DOSSIERS
Alle dossiers

Strafrecht  

IEF 6530

Strafzaak over hacken van webcam

Rechtbank Haarlem, 24 juli 2008, LJN: BD8449

Geen IE, wellicht wel nuttig voor de discussie over oude rechten en nieuwe technieken:

“De door verdachte gebruikte methode, inhoudende dat hij heimelijk, via de webcam, meisjes die zich ontkleedden kon bespieden, is een techniek die ten tijde van de totstandkoming van artikel 246 Sr. onbekend was. De rechtbank is van oordeel dat de rechter bij de uitleg van strafbepalingen die strekken tot bescherming van bepaalde rechten dient in te spelen op nieuwe technische mogelijkheden, één en ander voor zover dat past binnen de ratio en de taalkundige grenzen van de betreffende bepaling.” Lees hier verder.

IEF 6511

Voor zover dat past binnen de ratio

Rechtbank Haarlem, 24 juli 2008, LJN: BD8449, Strafzaak over hacken van webcam.

Gelukkig geen een IE, wellicht wel nuttig voor de discussie over oude rechten en nieuwe technieken:

“De door verdachte gebruikte methode, inhoudende dat hij heimelijk, via de webcam, meisjes die zich ontkleedden kon bespieden, is een techniek die ten tijde van de totstandkoming van artikel 246 Sr. onbekend was. De rechtbank is van oordeel dat de rechter bij de uitleg van strafbepalingen die strekken tot bescherming van bepaalde rechten dient in te spelen op nieuwe technische mogelijkheden, één en ander voor zover dat past binnen de ratio en de taalkundige grenzen van de betreffende bepaling.”

Lees het vonnis hier.

IEF 6419

Een ernstige inbreuk op de rechtsorde

Rechtbank Dordrecht, 3 juli 2008, LJN: BD6236, strafzaak.

Telefoontap. Het bedrijfsmatig verspreiden van illegale navigatiesoftware is een ernstige inbreuk op de rechtsorde.  Rechter-commissaris verleent geen machtiging tot een bevel tot het opnemen van telecommunicatie gevoerd via het betreffende telefoonnummer door verdachte, omdat het hier geen delict zou betreffen dat naar zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. De raadkamer is het daar niet mee eens en vernietigt de beslissing.

“De raadkamer overweegt dat blijkens het zich bij de stukken bevindende proces-verbaal aanvraag telefoontap mogelijk sprake is van de plaatsing van honderden advertenties waarin navigatiesoftware wordt aangeboden. De advertenties worden volgens een gehoorde getuige geplaatst sedert maart 2007. De advertenties zijn geplaatst op de internetsite ‘Markplaats.nl’, hetgeen een bekende en veelgeraadpleegde advertentiesite is. Sprake zou zijn van vele honderden advertenties; volgens de getuige zijn er 500 advertenties verwijderd. Onderzoek van de FIOD wijst uit dat tot recentelijk toe veel van de betreffende advertenties zijn geplaatst.

Op grond van deze omstandigheden is sprake van een verdenking van het stelselmatig -strafbaar- handelen, gedurende een langere periode, terwijl verwijdering van advertenties niet heeft geleid tot afname of beëindiging van de plaatsing van de advertenties. Voor de aanbieding van de software wordt gebruik gemaakt van een algemeen bekende en drukbezochte advertentiesite op internet. Dit alles betekent voorts dat moet worden aangenomen dat dit strafbaar handelen tot grote financiële schade kan leiden. Aldus is sprake van de verdenking van een misdrijf dat naar zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert.

Lees het vonnis hier.

IEF 6315

Het merk waarop een ander recht heeft

Hoge Raad , 24 juni 2008, LJN: BD2745, Strafzaak.

 “1. Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft (…) de verdachte ter zake van (…) "opzettelijk waren, die zelf valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft in voorraad hebben, meermalen gepleegd"  (...) veroordeeld tot vierentwintig maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met verbeurdverklaring, teruggave en bewaring van de inbeslaggenomen voorwerpen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep. “Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.”

Lees het arrest hier.

