Domeinnaamrecht  

IEF 4522

Niet verschenen

Rechtbank Amsterdam, 28 maart 2007 HA-ZA 07-630, Relatieplanet Nederland B.V. tegen A.J.C. Van Putten. (Met dank aan Michiel Ellens, Teurlings & Ellens Advocaten).

Al eerder in dit bericht gemelde  domeinnaamzaak. Het blijkt een verstekvonnis te betreffen. Vordering van Relatieplanet tot overdracht domeinnaam relatieplanner.nl wordt toegewezen, evenals een inbreukverbod op het merk Relatieplanet. Ook dient gedaagde kosten voor beslag van de domeinnaam, proceskosten ad € 2551,00 en een schadevergoeding van € 7500,00 te betalen.

Lees vonnis hier.

IEF 4521

Een onderscheidende betekenis

sp.gifRechtbank Zwolle-Lelystad, 14 augustus 2007, KG ZA 07-331, De Telegraaf B.V. tegen Zegers. (Met dank aan Arvid van Oorschot, Klos Morel Vos & Schaap).

Merkenrecht. Het merk ‘speurders’ is “een redelijk tot goed bekend merk en daarnaast ook een zogenaamd seriemerk”. De domeinnaam mijnspeurder.nl dient te worden afgegeven. Uitlatingen van gedaagde over de zaak worden aangemerkt als onrechtmatige publicaties. Matiging proceskosten i.v.m. inkomenspositie.

De feiten laten zich heel kort samenvatten: De Telegraaf voert sinds 1922 een advertentierubriek onder de naam Speurders, begin 2007 heeft Zegers de domeinnaam mijnspeurder.nl geregistreerd en de Telegraaf maakt hiertegen bezwaar op grond van haar merkrechten. De rechter wijst de vorderingen van de Telegraaf toe, inclusief de vorderingen met betrekking tot de onrechtmatige publicaties van Zegers over de wijze waarop de Telegraaf zich in deze zaak zou hebben opgesteld. 

“5.6 “(…) Hoewel 'speurder' en daarvan afgeleide woorden ook woorden zijn waarvan in de Nederlandse taal normaal gebruik wordt gemaakt, heeft het woord ‘speurders’ in de context waar het in deze zaak om gaat wel degelijk een onderscheidende betekenis. ‘Speurders" is immers al sinds jaar en dag een begrip op het gebied van de kleine advertenties. Gelet op de bekendheid van "speurders" en de lange periode (vanaf 1922) waarin door de Telegraaf  al in voorgaande betekenis gebruik wordt gemaakt van de term ‘speurders’, is het aannemelijk dat de identificatie van ‘speurders’ zich niet alleen uitstrekt tot de advertentierubriek van het dagblad Telegraaf, maar ook tot de identificatie met de Telegraaf zelf. Derhalve moet worden geoordeeld dat ‘speurders’ als ingeschreven wordmerk in deze context bescherming geniet.

Vergelijking van ‘mijnspeurder’ met ‘speurders’ leidt tot het oordeel dat sprake is van een (in hoge mate) overeenstemmend teken. (…) de kans [zal] groot zijn dat er verwarring ontstaat bij het publiek, in die zin dat ‘mijnspeurder’ geassocieerd zal worden met het merk ‘speurders’ van de Telegraaf. Dit risico wordt alleen maar vergroot doordat Zegers, en dit is door hem niet weersproken, ‘mijnspeurder’ gebruikt voor identieke diensten als waar de Telegraaf haar merk ‘speurders’ voor gebruikt: advertentie publicatie en bemiddeling. Ook het feit dat het merk ‘speurders’ een redelijk tot goed bekend merk is en daarnaast ook een zogenaamd seriemerk is, maakt de kans op verwarring des te groter.”

