Geen merkrechtelijk verwarringsgevaar tussen Acta Endocrinologica-merken
Gerecht EU 3 juni 2026, IEF 23602 ; ECLI:EU:T:2026:368 (Societatea Româna de Endocrinologie tegen EUIPO, Acta Endocrinologica). Het Gerecht van de Europese Unie heeft het beroep van de Roemeense Vereniging voor Endocrinologie afgewezen tegen een beslissing van het EUIPO over een oppositieprocedure tussen twee partijen die actief zijn rondom het tijdschrift Acta Endocrinologica. Centraal stond de vraag of het aangevraagde beeldmerk Acta Endocrinologica (Buc) voor onder meer bezorgingsdiensten van tijdschriften en medische rapportagediensten verwarringsgevaar opleverde met het oudere Uniewoordmerk ACTA ENDOCRINOLOGICA (BUC), The International Journal of Romanian Society of Endocrinology / Registered in 1938 New Series. Het beroep bij het Gerecht had uitsluitend betrekking op de weigering van de oppositie voor de diensten in klassen 39 en 44 van de merkaanvraag, in verhouding tot de waren in klasse 16 van het oudere merk. De oppositie was gebaseerd op artikel 8 lid 1 sub b UMVo. Het oudere merk was onder meer geregistreerd voor publicaties, drukwerk, tijdschriften, boeken en andere goederen in klasse 16, en voor diensten in de klassen 35 en 41. Het aangevraagde merk was onder meer aangevraagd voor bezorging, verzending en distributie van tijdschriften in klasse 39 en voor het opstellen, samenstellen en uitbrengen van medische rapporten in klasse 44. De Oppositieafdeling had het bezwaar voor deze diensten afgewezen, waarna de zaak bij de Kamer van Beroep en vervolgens bij het Gerecht terechtkwam. Voor het Gerecht voerde de opposant aan dat de betrokken goederen en diensten wel degelijk soortgelijk waren. Volgens haar moesten de bezorgdiensten worden opgevat als diensten die uitsluitend betrekking hebben op het tijdschrift Acta Endocrinologica en waren zowel de goederen als de diensten gericht op hetzelfde gespecialiseerde publiek van endocrinologen en andere medische professionals. Daarnaast wees zij op de nauwe professionele banden tussen partijen en stelde zij dat de betrokken goederen en diensten complementair zijn. Het Gerecht stelt voorop dat bij de beoordeling van de soortgelijkheid van goederen en diensten in de zin van artikel 8 lid 1 sub b UMVo moet worden uitgegaan van de goederen- en dienstenomschrijvingen zoals opgenomen in de registratie en de aanvraag, en niet van de wijze waarop de merken in de praktijk worden gebruikt. Verder verwijst het Gerecht naar de vaste rechtspraak dat bij de vergelijking alle relevante factoren in aanmerking moeten worden genomen, zoals aard, doel, gebruik, concurrentieverhouding en eventuele complementariteit. De diensten in klasse 39 zijn omschreven als bezorging, verzending en distributie van tijdschriften en publicaties in algemene zin en zijn niet beperkt tot endocrinologische of medische publicaties.