IEF 6213

Recente rechtspraak

Rechtbank Utrecht, 28 mei 2008, LJN: BD2694, Kwang Yang Motor Co. Ltd. tegen
Asian Imports B.V.

Slaafse nabootsing, niet weersproken. Wel verweer tegen (neven) vorderingen + schade, alle verweren falen.

“4.1.  Luuko heeft erkend dat de door haar op de markt gebrachte scooters Good, Rally 50, Sport en Rizki nagebootste producten waren van de scooters van Kymco. De slaafse nabootsing – hetgeen kwalificeert als onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW – die Kymco en Kybe aan hun vorderingen ten grondslag hebben gelegd kan derhalve als onbetwist worden aangenomen. Een inhoudelijke beoordeling daarvan kan dus achterwege blijven.

4.2.  Luuko heeft echter betwist dat Kymco en Kybe schade hebben geleden door haar toedoen en dat Luuko voor dergelijke schade aansprakelijk is. Ook heeft zij de noodzaak van en het belang bij toewijzing van de overige vorderingen betwistt (…)”

Lees het vonnis hier.

Rechtbank Alkmaar, 16 april 2008, LJN: BD1686, Falat Iron Co tegen Syngenta Seeds B.V.

“4.31.Tot slot heeft Falat onder 5. gevorderd dat de rechtbank Syngenta hoe dan ook verbiedt direct dan wel indirect groentezaden voor Iran te produceren en/of (in)direct in Iran in te (doen) voeren onder de eigen productnamen van Falat (zoals bijvoorbeeld maar niet uitsluitend genoemd in de fax van 7 juli 1999) op straffe van een dwangsom van [euro] 50.000,- per overtreding.

4.32.Ter toelichting op deze vordering heeft Falat slechts aangevoerd dat deze ziet op de inbreuk die Syngenta kan maken op de intellectuele eigendomsrechten van Falat t.a.v. de namen die Falat aan sommige producten gaf. Syngenta handelt onrechtmatig tegenover Falat indien zij producten onder de productnamen van Falat voor Iran produceert en aldaar invoert. Nu evenwel niet is gesteld of gebleken dat Syngenta zulks heeft gedaan, of voornemens is te gaan doen, ziet de rechtbank geen aanleiding de vordering toe te wijzen.”

Lees het vonnis hier.

Gerechtshof ’s-Gravenhage, 4 juni 2008, LJN: BD3043, Strafzaak tegen Jonas Staal.

Kunst geen bedreiging Geert Wilders. “Het hof acht met de rechtbank in dat verband het volgende van belang. De verdachte heeft op een aantal openbare plaatsen in Rotterdam en Den Haag foto's van een politicus geplaatst, met in de onmiddellijke nabijheid waxinelichtjes, teddybeertjes en bloemen. Hoewel deze uitstallingen kunnen worden geassocieerd met verkeersslachtoffers en dus met de dood, en in die zin genoemd persoon in verband brengen met de dood, gingen de uitstallingen evenwel niet gepaard met enige aankondiging van een ophanden zijnd overlijden van die persoon, laat staan van enige verwijzing naar hoe, wanneer of door wie zulks teweeg zou worden gebracht. Uit de uiterlijke verschijningsvorm valt niet af te leiden dat verdachte de politicus heeft willen bedreigen, en evenmin dat hij bewust de aanmerkelijke kans daartoe heeft aanvaard. Kortom, de omstandigheden ontbraken waaronder in het algemeen een redelijke vrees bij voornoemd persoon kon worden opgewekt dat tegen hem geweld zou worden aangewend. De verdachte heeft ook ontkend dit gewild te hebben. Verdachte heeft daaromtrent verklaard dat de uitstallingen door hem werden gezien als een kunstwerk dat oproept tot een debat over de wijze waarop heden ten dage politiek wordt bedreven, waarvoor hij die politicus als icoon ziet.

Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat sprake is van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht, zodat de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.”

Lees het arrest hier. 

HvJ Eg, 5 juni 2008, C-395/07, Commissie EU tegen Bondsrepubliek Duitsland

Het Hof stelt vast dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 2004/48/EG1 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, althans door deze bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.

Lees het arrest hier.

