IEF 23610
8 juni 2026
Uitspraak

Rb. Noord-Holland verbiedt het opnieuw verspreiden van ernstige beschuldigingen en legt een contactverbod op

 
IEF 23608
8 juni 2026
Artikel

Nieuwe uitspraak: wanneer is online delen auteursrechtinbreuk?

 
IEF 23607
8 juni 2026
Uitspraak

Rb. Den Haag bevoegd in geschil over gestelde auteursrechtinbreuk op betonblokmallen

 
IEF 23599

Article written by Dirk Visser, Visser Schaap & Kreijger.

Is US design no longer protected in the EU?

It is possible that American designs are no longer protected by copyright in the EU. This is due to the so-called ‘term comparison rule’. This issue has resurfaced because a German court ruled in a default judgement that the shape of the Fender Stratocaster, designed in 1954, is protected by copyright in the EU. In 2024, the Court of Justice of the EU ruled that American designs in the EU may not be excluded from copyright protection. This occurred in the Kwantum/Vitra case concerning a Vitra dining chair designed by Charles and Ray Eames and copied by Kwantum. The reason for this decision was that European copyright law does not permit discrimination on the basis of origin. In the Kwantum/Vitra case, however, Kwantum had also invoked the so-called ‘term comparison’. This is the rule that if copyright has expired in the country of origin, it also expires in the country where protection is sought. This rule is set out in Section 42 of the Dutch Copyright Act and in Article 7(8) of the Berne Convention, but also in Article 7(1) of the Term of Protection Directive 2006/116/EC. This means that this ‘substantive reciprocity rule’ is not only permitted but is even mandatory under EU law. In 2020, the Court of Appeal in The Hague ruled that it is ‘justifiable’ that, on the basis of this comparison of terms, ‘the term of protection may be reduced to the minimum required by the Berne Convention’ of 25 years after creation. In that case, the copyright on the dining chair produced in 1948 would have expired in 1973’. However, the Court of Appeal in The Hague ruled, without giving any reasons: ‘That approach is not, however, applicable law’.

IEF 23597

Uitspraak ingezonden door Liselotte Bekke, NautaDutilh

Rb. Den Haag: gebruik van ‘legoblokken’ voor betonnen stapelblokken levert merkinbreuk op

Rechtbank Den Haag 27 mei 2026, IEF 23597; C/09/688082 ((LEGO Groep tegen Boon Beton)), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-den-haag-gebruik-van-legoblokken-voor-betonnen-stapelblokken-levert-merkinbreuk-op

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IEF 23597; C/09/688082 (LEGO Groep tegen Boon Beton). In deze zaak tussen LEGO Groep en Boon Beton staat de vraag centraal of het gebruik van de aanduidingen ‘Lego’, ‘legoblokken van beton’ en ‘betonnen legoblokken’ voor betonnen stapelblokken inbreuk maakt op de bekende LEGO-merken. Boon Beton gebruikte deze aanduidingen op haar website voor de promotie van betonnen stapelblokken. Volgens LEGO maakte Boon Beton daarmee ongerechtvaardigd gebruik van de reputatie van haar merken. Boon Beton stelde daartegenover dat de term ‘lego’ binnen de bouwsector al jarenlang wordt gebruikt als aanduiding voor stapelbare modulaire betonblokken en dat sprake was van toegestaan beschrijvend gebruik. De rechtbank gaat allereerst uit van de geldigheid van de LEGO-merken. Hoewel Boon Beton had aangevoerd dat ‘lego’ binnen de bouwsector een voor de hand liggende aanduiding zou zijn geworden en zelfs als soortnaam wordt gebruikt, had zij geen vordering tot nietigverklaring van de merken ingesteld. Om die reden gaat de rechtbank uit van de geldigheid van de ingeroepen merkrechten. Vervolgens beoordeelt de rechtbank het beroep van LEGO op de bescherming van bekende merken. Daarbij acht zij van belang dat Boon Beton de tekens veelvuldig op haar website gebruikte. Daarnaast verwijst de rechtbank naar uitlatingen van Boon Beton waaruit volgt dat zij zonder gebruik van de term LEGO minder goed vindbaar zou zijn in zoekmachines, omzet zou verliezen en op achterstand zou worden gezet ten opzichte van concurrenten. Volgens de rechtbank volgt hieruit dat Boon Beton voordeel probeerde te halen uit de aantrekkingskracht, reputatie en bekendheid van de LEGO-merken. Daarmee wordt ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit het onderscheidend vermogen en de reputatie van die merken. De rechtbank baseert haar oordeel op de zogenoemde c-grond voor bekende merken. Daarbij merkt zij op dat het gebruik van de tekens door Boon Beton moet worden aangemerkt als gebruik ter onderscheiding van waren of diensten.

