IEF 22055
24 mei 2024
Uitspraak

Octrooi-inbreuk op zonnepanelen niet bewezen

 
IEF 22054
23 mei 2024
Uitspraak

Valse voorstelling van zaken gegeven over een uniek product

 
IEF 22053
22 mei 2024
Uitspraak

Goederen met t1-status niet in de handel gebracht

 
IEF 22029

Uitspraak ingezonden door Thijs van Aerde, Houthoff, en Arnout Groen, AC&R

Disney mag overeenkomsten Buma/Stemra met andere aanbieders niet inzien

Rechtbanken 2 mei 2024, IEF 22029; C/13/733040 / HA RK 23/141 (Disney tegen Buma/Stemra), https://ie-forum.nl/artikelen/disney-mag-overeenkomsten-buma-stemra-met-andere-aanbieders-niet-inzien

Rb. Amsterdam 2 mei 2024, IEF 22029, IT 4546; C/13/733040 / HA RK 23/141 (Disney tegen Buma/Stemra). Disney maakt op haar platform Disney+, een subscription video on demand (hierna: SVOD)-dienst, gebruik van muziek die behoort tot het door Buma/Stemra beheerde repertoire. Voor dit gebruik hebben partijen een licentieovereenkomst gesloten. Disney stelt dat zij sterke indicaties heeft dat het tarief dat door Buma/Stemra wordt gehanteerd niet is gebaseerd op objectieve en niet-discriminerende criteria. Dit zou in strijd zijn met artikel 21 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna: Wet Toezicht), artikel 102 van het VWEU en artikel 4 van de Mededingingswet. In verband daarmee verzoekt Disney bij de rechtbank op grond van artikel 843a Rv verstrekking van, primair, de meest recente overeenkomsten die Buma/Stemra met andere SVOD-aanbieders (waaronder Netflix en Apple) en, subsidiair, de geanonimiseerde versie van deze documenten. Uiterst subsidiair vordert Disney een door een onafhankelijk registeraccountant gecontroleerd en gewaarmerkt afschrift van informatie over de door Buma/Stemra toegepaste licentietarieven. Buma/Stemra betwist deze stellingen en betoogt dat het verzoek van Disney neerkomt op een “fishing expedition”.

IEF 22028

Vertrouwensbeginsel bij beroepstermijnen UPC

Unified Patent Court (UPC) 26 apr 2024, IEF 22028; (AIM Sport Development tegen Supponor), https://ie-forum.nl/artikelen/vertrouwensbeginsel-bij-beroepstermijnen-upc

UPC CoA 26 april 2024, IEF 22028; UPC_CoA_500/2023 (AIM Sport Development tegen Supponor). Over de uitleg van artikel 62 UPCA in combinatie met regels 220.1 (c) en 224.1 (b) RoP is onduidelijkheid ontstaan bij AIM, appellant in dit hoger beroep. Volgens Supponor, verweerder in dit hoger beroep, is het hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat appellant het beroepschrift te laat heeft ingediend. Bij een hoger beroep tegen een beslissing op een procedure betreffende een voorlopige maatregel geldt een indieningstermijn van vijftien dagen. Het gerecht in eerste aanleg heeft deze beslissing tegelijkertijd gewezen met de beslissing op de inbreukprocedure, waarbij de indieningstermijn van een verzoekschrift voor hoger beroep twee maanden bedraagt. In de ‘informatie over beroep’ is vervolgens geen onderscheid gemaakt tussen (de termijnen in) de afzonderlijke procedures. Hierdoor dacht appellant dat de termijn van twee maanden van toepassing was. Het Hof oordeelt dat de hogere voorziening toch niet niet-ontvankelijk is. Het vertrouwensbeginsel heeft als gevolg dat appellant mocht vertrouwen op de informatie van het gerecht in eerste aanleg.

IEF 22025

Vorderingen afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang

Rechtbanken 18 apr 2024, IEF 22025; ECLI:NL:RBLIM:2024:1919 (Arriba tegen Mercurex), https://ie-forum.nl/artikelen/vorderingen-afgewezen-wegens-gebrek-aan-spoedeisend-belang

Rb. Limburg 18 april 2024, IEF 22025; ECLI:NL:RBLIM:2024:1919 (Arriba tegen Mercurex). Mercurex vervaardigt in opdracht foto- en videomateriaal. Arriba is een onderneming op het gebied van (sport)voedingssupplementen. Mercurex heeft in opdracht van Arriba foto- en videomateriaal vervaardigd. Partijen hebben vervolgens in een akte regels omtrent de overdracht en levering van de auteursrechten vastgelegd. Nadat Mercurex content van de werken op haar social media had geplaatst, heeft Arriba haar gesommeerd om deze content te verwijderen. Mercurex heeft de content verwijderd, maar de door Arriba verstuurde onthoudingsverklaring niet ondertekend. Arriba vordert bij de voorzieningenrechter een bevel jegens Mercurex zich te onthouden van de inbreuk. De rechter komt echter tot het oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat de door Arriba eenzijdig geformuleerde schadevergoedingsplicht rechtens afdwingbaar is en in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat deze (grotendeels) zal worden toegewezen. De vorderingen worden afgewezen bij gebreke van een voldoende spoedeisend belang. De proceskosten begroot de voorzieningenrechter op grond van 237 Rv en niet op grond van artikel 1019h Rv, omdat Mercurrex werkelijk gemaakte (IE-)kosten niet heeft onderbouwd.

