Overige  

IEF 365

Moderne communist

Oratie Hoogleraar Kamperman Sanders (Maastricht): “The Development Agenda For Intellectual Property. Rational Humane Policy or “modern-day communism”?

Bescherming van Intellectueel Eigendom wordt in het Westen - de Verenigde Staten voorop –gezien als dé garantie voor succesvolle innovatie en bloeiende economische ontwikkeling. Dat blijkt niet altijd zo te zijn, zo bewijzen de groeicijfers van landen met een relatief laag beschermingsniveau. Belangrijker nog is de constatering dat een hoog beschermingsniveau nadelig is voor ontwikkelingslanden.Om die reden is een aantal jaren geleden een beweging ingezet om te komen tot een flexibeler beschermingsniveau, al naar gelang de situatie waarin een land zich bevindt dat beschermde informatie wil gebruiken.

Tegelijkertijd is er onder aanvoering van de Verenigde Staten een tegenbeweging ingezet met Bill Gates als een van de belangrijkste woordvoerders. “Intellectual property is the incentive system for the products of the future.” Wie van dat systeem van bescherming af wil is een communist-nieuwe-stijl, zo verklaarde Gates in een interview begin dit jaar.

In bilaterale handels- en kredietovereenkomsten verplichten de Verenigde Staten de ontwikkelingslanden in toenemende mate om een hoog niveau van bescherming van het Intellectueel Eigendom in te voeren. Dr.mr. Anselm Kamperman Sanders is geen voorstander van deze Amerikaanse aanpak.Hij pleit voor een verdergaande flexibilisering waarbij nog beter gebruik wordt gemaakt van de instrumenten die er nu al zijn om het Intellectueel Eigendom te beschermen. Lees persbericht.

IEF 333

Haasje over

Op IEForum was eerder te lezen dat het satirische Vlaamse maandblad Deng kinderkonijntje Nijntje op de cover plaatste met een bloedneus en een lijntje cocaïne.

Tekenaar Dick Bruna liet het hier niet bij zitten en trok naar de Antwerpse kortgedingrechter, waar hij succes boekte. Deng moet binnen 72 uur alle resterende exemplaren van het gewraakte aprilnummer uit de winkels halen op straffe van 200 euro per inbreuk. Het te verwachten verweer van Deng dat het en parodie betrof vond geen gehoor: “Dit is geen parodie, aangezien het originele figuurtje is gebruikt in plaats van een nabootsing. De afbeelding, die bovendien auteursrechtelijk beschermd is, wordt opgevoerd voor commerciële doeleinden, wat niet kan zonder voorafgaande toestemming van de auteur en de houder van de auteursrechten”, aldus de rechtbank. Dick Bruna en zijn onschuldige creatie Nijn zullen content zijn met deze uitspraak. IEForum vindt het een mooi voorbeeld van de oude “Keizerkrakers-leer” eerder toegepast in het Suske en Wiske-arrest, die blijkbaar ook toepasbaar is op andere stripfiguren.

IEF 329

Na Feta nu ook Tocai een geografische aanduiding

Arrest HvJ 12-05-2005, C-374, 03. Wijnboeren uit Friuli-Venezia Gulia, Italie, mogen zich niet meer bedienen van de beschrijvende aanduiding Tocai voor hun wijnen, zo heeft het HvJ gisteren bepaald. Tocai (of Tokaj, zoals de Hongaren het schrijven) is een geografische benaming die alleen mag worden gebruikt voor wijnen uit de desbetreffende streek in Hongarije. Volgens het Hof is de herkomstbenaming belangrijker dan de naam van de druivensoort. De Friulanen moeten, na honderden jaren hun (overigens befaamde wijnen) Tocai Friulano genoemd te hebben, in het economisch verkeer nu maar gebruik gaan maken van de Franse naam van de druifsoort, Pinot Gris. Lees hier het persbericht van het HvJ (uitspraak nog niet in Engels of Nederlands)

IEF 316

Gokje wagen?

De SIDN gaat vanaf 17 mei a.s. 44 nog niet eerder vrijgegeven domeinnamen verloten. Het gaat om domeinnamen die het SIDN tot nu toe 'in het algemeen belang' blokkeerde.

Om het proces eerlijk te laten verlopen, kan iedere organisatie of persoon in Nederland zich inschrijven voor één domeinnaam. Bij meerdere gegadigden zal worden geloot en mag de winnaar de domeinnaam tegen het normale registratietarief vastleggen. Hier kan men de lijst met vrijkomende domeinnamen zien en inschrijven.

