfunctie voor die goederen is gebruikt. De consument zal het teken in deze context volgens het Gerecht verbinden met de commerciële herkomst van de telecommunicatiediensten en niet met die van de SIM-kaart als zelfstandig product. De kamer van beroep heeft daarom terecht geoordeeld dat de aard van het gebruik voor SIM-kaarten in klasse 9 niet was aangetoond.

IEF 23902

UPC CoA: schorsende werking hoger beroep tegen nietigheidsbeslissing geldt niet voor kostenbeslissing

Unified Patent Court (UPC) 18 sep 2026, IEF 23902; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-schorsende-werking-hoger-beroep-tegen-nietigheidsbeslissing-geldt-niet-voor-kostenbeslissing

UPC CoA 18 september 2026, IEF 23902; LS&R 2475; IEFbe 4341; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead). In deze zaak tussen de Academy of Military Medical Sciences (AMMS) en Gilead staat de vraag centraal of de automatische schorsende werking van een hoger beroep tegen een nietigheidsbeslissing zich ook uitstrekt tot de daarmee samenhangende kostenbeslissing. Gilead had bij de Central Division Milan nietigverklaring van EP 3 854 403 gevorderd. De rechtbank herriep het octrooi volledig en bepaalde, overeenkomstig een afspraak tussen partijen, dat AMMS € 800.000 aan proceskosten van Gilead moest dragen. AMMS stelde hoger beroep in tegen de nietigheidsbeslissing. AMMS stelde zich op het standpunt dat de automatische schorsende werking van art. 74 lid 2 UPCA niet alleen de beslissing over de geldigheid van het octrooi raakt, maar ook de kostenbeslissing. Het Hof van Beroep volgt dat standpunt niet. Art. 74 lid 2 UPCA vormt een uitzondering op de hoofdregel dat hoger beroep geen schorsende werking heeft. De automatische schorsende werking is volgens het Hof gerechtvaardigd door de bijzondere aard van geldigheidsbeslissingen, die erga omnes werken en de juridische status van het octrooi raken zolang het hoger beroep nog loopt.

IEF 23906

Verwarringsgevaar tussen MARKETVECTOR INDEXES en VECTOR FUND; normaal gebruik ouder merk voldoende aangetoond

Gerecht EU (voorheen GvEA) 30 sep 2026, IEF 23906; ECLI:EU:T:2026:609 (MARKETVECTOR INDEXES), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-marketvector-indexes-en-vector-fund-normaal-gebruik-ouder-merk-voldoende-aangetoond

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23906; IEFbe 4344; ECLI:EU:T:2026:609 (MARKETVECTOR INDEXES). Van Eck Associates had de Europese Unie aangewezen voor de internationale registratie van het woordteken MARKETVECTOR INDEXES voor financiële diensten in klasse 36. Vector S.A. stelde oppositie in op basis van het oudere Uniewoordmerk VECTOR FUND en beriep zich op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Nadat Van Eck om bewijs van normaal gebruik had gevraagd, legde Vector onder meer jaarstukken, websiteprints, verklaringen, nieuwsbrieven, artikelen en gegevens over de registratie van fondsen over. Het Gerecht oordeelt dat de kamer van beroep terecht heeft aangenomen dat het oudere merk normaal is gebruikt. Het merk was weliswaar niet in exact dezelfde vorm gebruikt als geregistreerd, maar het gebruik van het element “vector” kan als gebruik van VECTOR FUND gelden. “Fund” is beschrijvend voor de betrokken financiële diensten, zodat het weglaten daarvan het onderscheidend vermogen van het merk niet wijzigt. Ook toevoegingen als “navigator”, “flexible”, “top managers mixed” en “SICAV” veranderen dat onderscheidend vermogen niet, omdat deze elementen beschrijvend zijn voor kenmerken of de rechtsvorm van de betrokken fondsen. Het Gerecht stelt bovendien vast dat “vector” niet uitsluitend als handels- of ondernemingsnaam is gebruikt, maar ook als merk, omdat het teken in de overgelegde stukken zelfstandig de commerciële herkomst van de betrokken financiële diensten aanduidt.

