Publicatie boek zes maanden verboden vanwege lopend strafproces
Vzr. Rechtbank Gelderland 21 oktober 2014, IEF 14325 (Staat der Nederlanden/gedetineerde tegen Just Publishers/Veldman)
Mediarecht. De voorzieningenrechter beveelt de beoogde publicatie van het boek ‘Moordmakelaar. De biecht van Fred Ros.’ (Ros Tapes) gedurende zes maanden na heden achterwege te laten met het oog op een "fair trial" in de strafzaak onder de codenaam "Passage". Bij het gerechtshof te Amsterdam is aanhangig de strafzaak, bekend onder codenaam “Passage”. Deze strafzaak heeft betrekking op zeven liquidaties en vijf pogingen of voorbereidingshandelingen daartoe. Er wordt een boek voorbereid dat op 22 oktober 2014 beschikbaar komt o.a. via bol.com. De Staat vordert met succes het bevel om de beoogde publicatie van voormeld boek achterwege te laten totdat het hof in hoger beroep heeft beslist in de aanhangige strafzaak en om aan de boekhandel geleverde exemplaren terug te halen.
Met de regel dat in een strafproces getuigen buiten elkaars aanwezigheid worden gehoord, zodat zij elkaar niet kunnen beïnvloeden, wordt uitdrukking gegeven aan het beginsel van de waarheidsvinding. Hiermee is een “fair trial” als bedoelde in artikel 6 EVRM gewaarborgd. Mede om die reden zijn de processtukken niet openbaar. In dit licht bezien komt de vrees van de Staat c.s. dat kennisname van de inhoud van het boek (dat uiterst gevoelig materiaal bevat) de waarheidsvinding ernstig bemoeilijkt niet ongegrond voor. Daarmee wordt het recht op een eerlijk strafproces, artikel 6 EVRM, in de kern bedreigt.
Het belang van de Staat bij een eerlijk, ordentelijk en effectief strafproces over levensdelicten weegt hier zwaarder dan het belang van gedaagden om het grote publiek in kennis te stellen van de door het OM gesloten deal en alles wat daarmee samenhangt.
4.14.
Anders dan [naam 3], Just Publishers en Veldman Distributie hebben betoogd, kan aan de hand van hetgeen over en weer is gesteld over de inhoud van het (niet in het geding gebrachte) boek, een verantwoorde afweging worden gemaakt tussen de in deze tegenstrijdige belangen van de Staat en met name van de auteur [naam 3]. De Staat heeft ter zitting uit het boek geciteerd en [naam 3] heeft ter zitting verklaard dat hij de verklaringen van [naam 4] grotendeels (voor zover deze naar de mening van [naam 3] interessante stukken bevatten) heeft overgenomen, maar dat hij doublures in de verklaringen van [naam 4] heeft weggelaten. Voorts heeft [naam 3] verklaard dat hij zijns inziens belangrijke details uit de verklaringen van [naam 4] heeft weergegeven en andere in zijn ogen onbelangrijke details heeft weggelaten. Met dit alles is voldoende aannemelijk gemaakt dat het boek naar de kern genomen een getrouwe en (deels) gedetailleerde weergave is van hetgeen [naam 4] tegenover de politie en het openbaar ministerie heeft verklaard en dat het boek met name voldoende relevante details bevat, waarover de getuigen bevraagd kunnen worden.
4.15. Met de regel dat in een strafproces getuigen buiten elkaars aanwezigheid worden gehoord, zodat zij elkaar niet kunnen beïnvloeden, wordt uitdrukking gegeven aan het beginsel van de waarheidsvinding. Hiermee is een “fair trial” als bedoelde in artikel 6 EVRM gewaarborgd. Mede om die reden zijn de processtukken niet openbaar.