IEF 23596

Uitspraak ingezonden door mr. M.R. Rijks & mr. drs. I.C.J. van der Heijdt, Winston Taylor.

Glossy Goo maakt inbreuk op GUI GUI-model, maar niet op GUI GUI-merk

Rechtbank Den Haag 27 mei 2026, IEF 23596; C/09/698004 ((Moose c.s. tegen UP)), https://ie-forum.nl/artikelen/glossy-goo-maakt-inbreuk-op-gui-gui-model-maar-niet-op-gui-gui-merk

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IEF 23596; C/09/698004 (Moose c.s. tegen UP). In deze zaak stonden Moose Creative Management en Moose Toys (samen: Moose c.s.) tegenover UP International. Moose Toys brengt onder de naam GUI GUI een reeks slimeproducten op de markt die worden verkocht in een dubbelwandig potje. Voor de verpakking daarvan beschikt Moose Creative Management over een op 6 oktober 2025 gedeponeerd Uniemodel. UP introduceerde vervolgens een vergelijkbaar slimeproduct onder de naam Glossy Goo. Volgens Moose c.s. maakte UP daarmee inbreuk op haar model-, merk- en auteursrechten en handelde zij bovendien onrechtmatig. UP bestreed allereerst de geldigheid van het Uniemodel. Volgens haar was het model niet nieuw en ontbrak een eigen karakter, omdat vergelijkbare potjes al voorkwamen in het vormgevingserfgoed. De voorzieningenrechter volgt dat verweer niet. Een deel van de door UP overgelegde voorbeelden was ongedateerd, waardoor niet kon worden vastgesteld dat deze vóór het depot van het Moose-model openbaar waren gemaakt. De overige modelregistraties vertoonden wel overeenkomsten, maar bevatten volgens de voorzieningenrechter niet dezelfde combinatie van vormelementen. Daarbij acht de voorzieningenrechter met name van belang dat het model wordt gekenmerkt door de constructie van een binnen- en buitenpot, de specifieke verhoudingen tussen de verschillende onderdelen en de combinatie van rechte buitenwanden met een afgeronde onderzijde. Het model voldoet daarom volgens de voorzieningenrechter aan de vereisten van nieuwheid en eigen karakter. Bij de beoordeling van de beschermingsomvang overweegt de voorzieningenrechter dat sprake is van een druk ontwerpveld: potjes voor slime- en cosmeticaproducten bestaan in vele varianten. Ook merkt de voorzieningenrechter op dat Moose c.s. haar model in zwart-wit heeft gedeponeerd, zodat kleurkenmerken geen rol spelen bij de vergelijking. De beschermingsomvang van het model is daardoor beperkt. Dat neemt volgens de voorzieningenrechter echter niet weg dat de door UP aangeboden Glossy Goo-potjes bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk wekken als het geregistreerde model van Moose c.s.

IEF 23588

Nederlands Octrooicongres op dinsdag 9 juni 2026: UPC jurisprudentie

Op dinsdag 9 juni organiseren we het Nederlands Octrooicongres. Tijdens dit congres praten dagvoorzitters Peter Blok en Gertjan Kuipers u bij over de ontwikkelingen in het octrooirecht. 

Willem Hoyng (HOYNG ROKH MONEGIER) zal wederom de UPC-jurisprudentie bespreken. Hoyng is advocaat en één van de oprichters van HOYNG ROKH MONEGIER. Hij is voorzitter van de adviescommissie voor het procesreglement van het UPC en adviseert het ministerie van Economische Zaken over UPC-aangelegenheden. Daarnaast is hij hoogleraar intellectueel eigendomsrecht aan Tilburg University.