Twee publicaties van Zegers over de zaak worden als onrechtmatig aangemerkt;

“5.12. De beschuldiging die Zegers in het eerste artikel (verder Publicatie te noemen) uit, komt neer op een beschuldiging van de Telegraaf dat zij op oneigenlijke gronden en met oneigenlijke middelen Zegers de domeinnaam "mijnspeurder" probeert afhandig te maken. De Telegraaf heeft zich bij haar eis tot afgifte consequent beroepen op een aan haar toekomend merkrecht. waarop door Zegers inbreuk wordt gemaakt. (…) Uit geen enkel in het geding gebracht stuk blijkt dat de Telegraaf zich in het geschil tussen haar en Zegers heeft bediend van middelen die het oorbare te buiten gaan of een andere toon behelzen dan een strikt zakelijke. Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat het artikel onnodig tendentieus is. Zegers zet zichzelf neer als het slachtoffer en schroomt niet om hierbij gebruik te maken van het feit dat hij WAO’er is, hoewel dit niets van doen heeft met het tussen partijen spelend geschil. Gelet op al het voorgaande moet dan ook geoordeeld orden dat het belang van de Telegraaf om niet lichtvaardig aan (achteraf loze) beschuldigingen te worden blootgesteld zwaarder heeft te wegen dan het belang van Zegen zich te uiten als hij heeft gedaan. Dat Zegers zich hierbij heeft laten leiden door zijn emoties, ontslaat hem niet van zijn verplichting de nodige zorgvuldigheid te betrachten bij her openbaar maken van een artikel met deze inhoud. De eerste publicatie moet dan ook onrechtmatig  jegens de Telegraaf worden geacht.

5.13. ook de tweede publicatie (verder Tweede Publicatie te noemen) is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onrechtmatig jegens de Telegraaf. In het licht van de omstandigheden van dit geval moest de Tweede Publicatie gezien worden als kennelijk bedoeld om de Telegraaf schade toe te brengen, althans de Telegraaf nog verder negatief neer te zetten, Deze Tweede Publicatie is immers als vervolgactie aangekondigd in de mailwisseling met (de raadsman) van de Telegraaf over het tussen Zegers en de Telegraaf gerezen geschil met betrekking tot de domeinnaam. (…) Ook deze beschuldigingen vinden naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal.”

Zegers wordt als grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld,  Waarbij de voorzieningenrechter, mede gelet op de inkomenspositie van Zegers, wel aanleiding ziet om de kosten, met betrekking tot het IE gedeelte, op grond van art. 1019h Rv  te matigen tot € 7.000,-. De (voor niet IE-zaken gebruikelijke) proceskosten in verband met onrechtmatige daad (de publicaties vloeien niet noodzakelijkerwijs voort uit het feit dat het geschil een intellectuele eigendomskwestie betrof) en de beslagkosten komen daar nog bovenop.

Lees het vonnis hier.

IEF 4516

De Benelux is meer dan Nederland alleen

Joris Deene: Intellectuele rechten kroniek 2006. “De auteur geeft een overzicht, een juridische kroniek, van de voornaamste gebeurtenissen van 2006 in het domein van de intellectuele rechten. Hij behandelt zowel het auteursrecht en de naburige rechten, het tekeningen- en modellenrecht, het octrooirecht, het merkenrecht als de bescherming van de handelsnaam en domeinnaam. Hij situeert de materie binnen de wetgeving en de rechtspraak.”

Lees de kroniek (30 pagina's) hier.

IEF 4490

Meer zekerheid voor zoekmachines

dirkvisser.JPGKort commentaar Prof. mr. Dirk J.G. Visser , hoogleraar intellectuele eigendomsrecht aan de Universiteit Leiden en advocaat te Amsterdam  (Klos Morel Vos & Schaap). Dirk Visser is o.a. advocaat van www.zoekallehuizen.nl.

In zijn vonnis van 7 augustus jl. heeft de Voorzieningenrecht van de Rechtbank Alkmaar bepaald dat huizenzoekmachine Jaap.nl op grond van het auteursrecht níet complete woningomschrijvingen van makelaars met alle foto’s erbij mag kopiëren en in eigen opmaak op zijn eigen website presenteren.

