UPC CoA: verzoek Fujifilm om schorsende werking tijdens herzieningsprocedure afgewezen
UPC CoA 31 augustus 2026, IEF 23920; IEFbe 4351; UPC_CoA_312/2025 (Fujifilm/Kodak). In deze zaak tussen Fujifilm en Kodak staat de vraag centraal of aan een verzoek tot herziening van een definitieve beslissing van het Hof van Beroep schorsende werking moet worden toegekend. Het geschil betreft octrooi EP 3 511 174. Bij beslissing van 2 juni 2026 vernietigde het Hof van Beroep de beschikking van de Lokale Divisie Mannheim voor zover daarin het verweer inzake het recht van voorgebruik was verworpen, en wees het de inbreukvordering van Fujifilm af. Fujifilm heeft vervolgens op grond van artikel 81 UPCA en regel 245 e.v. RoP een verzoek tot herziening ingediend. Volgens Fujifilm bevat de beslissing fundamentele procedurele gebreken, waaronder schendingen van het beginsel van een eerlijk proces en het recht om te worden gehoord. Fujifilm verzoekt onder meer om vernietiging van de beslissing en heropening van de procedure. Daarnaast verzoekt zij om schorsende werking van het herzieningsverzoek.