Hij bespreekt onder andere de UPC Court of Appeal decisions 2026. Ook gaat hij in op:

Crossborder jurisdiction: Dyson/Dreame (UPC CoA, 6 maart 2026) 
In deze zaak staat de vraag centraal hoe ver de bevoegdheid van het UPC buiten het UPC-gebied reikt, en of een EU-vertegenwoordiger die alleen compliance-taken uitvoert kan worden aangesproken als "intermediary" bij octrooi-inbreuk. 

Adobe/KEEEX (UPC CoA, 30 april 2026) 
Een foutieve verwijzing naar de appelregels door de rechter ontslaat een partij niet van haar eigen verantwoordelijkheid. Adobe's hoger beroep over de proceskostenzekerheid is niet-ontvankelijk verklaard omdat het ontbrekende appelverlof niet tijdig is aangevraagd.

Claim interprétation: NUC/Hurom (UPC CoA, 26 mei 2026)
Het Hof stond de intrekking toe omdat NUC niet binnen de voorgeschreven termijn had gereageerd en de opmerkingen die NUC later in haar alsnog ingediende verweerschrift in hoger beroep had gemaakt, buiten beschouwing liet. Het Hof overwoog dat de uitkomst ook niet anders zou zijn geweest indien die opmerkingen wel waren meegenomen, omdat Hurom was veroordeeld tot betaling van de proceskosten van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep.

Ook gaat Hoyng in op de veertig uitspraken on suspensive effect. 

Tijdens dit onderdeel zijn UPC-rechters Margot Kokke en András Kupecz aanwezig voor commentaar. 

Margot Kokke trad in 2023 in dienst als juridisch gekwalificeerd rechter bij het UPC. Daarvoor was zij rechter bij de rechtbank Den Haag. Ook na haar overstap naar het UPC blijft ze daar actief als plaatsvervangend rechter. Voordat zij rechter werd, werkte ze als advocaat intellectueel eigendomsrecht in Nederland. Ook was ze consultant in internationale omgevingen op drie continenten, zowel in de private sector als bij (supra)nationale organisaties.

András Kupecz werkt bij het UPC sinds 2023, als Presiding Judge van de Central Division, section München. Hij behaalde een LL.M. in privaatrecht aan de Universiteit Amsterdam en een MSc in moleculaire biologie aan de Universiteit Utrecht. Voordat hij bij het UPC begon, werkte hij als Europees octrooiprocesadvocaat. Daarnaast is hij zowel advocaat en Europees octrooigemachtigde.

IEF 23594

Bavaria-leeuwenhose: supporters mogen naar binnen, maar grootschalige ambush marketing mag worden verboden

Hof Amsterdam 23 nov 2006, IEF 23594; ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ3550 (Bavaria en [appellant sub 2] tegen KNVB), https://ie-forum.nl/artikelen/bavaria-leeuwenhose-supporters-mogen-naar-binnen-maar-grootschalige-ambush-marketing-mag-worden-verboden

Hof Amsterdam 23 november 2006, IEF 23594; RB 4016; ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ3550 (Bavaria en [appellant sub 2] tegen KNVB). Het Hof Amsterdam bekrachtigt het kortgedingvonnis over de door Bavaria verspreide “leeuwenhose”, een oranje korte broek met Bavaria-logo. De KNVB had bezoekers bij de oefenwedstrijd Nederland-Kameroen verplicht hun leeuwenhose uit te trekken of af te staan voordat zij het stadion mochten betreden. Het hof gaat ervan uit dat de algemene voorwaarden van de KNVB van toepassing waren: bij massale kaartverkoop was terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk en de KNVB had op de toegangsbewijzen voldoende gewezen op de mogelijkheid om de voorwaarden te raadplegen. Het beroep van de bezoeker op vernietiging van die voorwaarden slaagt daarom niet. Tegelijkertijd volgt uit het arrest dat art. 5.3 van die voorwaarden, dat commercieel gebruik van toegangskaarten verbiedt, geen grond bood om bezoekers met een leeuwenhose uit het stadion te weren. De KNVB mag op grond van haar huisrecht wel huisregels stellen, maar kon zich in dit geval niet beroepen op niet vooraf bekendgemaakte huisregels. Omdat de KNVB bovendien had verklaard bezoekers in beginsel niet meer te zullen weigeren enkel omdat zij een leeuwenhose dragen, wijst het hof de bredere toekomstige vordering van de bezoeker en Bavaria tegen de KNVB af.

