Auteursrecht  

IEF 22584

Inbreuk op auteursrechten Dassault vastgesteld, schadevergoeding toegewezen

Rechtbank Noord-Holland 19 feb 2025, IEF 22584; ECLI:NL:RBNHO:2025:1966 (Dassault Systèmes SolidWorks Corporation tegen Hooks Creative B.V., Soopl B.V. en Soohoo Beheer B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/inbreuk-op-auteursrechten-dassault-vastgesteld-schadevergoeding-toegewezen

Rb. Noord-Holland, 19 februari 2025, IEF 22584, IT 4804; ECLI:NL:RBNHO:2025:1966 (Dassault Systèmes SolidWorks Corporation tegen Hooks Creative B.V., Soopl B.V. en Soohoo Beheer B.V.) Dassault Systèmes SolidWorks Corporation, een ontwikkelaar van 3D CAD-software, heeft Hooks Creative B.V., Soopl B.V. en Soohoo Beheer B.V. gedagvaard wegens inbreuk op haar auteursrechten en exclusieve licentierechten op het softwareprogramma "SolidWorks". Hooks Creative is een ontwerpstudio voor winkelinrichting en Soopl ontwerpt kledingtrolleys. Dassault stelt dat Hooks Creative en Soopl in de periode april 2019 tot en met november 2023 zonder de vereiste licentie gebruik hebben gemaakt van haar programmatuur. Uit meldingen van de ingebouwde beveiligingstool blijkt dat zij met behulp van twee niet-legale licentiesleutels toegang hebben verkregen tot de software op ten minste vijf computers, die via IP-adressen herleidbaar zijn naar hun bedrijfslocaties. Op 21 maart 2024 heeft Dassault verlof gekregen om beslag te leggen ter bescherming van bewijs en voor het veiligstellen van de software. Op 27 maart 2024 heeft de deurwaarder dit beslag gelegd. Partijen hebben vervolgens onderhandeld over een minnelijke regeling, maar geen overeenstemming bereikt over de hoogte van de schadevergoeding. Een proces-verbaal van 10 oktober 2024 bevestigt dat de inbreukmakende software is verwijderd.

IEF 22580

Auteursrechtinbreuk vastgesteld, maar geen boete na licentieafloop

Rechtbank Midden-Nederland 19 feb 2025, IEF 22580; ECLI:NL:RBMNE:2025:751 (eiseres B.V tegen Gemeente Purmerend), https://ie-forum.nl/artikelen/auteursrechtinbreuk-vastgesteld-maar-geen-boete-na-licentieafloop

Rb. Midden-Nederland 19 februari 2025, IEF 22580, IT 4801; ECLI:NL:RBMNE:2025:75 (eiseres B.V tegen Gemeente Purmerend). Deze zaak behandelt de vraag of het door eiseres ontwikkelde programma voor begrotingen en jaarrekeningen, dat binnen Excel functioneert, kwalificeert als een computerprogramma in de zin van de Auteurswet en in hoeverre het auteursrechtelijk beschermd is. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of de Gemeente Purmerend na beëindiging van de licentieovereenkomst onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van het programma en of zij een contractuele boete en schadevergoeding verschuldigd is. Op 13 november 2019 hebben partijen een licentieovereenkomst gesloten, waarbij de Gemeente een gebruiksrecht kreeg op het programma. De Gemeente heeft de licentie per 1 januari 2021 beëindigd en daarbij verklaard dat zij het programma niet meer gebruikte en van haar IT-omgeving had verwijderd. Later is gebleken dat de Gemeente in 2021 en de daaropvolgende jaren kopieën van het programma heeft gebruikt bij het opstellen van begrotingen en jaarrekeningen. Eiseres stelt dat sprake is van auteursrechtinbreuk, schending van contractuele afspraken en vordert betaling van een boete van € 450.000, schadevergoeding en verwijdering van alle bestanden. De Gemeente erkent dat zij het programma na beëindiging van de licentie nog op haar IT-omgeving had staan en heeft gebruikt, maar betwist de hoogte van de schade en stelt dat het boetebeding niet meer van kracht was.

