Gerecht: zwak onderscheidend vermogen van MOOVIT staat aan nietigverklaring van MOOVA AlmavivA Group in de weg
Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23820; IEFbe 4303; ECLI:EU:T:2026:548 (MOOVA AlmavivA Group). Het Gerecht vernietigt de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO voor zover daarin verwarringsgevaar was aangenomen tussen het Uniebeeldmerk MOOVA AlmavivA Group en het oudere Uniewoordmerk MOOVIT voor de nog aan de orde zijnde waren en diensten in de klassen 9 en 42. De betrokken waren in klasse 9 zijn deels identiek en deels in hoge mate soortgelijk, terwijl de diensten in klasse 42 deels identiek en deels in gemiddelde mate soortgelijk zijn. De beoordeling mocht worden toegespitst op het Frans- en Spaanstalige publiek van de Unie. Voor de waren in klasse 9 varieert het aandachtsniveau van gemiddeld tot bovengemiddeld en voor de diensten in klasse 42 is dit bovengemiddeld. Bij de tekenvergelijking is ‘moov(i)a’ het visueel dominante element van het aangevallen merk, maar ‘almaviva group’ is niet verwaarloosbaar en moet als secundair element worden meegewogen. Anders dan de kamer van beroep oordeelde, zal het relevante publiek MOOVIT bovendien opsplitsen in ‘moov’ en ‘it’ en begrijpen als de Engelse aansporing ‘move it’, waarmee het begrip beweging wordt opgeroepen. Omdat alle door het oudere merk gedekte waren en diensten verband houden met de mobiliteitssector, is het woordelement MOOVIT daarvoor beschrijvend en heeft het oudere merk slechts een zwak intrinsiek onderscheidend vermogen. De omstandigheid dat andere Uniemerken het bestanddeel ‘moov’ bevatten, doet daaraan niet af, omdat Almaviva niet heeft aangetoond dat dit bestanddeel daadwerkelijk op de relevante markt wordt gebruikt.