De Rechtbank heeft ook bepaald dat een dergelijke zoekmachine op grond van het citaatrecht wél per zoekresultaat één verkleinde foto (“thumbnail”) met een formaat van ten hoogste 194x145 pixels en een tekst met maximaal 155 tekens en enkel ander relevante gegevens (adresgegevens en vraagprijs) mag overnemen.

Met deze uitspraak sluit de Rechtbank Alkmaar aan bij de beslissing van het Gerechtshof Arnhem van vorig jaar over huizenzoekmachine Zoekallehuizen.nl. Dat Gerechtshof bepaalde toen als eerste dat het vermelden van korte relevante informatie bij een zoekresultaat van een zoekmachine op grond van het citaatrecht toegestaan was.

Het is goed voor de rechtszekerheid op internet dat een beetje duidelijker wordt wat zoekmachines wel en niet mogen. Jaap.nl ging duidelijk te ver: als je hele sites van een ander zou mogen kopiëren en in eigen opmaak aanbieden, omdat je jezelf presenteert als zoekmachine, zou dat de mogelijkheid om geld te verdienen met websites met eigen content nogal belemmeren. Zoekmachines zijn van grote waarde voor internet, maar het is duidelijk dat ze geen vrijbrief zijn om alle content van anderen volledig te kopiëren en op een eigen site te presenteren.

De grens die de Rechtbank Alkmaar nu heeft geformuleerd is natuurlijk niet absoluut, maar geeft wel wat houvast. Aanbieders van zoekmachines hebben nu meer duidelijkheid over wat wel en niet mag.

Wel blijft nog een vraag in hoeverre een zoekmachine zich speciaal mag richten op één of enkele internetdatabanken. Daarbij speelt niet alleen het auteursrecht een rol, maar ook het databankenrecht. Waarschijnlijk mag een zoekmachine zich niet beperken tot het doorzoeken van één of enkele internetdatabanken van anderen waarin substantieel is geïnvesteerd. In de Zoekallehuizen-zaak heeft het Gerechtshof Arnhem bepaald dat de websites van de individuele makelaars geen blijk gaven van een substantiële investering, omdat het slechts een spin-off betrof van hun verkoopactiviteit. In de Jaap.nl-zaak deden de makelaars geen beroep op het databankenrecht, vermoedelijk omdat dit door het Gerechtshof al zo duidelijk was afgewezen.

Zoekmachines die zoeken in één of enkele internetdatabanken waarin wél substantieel is geïnvesteerd kunnen dus onrechtmatig zijn, ook als ze zich wat de presentatie van de zoekresultaten betreft beperken tot hetgeen de Rechtbank Alkmaar nu heeft geformuleerd.

Amsterdam, 8 augustus 2007

IEF 4485

Badminton dealer

Rechtbank Breda, 23 juli 2007, LJN: BB0595. Yonex Kabushiki Kaisha tegen gedaagde, h.o.d.n. Belgro Badminton World.

Merkenrecht. Kort geding over het gebruik van de domeinnaam yonexbadminton.nl. Geen sprake van merkinbreuk, onrechtmatig handelen of misleiding.

Yonex is marktleider op het gebied van badmintonartikelen. Zij is houdster van diverse Beneluxmerken YONEX. Gedaagde Belgro houdt zich bezig met de verkoop van badmintonartkelen, onder meer van het merk YONEX. Belgro gebruikt voor haar webshop onder andere de domeinnaam yonexbadminton.nl, alsmede een banner met het logo van Yonex met de toevoeging badminton.nl en de tekst: “Welkom in de webshop van Belgro, één van de 140 Yonex badminton dealers in Nederland”.