IEF 314

Water & Brood

Redelijk zeldzaam, een IE-strafrechtzaak:

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 9 december 2002, in elk geval in of omstreeks de maand december 2002 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk

a. waren die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, of
b. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking, was nagebootst of
c. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertoonden,

te weten zevenduizend, in elk geval een aantal dozen, gevuld met tassen, in welke tassen zich fotocamera's bevonden en welke dozen, tassen en fotocamera's waren voorzien van het merk Canokimatic, heeft ingevoerd, of afgeleverd of in voorraad heeft gehad.

Het hof begrijpt het verweer van de raadsman aldus dat niet kan worden bewezen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van een merk waarop een ander recht had, aangezien het recht op het door Canon Kabishiki Kisha op 18 november 1994 in de zin van de Eenvormige Beneluxwet op de Merken (voortaan: BMW) geregistreerde merk, door het niet-gebruik daarvan is vervallen. De raadsman verwijst ter adstructie naar het bepaalde in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a (oud) BMW.

Het hof overweegt te dien aanzien als volgt.

Met de raadsman stelt het hof vast dat op 18 augustus 1994 door Canon Kabishiki Kisha (Canon inc.) de merknaam "Canomatic" is geregistreerd in de zin van de BMW onder nummer 563359.

Ingevolge het bepaalde in artikel 10 (oud) BMW heeft de inschrijving van een Benelux-depot een geldigheidsduur van 10 jaren, te rekenen van de datum van het depot. De inschrijving was ten tijde van het bewezenverklaarde, op 9 december 2002, dan wel in of omstreeks de maand december 2002, aldus in beginsel geldig.

Op grond van het bepaalde in artikel 5, eerste lid (oud) BMW vervalt het recht op een merk van rechtswege onder de aldaar genoemde gevallen, te weten - zakelijk weergegeven - de doorhaling van of het verstrijken van de geldigheidsduur van een inschrijving in het Beneluxdepot dan wel van de internationale inschrijving of door afstand van de bescherming in het Beneluxgebied, of overeenkomstig het in artikel 6 van de Overeenkomst van Madrid bepaalde, door het feit dat het merk geen wettelijke bescherming meer geniet in het land van oorsprong.
Zijdens de verdediging is niet gesteld en ook anderszins is niet gebleken, dat een omstandigheid als hiervoor zich heeft voorgedaan, zodat het recht op het merk "Canomatic" niet van rechtswege is vervallen.

Voorts kan iedere belanghebbende op grond van artikel 14, sub c (oud) BMW het verval van het merkrecht inroepen in de gevallen vermeld in artikel 5, tweede lid (oud) BMW, bijvoorbeeld in het door de raadsman bedoelde geval dat gedurende een ononderbroken tijdvak van vijf jaren, zonder geldige reden, geen normaal gebruik van het merk is gemaakt binnen het Beneluxgebied voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is evenwel niet gebleken - noch is dit zijdens de verdediging gesteld - dat het recht op het merk "Canomatic" op vordering van een belanghebbende door een bevoegde rechter vervallen is verklaard.

Het hof verwerpt derhalve het verweer en bevestigt het beroepen vonnis.

Gerechtshof 's-Hertogensbosch, 18 januari 2005, publ. 4 mei 2005, LJN: AT5048, 20.000622.04. Hoger Beroep.

IEF 305

A-G :

Conclusie van advocaat-generaal Ruiz - Jaroba Colomber in de gevoegde zaken C-465/02 en C-466/02 Bondsrepubliek Duitsland en Koninkrijk Denemarken v. Commissie van de Europese Gemeenschappen inzake de oorsprongsbenaming "Feta" 

Volgens de A-G voldoet de naam "feta" aan de vereisten van een beschermde oorsprongsbenaming, omdat hij duidt op een kaas die afkomstig is uit een groot deel van Griekenland en waarvan de kwaliteit of de kenmerken toe te schrijven zijn aan het geografische milieu, terwijl de productie, de verwerking en de bereiding ervan in een welbepaald gebied plaatsvinden.

Vo 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 beschermd geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen waarvoor er een verband bestaat tussen de kenmerken van het product en de geografische oorsprong ervan.

Reeds in 1996 werd op verzoek van Griekenland de benaming "feta" geregistreerd, in 1999 werd deze verordening om formele redenen nietig verklaard door het Hof. De Commissie nam vervolgens maatregelen om deze gebreken te herstellen en dit leiidde tot een Verordening waarin de naam "feta" in het register van oorsprongebamingen werd ingeschreven. Duitsland en Denemarken verzochten om nietigverkalring van deze verordening.

De A-G oordeelt dat het woord "feta"  geen soortnaam vormt omdat  "het woord "feta" binnen de grenzen van de Gemeenschap niet algemeen wordt gebruikt omdat het onlosmakelijk wordt geassocieerd met een bepaald voedingsmiddel, namelijk de kaas die in een groot gebied in Griekenland wordt bereid met schapenmelk of een mengsel van schapen- en geitenmelk, door middel van een natuurlijk en ambachtelijk procédé waarbij de kaas uitlekt zonder druk."