IEF 22027

Porterfield opent haar deuren!

Een nieuw kantoor gespecialiseerd in IE, entertainment & media: Porterfield. Een nieuwe naam, maar met vertrouwde gezichten. 15 jaar; zo lang kennen Hans Bousie en Syb Terpstra elkaar. In 2009 kwam Syb bij Bousie Advocaten stage lopen. Fast forward naar 2018: Hans had inmiddels bureau Brandeis opgericht en Syb werkte al vijf jaar bij De Brauw. Maar toen kwamen hun wegen weer samen. Datzelfde jaar kwam Tessel Bossen het team versterken. Opnieuw fast forward, nu naar het heden: op 1 mei 2024 worden Hans en Syb partners in het nieuwe kantoor Porterfield. Tessel Bossen, inmiddels ook al zes  jaar een vaste kracht in het IE-, entertainment- en mediateam, gaat met hen mee. Met Porterfield gaan Hans, Syb en Tessel terug naar de kern. Ze gaan zich weer focussen op waar zij goed in zijn: zaken in de media- & entertainmentsector en kwesties rondom intellectuele eigendom. Geen onnodige rompslomp, maar korte lijntjes, direct contact en no nonsens bijstand. En een schat aan ervaring natuurlijk. Nieuwsgierig? Bekijk de website.

IEF 22023

Conclusie A-G: auteursrecht op computerprogramma behelst niet variabelen in werkgeheugen

HvJ EU 25 apr 2024, IEF 22023; ECLI:EU:C:2024:363 (Sony tegen Datel ), https://ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-auteursrecht-op-computerprogramma-behelst-niet-variabelen-in-werkgeheugen

Conclusie A-G HvJ EU 25 april 2024, IEF 22023; ECLI:EU:C:2024:363 (Sony tegen Datel). Verzoekster verkoopt in Europa PlayStation-spelconsoles. Verweerders Datel Design and Development Ltd. en Datel Direct Ltd. produceren en verkopen voornamelijk aanvullende software voor spelconsoles. De software van verweerders werkt uitsluitend met de originele spellen van verzoekster. Verzoekster stelt dat verweerders inbreuk maken op haar auteursrecht, omdat de gebruikers van de producten van verweerders de aan haar spellen ten grondslag liggende software hebben veranderd. Verzoekster beroept zich subsidiair op haar rechten uit hoofde van het mededingingsrecht en meer subsidiair op de onrechtmatige daad. De softwareproducten van verweerders werken zo dat enkel de uit het lopende spel gegenereerde gegevens in het werkgeheugen worden gewijzigd. Daarom is het voor de verwijzende rechter van belang om vast te stellen of de inhoud van de variabelen die door het computerprogramma in het werkgeheugen van de spelconsole worden geplaatst en gebruikt, nog steeds binnen de reikwijdte van de bescherming van het recht tot verandering van het computerprogramma valt. De verwijzende rechter twijfelt eraan of het beïnvloeden van de variabele gegevens die tijdens het spel in het werkgeheugen worden gegenereerd, op zichzelf al een inbreuk vormt op het auteursrecht op een computerprogramma.

IEF 22018

Morpara doet geslaagd beroep op ouder handelsnaamrecht

Rechtbanken 24 apr 2024, IEF 22018; ECLI:NL:RBDHA:2024:6178 (Hizlipara tegen Morpara), https://ie-forum.nl/artikelen/morpara-doet-geslaagd-beroep-op-ouder-handelsnaamrecht

Rb. Den Haag 24 april 2024, IEF 22018; ECLI:NL:RBDHA:2024:6178 (Hizlipara tegen Morpara). Hizlipara heeft van 2017 tot 2020 samengewerkt. Hizlipara is houder van een Uniebeeldmerk met woordelement ‘PayPorter’. Na het stuklopen van de samenwerking wil Hizlipara het gebruik van (tekens gelijk aan) het Uniemerk aan Morpara verbieden. Morpara verweert zich met een beroep op een ouder recht van plaatselijke betekenis. In reconventie vordert Morpara een verbod voor Hizlipara om het Uniemerk in Nederland te gebruiken, vernietiging van het Uniemerk en schadevergoeding. De voorzieningenrechter heeft bij kortgedingvonnis van 10 februari 2022 Hizlipara voorshands in het gelijk gesteld [zie IEF 20537]. In een tussenuitspraak heeft de rechtbank het verzoek van Morpara om de zaak te schorsen, afgewezen [zie IEF 21297]. In de huidige bodemprocedure heeft Morpara haar verweer uitgebreid.