IEF 6008

Het strafrecht zal in stelling worden gebracht

Kamerstukken II, 28684, nr. 133. Naar een veiliger samenleving; Brief van de minister van Justitie over rechtshandhaving en internet

"De strafrechtelijke handhaving komt bij dit onderwerp in beeld indien het algemeen belang dit vordert. Het strafrecht zal in stelling worden gebracht bij zodanig grootschalige piraterij, die de markt ernstig verstoort, dat deze doormiddel van privaat optreden niet voldoende kan worden bestreden, of bij betrokkenheid van georganiseerde criminaliteit. Bij dit laatste gaat het erom dat de inbreuk op het intellectuele eigendomsrecht zodanig is georganiseerd, of zozeer stelselmatig wordt gepleegd, dat het strafrecht als enige zinvol denkbaar correctiemiddel overblijft.

Zoals al is aangegeven in de al eerder vermelde beleidsbrief van 20 december 2007 zal de strafrechtelijke handhaving van het auteursrecht zich concentreren op bestrijding aan de bron van het illegale aanbod op internet, namelijk op degene die grootschalig illegaal ‘uploadt’ en daarmee films, games en muziek in strijd met het auteursrecht via internet aanbiedt. Daarmee zal het illegaal aanbod worden beperkt en het legaal aanbod meer kansen krijgen. De handhaving van het auteursrecht kan mee profiteren van diverse in deze brief aangekondigde maatregelen en onderzoeken, zoals de analyse ten behoeve van de actualisering van het juridisch instrumentarium, de organisatorische voorzieningen zodat politie en justitie op adequate wijze op aangiften van cybercrime reageren en het onderzoek naar publiek-private samenwerking in het kader van een NTD-procedure. Om de zich voordoende mogelijkheden te benutten zal overleg worden bevorderd tussen de belangrijkste betrokken partijen zoals vertegenwoordigers van de filmen muziek industrie en het Openbaar Ministerie, de politie en de FIOD/ECD.
Zoals toegezegd in de brief aan de TK over het auteursrecht, worden in opdracht van het kabinet momenteel de economische en culturele effecten onderzocht van digitale verspreiding van auteursrechterlijk beschermd materiaal. Dit onderzoek zal naar verwachting in het najaar van 2008 gereed zijn."

Lees de gehele brief hier.

IEF 5995

Als werken van

Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 15 april 2008, LJN: BC9375, Strafzaak.

Aardig strafzaak over onder andere artikel31a en b AW. De Rechtbank ’s-Hertogenbosch acht bewezen dat een 58-jarige man uit Eindhoven diverse schilderijen heeft verkocht als werken van de kunstenaar Klaas Gubbels. De man is veroordeeld tot een jaar cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk.

De rechtbank acht o.m. bewezen dat  “hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 29 oktober 2006  in de gemeente(n) Eindhoven en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Dieren en/of  Apeldoorn en/of Groesbeek en/of Groningen en/of Hoofddorp, in elk geval in  Nederland, opzettelijk een (zeer) groot aantal schilderijen en/of aquarellen,  althans een of meer schilderij(en) en/of aquarel(len) waarin met inbreuk op  eens anders auteursrecht (te weten van [een kunstschilder]) beeltenissen waren  vervat, openlijk ter verspreiding heeft aangeboden en/of ter verspreiding  voorhanden heeft gehad en/of bewaard heeft uit winstbejag, terwijl hij van het  plegen van dit misdrijf daar toen zijn beroep heeft gemaakt of als bedrijf  heeft uitgeoefend. (art. 31a en b Auteurswet 1912).

“De Eindhovenaar gaf aan niet te hebben geweten dat de schilderijen vals waren. Hij zei ze zelf te hebben gekocht van Johan Dijkstra, een kunsthandelaar uit Arnhem. De rechtbank acht dit niet geloofwaardig, mede omdat niemand uit de kunstwereld deze Johan Dijkstra kent. De Eindhovenaar kon zelf ook geen adres of telefoonnummer van Johan Dijkstra overleggen.

De rechtbank meent dat het handelen van de Eindhovenaar kunstschilder Klaas Gubbels ernstig heeft benadeeld. Daarnaast is door het plegen van de feiten inbreuk gemaakt op de integriteit van de kunsthandel. De rechtbank heeft diverse vorderingen van benadeelde partijen toegewezen voor een totaal bedrag van ruim 76 duizend euro.”

