IEF 23439
3 april 2026
Uitspraak

Afwijzing vorderingen tegen ING tot uitbetaling restsaldo, verwijdering IVR-registratie en inzage in interne stukken; proceskostenveroordeling wegens misbruik van procesrecht

 
IEF 23438
3 april 2026
Uitspraak

Afname van biometrische gegevens van verdachten, motiveringsplicht en strafbaarstelling van weigering onder Richtlijn 2016/680

 
IEF 23444
2 april 2026
Artikel

Overzicht UPC-uitspraken

 
IEF 23401

HvJEU: ‘alcoholvrije gin’ verboden als benaming voor alcoholvrije drank

HvJ EU 13 nov 2025, IEF 23401; ECLI:EU:C:2025:887 (Verband Sozialer Wettbewerb eV tegen PB Vi Goods GmbH), https://ie-forum.nl/artikelen/hvjeu-alcoholvrije-gin-verboden-als-benaming-voor-alcoholvrije-drank

Hof van Justitie 13 november 2025, IEF 23401; RB 3947; ECLI:EU:C:2025:887 (Verband Sozialer Wettbewerb eV tegen PB Vi Goods GmbH). Het Hof van Justitie oordeelt dat het op grond van artikel 10 lid 7 van Verordening (EU) 2019/787 verboden is om een alcoholvrije drank aan te duiden als “alcoholvrije gin”. De benaming “gin” is een wettelijke benaming die alleen mag worden gebruikt voor dranken die voldoen aan specifieke productievereisten, waaronder een minimumalcoholpercentage van 37,5% en bereiding met ethylalcohol en jeneverbessen. Het toevoegen van termen als “alcoholvrij” doet aan dit verbod niet af.

IEF 23408

Kort geding Puma tegen buitenlandse webshops over inbreuk op Formstrip‑merken

Rechtbank Den Haag 12 mrt 2026, IEF 23408; ECLI:NL:RBDHA:2026:5265 (Puma tegen Senguoguo, Psylos1 en China Global Mall), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-puma-tegen-buitenlandse-webshops-over-inbreuk-op-formstrip-merken

Rb Den Haag 12 maart 2026, IEF 23408; ECLI:NL:RBDHA:2026:5265 (Puma tegen Senguoguo, Psylos1 en China Global Mall). Puma treedt in kort geding op tegen drie buitenlandse partijen (Senguoguo, Psylos1 en China Global Mall) die via webshops vanuit China en Canada sneakers aanbieden in de EU, waaronder Nederland, waarop een strookvormige versiering is aangebracht die volgens Puma vrijwel identiek is aan haar bekende Formstrip‑beeldmerken voor onder meer schoenen. Puma heeft via Nederlandse testaankopen meerdere paren van deze “Inbreukmakende Sneakers” besteld bij de sites psylos1.com en chinaglobalmall.com en stelt dat Senguoguo als groothandel en de twee webshops als wederverkopers betrokken zijn bij het aanbieden en verhandelen van deze producten in de EER. In dit kort geding vordert Puma onder meer een onmiddellijk stakingsbevel voor de gehele EER ten aanzien van het tonen, promoten, aanbieden, verkopen en verhandelen van de inbreukmakende sneakers, een uitgebreide opgave over herkomst, distributiekanalen, aantallen geproduceerde/ingekochte en verkochte sneakers en behaalde winst, alles versterkt met forse dwangsommen, plus een volledige proceskostenveroordeling ex artikel 1019h Rv. Volgens Puma is sprake van merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo en artikel 2.20 lid 2 onder b BVIE wegens verwarringsgevaar met de Formstrip‑merken; subsidiair beroept zij zich op artikel 9 lid 2 onder c UMVo en 2.20 lid 2 onder c BVIE (ongerechtvaardigd voordeel/afbreuk reputatie en onderscheidend vermogen), én op oneerlijke handelspraktijken en slaafse nabootsing.