IEF 22017

Conflict over uitleg schikkingsovereenkomst betreffende geoctrooieerde kits

Rechtbanken 13 mrt 2024, IEF 22017; ECLI:NL:RBDHA:2024:4939 (Giskit tegen Medical c.s. ), https://ie-forum.nl/artikelen/conflict-over-uitleg-schikkingsovereenkomst-betreffende-geoctrooieerde-kits

Rb. Den Haag 13 maart 2024, IEF 22017; ECLI:NL:RBDHA:2024:4939 (Giskit tegen Medical c.s.). Giskit houdt zich bezig met het ontwikkelen, octrooieren, maken, verkopen en distribueren van medische hulpmiddelen en farmaceutische producten. Medical Swan is een afnemer van Medical Device. Giskit heeft een technologie voor schuimechoscopie ontwikkeld en is aan de hand van deze technologie houdster van de octrooien EP 1 793 860 B1 (EP 860) en EP 2 488 211 B1 (EP 211). Eind 2016 is door Giskit mogelijke inbreuk geconstateerd. De producten waren, via Medical Swan, afkomstig van Medical Device. Giskit heeft Medical Swan en Medical Device op 15 december 2016 gesommeerd de inbreuk op de octrooien te staken. Medical Device en Medical Swan hebben de gestelde inbreuk in eerste instantie betwist. Partijen hebben uiteindelijk afspraken gemaakt, die zij hebben vastgelegd in schikkingsovereenkomsten. Medical Device zou hierna middelen voor schuimechoscopie verhandeld hebben en zodoende inbreuk op de octrooien van Giskit hebben gemaakt. Giskit vordert in de zaak 20-319 dat de rechtbank Medical Device veroordeelt tot nakoming van de schikkingsovereenkomst en tot betaling van de verbeurde boetes. In de zaak 20-180 worden soortgelijke vorderingen tegen Medical Swan ingesteld.

IEF 22024

Conferentie: 50-jarig bestaan van het Benelux-Gerechtshof

Het Benelux-Gerechtshof viert op 15 mei 2024 zijn 50ste verjaardag met een conferentie! Deze zal in de grote zittingszaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg worden gehouden. Dit zowel wetenschappelijke als feestelijke evenement zal worden bijgewoond door Groothertog Henri van Luxemburg. Verder zal de conferentie worden bijgewoond door ministers en prominenten uit de drie Benelux-landen, magistraten van internationale en nationale rechtscolleges, de (oud) leden van het Hof, talrijke vertegenwoordigers van instellingen en medewerkers die de afgelopen halve eeuw hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van het Benelux-Gerechtshof. Hieronder vindt u het programma van de conferentie, die om 10 uur zal aanvangen.

IEF 22020

Seminar Fashion en Recht op woensdag 5 juni 2024

Dompel jezelf onder in de dynamische wereld van mode en recht met het seminar 'Fashion X Contracteren & IE'. In samenwerking met topmodeontwerper Claes Iversen en vooraanstaande juristen zoals Babette Aalberts (ABC Legal), Maarten Schut en Reindert van der Zaal (Kennedy Van der Laan), belicht deze themamiddag cruciale aspecten van Intellectueel Eigendomsrecht, contracten, en mode. Maarten Schut en Reindert van der Zaal brengen je bij over de nieuwste trends in fashion, counterfeit en merkenrecht. Vervolgens verkennen Babette Aalberts en Claes Iversen de nuances van agenturen- en standaardovereenkomsten, duurzaamheid in mode, en de do’s & don'ts bij fashion collaborations.

IEF 22019

Advies OCNL is geen besluit in de zin van art. 1:3 Awb

Raad van State 24 apr 2024, IEF 22019; ECLI:NL:RVS:2024:1710 (Appellant tegen OCNL), https://ie-forum.nl/artikelen/advies-ocnl-is-geen-besluit-in-de-zin-van-art-1-3-awb

RvS 24 april 2024, IEF 22019; ECLI:NL:RVS:2024:1710 (Appellant tegen OCNL). De Dienst Wegverkeer heeft op 18 juli 2019 op grond van artikel 84 van de Rijksoctrooiwet 1995 een verzoek ingediend bij het Octrooicentrum om advies uit te brengen over twee octrooien, NL1042756 en NL1042286, waarvan appellant octrooihouder was. Het Octrooicentrum heeft vervolgens twee adviezen uitgebracht, waartegen appellant bezwaar heeft ingesteld. Het Octrooicentrum heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de adviezen volgens hem niet op rechtsgevolg zijn gericht en daarom geen besluiten zijn als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Appellant betoogt dat de adviezen van het Octrooicentrum wel besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb zijn. Appellant heeft echter afstand gedaan van de in het geding zijnde octrooien, waardoor het procesbelang bij het hoger beroep komt te vervallen en appellant niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank is verder van oordeel dat de adviezen waartegen eiser bezwaar heeft gemaakt, geen besluiten zijn zoals bedoeld in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.