IEF 22102
20 juni 2024
Artikel

IE Zomerforum. Deepfakes. De voorbereiding (deel 3)

 
IEF 22100
19 juni 2024
Uitspraak

Conclusie A-G: Copaco

 
IEF 22099
18 juni 2024
Artikel

IE Zomerforum. Deepfakes. De voorbereiding (deel 2)

 
IEF 22052

Overname handelsnaam onvoldoende bewezen

5 apr 2024, IEF 22052; ECLI:NL:RBDHA:2024:7363 (de VOF tegen gedaagde), https://ie-forum.nl/artikelen/overname-handelsnaam-onvoldoende-bewezen

Vzr. Rb. Den Haag 5 april 2024, IEF 22052; ECLI:NL:RBDHA:2024:7363 (de VOF tegen gedaagde). Kort geding. [naam 1] heeft op 1 juli 2018 de handelsnaam [handelsnaam 2] geregistreerd onder zijn eenmanszaak [bedrijfsnaam]. Ook heeft hij [website. 1] geregistreerd. Gedaagde heeft in april 2020 een onderneming overgenomen en gebruikt hiervoor sinds 2021 de naam [handelsnaam 1] en de website [website 2]. Sinds 2022 is de eenmanszaak van [naam 1] uitgeschreven en is deze onder dezelfde handelsnaam als VOF geregistreerd. Beide bedrijven houden zich bezig met het verkopen van voedsel. De VOF heeft in 2023 bij het BOIP een aanvraag ingediend voor een beeldmerk met woordelementen waarop 2 gekruiste vorken te zien zijn. Gedaagde gebruikt een afbeelding van een mes gekruist met een vork. In dit kort geding vordert de VOF een gebod tot staking van het gebruik van de handelsnaam en/of de naam, voor zover deze identiek of gelijkend zijn aan de handelsnamen van de VOF. Hieraan ten grondslag legt de VOF een inbreuk op grond van artikel 5 Hnw en haar allenrecht op het ingeschreven merk.

IEF 22051

Uitspraak ingezonden door Arnout Groen, AC&R, en Thijs van Aerde, Houthoff.

Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over 'offline streaming copy'

Hoge Raad 17 mei 2024, IEF 22051; ECLI:NL:HR:2024:712 (SONT tegen HP c.s. en Stichting De Thuiskopie tegen HP c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/hoge-raad-stelt-prejudiciele-vragen-over-offline-streaming-copy

HR 17 mei 2024, IEF 22051; ECLI:NL:HR:2024:712 (SONT tegen HP c.s. en Stichting De Thuiskopie tegen HP c.s.). In deze zaken is aan de orde of het maken van een offline streaming copy (ook wel tethered download genoemd) van een auteursrechtelijk beschermd werk moet worden aangemerkt als het maken van een zogenoemde thuiskopie als omschreven in art. 16c lid 1 Auteurswet. Dit betreft het reproduceren van een werk ‘zonder direct of indirect commercieel oogmerk’ en uitsluitend dienend ‘tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die de reproductie vervaardigt’. Indien een offline streaming copy een auteursrechtelijk beschermd werk is, zijn fabrikanten en importeurs van apparatuur waarmee de kopie kan worden weergegeven een vergoeding verschuldigd. Gezien er over de uitleg van de Auteursrechtrichtlijn twijfel kan bestaan, heeft de Hoge Raad het voornemen om hierover prejudiciële vragen te stellen. In dit tussenarrest hebben alle partijen de gelegenheid om zich uit te laten over het stellen van prejudiciële vragen.

IEF 22049

Uitspraak ingezonden door Rutger Kleemans, Ruben Laddé, Auke-Frank Tadema en Allard van Duijn, Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep Pharmathen Global tegen Novartis

Hoge Raad 17 mei 2024, IEF 22049; Zaak nr. 23/00091 (Pharmathen Global tegen Novartis), https://ie-forum.nl/artikelen/hoge-raad-verwerpt-cassatieberoep-pharmathen-global-tegen-novartis

In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van Pharmathen Global B.V. tegen Novartis A.G. verworpen. Deze zaak draaide om octrooi-inbreuk en de vraag of feitelijk leidinggeven aan inbreukmakende handelingen als een voorbehouden handeling geldt. Novartis A.G. is een wereldwijd opererend farmaceutisch concern dat zich bezighoudt met de ontwikkeling, productie en verkoop van geneesmiddelen. Novartis is houdster van Europees octrooi EP 2 377 519 B1, dat betrekking heeft op de samenstelling van octreotide micropartikels. In 2022 stelde Novartis dat Pharmathen inbreuk maakte op dit octrooi door het produceren van haar octreotide LAR-producten [zie IEF 21102]. Het gerechtshof Den Haag oordeelde uiteindelijk dat Pharmathen Global schuldig was aan octrooi-inbreuk en dat Pharmathen Global inbreuk maakte door leiding te geven aan de inbreukmakende handelingen van haar Griekse dochteronderneming, Pharmathen Griekenland.