IEF 23593

Van Palestina-berichtgeving tot deepfakes: terugblik op het seminar Uitingsvrijheid

Berichtgeving rondom Palestina en Israël of nieuwsberichten over Trump: hebben de NOS, de Telegraaf en de Volkskrant speciaal beleid voor controversiële berichtgeving?

Onder andere deze vraag beantwoordden we afgelopen donderdag tijdens het seminar Uitingsvrijheid. We spraken met hoofdredacteuren Giselle van Cann, Kamran Ullah en Pieter Klok.

Ondanks hun verschillende doelgroepen bleek dat de NOS, De Telegraaf en de Volkskrant allemaal richtlijnen hebben voor de woorden die ze gebruiken en de berichten die ze publiceren. Hoe ze daarmee omgaan, kwam uitgebreid aan bod tijdens het seminar.

Dankzij Lotte Oranje en Jens van den Brink zijn we weer helemaal up to date met de ontwikkelingen binnen Uitingsvrijheid. We bespraken onder andere hoe ver politieke satire mag gaan. Al blijft de vraag tot hoever het publiek kan zien dat sprake is van satire, vooral nu deepfakes een opmars maken.

We hebben het namelijk ook uitgebreid gehad over deepfakes en de Grok-uitspraak. Die ging over de uitkleedfunctie op X, waarmee AI iemand digitaal kon uitkleden. Lukt dit zelfs bij een foto van Christiaan Alberdingk Thijm Alberdingk Thijm...?

Tijdens de presentatie met Minke Gommers liet Alberdingk Thijm zien dat de uitkleed-functie op dit moment niet meer werkt.

De ontwikkelingen rond deepfakes gaan snel. Waar een deepfake enkele jaren geleden nog goed te herkennen was, is het onderscheid met echt beeld steeds moeilijker te maken.

Meer weten over deepfakes en het wetsvoorstel dat hierover in de pijplijn zit? Kom dan donderdag 4 juni naar het IE Zomerforum waar onder andere Dirk Visser en Bernt Hugenholtz discussiëren over dit onderwerp. U meldt zich aan via deze link.

We willen alle deelnemers en sprekers hartelijk bedanken voor hun aanwezigheid. Speciale dank naar Jens van den Brink en Christiaan Alberdingk Thijm als dagvoorzitters.

IEF 23592

Achthoekige kartonnen verpakking nietig wegens technische vorm

Gerecht EU (voorheen GvEA) 3 jun 2026, IEF 23592; ECLI:EU:T:2026:365 (Lami Packaging (Kunshan) Co. Ltd tegen EUIPO en Tetra Laval Holdings & Finance SA), https://ie-forum.nl/artikelen/achthoekige-kartonnen-verpakking-nietig-wegens-technische-vorm

Gerecht EU 3 juni 2026, IEF 23592; ECLI:EU:T:2026:365 (Lami Packaging (Kunshan) Co. Ltd tegen EUIPO en Tetra Laval Holdings & Finance SA). Het Gerecht vernietigt de beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO over het driedimensionale Uniemerk van Tetra Laval voor de vorm van een achthoekige kartonnen verpakking voor verpakkingscontainers en verpakkingsmateriaal van papier of met plastic bedekt papier. Omdat de merkaanvraag in 2000 was ingediend, toetst het Gerecht materieel aan Verordening 40/94. Lami Packaging had nietigverklaring gevorderd op grond van art. 51 lid 1 onder a jo. art. 7 lid 1 onder e, ii, omdat het teken uitsluitend zou bestaan uit de vorm van de waar die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen. De kamer van beroep had die grond afgewezen, omdat de technische voordelen volgens haar alleen zagen op het fabricageproces en niet op het gebruik van de verpakking. Het Gerecht bevestigt dat art. 7 lid 1 onder e, ii ziet op technische uitkomsten bij het gebruik van de waar en niet op de enkele wijze van vervaardiging, maar oordeelt dat de kamer van beroep die maatstaf verkeerd heeft toegepast.

