Hof Amsterdam: geen inzage in bewijsbeslag wegens onvoldoende aannemelijke betrokkenheid bij anonieme publicaties
Hof Amsterdam 8 september 2026, IEF 23830; ECLI:NL:GHAMS:2026:2451 (IVB tegen FTM c.s.). Invorderingsbedrijf B.V. en drie gelieerde vennootschappen, gezamenlijk IVB, vorderen inzage in gegevens die bij een voormalig opdrachtgever conservatoir in bewijsbeslag zijn genomen. IVB stelt dat deze persoon verantwoordelijk is voor een jarenlange online lastercampagne tegen haar, bestaande uit negatieve publicaties onder zijn eigen naam, maar ook uit anonieme berichten, websites, reviews en publicaties onder aliassen. Omdat het hoger beroep na 1 januari 2025 is ingesteld, beoordeelt het hof de inzagevordering aan de hand van het nieuwe bewijsrecht, in het bijzonder de artikelen 194 en 195 Rv. Voor toewijzing moet onder meer voldoende aannemelijk zijn dat sprake is van een rechtsbetrekking waarop de gevraagde gegevens betrekking hebben en moeten de verlangde gegevens voldoende bepaald zijn. Het hof acht wel aannemelijk dat geïntimeerde zelf negatieve publicaties over IVB heeft gedaan, maar vindt onvoldoende aannemelijk dat hij ook betrokken was bij de anonieme en onder aliassen verschenen publicaties. De door IVB aangevoerde omstandigheden, zoals overeenkomsten in formuleringen, verwijzingen tussen websites, het gebruik van bepaalde namen en het gegeven dat verschillende berichten vanaf hetzelfde IP-adres zouden zijn geplaatst, bieden daarvoor onvoldoende concrete aanknopingspunten.