IEF 22048

Uitspraak ingezonden door Rutger Kleemans, Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Geen meldingsplicht voor Teva over parallel lopende zaak in kort geding tegen Novartis

Rechtbanken 7 jul 2021, IEF 22048; C/ 15/3 16187 / KG ZA 21-240 (Novartis c.s. tegen Teva), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-meldingsplicht-voor-teva-over-parallel-lopende-zaak-in-kort-geding-tegen-novartis

Vzr. Rb. Noord-Holland 7 juli 2021, IEF 22048, LS&R 2239; Zaak nr. C/ 15/3 16187 / KG ZA 21-240 (Novartis c.s. tegen Teva) Novartis c.s., een farmaceutisch bedrijf, is houder van het Europese octrooi EP246. Teva, een bedrijf dat generieke geneesmiddelen verkoopt, heeft aangekondigd EP246 in Nederland niet te respecteren, wat leidde tot een inbreukprocedure door Novartis c.s. In een eerdere kortgedingprocedure heeft het hof Den Haag het octrooi geldig bevonden en Teva een verbod opgelegd om inbreuk te maken op EP246.

IEF 22046

Novartis heeft geen belang meer bij schadevergoedingsvordering

Rechtbanken 24 apr 2024, IEF 22046; ECLI:NL:RBDHA:2024:7198 (Novartis tegen Teva), https://ie-forum.nl/artikelen/novartis-heeft-geen-belang-meer-bij-schadevergoedingsvordering

Rb. Den Haag 24 april 2024, IEF 22046; ECLI:NL:RBDHA:2024:7198 (Novartis tegen Teva). Novartis, een farmaceutisch bedrijf, heeft verschillende octrooiaanvragen ingediend, waaronder EP 246 en EP 603. Teva bezit in Nederland marktvergunningen voor een generieke versie van everolimus genaamd Everolimus Teva. Novartis heeft Teva herhaaldelijk aangeschreven voor mogelijke inbreuken op hun octrooien, waarbij zij verwezen naar EP 603 en de aanvraag voor EP 246. In een kort geding van 27 mei 2019 eiste Novartis dat Teva werd verboden inbreuk te maken op EP 246 en EP 603, maar deze vorderingen werden afgewezen [zie IEF 18615]. Het hof vernietigde dit vonnis [zie IEF 18737]. Nu eist Novartis schadevergoeding van Teva voor inbreuk op EP 246. Volgens de wet worden echter na herroeping van een Europees octrooi de rechten ervan geacht nooit te hebben bestaan. Daarom moeten de vorderingen van Novartis in conventie worden afgewezen. De reconventionele vordering van Teva tot vernietiging van EP 246 wordt ook afgewezen, omdat zij geen belang meer heeft. 

IEF 22045

Uitnodiging: Exhibition opening Brigitte Spiegeler 'Dream Variations'

Attentie aan alle bezoekers van de INTA Annual Meeting 2024: Op zaterdag 18 mei opent de tentoonstelling "Dream Variation" van Brigitte Spiegeler in de Marcia Wood Gallery in Atlanta. De opening is van 18.00 tot 20.00 uur. Lees hieronder meer over deze tentoonstelling. 

In the works in Dream Variations, Spiegeler portrays iconic individuals who were underappreciated in their own time. Through her work, she offers them a new age in which they are celebrated and cherished.

Beginning with research on the philosopher Spinoza, who faced banishment from the Jewish community of Amsterdam due to his philosophical beliefs, Spiegeler embarked on her journey. Alongside Spinoza, she included Olympe de Gouges, the outspoken advocate for women's rights during the French Revolution, whose life met a tragic end under the guillotine. For her Atlanta exhibition, Spiegeler welcomed iconic figures Martin Luther King Jr. and Rosa Parks into her repertoire. In Now is the Time, Speigeler focuses on Martin Luther King Jr.'s hand – a hand reaching out, connecting with others.

IEF 21952

Save the date: verdediging “Verbod en evenredigheid in het intellectuele- eigendomsrecht” op 21 mei

Op dinsdag 21 mei om 14:30 uur verdedigt Peter Teunissen zijn proefschrift “Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht”.
Het proefschrift biedt een systematische bespreking van de betekenis van het evenredigheidsbeginsel voor rechterlijke verboden in het intellectuele-eigendomsrecht. Het bevat een overzicht van de factoren die van belang (kunnen) zijn bij de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en gaat in op de wijze waarop dit beginsel doorwerkt in het Nederlandse recht. Daar waar incompatibiliteiten met het Unierecht naar voren komen, zijn in het proefschrift voorstellen gedaan tot interpretatie, aanpassing en aanvulling van ons nationale recht.