Yonex stelt dat door gebruik van haar merk in de domeinnaam en als banner en metatag inbreuk wordt gemaakt op haar merkrechten. Hoewel de rechter aanvankelijk vaststelt dat Belgro op grond van artikel 2.23 lid 3 BVIE als wederverkoper van de door Yonex in het economisch verkeer gebrachte producten gebruik mag maken van het merk YONEX voor de producten die van Yonex afkomstig zijn, gaat de rechter (toch) over tot een afzonderlijke toetsing van het gebruik van de domeinnaam yonexbadminton.nl aan de bepalingen van artikel 2.20 lid 1 sub a, b, c en d BVIE om vervolgens te concluderen dat gebruik van een merk in een domeinnaam, als banner en als metatag volgens vaste jurisprudentie geldt als ander gebruik in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE.

Volgens Yonex heeft Belgro geen geldige reden voor het merkgebruik in de domeinnaam in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE. De rechter oordeelt anders en overweegt: “4.8.3. (…) Voor een succesvol beroep op artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE dient allereerst de vraag te worden beantwoord of door dat ‘ander gebruik’ ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk YONEX. Pas indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord komt de vraag aan de orde of Belgro voor dat gebruik een geldige reden heeft (…)”. De rechter beoordeelt vervolgens per ‘ander gebruik’, te weten in de domeinnaam, in de banner en in de metatag, het beroep op artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE en concludeert dat Belgro met deze vormen van gebruik geen ongerechtvaardigd voordeel trekt uit of afbreuk doet aan de reputatie van het merk YONEX.

Tevergeefs stelt Yonex zich nog op het standpunt dat Belgro onrechtmatig jegens haar handelt doordat Yonex niet zelf de unieke domeinnaam yonexbadminton.nl kan gebruiken. De rechter overweegt dat Yonex beschikt over de domeinnamen yonex.nl en yonex.com en dat Belgro bovendien heeft aangegeven te allen tijde bereid te zijn met Yonex te overleggen over de inhoud van de website of zelfs over een mogelijke overdracht van de domeinnaam. Ook het beroep op misleiding ex art. 6:194 sub i BW ten aanzien van de claim ‘één van de 140 yonex badminton dealers’ strandt, omdat gesteld noch gebleken is dat Yonex in de Benelux gebruik maakt van een gesloten dealernet en evenmin dat Belgro zonder toestemming van Yonex producten van het merk YONEX verkoopt.

Lees het vonnis hier.

IEF 4405

Groen Boekje (2)

gb.gifHet geschil over het gebruik van de naam Groene Boekje en groeneboekje.info (eerder bericht hier) blijkt een storm in een glas water te zijn geweest. Vrijwel direct na de publiciteit over de deze kwestie hebben de twee betrokken ingenieursbureaus de domeinnaam groeneboekje.info uit de lucht gehaald.

"We zijn hier niet blij mee. We hebben ons totaal niet gerealiseerd dat we inbreuk maakten op een beschermd merk. Op dit soort beschuldigingen zitten we bepaald niet te wachten", mopperde projectleider Rein Bruinsma gisteren.

Hij had overleg gehad met de Taalunie over de bezwaren tegen het gebruik van GroeneBoekje.info en direct vastgesteld dat er iets goed mis was en heeft daar toen ook naar gehandeld.

Lees hier iets meer.

IEF 4397

Een wat oudere rechter

Diverse media, waaronder de NRC berichten over het kort geding tussen de NVM en Jaap.nl: “De rechter moest er gisteren aan te pas komen. In de rechtbank van het Westfriese Alkmaar legden advocaten daar een wat oudere rechter uit hoe woningwebsite Jaap werkt. Zie lieten de rechter plaatjes zien van de website op grote kartonnen borden.

(…) De advocaten probeerden de rechter uit te leggen waarom het woningaanbod van NVM-makelaars op woningwebsite Funda thuishoort en niet op concurrent Jaap. De rechter moet het zonder toestemming integraal overnemen van omschrijvingen en foto’s van het woningaanbod van NVM-makelaars door Jaap verbieden. Dat is de eis van twee NVM-makelaars die zich verenigd hebben in de stichting ‘Baas in eigen huis’.