IEF 22572

Gedaagde maakt inbreuk op auteursrecht van het logo van zwemvereniging Blue Marlins

Rechtbank Den Haag 25 feb 2025, IEF 22572; ECLI:NL:RBDHA:2025:2769 (Blue Marlins tegen gedaagden c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/gedaagde-maakt-inbreuk-op-auteursrecht-van-het-logo-van-zwemvereniging-blue-marlins

Vzr. Rb. Den Haag 25 februari 2025, IEF 4794; ECLI:NL:RBDHA:2025:2769 (Blue Marlins tegen gedaagden c.s.). Blue Marlins is een zwemvereniging die gebruik maakt van het bovenstaande logo (hierna: het Blue Marlins-logo). Gedaagde 1 en gedaagde 2 (hierna samen: gedaagden c.s.) zijn echtgenoten. Hun zoon was lid bij Blue Marlins. Gedaagde 2 was vrijwilligster en ondersteunend lid. Op 1 januari van dit jaar heeft de zwemvereniging de lidmaatschappen van gedaagde 2 en haar zoon opgezegd, vanwege een betalingsachterstand en vermeend onwenselijk gedrag van de zoon. Gedaagde 2 heeft toen een e-mail gestuurd naar meerdere ouders of leden van de club, met een lange klaagzang over wat er allemaal fout gaat binnen de vereniging. In deze e-mail zijn verschillende afbeeldingen opgenomen. Twee daarvan, het vergrootglasteken en het stembusteken, bevatten het logo van de Blue Marlins. Blue Marlins heeft gedaagden c.s. gesommeerd om de e-mail in te trekken, en het onrechtmatig gebruik van haar handelsnaam en het Blue Marlins-logo te staken. Gedaagden c.s. heeft daaraan geen gehoor gegeven en dus vordert Blue Marlins dit nu bij de voorzieningenrechter.

IEF 22568

Rechtsstrijd rond auteursrecht Montis-stoelen: rechtbank oordeelt dat de arresten geen onrechtmatige rechtspraak zijn

Rechtbank Den Haag 19 feb 2025, IEF 22568; ECLI:NL:RBDHA:2025:2637 (Montis tegen de Staat), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtsstrijd-rond-auteursrecht-montis-stoelen-rechtbank-oordeelt-dat-de-arresten-geen-onrechtmatige-rechtspraak-zijn

Rb. Den Haag 19 februari 2025, IEF 22568; ECLI:NL:RBDHA:2025:2637 (Montis tegen de Staat). Montis, een meubelproducent, liet in 1988 modellen registreren voor de fauteuil Charly en de eetkamerstoel Chaplin, ontworpen door [naam]. In 1990 droeg hij zijn rechten over aan Montis. Later ontstond een conflict met meubelketen [bedrijfsnaam], die een soortgelijke stoel verkocht. Montis spande een rechtszaak aan, maar verloor deze in het Montis I-arrest. Het auteursrecht op de stoelen was vervallen, omdat Montis bij afloop van haar modelbescherming geen instandhoudingsverklaring had ingediend. In het Montis II-arrest stelde Montis dat Duitsland het land van oorsprong was, waardoor de Berner Conventie (BC) zou gelden en het auteursrecht niet vervallen zou zijn. Het hof gaf Montis gelijk, maar na cassatie oordeelde de Hoge Raad dat het auteursrecht toch was vervallen. Wel vroeg de Hoge Raad het Benelux-Gerechtshof of de wetswijziging van 2003 het auteursrecht had kunnen laten herleven. Het BenGH oordeelde van niet.  

IEF 22555

Uitspraak ingezonden door Nanda Ruyters en Lotte Sliedregt, BRIGHT ip lawyers.

Persoonlijkheidsrechten architect niet geschonden door het ontwerp van nieuwe entreehal Eindhoven Airport

Rechtbank Oost-Brabant 19 feb 2025, IEF 22555; ECLI:NL:RBOBR:2025:1017 (Eisers tegen Eindhoven Airport), https://ie-forum.nl/artikelen/persoonlijkheidsrechten-architect-niet-geschonden-door-het-ontwerp-van-nieuwe-entreehal-eindhoven-airport

Rb. Oost-Brabant 19 februari 2025, IEF 22555; ECLI:NL:RBOBR:2025:1017 (Eisers tegen Eindhoven Airport). In dit kort geding vorderen een architect en zijn vennootschap een bouwverbod voor de nieuwe entreehal van Eindhoven Airport, stellende dat dit inbreuk maakt op zijn persoonlijkheidsrechten (art. 25 lid 1 sub c en d Auteurswet). Hij betoogt dat het ontwerp van EGM een aantasting of verminking is van het mede door eisers gecreëerde terminalontwerp. De architect was betrokken bij de gefaseerde uitbreiding van de luchthaven binnen het consortium Constellation, dat sinds 2000 uitbreidingsplannen ontwikkelde. Na een eerdere auteursrechtelijke veroordeling van Eindhoven Airport werd zonder eisers een nieuwe aanbesteding gestart, resulterend in het ontwerp van EGM. Centraal staat de vraag of Eindhoven Airport met het ontwerp van EGM de persoonlijkheidsrechten van eisers als architect schendt. Eindhoven Airport voert verweer tegen de vorderingen van eisers en betwist dat aan eisers persoonlijkheidsrechten toekomt. Subsidiair stelt Eindhoven Airport dat eisers afstand heeft gedaan van zijn persoonlijkheidsrechten. Voor zover eisers al een beroep kan doen op persoonlijkheidsrechten, dan is volgens Eindhoven Airport geen sprake van een aantasting of verminking van het werk in de zin van artikel 25 lid 1 sub d Aw. Het bestaande gebouw wordt met het ontwerp van EGM namelijk niet aangetast. Er wordt enkel een nieuwe gebouw naast geplaatst. Aan het bestaande gebouw worden slechts minimale en enkel noodzakelijke aanpassingen aangebracht om de entreehal met de terminal te verbinden.