IEF 22043

Beroep op citaatrecht en persexceptie bij 'embedded linken' gaat niet op

Rechtbanken 1 mei 2024, IEF 22043; ECLI:NL:RBGEL:2024:2555 (SP Networks c.s. tegen Onwise c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/beroep-op-citaatrecht-en-persexceptie-bij-embedded-linken-gaat-niet-op

Rb. Gelderland 1 mei 2024, IEF 22043; ECLI:NL:RBGEL:2024:2555 (SP Networks c.s. tegen Onwise c.s.). SP Networks is een foto- en videopersbureau en handelt tevens onder de handelsnaam: Regio15. Gedaagde is actief als persfotograaf. Gedaagde is bovendien in loondienst bij Onwise, een bedrijf dat actief is op het gebied van internet marketing. Eiser is ook persfotograaf en actief binnen het samenwerkingsverband District8.net. De bij SP Networks aangesloten persfotografen leggen 112-incidenten vast. Onwise beheert de website denhaag-regionaal.nl, waar nieuwsberichten over de regio Haaglanden worden geplaatst. De website gebruikt een geautomatiseerd systeem dat nieuwsberichten van andere websites overneemt, ook wel 'embedded hyperlinks' genoemd. Bij een dergelijke embedded hyperlink wordt een foto getoond op de website die gebruikmaakt van die hyperlink, echter de foto wordt feitelijk ‘ingeladen’ vanaf de webserver van een andere website. SP Networks heeft geconstateerd dat foto's van hun persfotografen op deze site zijn gebruikt en heeft Onwise gesommeerd het gebruik te staken. Onwise heeft het gebruik gestaakt, een bedrag betaald aan SP Networks en het systeem aangepast zodat content over 112-incidenten niet meer wordt weergegeven. SP Networks vordert verklaring voor recht dat Onwise inbreuk heeft gemaakt op de auteurs-en persoonlijkheidsrechten van SP Networks.

IEF 22042

Uitspraak ingezonden door Arnout Groen (AC&R), Thijs van Aerde (Houthoff) en Kamiel Koelman (koelman legal)

A-G adviseert om prejudiciële vragen te stellen inzake online publicatie Anne Frank dagboek

Hoge Raad 5 apr 2024, IEF 22042; ECLI:NL:PHR:2024:384 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/a-g-adviseert-om-prejudiciele-vragen-te-stellen-inzake-online-publicatie-anne-frank-dagboek

Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024, IEF 22042; ECLI:NL:PHR:2024:384 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting c.s.). In dit kort geding eist het Anne Frank Fonds (hierna: Fonds) dat de publicatie van Anne Frank's dagboekmanuscripten op een website wordt gestaakt of dat de site wordt geblokkeerd voor het Nederlandse publiek, inclusief via VPN of proxy. De kernvraag is of deze publicatie op de website als een mededeling aan het Nederlandse publiek geldt volgens het auteursrecht. De voorzieningenrechter en het hof oordeelden van niet [zie IEF 21285], vanwege effectieve geoblokkeringsmaatregelen. Het Fonds betwist dit oordeel en de proceskostenveroordeling, en vraagt om prejudiciële verwijzing als hun argumenten niet slagen. De cruciale vraag is de gerichtheid van de website op Nederland, wat complex blijkt. De Belgische appelrechter heeft in een parallelle bodemzaak inmiddels geschorst in afwachting of de Hoge Raad in het onderhavige kort geding prejudiciële vragen gaat stellen of niet. Omdat de praktijk erop zit te wachten en één van de partijen het ook bepleit in deze zaak, verwacht de A-G dat gebruik gemaakt zal worden van de bevoegdheid om ook in dit kort geding alvast prejudiciële vragen te stellen. De conclusie van A-G Van Peursem bepleit dan ook – gezien de onzekerheid en het grensoverschrijdende belang van de zaak – het stellen van prejudiciële vragen hierover. Ook zou daarbij kunnen worden overwogen of de 'gerichtheids'-rechtspraak uit het merkenrecht, auteursrechtelijk distributierecht en databankenrecht relevant is in deze context en hoe dit zich verhoudt tot de vraag of geoblocking als een 'mededeling aan het publiek' moet worden beschouwd. Wat betreft de aanspraak op artikel 1019h Rv volgt de A-G de Endstra-norm en concludeert hij dat de tijdigheid en specificiteit van de kostenopgave voldoende moeten zijn, zodat de tegenpartij zich behoorlijk kan verweren.