IEF 23198
9 januari 2026
Uitspraak

Websitehouder aansprakelijk voor auteursrechtinbreuk op ANP-foto

 
IEF 23197
9 januari 2026
Uitspraak

Schending uitlatingenverbod in procedures: dwangsommen terecht verbeurd

 
IEF 23196
8 januari 2026
Uitspraak

Kort geding over gebrekkige website: toegang, schadevoorschot en beheer toegewezen

 
IEF 23186

V4 versus V4 Financial Partners: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar ondanks zwakke onderscheidingskracht

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23186; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA), https://ie-forum.nl/artikelen/v4-versus-v4-financial-partners-gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-ondanks-zwakke-onderscheidingskracht

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23186; IEFbe 4074; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA). V4 Holding (Slowakije) vroeg EUIPO om het Uniemerk “V4 Financial Partners” (figuurmerk) ongeldig te verklaren. Volgens V4 Holding was er verwarringsgevaar met haar eerdere Slowaakse figuurmerk “V4” (voor diensten in klassen 35 en 36) en daarnaast met een niet-ingeschreven teken “V4” dat zij in Slowakije zou gebruiken. De Cancellation Division verklaarde het Uniemerk in 2022 volledig nietig op basis van art. 60(1)(a) jo. 8(1)(b) UMVo (relatieve nietigheidsgrond: verwarringsgevaar), en keek daarbij alleen naar het Slowaakse merk (proces-economie). V4 Financial Partners ging in beroep: de Board of Appeal gaf haar gelijk en verwees de zaak terug naar de Cancellation Division. V4 Holding stapte daarop naar het Gerecht. EUIPO wierp eerst nog op dat de advocaat van V4 Holding mogelijk niet onafhankelijk was (vermeende banden met de V4-groep), maar het Gerecht verwerpt dat: er is geen bewijs van een arbeidsrelatie of van banden die de onafhankelijkheid “manifest” aantasten.

IEF 23185

Artikel ingezonden door Moo Miero, Miero Advocatuur.

Muziekrecht jaaroverzicht 2025

In dit jaaroverzicht van 2025 komt een selectie aan uitspraken op het gebied van het muziekrecht aan bod. De rechtspraak liet dit jaar een gevarieerd beeld zien, met geschillen over onder meer licentievergoedingen, de afrekening van muziekgebruik en de overdracht van naburige rechten. Hieronder worden enkele opvallende zaken uitgelicht.

IEF 23193

Conclusie A-G Szpunar over art. 15 DSM-richtlijn: ruimte voor nationale regulering van de billijke vergoeding zonder aantasting van het exclusieve persuitgeversrecht

HvJ EU 11 jul 2025, IEF 23193; ECLI:EU:C:2025:552 (Meta Platforms Ireland Limited tegen Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni), https://ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-szpunar-over-art-15-dsm-richtlijn-ruimte-voor-nationale-regulering-van-de-billijke-vergoeding-zonder-aantasting-van-het-exclusieve-persuitgeversrecht

Conclusie AG HvJ EU 10 juli 2025, IEF 23193; IEFbe 4077; ECLI:EU:C:2025:552 (Meta Platforms Ireland Limited tegen Autorità per le Garanzie nelle Comunicazioni). In deze prejudiciële zaak vraagt de Italiaanse bestuursrechter (TAR Lazio) of de Italiaanse implementatie van artikel 15 DSM-richtlijn (richtlijn (EU) 2019/790) verenigbaar is met het Unierecht. Italië heeft in art. 43-bis van de auteurswet en in een AGCOM-besluit een stelsel ingevoerd waarbij persuitgevers voor het onlinegebruik van perspublicaties door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij (zoals Meta/Facebook) een “billijke vergoeding” kunnen bedingen, met daarbij (i) onderhandelingsplichten voor platforms, (ii) informatieverplichtingen om de economische waarde te kunnen bepalen, en (iii) een verbod om tijdens onderhandelingen de zichtbaarheid van uitgeverscontent te beperken. Verder krijgt AGCOM bevoegdheden om criteria voor de vergoeding vast te stellen, toezicht te houden, sancties op te leggen en als partijen geen akkoord bereiken (al dan niet ambtshalve) een bedrag vast te stellen. Meta stelt dat dit artikel 15 DSM doorkruist (dat exclusieve rechten zou geven, niet een vergoedingsrecht) en bovendien onevenredig ingrijpt in de vrijheid van ondernemerschap (art. 16 Handvest) en de contractvrijheid.