IEF 23591

Geen merkinbreuk door enkel aanbieden van ICE-gerelateerd IE-portfolio

Rechtbank Den Haag 21 mei 2026, IEF 23591; ECLI:NL:RBDHA:2026:12616 (IEH tegen GEM c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-merkinbreuk-door-enkel-aanbieden-van-ice-gerelateerd-ie-portfolio

Rb. Den Haag 21 mei 2026, IEF 23591; ECLI:NL:RBDHA:2026:12616 (IEH tegen GEM c.s.). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag wijst in kort geding de vorderingen van Intercontinental Exchange Holdings af tegen GEM c.s. over het gebruik van ICE-gerelateerde tekens. IEH is houdster van Uniewoordmerken ICE voor onder meer financiële diensten, cryptovaluta, digitale tokens en online marktplaatsdiensten. Zij stelde dat GEM c.s. inbreuk maakte op deze merken door tekens als ICE, ICE Crypto, ICE Carbon en verschillende ICE-domeinnamen te gebruiken voor cryptomunten, handelsplatformdiensten en als handelsnaam. De rechtbank acht zich bevoegd voor de gehele Europese Unie, omdat IEH via Nederlandse dochtervennootschappen een vestiging in Nederland heeft in de zin van de UMVo. Ook is er spoedeisend belang, omdat GEM c.s. haar IE-portfolio actief te koop aanbiedt en naar buiten heeft aangekondigd strategische partners of investeerders te zoeken.

IEF 23589

Nederlands Octrooicongres op dinsdag 9 juni 2026: Handhavingsrichtlijn (G1/25) over de aanpassing van de beschrijving

Op dinsdag 9 juni organiseren we het Nederlands Octrooicongres. Tijdens dit congres praten dagvoorzitters Peter Blok en Gertjan Kuipers u bij over de ontwikkelingen van het octrooirecht. 

Ook gaan we in op de doorverwijzing naar de Grote Kamer van Beroep van zaak G 1/25 (Hydroponics, Knauf vs Rockwool) inzake de aanpassing van de beschrijving. Hierover geeft Eva van Wanrooij (Johnson & Johnson) een presentatie. De relevant juridische achtergrond, de gerelateerde zaak G1/24 en de verschillende standpunten worden doorgenomen. Er is ruimte om standputen vanuit de zaal naar voren te brengen.

IEF 23590

Namaakshirts en valse WK-bekers in Toronto: merkinbreuk in de slipstream van het WK

Naar aanleiding van het WK organiseren wij een WK-evenement over privacy, licenties en marketing rond grote sporttoernooien. Inschrijven kan via deze link

 

Kort voor de start van het WK voetbal heeft de politie in Toronto een omvangrijke partij vermoedelijk vervalste voetbalmerchandise in beslag genomen. In een opslagruimte in Mississauga, nabij Toronto, werden volgens de politie meer dan 16.000 namaakartikelen aangetroffen, waaronder voetbalshirts, petten en vlaggen met aanduidingen van onder meer FIFA, Nike, Adidas en Puma. Ook werden twee nagemaakte FIFA World Cup-trofeeën gevonden. De geschatte straatwaarde van de partij bedraagt ruim 3,5 miljoen Canadese dollar.[1]

De zaak past in een bekend patroon. Grote sportevenementen zorgen voor een plotselinge stijging in de vraag naar officiële fanartikelen. Die commerciële aantrekkingskracht maakt merken, logo’s, teamuitingen en evenementaanduidingen kwetsbaar voor namaak. Bij vervalste voetbalshirts gaat het daarom niet alleen om goedkope alternatieven voor supporters, maar ook om aantasting van merkrechten, licentie-inkomsten en de exclusieve exploitatie van officiële sportmerchandise.