Van wie is de informatie over te koop staande huizen? Dat is de vraag waar het hier om draait. De NVM-makelaars zeggen: van ons en het hoort op onze eigen website Funda thuis. Zij claimen het eigendom. Jaap pleegt „inbreuk op hun auteursrecht”. De makelaars hebben hun best gedaan op de teksten en sommigen hebben zelfs een fotografiecursus gevolgd”

Lees hier meer (uitspraak 7 augustus). 

IEF 4270

Faits Divers

Portretrecht en voetvbaldvd’s. “Het avontuur met de WK-dvd's van Dick Perschar liep uit op een miljoenendebacle, maar Tricky Dicky is onder de noemer Shape DVD Worldwide alweer opnieuw begonnen. (…) De ironie wil dat de shirt-dvd uiteindelijk toch een uiterst exclusief ‘collector’s item’ werd. Zo’n drie miljoen dvd’s (verkoopprijs 3,95 euro) moesten op last van de KNVB worden vernietigd omdat het ‘portretrecht van de spelers’ en het recht om gebruik te maken van het logo van de voetbalbond, contractueel per 1 november 2006 verliep.

Lees hier meer (Quotenet)

Zoekallejaaps.nl:“Branchevereniging NVM is het beu dat de zoekmachine Jaap.nl elke avond hun websites ‘leegzuigt’, en informatie tot overmaat van ramp ook nog eens fout weergeeft. Aanleiding voor de makelaars om Jaap.nl nu aan te pakken, vormt de brief die directeur Robert van Veelen van NVM-site Funda.nl onlangs stuurde aan klanten. Daarin wijst hij de NVM-makelaars op het feit dat Jaap.nl inbreuk maakt op de auteursrechten van Funda: ‘Jaap.nl heeft uw aanbod naar zijn eigen website gekopieerd. Volgens de huidige wetgeving maakt Jaap.nl inbreuk op uw auteursrecht. Wist u dat?”

Lees hier meer.

Niet op festival, wel op poster. Stichting Geinbeat mag de posters en flyers voor het popfestival van zondag niet meer gebruiken.(…) Geinbeat heeft voor de achtergrond van posters en foldertjes een foto van zanger Roger Peterson van Intwine gebruikt. De foto stamt uit 2004, toen de band in Nieuwegein speelde. Dit jaar staat Intwine niet op het podium van Geinbeat. (…) Vicevoorzitter Michel Peek van Geinbeat zegt dat Peterson onherkenbaar op de poster staat. ,,Wij hebben geen mails gekregen van Intwinefans. Het management van Intwine dreigde met bodemprocedures, auteursrecht, portretrecht. Daar zitten wij niet op te wachten. Wij zijn gewoon liefhebbers die een popfestival willen houden.’’

Lees hier meer (AD).

Auteursrecht op park. “Bewoners van de Philipsbuurt in Drachten zien nieuwe mogelijkheden voor woningbouw nabij het historische Reidingpark (…) Bebouwing ervan is volgens Hoekstra ,,een goed alternatief''. De gracht kan dan intact blijven. Volgens Drachtster Sjoerd S. Osinga is dat ook noodzakelijk omdat er auteursrechten op het park rusten.”

Lees hier meer. (Leeuwarder Courant).

Statistieken EPO. “Het aantal patentaanvragen blijft maar stijgen. Vorig jaar werden bij het European Patent Office (EPO) 207.300 patentaanvragen ingediend. Daarvan zijn er 4.425 afkomstig van Philips, dat daarmee koploper in Europa is. Het totaal aantal aanvragen steeg met 5 procent en de verwachting is dat de groei nog aanhoudt. (…) In bijna alle Europese landen was er sprake van een stijging in aantal aanvragen, maar in Nederland nam dat af met 472 naar 7.400.”