IEF 23405

Weigering inschrijving Uniemerk NAVIGATE voor diensten rond elektrische distributie‑installaties

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 mrt 2026, IEF 23405; ECLI:EU:T:2026:213 (ABB Asea Brown Boveri Ltd tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/weigering-inschrijving-uniemerk-navigate-voor-diensten-rond-elektrische-distributie-installaties

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23405; ECLI:EU:T:2026:213 (ABB Asea Brown Boveri Ltd tegen EUIPO). De zaak betreft een beroep van ABB Asea Brown Boveri Ltd tegen een beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO, waarin de inschrijving van het Uniewoordmerk NAVIGATE is geweigerd voor diensten in de klassen 41, 42 en 45, waaronder elektrische veiligheidstraining, technische consultancy, engineering, kwaliteitscontrole en veiligheidsadvies in de context van elektrische distributie‑installaties. De examinator had de aanvraag al afgewezen op grond van artikel 7 lid 1 onder b en c UMVo, omdat NAVIGATE beschrijvend en niet‑onderscheidend zou zijn, en had het beroep op eerdere NAVIGATE‑registraties verworpen. De kamer van beroep bevestigde dat het relevante, Engelstalige professionele publiek NAVIGATE opvat als aanduiding van de bestemming van de diensten, namelijk het begeleiden en sturen door complexe keuzes, risico’s en vraagstukken rond elektrische distributiesystemen. ABB kwam daartegen op met drie middelen: schending van artikel 7 lid 1 onder c (NAVIGATE zou niet beschrijvend zijn, maar metaforisch), schending van artikel 7 lid 1 onder b (gebrek aan onderscheidend vermogen onvoldoende gemotiveerd) en schending van de beginselen van gelijke behandeling en behoorlijk bestuur, mede gelet op oudere registraties en gebruik van “navigate” als merk in andere contexten. Documenten over de “navigatie‑metaforiek” die ABB voor het eerst bij het Gerecht overlegde, werden als nieuw bewijs buiten beschouwing gelaten.

IEF 23404

Prejudiciële vragen gesteld over de mededeling aan het publiek

HvJ EU 26 jan 2026, IEF 23404; C-667/25 (Natural Beauty Levin SRL tegen Asociaţia Centrul Român pentru Administrarea Drepturilor Artiştilor Interpreţi (CREDIDAM)), https://ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-mededeling-aan-het-publiek

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 26 januari 2026, IEF 23404; IEFbe 4157; C-667/25 (Verbraucherzentrale Bundesverband) via MinBuza. Deze zaak betreft een geschil tussen de eigenaar van de schoonheidssalon ‘Natural Beauty Levin SRL’ en de Roemeense vereniging voor het beheer van de rechten van uitvoerende kustenaars. De vereniging vordert schadevergoeding van verweerster voor het zonder toestemming mededelen aan het publiek van fonogrammen die voor commerciële doeleinden zijn uitgegeven. Ter discussie staat of het uitrusten van de salon met televisietoestellen waarop achtergrondmuziek wordt gespeeld kwalificeert als ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 8, lid 2 van richtlijn 2006/115.

IEF 23407

Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen TEAM BEVERAGE en TEAM en laat weigering van schorsing in stand

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 mrt 2026, IEF 23407; ECLI:EU:T:2026:214 (Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-team-beverage-en-team-en-laat-weigering-van-schorsing-in-stand

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23407; IEFbe 4159; ECLI:EU:T:2026:214 (Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG). Het Gerecht verwerpt het beroep van Team Beverage AG tegen de beslissing van de Tweede Kamer van Beroep van het EUIPO. Team Beverage vraagt het figuratieve Uniemerk TEAM BEVERAGE aan voor verschillende diensten in klasse 36, waaronder verzekerings-, financiële en bancaire diensten. Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG stelt oppositie in op basis van het oudere Uniewoordmerk TEAM, dat eveneens voor verzekeringsdiensten is ingeschreven. Tijdens de procedure stelt Team Beverage ook nietigheids- en vervalvorderingen tegen het oudere merk in en verzoekt zij om schorsing van de oppositieprocedure. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer van Beroep dat verzoek terecht afwijst. Op grond van artikel 71, lid 1, onder a en b, van Gedelegeerde Verordening 2018/625 beschikt de Kamer van Beroep over een ruime beoordelingsmarge en moet zij de belangen van partijen afwegen. Daarbij mag zij betrekken dat eerdere, grotendeels gelijksoortige procedures tegen het oudere merk al zijn afgewezen, dat de verzoekster geen overtuigende redenen voor schorsing aanvoert en dat de omstandigheden wijzen op een vooral vertragend gebruik van die procedures. procedures.

