Oppositie na Brexit: oudere Britse rechten blijven relevant bij ‘APE TEES’
HvJ EU 5 februari 2026, IEF 23290; ECLI:EU:C:2026:71 (EUIPO tegen Nowhere Co. Ltd). In deze zaak staat het geschil tussen de EUIPO en Nowhere Co. Ltd. centraal over de weigering van inschrijving van het Uniemerk ‘APE TEES’. Tegen de merkaanvraag was oppositie ingesteld op basis van oudere, niet-geregistreerde rechten uit het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 8, lid 4, van de Uniemerkenverordening. Nadat de oppositie was aanvaard, vernietigde het Gerecht van de Europese Unie de beslissing van de kamer van beroep van EUIPO. Het Gerecht oordeelde dat, gelet op het terugtreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en het einde van de overgangsperiode, de betrokken Britse rechten niet langer relevant waren voor de beoordeling van de oppositie [IEF 22907]. EUIPO stelt hogere voorziening in bij het Hof van Justitie van de Europese Unie en vordert vernietiging van het arrest van het Gerecht, stellende dat het Gerecht een onjuiste rechtsopvatting hanteert omtrent het relevante tijdstip waarop het bestaan en de bescherming van oudere rechten moeten worden beoordeeld.