IEF 22538

Artikelen: Towards a European Research Freedom Act

Recent zijn er twee artikelen gepubliceerd die voortkomen uit hetzelfde onderzoeksproject, met als overkoepelende thema "Ruimte voor onderzoeksgebruik in het auteursrecht". De auteurs, Martin Senftleben, Kacper Szkalej, Caterina Sganga en Thomas Margoni, onderzoeken de impact van het EU-auteursrecht op wetenschappelijk onderzoek en identificeren belangrijke knelpunten in het huidige juridische kader. Het eerste artikel richt zich op de beperkingen die onderzoekers ervaren door gefragmenteerde en restrictieve onderzoeksuitzonderingen, onduidelijke toegangsregels, verouderde vereisten voor niet-commercieel gebruik, en juridische onzekerheden veroorzaakt door de driestappentoets. Daarnaast worden obstakels zoals betaalmuren, technologische beschermingsmaatregelen en contractuele beperkingen benadrukt. Empirische data tonen aan dat deze barrières grensoverschrijdend onderzoek belemmeren. De auteurs pleiten voor wetgevende hervormingen, waaronder een verplichte, open onderzoeksvrijstelling, verduidelijking van toegangsregels, en ondersteuning voor moderne onderzoeksmethoden zoals text- en datamining. Het tweede artikel belicht de rol van secundaire publicatierechten (SPR) in het bevorderen van Open Science en de Europese Onderzoeksruimte (ERA). SPR wordt gezien als een krachtig instrument om auteurs in staat te stellen hun werk onder bepaalde voorwaarden vrij te delen, wat bijdraagt aan een rechtvaardiger en efficiënter onderzoekslandschap. Beide artikelen onderstrepen de noodzaak van hervormingen in het EU-auteursrecht om wetenschappelijk onderzoek beter te faciliteren en de belangen van onderzoekers en auteursrechthebbenden beter in evenwicht te brengen. De voorstellen van de auteurs bieden waardevolle inzichten voor het creëren van een flexibeler en toekomstbestendig juridisch kader voor onderzoek in de digitale samenleving.

IEF 22533

Verkoper gebruikte handelsnaam, EAN-nummers en afbeeldingen van gedaagde op Bol.com

Rechtbank Rotterdam 29 jan 2025, IEF 22533; ECLI:NL:RBROT:2025:1323 (eiseres handelsnaam 1 tegen gedaagde), https://ie-forum.nl/artikelen/verkoper-gebruikte-handelsnaam-ean-nummers-en-afbeeldingen-van-gedaagde-op-bol-com

Rb. Rotterdam 29 januari 2025, IEF 22533; ECLI:NL:RBROT:2025:1323 (eiseres tegen gedaagde). In deze zaak vordert eiseres, handelend onder de naam handelsnaam 1, schadevergoeding en andere vergoedingen wegens inbreuk op haar merk- en auteursrechten door gedaagde. Gedaagde heeft gezichtsglitters en gezichtsjuwelen aangeboden via Bol.com, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van de EAN-codes en advertenties van eiseres. Eiseres stelt dat dit onrechtmatig was, omdat de producten van gedaagde niet identiek waren aan de producten van eiseres. Gedaagde heeft de vorderingen betwist. De rechtbank begint met de beoordeling of gedaagde de EAN-codes en advertenties van eiseres mocht gebruiken. De rechtbank stelt vast dat dit in strijd is met de gebruikersvoorwaarden van Bol.com. Hierin staat dat identieke artikelen moeten onder dezelfde EAN-code worden aangeboden. De producten die gedaagde aanbood verschillend echter van de producten van eiseres. De rechtbank oordeelt dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de EAN-codes en advertenties van eiseres te gebruiken, wat valt onder de regels over misleidende handelspraktijken en oneerlijke concurrentie.

IEF 22524

Uitspraak ingezonden door Maarten Russchen, Coda Advocaten.