IEF 23412

UPC: procestaal gewijzigd van Duits naar Engels op verzoek van HyGear op grond van “fairness”

Unified Patent Court (UPC) 20 mrt 2026, IEF 23412; UPC_CFI_1849/2025 (HyGear B.V., SYPOX GmbH - Josef Kerner Energiewirtschafts GmbH - Technical University of Munich tegen Topsoe A/S), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-procestaal-gewijzigd-van-duits-naar-engels-op-verzoek-van-hygear-op-grond-van-fairness

UPC CoFI Düsseldorf Local Division 20 maart 2026, IEF 23412; UPC_CFI_1849/2025 (HyGear B.V., SYPOX GmbH - Josef Kerner Energiewirtschafts GmbH - Technical University of Munich tegen Topsoe A/S). De zaak draait om een lopende bewijsbeslag-/inspectieprocedure bij de Local Division Düsseldorf in een octrooigeschil over EP 3 802 413 (“Hydrogen production by steam methane reforming”), waarin Topsoe A/S als verzoekende partij (applicant in the main proceedings) op grond van Rules 192, 199 e.v. RoP bewijsmaatregelen tegen o.a. SYPOX GmbH, HyGear B.V., Josef Kerner Energiewirtschafts GmbH en de TU München had verkregen. Na de order van 10 december 2025 tot bewijsbewaring vroeg SyPOX om herziening en schorsing. HyGear, een Nederlandse medegedaagde, kreeg op 12 januari 2026 vertegenwoordiging en verzocht vervolgens (15 januari 2026) naast deelname aan de hoorzitting ook om wijziging van de procestaal van Duits naar de octrooitaal Engels op grond van artikel 49 lid 5 UPCA en Rule 323 RoP. Topsoe en SyPOX maakten binnen de gestelde termijn geen bezwaar tegen een overgang naar Engels. Alleen de TU München verzette zich en wees op het uitgangspunt dat de eiser de officiële taal van de gastlidstaat (hier: Duits) mag kiezen en dat HyGear de enige niet‑Duitse gedaagde is. De President van de Court of First Instance, die volgens Rule 323 RoP over zulke taalverzoeken beslist na consultatie van partijen en de lokale kamer, moest dus beoordelen of het “fairness”‑criterium van artikel 49 lid 5 UPCA noopte tot wijziging van de taal van de procedure.

IEF 23409

Artikel geschreven door Christiaan Alberdingk Thijm, Bureau Brandeis.

Het big tobacco moment: uitspraak tegen Meta en Google

Het big tobacco moment.

Zo wordt de uitspraak in Los Angeles van gistermiddag tegen Meta en Google omschreven.

Zij moeten miljoenen schadevergoeding betalen aan Lamey, een nu 20-jarige vrouw, die kampt met psychische klachten vanwege haar socialemediaverslaving.

Ook de tabaksindustrie ontkende lange tijd dat roken schadelijk was. Net als de tabaksindustrie hebben socialemediabedrijven hun platforms en apps zo ontworpen om gebruikers aan het infuus te houden.

Uit interne documenten blijkt dat Meta op de hoogte was van de gevaren. In interne communicatie zeggen Meta-medewerkers: "We zijn in wezen dealers... we veroorzaken Reward Deficit Disorder." In een YouTube-document stond: "Het doel is niet kijkers, het is verslaving van kijkers."

De uitspraak staat niet op zichzelf. Een dag eerder besliste een jury in New Mexico dat Meta 375 miljoen dollar moet betalen.

De eisers wijzen op verslavende werking van algoritmische aanbevelingen, oneindig scrollen, automatisch afspelen van video's en voortdurende dopamineshots in de vorm van likes.

Kaley bewees tegenover de jury dat zij schade heeft geleden en dat deze toerekenbaar is aan de socialemediabedrijven. Vanaf 6-jarige leeftijd begon ze YouTube te gebruiken, op 9-jarige leeftijd ging ze op Instagram. Gemiddeld bracht ze 16 uur per dag door op de app. Hierdoor kreeg ze onder meer suïcidale gevoelens en body dysmorphia.

IEF 23390

Laatste plekken voor het seminar: Consumentenrecht in de Digitale Sector | 2 april 2026

De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. Tegenwoordig bestellen we (bijna) alles via internet. Iedereen die dat wel eens heeft gedaan, kent de kortingsacties die gegeven worden. Van een countdown-timer tot een rad van fortuin: platforms zetten alles in om consumenten te laten klikken en kopen. De digitale wereld is voor consumenten hierdoor niet altijd overzichtelijk. Ook voor juristen is niet alles helder, vooral op de grijze gebieden. Via deceptive interface design ontstaat er een oneerlijke handelspraktijk. Wat betekent dit voor consumenten, retailers, e-tailers, platforms en influencers als dit wordt vastgesteld? 

Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen, en meer, samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar.

Bent u erbij? Aanmelden kan alleen deze week nog. 

IEF 23411

Overzicht UPC-uitspraken

20 maart t/m 25 maart 2026

25 maart 2026

UPC_CFI_2107/2025
Gerecht
: Düsseldorf Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: F. Hoffmann-La Roche AG e.a. tegen A. Menarini Diagnostics S.r.l. e.a.
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure in de medische/diagnostische sector.

UPC_CoA_528/2024 en UPC_CoA_529/2024
Gerecht
: Court of Appeal, Luxembourg
Type procedure: Withdrawal (RoP 265)
Partijen: Sanofi-Aventis Deutschland GmbH, Sanofi-Aventis Groupe S.A., Sanofi Winthrop Industrie S.A. en Regeneron Pharmaceuticals Inc. tegen Amgen, Inc.
Waar gaat het over: ingetrokken appelprocedures in een farmaceutisch octrooigeschil.

24 maart 2026

UPC-COA-0000935/2025
Gerecht
: Court of Appeal, Luxembourg
Type procedure: Application RoP 223
Partijen: Applicant *** tegen Amycel, LLC
Waar gaat het over: een verzoekprocedure in hoger beroep; de aanvrager is geanonimiseerd.

IEF 23406

Article written by Mark Marfé and Sarah Taylor, Pinsent Masons.

UPC looks to CJEU to determine limits to jurisdictional reach

The first referral by the Unifed Patent Court (UPC) to the Court of Justice of the European Union (CJEU) will bring vital clarity for businesses over the UPC’s ability to issue relief for patent infringement in EU non-UPC countries, and the liability of EU-based authorised representatives, according to experts.

The CJEU’s consideration of the limits of the UPC’s long-arm jurisdiction will clarify the patent court’s reach for businesses in a variety of sectors - including manufacturers of pharmaceuticals and medical and electrical devices whose sales in Europe rely on the presence of an authorised representative to comply with local safety requirements.

The UPC’s Court of Appeal (10-page / 1.13MB PDF) has referred a number of questions to the CJEU relating to a long-running case between electronics maker Dyson and Hong Kong-based manufacturer Dreame International concerning hair stylers.

It has sought clarity over whether it can issue relief against companies based outside the EU for patent infringement in non-UPC EU countries, and whether an authorised representative of the manufacturer acts as an ‘anchor defendant’ to bring such companies into the UPC’s jurisdiction.

The referral came after the UPC’s Hamburg Local Division granted Dyson a preliminary injunction against various Dreame entities and Dreame’s authorised representative in the EU, Eurep, which marked the first time the UPC’s long-arm jurisdiction had extended to Spain, which is an EU member state but not a UPC country.

It was also the first time the UPC had granted a preliminary injunction - as opposed to a permanent injunction -  based on its long-arm jurisdiction and following the CJEU’s landmark ruling in BSH Hausgeräte v Electrolux. The decision also made headlines as the UPC extended its long-arm relief in respect of Spain against a company domiciled outside of the EU based on the fact that its authorised representative acts as an anchor defendant within the meaning of Article 8(1) Recast Brussels Regulation (Regulation 1215/2012).

This rule allows multiple defendants to be sued in one court if the claims against them are so closely connected that separate proceedings may lead to irreconcilable judgments.

The UPC Court of Appeal affirmed the original preliminary injunction and extended its scope over newer Dyson products within the UPC’s territory. However, it stayed the appeal concerning jurisdiction over the third country domiciled defendant Dreame International for its acts of infringement in non-UPC EU member state Spain, and also against Eurep and the role of EU-based authorised representatives in enabling the UPC to establish jurisdiction over third country domiciled defendants, to seek clarity over the interpretation of EU law.

As a result, the Court of Appeal has asked the CJEU to address a number of issues which concern the meaning of the relevant provisions of the Recast Brussels Regulation and the IP Enforcement Directive (Directive 2004/48).

The Court of Appeal has asked the CJEU to determine whether an authorised representative domiciled in an EU member state can act as an anchor defendant within the meaning of Article 8(1) of the Recast Brussels Regulation and provide the UPC with jurisdiction over the allegedly infringing activities of a non-EU based manufacturer in an EU member state that does not participate in the UPC.

The Court of Appeal has also asked the CJEU to determine whether the UPC has jurisdiction to issue a preliminary injunction that covers a non-UPC EU member state as well as UPC countries when the products are being sold in all of those countries via websites which are identical, save for language differences.