IEF 23184

Kort geding over safinamide: generiek product maakt inbreuk op aanvullend beschermingscertificaat

Rechtbank Den Haag 18 dec 2025, IEF 23184; ECLI:NL:RBDHA:2025:24287 (Newron c.s tegen Vivanta), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-safinamide-generiek-product-maakt-inbreuk-op-aanvullend-beschermingscertificaat

Rb. Den Haag 18 december 2025, IEF 23184; ECLI:NL:RBDHA:2025:24287 (Newron c.s tegen Vivanta). De voorzieningenrechter oordeelt in kort geding dat Vivanta met haar generieke safinamide-producten inbreuk maakt op het Aanvullend Beschermingscertificaat (ABC) 300752 van Newron en Zambon. Dit certificaat, dat loopt tot april 2029, is gebaseerd op het basisoctrooi EP 1 613 296 en beschermt het gebruik van safinamide als aanvullende (add-on) therapie bij patiënten met de ziekte van Parkinson die al worden behandeld met levodopa. Vivanta had haar generieke producten opgenomen in de G-standaard en aangekondigd deze op de Nederlandse markt te brengen. Volgens Vivanta was het ABC ongeldig, omdat het basisoctrooi slechts een combinatiebehandeling zou beschermen en niet safinamide als afzonderlijke werkzame stof. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer en oordeelt voorshands dat het product safinamide wordt beschermd door het basisoctrooi in de zin van artikel 3, onder a, van de ABC-verordening.

IEF 23183

Geen octrooi-inbreuk door Netflix bij videocompressietechnologie

Rechtbank Den Haag 17 dec 2025, IEF 23183; ECLI:NL:RBDHA:2025:24060 (Broadcom tegen Netflix), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-octrooi-inbreuk-door-netflix-bij-videocompressietechnologie

Rb. Den Haag 17 december 2025, IEF 23183; ECLI:NL:RBDHA:2025:24060 (Broadcom tegen Netflix). De Rechtbank Den Haag oordeelt dat Netflix geen inbreuk maakt op het Nederlandse deel van het Europese octrooi EP 2 575 366 van Broadcom, dat ziet op videocompressietechnologie binnen de HEVC-standaard. Broadcom stelde dat Netflix bij het encoderen van video’s één enkele “binary tree” gebruikt om zowel de prediction mode als de partition mode te coderen, zoals geclaimd in conclusies 6 en 7 van het octrooi. Volgens Broadcom volgt dit rechtstreeks uit de toepassing van de HEVC-standaard. Netflix betwistte dit en voerde aan dat de standaard juist uitgaat van afzonderlijke binarisatieprocessen voor deze twee syntaxelementen. De rechtbank volgt Netflix en benadrukt dat de beschermingsomvang van het octrooi moet worden vastgesteld aan de hand van de conclusies, gelezen in het licht van de beschrijving, tekeningen en het verleningsdossier, bezien vanuit het perspectief van de gemiddelde vakpersoon.

IEF 23182

Op 18 december 2025 is op 92-jarige leeftijd overleden Prof. Mr. Herman Cohen Jehoram

Herman was van 1969 tot 1998 hoogleraar auteursrecht en recht van de industriële eigendom aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft in die jaren het auteursrecht in Nederland op de kaart gezet en vele generaties UvA-studenten in het recht van de intellectuele eigendom ingewijd.

Herman Cohen Jehoram heeft vroeg oog gehad voor de samenhang tussen het auteursrecht en het zich in de loop van de jaren ’80 ontwikkelende media- en informatierecht, die in 1986 leidde tot de oprichting van het Instituut voor Informatierecht.

Herman was gedurende vele jaren voorzitter van de Vereniging voor Auteursrecht, die onder zijn leiding tot grote bloei kwam. In 1977 richtte hij het tijdschrift Auteursrecht op, waarvan hij tot zijn emeritaat redactievoorzitter bleef.

IEF 23180

Prejudiciële vragen gesteld over of het betalen met persoonsgegevens valt onder de oneerlijke handelspraktijk

HvJ EU 2 okt 2025, IEF 23180; C-643/25 (Verbraucherzentrale Bundesverband ), https://ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-of-het-betalen-met-persoonsgegevens-valt-onder-de-oneerlijke-handelspraktijk

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 2 oktober 2025, IEF 23180; IEFbe 4071; IT 5050; C-643/25 (Verbraucherzentrale Bundesverband) via MinBuza. Verweerder is Meta Platforms Ireland, beheerder van Facebook. Verzoekster is een vereniging van consumentenbeschermingsorganisaties, en bekritiseert de vermelding op Facebook waar staat: ‘Facebook is en blijft gratis’. Volgens verzoekster is dit oneerlijk en misleidend, omdat de gebruiker ‘betaalt’ met het beschikbaar stellen van zijn persoonsgegevens. Het is de vraag of het betalen met persoonsgegevens valt onder de oneerlijke handelspraktijk van punt 20 van bijlage I bij richtlijn 2005/29. 