IEF 23916

Gerecht EU: geen nietigheid van merk lightoptics wegens onvoldoende bewijs van ouder auteursrecht en kwade trouw

Gerecht EU (voorheen GvEA) 7 okt 2026, IEF 23916; ECLI:EU:T:2026:644 (lightoptics), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-geen-nietigheid-van-merk-lightoptics-wegens-onvoldoende-bewijs-van-ouder-auteursrecht-en-kwade-trouw

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23916; IEFbe 4350; ECLI:EU:T:2026:644 (lightoptics). Salumanus heeft verzocht om nietigverklaring van het Uniebeeldmerk ‘lightoptics’, dat op naam van Heyoptics is ingeschreven voor onder meer glasvezelkabels, elektronische apparatuur en commerciële diensten in de klassen 9 en 35. Volgens Salumanus kan zij zich beroepen op een ouder auteursrecht op een overeenstemmend teken en heeft Heyoptics bij de merkaanvraag te kwader trouw gehandeld. Het verzoek is gebaseerd op artikel 60 lid 2 onder c en artikel 59 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De nietigheidsafdeling van EUIPO wees het verzoek af, waarna ook de kamer van beroep oordeelde dat Salumanus onvoldoende had aangetoond dat zij bescherming kon ontlenen aan het Poolse auteursrecht. Het Gerecht bevestigt dat niet is bewezen dat Salumanus het betreffende teken vóór de merkaanvraag van 1 november 2021 heeft gecreëerd. De overgelegde e-mails, overeenkomsten, productfoto's en andere documenten tonen onvoldoende aan wie het teken heeft ontworpen en wanneer dit is gebeurd. Ook het feit dat Salumanus producten met het teken heeft verhandeld, bewijst niet dat zij de maker ervan is. Het Gerecht benadrukt dat degene die zich op een ouder nationaal auteursrecht beroept, onder meer het bestaan en de beschermingsomvang van dat recht en de inhoud van het toepasselijke nationale recht moet aantonen. Omdat Salumanus onvoldoende heeft bewezen dat zij het teken vóór de merkaanvraag heeft gecreëerd, hoeft het Gerecht niet verder te beoordelen of de verstrekte informatie over het Poolse auteursrecht toereikend is. De voor het eerst bij het Gerecht ingediende aanvullende e-mails worden bovendien niet-ontvankelijk verklaard.

IEF 23919

Forbo en Duracryl moeten bepaalde misleidende duurzaamheidsclaims staken

Hof Den Haag 29 sep 2026, IEF 23919; ECLI:NL:GHDHA:2026:3024 (Forbo en Duracryl c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/forbo-en-duracryl-moeten-bepaalde-misleidende-duurzaamheidsclaims-staken

Hof Den Haag 29 september 2026, IEF 23919; RB 4157; ECLI:NL:GHDHA:2026:3024 (Forbo tegen Duracryl c.s.). Forbo Flooring en Duracryl c.s. zijn concurrerende producenten van vloerbedekkingen die elkaar over en weer verwijten misleidende mededelingen te doen over de samenstelling en duurzaamheid van hun producten. Forbo stelt onder meer dat Duracryl haar product Corques Liquid Lino (CLL) ten onrechte als linoleum en als natuurlijk en klimaatvriendelijk presenteert. Duracryl c.s. voeren op hun beurt aan dat Forbo misleidende duurzaamheidsclaims doet over haar Marmoleum- en PVC/vinylvloeren. Het hof beoordeelt de uitingen aan de hand van artikel 6:194 BW. Een onjuiste of onvolledige mededeling is pas misleidend wanneer deze, gelet op de context, van voldoende materieel belang is om het economische gedrag van het relevante publiek te kunnen beïnvloeden. Op grond van artikel 6:195 BW rust de bewijslast van de juistheid of volledigheid van de relevante feitelijke mededelingen op degene die de inhoud daarvan heeft bepaald, nadat de wederpartij voldoende heeft onderbouwd waarin de gestelde misleiding bestaat. De Europese richtsnoeren over oneerlijke handelspraktijken en de Leidraad Duurzaamheidsclaims van de ACM zijn niet rechtstreeks van toepassing op misleiding tussen ondernemingen, maar kunnen wel aanknopingspunten bieden bij de beoordeling van duurzaamheidsclaims. Volgens het hof mag Duracryl CLL als linoleum en als gebaseerd op natuurlijke materialen aanduiden. Het product heeft vergelijkbare eigenschappen als traditioneel linoleum en bestaat volgens een overgelegde Environmental Product Declaration (EPD) voor 89% uit natuurlijke grondstoffen. Wel zijn de claims dat CLL geen gevaarlijke materialen bevat, een CO2-voetafdruk van -7 kg/m² heeft en dat de vloeren van Duracryl klimaatpositief zijn misleidend. Dit geldt ook voor het gebruik van de keurmerken Climate Positive Flooring en BREEAM. De claim met het RedListFree-keurmerk acht het hof daarentegen voldoende onderbouwd. Verder bevestigt het hof het oordeel van de rechtbank dat de mededelingen waarin CLL wordt aangeduid als een puur mengsel van natuurlijke materialen, als een mix van pure duurzame materialen die door moeder natuur zijn gegeven en als EPD-gecertificeerd product misleidend zijn (r.o. 6.5-6.50).