Lees hier (Eindhovens Dagblad) of hier (EPO) meer.

Dubbeltalent. Staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën heeft zich als ondernemer niet schuldig gemaakt aan verwijtbaar gedrag en handelen. Tot die conclusie komt de commissie-Lundqvist. (…)Tijdens een toelichting voor de pers zei commissielid Wouter Pors dat arbeidscontracten met vernietigbare passages op grote schaal voorkomen bij Nederlandse bedrijven.”

Lees hier meer.

“What is Domain Name?  Compared with IP address, Domain Name is a character sign which is like a doorplate number on internet, it's used to identify and orient hiberarchy of computer on internet. But it is different from IP address, Domain Name is more easier and convenient to understand and remember. Domain Name is a basic service of internet, we can provide www,email, FTP and so on services base upon Domain Name.”

Lees hier meer.

 

IEF 4196

De maatschap is een advocatenkantoor

vws.gifRechtbank Groningen , 23 mei 2007, LJN: BA7149. Versteeg Wigman Sprey tegen Martix B.V.

Maatschap beroept zich op merkrecht op domeinnaam van haar afkorting te bemachtigen, vws.nl, maar slaagt daar niet in. Onderscheidend vermogen lettercombinaties. Merk niet nietig, geen inbreuk, geen afbreuk, geen kwade trouw, geen onrechtmatige daad. Wel beroep op, maar geen veroordeling in de  werkelijke proceskosten.

Versteeg Wigman Sprey heeft een Benelux-registratie van het woordmerk VWS, voor diensten in de klasse 35 (het verlenen van zakelijke en administratieve diensten) en in de klasse 42 (advocatuur en verlenen van juridische diensten in de meest ruime zin). Gedaagde Martix heeft de domeinnaam vws.nl teruggekocht nadat deze in juni 2005 was opgeheven en uitgegeven aan een derde. De maatschap heeft conservatoir beslag gelegd onder Martix op de domeinnaam vws.nl en vindt dat Martix ieder gebruik van het merk VWS, waaronder het gebruik van dit merk in de domeinnaam vws.nl, onmiddellijk dient te staken. De Rechtbank Groningen oordeelt anders.

Nietigheid

“4.9. (…) De rechtbank is, gelijk de maatschap heeft betoogd, van oordeel dat “VWS” niet een soortnaam is voor de diensten ter onderscheiding waarvan zij door de maatschap is ingeschreven en wordt gebruikt (zakelijke, administratieve en juridische diensten). Evenmin kan gezegd worden dat het merk ieder onderscheidend vermogen mist. Het enkele gegeven dat de lettercombinatie vws ook door anderen dan de maatschap wordt gebruikt (denk aan het ministerie van VWS) heeft nog niet tot gevolg dat het merk “VWS” onderscheidend vermogen mist. Het is voorts niet een teken of benaming die in het normale taalgebruik of het handelsverkeer gebruikelijk is geworden. (…) De rechtbank zal dit verweer dan ook passeren.

(…) Met betrekking tot de door Martix opgeworpen stelling dat het merk nietig is omdat het depot te kwader trouw zou zijn verricht overweegt de rechtbank als volgt. (…) Martix houdt zich bezig met het plaatsen van aanbiedingen op de elektronische snelweg. Gelijk partijen hebben betoogd, is er naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake van gebruik van het merk voor soortgelijke waren of diensten. Bovendien heeft Martix feiten noch omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat de maatschap bekend was met het “voorgebruik” van het merk door Martix, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Het depot wordt dan ook geacht niet te kwader trouw te zijn verricht.  De rechtbank komt al met al tot de conclusie dat zij geen grond aanwezig acht om het merk nietig te verklaren.”

Afbreuk onderscheidend vermogen of de reputatie

“4.13.2. Nu de maatschap zich uitdrukkelijk niet op het standpunt stelt dat Martix ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het gebruik van het teken, behoeft de rechtbank enkel te beoordelen of door het gebruik van het teken als domeinnaam afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.