Lees het vonnis hier.

IEF 5951

Kennisgroep Intellectueel eigendom (FIOD-ECD)

Rechtbank Haarlem, Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer, 22 januari 2008,  LJN: BC3359, Eiser tegen de inspecteur van de Belastingdienst

Voor de liefhebber. Eiser is reeds strafrechtelijk veroordeeld voor de handel in illegale kopieën van auteursrechtelijk beschermde werken (cd’s en dvd’s) en maakt i.c. maakt bezwaar tegen een omzetschatting door de belastingdienst (eiser heeft geen administratie bijgehouden, noch beschikte eiser over facturen of bonnen).

De rechtbank is van oordeel dat de belastingdienst is uitgegaan van een redelijke schatting bij het berekenen van de gehanteerde omzet. De taakstraf door de rechtbank Utrecht is opgelegd voor de illegale handel in cd’s en dvd’s. De boete die door de belastingdienst is opgelegd is een straf voor het niet betalen van omzetbelasting. Daardoor is geen sprake van tweemaal een veroordeling voor hetzelfde feit.

Lees het vonnis hier.

IEF 5891

Strafzaak illegaal kopieren van cd's

Gerechtshof Arnhem, 19 maart 2008, LJN: BC7231, Strafzaak.

Het samen met anderen op zeer grote schaal illegaal verveelvoudigen en in de handel brengen van muziekcd’s, zonder toestemming van de auteursrechthebbende(n): 15 maanden gevangenisstraf en een geldboete van € 20.000,-.

“Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich samen met anderen, op professionele wijze, heeft schuldig gemaakt aan het op zeer grote schaal illegaal verveelvoudigen en in de handel brengen van cd’s. Daarbij heeft verdachte misbruik gemaakt van de intellectuele prestaties van anderen. Dit vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. “ “Reeds de omvang van de handel duidt op grootschalig financieel gewin als drijfveer, met totale veronachtzaming van de maatschappelijke gevolgen. Aan de rechthebbenden van de auteursrechten is gedurende een lange periode grote financiële schade toegebracht. Voorts heeft de handelwijze van verdachte geleid tot concurrentievervalsing.
Het hof heeft tevens rekening gehouden met het feit dat verdachte twee maal eerder wegens feiten als de onderhavige door de rechter tot gevangenisstraf is veroordeeld. Hij heeft zich kennelijk aan die eerdere veroordelingen en de daarin begrepen waarschuwingen niets gelegen laten liggen. Integendeel, verdachte is reeds zeer kort na zijn laatste detentie weer begonnen met de verveelvoudiging van en handel in illegale cd’s.
Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat de door verdachte gepleegde feiten zo ernstig en voor de direct betrokkenen zo nadelig zijn, dat verdachte dient te worden gestraft met een zwaardere straf dan door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd."
Lees hier meer

IEF 5876

Strafzaak valselijk opmaken van diploma's

Voor IE-ers wellicht aardige passage in twee strafvonnissen van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch van 17 maart over het valselijk opmaken van diploma’s: 

“Vervalsen of valselijk opmaken? De officier van justitie heeft betoogd dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het vervalsen van onderwijsdiploma’s en andere getuigschriften. De rechtbank merkt op dat vervalsen een bestaand geschrift met bewijsbestemming vereist, welk geschrift vervolgens zodanig wordt veranderd dat het daarna vals is. Valselijk opmaken daarentegen is het opstellen van een nieuw, vals geschrift of het vervolmaken van een geschrift dat nog niet af was. De rechtbank constateert dat verdachte nieuwe, valse geschriften heeft opgesteld. Het gegeven dat hij dit – grotendeels – deed naar het voorbeeld van reeds bestaande echte diploma’s en getuigschriften, neemt niet weg dat hij steeds nieuwe, voorheen nog niet bestaande, documenten vervaardigde. De rechtbank is om die reden, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat verdachte geschriften valselijk heeft opgemaakt, zoals hierna bewezenverklaard.”
Lees hier meer