Herstelvonnis corrigeert verwijzingen in dwangsombepalingen Audi en Volkswagen
Rb. Den Haag 20 augustus 2026, IEF 23827; ECLI:NL:RBDHA:2026:25190 (Audi c.s.tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter herstelt op verzoek van Audi en Volkswagen twee kennelijke fouten in het dictum van het kortgedingvonnis van 27 juli 2026. In dictumonderdeel 5.5 werd voor de aan Audi verbonden dwangsom verwezen naar de bevelen onder 5.1, 5.4 en 5.4, terwijl dit 5.1, 5.3 en 5.4 moest zijn. In dictumonderdeel 5.6 werd voor Volkswagen verwezen naar 5.2, 5.4 en 5.4, waar 5.2, 5.3 en 5.4 was bedoeld. Gedaagde kreeg gelegenheid zich over het herstelverzoek uit te laten en liet de beoordeling aan de rechtbank. De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van kennelijke fouten in de zin van artikel 31 Rv die zich voor eenvoudig herstel lenen, mede omdat in rechtsoverweging 4.13 van het oorspronkelijke vonnis al was opgenomen dat de onder III gevorderde dwangsommen zouden worden toegewezen.