In dit licht bezien komt de vrees van de Staat en [naam 1] en [naam 2] dat kennisname van de inhoud van het boek (dat uiterst gevoelig materiaal bevat) de waarheidsvinding ernstig bemoeilijkt niet ongegrond voor. Daarmee wordt het recht op een eerlijk strafproces voor de verdachten, onder wie [naam 1] en [naam 2] maar ook [naam 4], welk recht is vastgelegd in artikel 6 EVRM in de kern bedreigd. Het belang van de Staat (en van [naam 1] en [naam 2] en andere verdachten) bij een eerlijk, ordentelijk en effectief strafproces (waarbij het om levensdelicten gaat waarop hoge vrijheidstraffen staan) weegt hier zwaarder dan het belang van [naam 3], Just Publishers en Veldman Distributie om het grote publiek in kennis te stellen van de door het openbaar ministerie met [naam 4] gesloten deal en alles wat daarmee samenhangt alsmede van de kanttekeningen die volgens [naam 3] kunnen worden gemaakt bij de verklaringen van [naam 4]. Ook mag niet uit het oog worden verloren dat het belang van het openbaar ministerie bij het gevorderde publicatieverbod verder reikt dan het belang van waarheidsvinding in het Passage-proces. De Staat heeft immers onweersproken aangevoerd dat de verklaringen van [naam 4] tevens van belang zijn voor het opsporingsonderzoek in andere zaken. De belangenafweging valt niet anders uit doordat [naam 3] - overigens verder niet voldoende onderbouwd - heeft gesteld dat een publicatieverbod tot zijn persoonlijk faillissement zal leiden.
4.16.
Het vorenstaande leidt voorshands tot het oordeel dat publicatie van het boek onrechtmatig is jegens de Staat. De onrechtmatige daad kan aan [naam 3], Just Publishers en Veldman Distributie worden toegerekend. Dat de Staat als gevolg van publicatie van het boek in zijn belangen als vooromschreven zal worden geschaad, is in deze zaak niet voor redelijke betwisting vatbaar. De door [naam 3], Just Publishers en Veldman Distributie geschonden zorgvuldigheidsnorm strekt tot bescherming van de belangen waarvoor de Staat in deze opkomt.
De voorzieningenrechter
5.1. beveelt [naam 3], Just Publishers en Veltman Distributie de beoogde publicatie van het boek ‘Moordmakelaar. De biecht van[naam 4].’ gedurende zes maanden na heden achterwege te laten, geheel of gedeeltelijk en in welke vorm dan ook, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,-- door elk van de veroordeelden,
Nokia Corporation is houdster van aantal octrooien, waaronder
[eiser] is rechtenstudent en exploiteert een eenmanszaak, genaamd “Juridisch Advies [eiser]” (o.a. op het gebied van de Wob). Omroep Brabant heeft een door haar gemaakt televisie-item uitgezonden, waarin een van haar presentatoren en een gemeentesecretaris uit Gemert-Bakel spreken over (misbruik bij) de uitvoering van de Wob. De naam en acties van [eiser] worden een aantal maal genoemd (
Eiser vordert (onder meer) dat gedaagden, beide broers van eiser, het gebruik van hun handelsnamen staken op straffe van een dwangsom. De samenwerking, na bedrijfsopvolging, tussen partijen door zich als één bedrijf te presenteren, levert uitsluitend handelsnaamgebruik van eisers handelsnaam op. De achternaam (al dan niet in combinatie met Bulldozerverhuur) is het kenmerkende element, en de verwarring wordt versterkt door gebruik van hetzelfde logo van een bulldozer met een hoop grond. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen grotendeels toe.
Presentaties
Vanaf morgen (29 oktober) treedt deze wet in werking. Artikel 16o Auteurswet komt te luiden: Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 1, 5 of 10, wordt niet beschouwd de reproductie of beschikbaarstelling door voor het publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen en musea, alsmede archieven en instellingen voor cinematografisch of audiovisueel erfgoed die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, van een voor het eerst in een lidstaat van de E.U. of in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de E.E.R. openbaar gemaakt werk mits:







El Corte Inglés

Bijdrage ingezonden door Robert Ashcroft,