Rechtbank verklaart zich grotendeels onbevoegd in zaak over inbreuk op muziekcatalogus door een in Spanje gevestigde exploitant

Rechtbank Amsterdam 15 jan 2025, IEF 22524; (Modern Entertainment tegen gedaagde3), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-verklaart-zich-grotendeels-onbevoegd-in-zaak-over-inbreuk-op-muziekcatalogus-door-een-in-spanje-gevestigde-exploitant

Rechtbank Amsterdam 15 januari 2025, IEF 22524 (Modern Entertainment tegen gedaagde). Tussen deze partijen lopen twee bodemprocedures. Onlangs heeft de rechtbank Amsterdam zich bevoegd verklaard in een tussenvonnis in de ene procedure [zie IEF 22487]. Deze tweede zaak gaat over de rechten op een muziekcatalogus en de vermeende inbreuk daarop door gedaagde, die in Spanje gevestigd is. Anders dan in de andere procedure verklaart de rechtbank zich hier onbevoegd. Hiermee wordt de vordering van gedaagde in incident toegewezen, ondanks dat het Modern Entertainment hier verweer tegen heeft gevoerd. Gedaagde is woonachtig in Spanje en dus moet de bevoegdheid van de Nederlandse rechter worden beoordeeld aan de hand van de Brussel I bis-Verordening. Het geschil, dat ziet op een mogelijke inbreuk op de muziekcatalogus van Modern Entertainment, is in de kern gebaseerd op een onrechtmatige daad. Het gaat onder andere om een mogelijke schending van naburige rechten. De rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen is bevoegd. Bij uitleg van de regels wordt aansluiting gezocht bij rechtspraak van het Hof.

IEF 22512

Uitspraak ingezonden door Nadiya Disveld, BRIGHT ip lawyers

Geen auteursrechtelijke bescherming voor oprijplaten van Van Wanrooij

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 jan 2025, IEF 22512; (Van Wanrooij onderhouds- en servicedienst B.V. tegen H.O.D.N. Event-Express), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-voor-oprijplaten-van-van-wanrooij

Rb. Zeeland-West-Brabant 29 januari 2025, IEF 22512; (Van Wanrooij onderhouds- en servicedienst B.V. tegen H.O.D.N. Event-Express). De rechtbank heeft uitspraak gedaan in de zaak tussen Van Wanrooij Onderhouds- en Servicedienst B.V. en Event-Express. Van Wanrooij stelt dat Event-Express inbreuk maakt op haar auteursrechten door vrijwel identieke oprijplaten op de markt te brengen. Daarnaast beroept zij zich op slaafse nabootsing en misleidende reclame. Van Wanrooij vordert onder meer een verbod op verdere productie en verkoop van de inbreukmakende oprijplaten. Daarnaast vordert hij dat de producten worden teruggehaald en vernietigd, een rectificatie en een schadevergoeding van €50.000. Event-Express betwist de inbreuk en stelt dat de oprijplaten geen auteursrechtelijke bescherming genieten en dat er geen sprake is van verwarringsgevaar. De rechtbank beoordeelt eerst de vraag of de oprijplaten auteursrechtelijke bescherming genieten. De rechtbank oordeelt dat de oprijplaten van Van Wanrooij onvoldoende oorspronkelijk zijn, omdat de kenmerken die zij aanwijst – zoals het profiel, de handgrepen, het scharnier en het kantelbare klepprofiel – functioneel bepaald zijn en geen creatieve keuzes bevatten. Hierdoor komt de oprijplaat niet in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming. 

IEF 22503

Auteursrechtinbreuk door de BIZ: onrechtmatig gebruik van foto op Facebook

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 dec 2024, IEF 22503; ECLI:NL:RBZWB:2024:9224 (eiser h.o.d.n. tegen Stichting Bedrijveninvesteringszone Middelharnis Centrum), https://ie-forum.nl/artikelen/auteursrechtinbreuk-door-de-biz-onrechtmatig-gebruik-van-foto-op-facebook

Rb. Zeeland-West-Brabant 18 december 2024, IEF 22503; ECLI:NL:RBZWB:2024:9224 (eiser tegen de BIZ). De rechtbank oordeelt in deze zaak dat de BIZ zonder toestemming en zonder naamsvermelding een door eiser gemaakte foto op Facebook heeft geplaatst, waardoor sprake is van een inbreuk op het auteursrecht. De BIZ voert aan dat geen sprake is van een inbreuk, omdat de uitzondering van artikel 19 lid 3 van de Auteurswet van toepassing zou zijn. Dit artikel staat onder bepaalde voorwaarden toe dat een in opdracht gemaakt portret zonder toestemming in een nieuwsblad of tijdschrift wordt gepubliceerd. De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat uit een richtlijnconforme uitleg van de Auteursrechtenrichtlijn volgt dat de uitzondering uitsluitend geldt voor analoge publicaties. Digitaal gebruik, zoals plaatsing op Facebook, valt hier niet onder. Bovendien is niet voldaan aan de voorwaarde van naamsvermelding, waardoor ook om die reden geen beroep op deze uitzondering kan worden gedaan.