Voor afbreuk aan de reputatie van het merk zal in ieder geval gesteld en, bij gemotiveerde betwisting, bewezen moeten worden dat het overeenstemmende teken op enigerlei wijze een negatieve invloed heeft op het merk. De maatschap heeft echter niet, althans onvoldoende onderbouwd, gesteld op welke wijze het gebruik van de domeinnaam vws.nl door Martix, negatief appelleert aan het merk “VWS”. Dat sprake is van afbreuk aan de reputatie van het merk is derhalve niet aangetoond.

Evenmin valt in te zien dat het gebruik van het teken door Martix afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen van het merk. Weliswaar kan aan de maatschap worden toegegeven dat een domeinnaam een reclamefunctie kan vervullen en dat haar thans de mogelijkheid wordt onthouden om zich op het web te profileren als “VWS”, doch dit betekent nog niet dat afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen van het merk. Anders dan het gerechtshof Amsterdam in Passies/Gaos heeft overwogen (Hof Amsterdam 7 december 2000, Mediaforum 2001,2 met noot D. Visser) is de rechtbank -met genoemde annotator- van oordeel dat het feit dat iemand (in casu de maatschap) nadeel lijdt omdat hij iets niet kan krijgen (in casu de beschikking over de domeinnaam vws.nl niets te maken heeft met het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk, noch met enig voordeel trekken daaruit of afbreuk doen daaraan.

Onrechtmatige daad

4.16.1. (…) Het gegeven dat Martix een domeinnaam heeft geregistreerd welke overeenkomt met het merk van de maatschap, hetgeen tot gevolg heeft dat de maatschap geen website kan voeren onder diezelfde domeinnaam, levert echter op zichzelf beschouwd nog geen onrechtmatige daad op. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist. Te denken valt daarbij bijvoorbeeld aan grootschalige domeinkaping (…) (of) verwarringsgevaar. (…)  Bijzondere omstandigheden die maken dat sprake is van onrechtmatig handelen zijn niet naar voren gebracht.”

Overigens, het feit dat de maatschap haar merk niet als domeinnaam kan gebruiken betekent niet dat zij belemmerd wordt om zich via het internet te profileren. Zij beschikt immers over de domeinnaam vwsadvocaten.nl waaronder zij een website voert.

Proceskosten

4.18.  Martix heeft veroordeling gevorderd van de werkelijk gemaakte kosten. (…) De maatschap verzet zich tegen toepassing van de Handhavingsrichtlijn omdat de dagvaarding is uitgebracht voor de datum waarop deze geïmplementeerd had moeten zijn.

Daargelaten of de datum van dagvaarding als uitgangspunt moet worden genomen bij bepaling of de Handhavingsrichtlijn richtlijnconform moet worden toegepast, dan wel of de datum waarop de reconventionele vordering is ingesteld bepalend is, ziet de rechtbank, gelet op het feit dat Martix geen kostenspecificatie heeft overgelegd, aanleiding de kosten in zowel conventie als reconventie te begroten middels de gebruikelijke methode. Het liquidatietarief zal gezien de complexiteit van de zaak worden gesteld op tarief IV.

Lees het vonnis hier.

IEF 4096

Het identiteitsverschil

rs.gifRechtbank Arnhem, 15 mei 2007, LJN: BA6170. Fairfield & Sons Inc. & Rosetta Stone, Inc. tegen  Eurolinguist B.V.

Opzegging distributieovereenkomst. Geschil over geld, merken en domeinnamen. Rechthebbende op domeinnamen niet gedagvaard: vereenzelviging kan slechts in uitzonderlijke gevallen plaatsvinden. Proceskosten gematigd omdat het maar een deelproces is.

