Weigering van inschrijving van ELIXIR D’ANVERS als Benelux-woordmerk voor likeuren wegens beschrijvend karakter en ontbreken van onderscheidend vermogen
BenGH 15 oktober 2025, IEF 23437; IEFbe 4174; C 2024/23 (verzoekster tegen BBIE). In dit arrest van het Benelux-Gerechtshof staat het beroep centraal van F.X. De Beukelaer nv tegen de beslissing van het BBIE om de inschrijving van het woordmerk ELIXIR D’ANVERS voor likeuren in klasse 33 definitief te weigeren. De aanvraag was op 6 september 2023 ingediend en op 12 september 2023 gepubliceerd. Het BBIE had de inschrijving eerst voorlopig en vervolgens definitief geweigerd op grond van art. 2.11 lid 1 jo. art. 2.2bis lid 1, onder b en c, BVIE, omdat het teken volgens het Bureau beschrijvend is en onderscheidend vermogen mist. Volgens verzoekster had het BBIE niet alle omstandigheden van het geval concreet onderzocht. Zij voerde aan dat ELIXIR D’ANVERS van huis uit onderscheidend vermogen heeft, mede omdat het teken al meer dan 150 jaar in een aanzienlijk deel van de Benelux wordt gebruikt en door de betrokken kringen spontaan als merk zou worden opgevat. Verder stelde zij, onder verwijzing naar Europese rechtspraak, dat de geografische aanduiding Anvers geen kenmerk zou zijn dat eigen is aan de productcategorie likeuren, zodat de woordcombinatie niet beschrijvend zou zijn. Het BBIE voerde daartegen aan dat het teken door het relevante publiek wordt begrepen als een elixer uit Antwerpen en dus rechtstreeks de soort en geografische herkomst van de betrokken waar aanduidt. Daarnaast stelde het BBIE dat verzoekster geen toereikend bewijs had geleverd van door gebruik verkregen onderscheidend vermogen voor de gehele Benelux en dat haar beroep op andere inschrijvingen niet relevant is, omdat iedere aanvraag op haar eigen merites moet worden beoordeeld. Het Hof verklaart het beroep ontvankelijk, omdat het tijdig is ingesteld op grond van art. 1.15bis BVIE en art. 4.2 van het Reglement op de procesvoering.