IEF 23915

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen ABAC en ABACCO’S STEAKHOUSE voor restaurant- en hoteldiensten

Gerecht EU (voorheen GvEA) 7 okt 2026, IEF 23915; ECLI:EU:T:2026:645 (ABACCO'S STEAKHOUSE), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-abac-en-abacco-s-steakhouse-voor-restaurant-en-hoteldiensten

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23915; IEFbe 4349; ECLI:EU:T:2026:645 (ABACCO'S STEAKHOUSE). Abacco’s GmbH komt op tegen de beslissing van de kamer van beroep van EUIPO waarbij de weigering van bescherming in de Europese Unie van het internationaal geregistreerde beeldmerk ‘ABACCO’S STEAKHOUSE’ voor diensten op het gebied van het verstrekken van eten en drinken en tijdelijke accommodatie in klasse 43 werd bevestigd. Restaurant Abac SL had oppositie ingesteld op basis van het oudere Spaanse woordmerk ABAC, dat onder meer is ingeschreven voor dezelfde diensten. Volgens Restaurant Abac bestaat verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie toe en de kamer van beroep verwierp het daartegen ingestelde beroep. Het Gerecht onderschrijft het oordeel dat de betrokken diensten identiek zijn en dat het relevante publiek bestaat uit het algemene publiek in Spanje met een gemiddeld aandachtsniveau. Het woordelement ‘abacco’s’ vormt het meest onderscheidende en dominante bestanddeel van het aangevraagde merk. Het element ‘steakhouse’ is beschrijvend voor de betrokken diensten en de horizontale scheidingslijn heeft geen onderscheidend vermogen. Omdat het oudere merk ABAC volledig terugkomt aan het begin van het dominante bestanddeel ‘abacco’s’, stemmen de tekens visueel in gemiddelde mate en fonetisch in ten minste bovengemiddelde mate overeen.

IEF 23912

Gerecht EU: EUIPO beoordeelde beschrijvend karakter en onderscheidend vermogen van ‘MID season’ op basis van onjuiste betekenis

Gerecht EU (voorheen GvEA) 7 okt 2026, IEF 23912; ECLI:EU:T:2026:641 (MID season For When It's Not Quite Cold Not Quite Warm), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-euipo-beoordeelde-beschrijvend-karakter-en-onderscheidend-vermogen-van-mid-season-op-basis-van-onjuiste-betekenis

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23912; IEFbe 4347; ECLI:EU:T:2026:641 (MID season For When It's Not Quite Cold Not Quite Warm). Milestone Sportswear Handels GmbH heeft verzocht om nietigverklaring van het Uniebeeldmerk ‘MID season For When It’s Not Quite Cold Not Quite Warm’, dat op naam van John Peter Srl is ingeschreven voor onder meer tassen, kleding en detailhandelsdiensten in de klassen 18, 25 en 35. Volgens Milestone Sportswear is het merk beschrijvend en mist het onderscheidend vermogen in de zin van artikel 7 lid 1 onder b en c van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De nietigheidsafdeling van EUIPO wees het verzoek af, waarna ook de kamer van beroep oordeelde dat het merk niet beschrijvend was en voldoende onderscheidend vermogen bezat. De kamer van beroep ging ervan uit dat het relevante Engelstalige publiek de woorden ‘mid season’ uitsluitend zou begrijpen als het midden van een van de vier seizoenen. Het Gerecht oordeelt echter dat de kamer van beroep hiermee een beoordelingsfout heeft gemaakt. Uit de door Milestone Sportswear overgelegde woordenboekfragmenten en voorbeelden uit de modebranche blijkt dat ‘mid season’ ook kan verwijzen naar overgangsseizoenen, zoals de lente en de herfst. De toevoeging ‘For When It’s Not Quite Cold Not Quite Warm’ ondersteunt deze betekenis, omdat daarmee wordt verwezen naar weersomstandigheden waarin het niet bijzonder koud of warm is.