Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.
Rb. Den Haag: verbod op handel in gestolen Coty-parfums wegens merkinbreuk
Rb. Den Haag 28 augustus 2026, IEF 23817; ECLI:NL:RBDHA:2026:24587 (Coty tegen KD Online). Coty Beauty Germany stelt in kort geding dat KD Online op grootschalige wijze handelt in van Coty gestolen parfums en daarmee inbreuk maakt op haar merkrechten. KD Online verschijnt niet ter zitting, waarna verstek wordt verleend. De voorzieningenrechter baseert zijn beslissing daarom op de door Coty gestelde en niet weersproken feiten; de vorderingen zijn toewijsbaar tenzij zij hem ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Voor de op Uniemerken gebaseerde vorderingen is de rechtbank internationaal en relatief bevoegd op grond van de artikelen 123, 124 en 125 UMVo, waarbij die bevoegdheid zich ingevolge artikel 126 lid 1 UMVo uitstrekt tot de gehele Europese Unie. Voor het internationale merk met gelding voor de Benelux volgt de bevoegdheid uit artikel 4.6 lid 1 BVIE, althans uit verknochtheid met de Uniemerkvorderingen. De gevorderde opgave van de met de gestolen parfums behaalde omzet en winst wordt afgewezen, omdat die vordering niet strekt tot beëindiging of voorkoming van een (dreigende) inbreuk en daarom onvoldoende spoedeisend belang heeft. Voor het overige acht de voorzieningenrechter het gevorderde niet ongegrond of onrechtmatig.