Het Amerikaanse Fairfield ontwikkelt onder het merk Rosetta Stone software voor taaltrainingen. Fairfield heeft taleninstituut Eurolinguist aangesteld als distributeur voor Rosetta Stone producten voor de Nederlandstalige gebiedsdelen van de Benelux. Elol.nl, enig aandeelhouder en bestuurster van Eurolinguist,  heeft  de domeinnamen www.rosettastone.nl en www.rosettastone.be laten vastleggen.

Eurolinguist heeft de overeenkomst opgezegd en vezoekt o.a. om betaling van openstaande facturen, een verhandelverbod, het staken van het merkgebruik en overdracht aan haar van de domeinnamen.

Kort samengevat is de conclusie dat Eurolinguist vanwege de beëindiging van de distributierelatie de verhandeling van Rosetta Stone producten en het gebruik als distributeur (reseller) van de Rosetta Stone merknamen zal dienen te staken en de in het kader van de distributierelatie nog in haar bezit zijnde Rosetta Stone materialen zal dienen te retourneren. Het is Eurolinguist wel toegestaan om de Rosetta Stone producten te blijven gebruiken en/of aan te bieden in haar eigen taleninstituut. In haar instituut en in haar reclamemateriaal zal ze de naam Rosetta Stone mogen blijven gebruiken voor zover zij daarmee verwijst naar de gebruikte taaltrainingen met behulp van de Rosetta Stone methode. Voor wat betreft de domeinnamen is de verkeerde partij aangesproken:

“4.10.  Kernvraag is of het gebruik van de domeinnamen door Eurolinguist kan worden aangemerkt als merkgebruik in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE (‘gebruik anders dan ter onderscheiding van waren of diensten). Met betrekking tot de op naam van Elol geregistreerde domeinnamen www.rosettastone.nl en www.rosettastone.be kan niet worden gesteld dat Eurolinguist daarop een exclusief gebruiksrecht heeft. Elol is exclusief rechthebbende op deze domeinnamen. Het gaat het te ver om, zoals Fairfield wenst, het identiteitsverschil tussen Elol en Eurolinguist volledig weg te denken.

Vereenzelviging kan slechts in uitzonderlijke gevallen plaatsvinden. Het enkele feit dat Elol volledige zeggenschap heeft over Eurolinguist, of dat op de website van Elol dezelfde informatie te vinden is als op de website van Eurolinguist, volstaat hiertoe niet. Fairfield heeft voor het overige onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit de verwevenheid van beide rechtspersonen kan worden afgeleid en had ook Elol moeten dagvaarden. Nu Fairfield dit heeft nagelaten, zal de vordering jegens Eurolinguist tot staking van het gebruik van de domeinnamen rosettastone.nl en rosettastone.be en tot overdracht van deze domeinnamen jegens Eurolinguist worden afgewezen. Niettemin heeft Eurolinguist ter zitting verklaard deze domeinnamen te hebben doorgelinkt naar www.talendomein.nl van PC media, de beoogde (nieuwe) distributeur van Rosetta Stone producten, waarmee tot aan de bindende einduitspraak in arbitrage eventuele schade of verwarring wordt voorkomen.”

De werkelijke proceskosten worden vervolgens gematigd, omdat het in feite een deelproces vormt van een omvangrijkere bodemprocedure:

“4.13.  De voorzieningenrechter stelt vast dat Eurolinguist weliswaar nalatig is gebleven om na beëindiging van de overeenkomst aan alle uit artikel 6 van de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te voldoen, maar op beperkte schaal. In dat licht, terwijl dit kort geding in feite een deelproces vormt van een omvangrijkere bodemprocedure, verzet de billijkheid zich, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, in dit kort geding tegen een volledige proceskostenveroordeling van Eurolinguist. Eurolinguist zal als de deels in het ongelijk gestelde partij op de gebruikelijke wijze door vaststelling van een forfaitair bedrag worden veroordeeld in de proceskosten van Fairfield c.s.”

Lees het vonnis hier.