Na afweging van 1) het traditionele karakter van de benaming, 2) de aanduiding van een levensmiddel dat afkomstig is uit bepaalde gebieden, 3) de kwaliteit die aan het geografische mileiu toe te schrijven is en 4) de productie, verwerking en bereiding in een bepaald gebied, komt de A-G tot het oordeel dat het woord "feta" voldoet aan de voorwaarden om te worden beschouwd als een traditionele benaming, die met een oorsprongsbenaming kan worden gelijk gesteld en daarom over het gehele grondgebied van de Gemeenschap moet worden beschermd. Lees persbericht  of conclusie (nog niet in het Nederlands of Engels beschikbaar)

IEF 295

Ondertussen in Geneve

Waarom krijg je bij officiele WIPO berichten toch altijd het gevoel dat je een oude Pravda aan het lezen bent? Is het vanwege Dr. Kamil Idris, die nooit eens als mr. Idris of dr. Idris of he, maar consequent als Dr. Kamil Idris, karikatuur van een een benevolente en alom geliefde staatsman wordt opgevoerd of is het vanwege zinnen als "Demand for the services provided by WIPO to the private sector continued to grow, while contributions from member states were at a historically low level" en "Member states commended the secretariat for its constructive and full cooperation with the United Nations Joint Inspection Unit." Hoe dan ook, Dr. Kamil Idris en de Wipo's doen natuurlijk wel goed werk. Lees hier wat ze volgend jaar gaan kosten.

IEF 285

Richtlijnen in UDRP beslissingen

Het Arbitration en Mediationcenter van het WIPO heeft vandaag op haar website een overzicht geplaatst van criteria aan de hand waarvan domeinnaamgeschillen door haar arbiters worden opgelost. Doel hiervan is om meer consistentie in UDRP beslissingen te creëren, zodat betrokkenen hun kansen in de dergelijke procedures beter kunnen inschatten.

IEF 282

Tijdschema .eu domeinnamen

Zoals al eerder op IEForum vermeld, zal de uitgifte van .eu-domeinnamen in het vierde kwartaal van 2005 starten, voorafgegaan door de zogenaamde ‘sunrise period’, zo bevestigt EURid. Tijdens de sunrise periode wordt aan publieke organen en (merk)rechthebbenden de mogelijkheid worden geboden alvast hun .eu-domeinnamen te registreren. Het tijdschema van EURid vind je hier.

IEF 275

Domeinnaamuitspraak

Een nogal rammelende procedure en vonnis uit Arnhem (LJN AT4847, Voorzieningenrechter Rb. Arnhem, 31 maart 2005). De Luxemburgse vennootschap UMTT S.A. vordert van VDB Staal en haar eigenaar de domeinnaam UMTT.com. Opvallend is dat UMTT dit voor de tweede maal in rechte doet.

De eerste keer legde UMTT de Agreement for Transfer (van de domeinnaam) aan haar vordering ten grondslag, zonder zich te beroepen op haar merk- en handelsnaamrechten (??). Deze vordering wordt afgewezen.

Enige maanden later stapt UMTT opnieuw naar de rechter en (wellicht een andere advocaat) werpt nu wel het merken- en handelsnaamrecht in de strijd.

VDB protesteert en voert aan dat er al eerder over het gevorderde is geprocedeerd. De Voorzieningenrechter oordeelt echter dat, nu er andere grondslagen aan de vordering ten grondslag liggen, de vordering in behandeling kan worden genomen.

De rechter komt tot het oordeel dat VDB en haar eigenaar inbreuk maken op het merk- en handelsnaamrecht van UMTT en beveelt hen de domeinnaam aan UMTT over te dragen.

Bijzonder in deze uitspraak is dat de Voorzieningenrechter voor wat betreft de motivering van merkenrechtelijke gedeelte van de beoordeling wel erg kort door de bocht gaat.

Zo meent de Voorzieningenrechter dat "het gebruik van een domeinnaam op Internet valt onder de merkenrechtelijke bescherming van de Benelux Merkenwet (het gebruik is aan te merken als het gebruik van een teken voor een dienst als bedoeld in de zin van artikel 13A, lid 1 sub a BMW)." In casu beriep UMTT namelijk op haar beeldmerk; dat er aldus gebruik wordt gemaakt van een identiek teken als domeinnaam door VDB Staal is, zo lijkt ons, niet correct. Op sub b of d van art. 13A lid 1 werd door UMTT geen beroep gedaan. Ook blijkt niet of VDB Staal het merk gebruikte voor dezelfde waren en diensten.

Lees hier het vonnis.