IEF 23181

GenAI-output als illegale inhoud? De implicaties van Gema v. OpenAI voor de toepassing van de DSA


Artikel door Kees Bulder (BumaStemra)

Sinds de opkomst van generatieve artificiële intelligentie (vanaf hier: genAI), is er in toenemende mate aandacht voor de positie van makers die hun bestaanszekerheid onder druk zien staan. In de schaduw van de fundamentele vraag of de genAI-modellen van AI-ontwikkelaars auteursrechtinbreuk maken, tekent zich ook een nieuwe vraag af: bestaat er in dit debat een juridische verantwoordelijkheid voor online platforms die overspoeld worden met genAI-output? Deze vraag blijkt bijzonder actueel, mede gelet op de recente uitspraak in de rechtszaak tussen Gema en OpenAI in Duitsland.[1] In essentie concludeerde de Duitse rechter dat OpenA inbreuk heeft gemaakt op Gema’s auteursrechten door zonder haar toestemming het welbekende genAI-model ChatGPT te trainen op auteursrechtelijk beschermde teksten van haar leden, onder meer gelet op de verveelvoudigingen die binnen dit genAI-model plaatsvinden en buiten de reikwijdte vallen van de auteursrechtbeperking op tekst- en datamining. Niet alleen heeft deze uitspraak mogelijk vergaande implicaties voor andere genAI-ontwikkelaars met een vergelijkbare genAI-architectuur, maar mogelijk ook voor aanbieders van online platforms waar miljoenen gebruikers genAI-output delen en verspreiden.

IEF 23179

Erkenning van buitenlands verbodsvonnis aangehouden wegens onzekerheid over inhoud bedrijfsgeheimen

Rechtbank Amsterdam 2 jul 2025, IEF 23179; ECLI:NL:RBAMS:2025:6445 (Marquee tegen 5SKYE), https://ie-forum.nl/artikelen/erkenning-van-buitenlands-verbodsvonnis-aangehouden-wegens-onzekerheid-over-inhoud-bedrijfsgeheimen

Rb. Amsterdam 2 juli 2025, IEF 23179; IT 5049; ECLI:NL:RBAMS:2025:6445 (Marquee tegen 5SKYE). Marquee, een in 2016 opgerichte onderneming actief op het gebied van smart city-oplossingen, heeft het SMARTCELL-platform ontwikkeld: een multifunctionele toren met geïntegreerde technologieën zoals edge computing, reclame, mobiele netwerken en verlichting. Tijdens onderhandelingen met investeerder IKAR heeft Marquee vertrouwelijke informatie gedeeld onder een NDA. Na beëindiging van die onderhandelingen is NEXX5 opgericht, gevolgd door de oprichting van 5SKYE in 2022 door voormalige betrokkenen bij NEXX5. 5SKYE ontwikkelde kort daarna een vergelijkbare toren, de Intelli-FarEdge.Marquee stelt dat 5SKYE hierbij gebruik heeft gemaakt van haar bedrijfsgeheimen. In de Verenigde Staten heeft zij daarom een verbodsvonnis verkregen tegen onder andere 5SKYE en vordert in deze procedure erkenning van dat vonnis in Nederland. De rechtbank toetst dit aan de vier voorwaarden uit het Gazprombank-arrest voor erkenning van buitenlandse rechterlijke uitspraken. 

IEF 23192

Uitspraak ingezonden door Jurre Reus, Houthoff

Geschillencommissie Thuiswinkel over gebruikersbeoordelingen zonder koop

19 nov 2025, IEF 23192; Zaaknummer 1262502/1312385 (de consument tegen Markplaats B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/geschillencommissie-thuiswinkel-over-gebruikersbeoordelingen-zonder-koop

Geschillencommissie Thuiswinkel 19 november 2025, IEF 23192; IT 5051; Zaaknummer 1262502/1312385 (de consument tegen Markplaats B.V.). Het geschil vloeit voort uit de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst(en). Marktplaats (hierna: de ondernemer) heeft daarbij het gebruik van haar website en diensten (platform) aangeboden voor het zoeken en (ver)kopen op afstand van producten en diensten, in ruil voor een tegenprestatie van de consument (zoals het aanmaken van een account, het verstrekken van persoonsgegevens of in sommige gevallen een afzonderlijke betaling). De consument vindt het onrechtmatig dat de ondernemer een beoordelingssysteem hanteert dat een gebruiker toestaat een andere gebruiker te beoordelen, zonder dat de beoordelende partij daadwerkelijk iets van de ander heeft gekocht.A llereerst stelt de commissie vast dat de ondernemer niet werkt met een systeem van ‘beoordelingen’ of ‘reviews’, maar bewust heeft gekozen voor de term ‘ervaringen’. Waar de eerste twee termen doorgaans betrekking hebben op de verkoop van producten via het platform, maakt de gekozen term ‘ervaringen’ duidelijk dat het ook kan gaan om wat er in bredere zin is gebeurd nadat iemand een product op het platform heeft aangeboden. Dit blijkt ook uit de gebruiksvoorwaarden.