Merkenrecht  

IEF 20847

Uitspraak ingezonden door Jesse Hofhuis, Hofhuis Alkema Groen

Merkrechten op in factuur genoemde producten zijn uitgeput

Hof Den Haag 12 jul 2022, IEF 20847; ECLI:NL:GHDHA:2022:1289 (LB11 tegen Hennessy), https://ie-forum.nl/artikelen/merkrechten-op-in-factuur-genoemde-producten-zijn-uitgeput

Hof Den Haag 12 juli 2022, IEF 20847; ECLI:NL:GHDHA:2022:1289 (LB11 tegen Hennessy) Hennessy is een onderneming die zich bezighoudt met de productie en handel van dranken. LB11 maakt onderdeel uit van de Van Caem Klerks Group, een groothandel van merkgoederen waaronder alcoholhoudende dranken. Op 7 juli 2017 [IEF 16934] heeft de voorzieningenrechter LB11 bevolen iedere inbreuk op de merken van Hennessy te staken en gestaakt te houden. In het tussenarrest van 30 april 2019 [IEF 18443] oordeelde het hof onder meer dat de merkrechten van Hennessy waren uitgeput en dat de door Hennessy overgelegde prijslijsten onvoldoende aannemelijk maakten dat LB11 inbreuk maakt op de Hennessy-merken. Op 12 juli 2022 oordeelt het hof vervolgens dat voldoende aannemelijk is dat Hennessy de producten aan haar koper(s) heeft geleverd.

IEF 20842

Uitspraak ingezonden door Alexander Tsoutsanis en Erwin Feenstra, DLA Piper.

Tekens maken inbreuk op merken

Rechtbank Den Haag 13 jul 2022, IEF 20842; ECLI:NL:RBDHA:2022:6956 (ITT USA tegen ITT Controls c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/tekens-maken-inbreuk-op-merken

Rb. Den Haag 13 juli 2022, IEF 20842; ECLI:NL:RBDHA:2022:6956 (ITT USA tegen ITT Controls c.s.) ITT USA is houdster van verschillende merken en maakt onderdeel uit van ITT concern dat zich bezighoudt met de fabricage van industriële componenten. ITT Controls c.s. verkoopt meet- en regelsystemen. ITT USA heeft ITT Controls c.s. op een zeker moment verzocht om de gemaakte inbreuk op de ITT-merken te staken en domeinnamen die refereren aan de ITT-merken over te dragen. Toen deze verzoeken van ITT USA niet gehonoreerd werden, is ITT USA naar de rechter gestapt. ITT USA stelt onder andere dat de ITT Controls c.s. inbreuk maakt op haar merken door tekens te gebruiken die gelijk zijn aan of verwarringwekkend overeenstemmen met de merken. De rechtbank oordeelt dat de ITT-merken en de tekens auditief en visueel sterk overeenstemmen. Het relevante publiek zal denken dat ITT Controls c.s. verbonden is met ITT USA, dan wel met haar toestemming producten verkoopt.

IEF 20829

Mallen niet beschermd door intellectuele-eigendomsrechten

Rechtbank Noord-Holland 25 mei 2022, IEF 20829; ECLI:NL:RBNHO:2022:4654 (Eiser tegen gedaagde ), https://ie-forum.nl/artikelen/mallen-niet-beschermd-door-intellectuele-eigendomsrechten

Rb. Noord-Holland 25 mei 2022, IEF 20829; ECLI:NL:RBNHO:2022:4654 (eiser tegen gedaagde) Eiser is een fabrikant van watersportartikelen, waaronder sloepen. Gedaagde is een producent van verschillende soorten schepen, waaronder sloepen. Eiser verkoopt op grond van een duurovereenkomst tussen partijen mallen voor sloepen aan gedaagde. Gedaagde is, na opzegging van de overeenkomst, mallen aan een concurrent van eiser gaan verkopen. Eiser stelt dat er model- en merkrechten verbonden zijn aan de mallen. Op de zitting is echter door hem erkend dat dit niet het geval is. De rechtbank oordeelt dat de mallen niet beschermd zijn door een intellectuele-eigendomsrecht. Ook een beroep op slaafse nabootsing slaagt niet.

IEF 20828

Producent hoeft zich niet als producent te presenteren

HvJ EU 7 jul 2022, IEF 20828; ECLI:EU:C:2022:536 (Fennia tegen Philips ), https://ie-forum.nl/artikelen/producent-hoeft-zich-niet-als-producent-te-presenteren

HvJ EU 7 juli 2022, IEF 20828, IEFbe 3504; C‑264/21, ECLI:EU:C:2022:536 (Fennia tegen Philips) In het kader van de tussen Fennia en Philips aanhangige zaak werd een verzoek ingediend om een prejudiciële beslissing. Fennia had een consument vergoed voor schade die was veroorzaakt door een brand. Deze brand bleek te zijn veroorzaakt door een koffiemachine. Fennia vorderde vervolgens een schadevergoeding van Philips op basis van productaansprakelijkheid. Philips stelde dat zij niet de producent van de koffiemachine was en meende dan ook dat het beroep verworpen moest worden. De verwijzende rechter vraagt zich af hoe ‘eenieder die zich als producent presenteert door zijn naam, zijn merk of een ander onderscheidingsteken op het product aan te brengen’ uitgelegd moet worden. Wanneer wordt de merkhouder als producent beschouwd? Het Hof legt het begrip ‘producent’ in de zin van artikel 3 lid 1 van richtlijn 85/374 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken uit. Volgens het Hof vereist dit begrip niet dat de persoon die zijn naam, zijn merk of een ander onderscheidingsteken op het product heeft aangebracht of heeft toegestaan dat dit wordt aangebracht, zich ook op enige andere wijze als de producent van het product presenteert.

IEF 20826

Tenuitvoerleggingsautoriteit zal betrokken waren moeten vaststellen

HvJ EU 16 jun 2022, IEF 20826; ECLI:EU:C:2022:481 (Harman tegen AB SA), https://ie-forum.nl/artikelen/tenuitvoerleggingsautoriteit-zal-betrokken-waren-moeten-vaststellen

HvJ EU conclusie A-G 16 juni 2022, IEF 20826, IEFbe 3502; ECLI:EU:C:2022:481 (Harman tegen AB SA) Harman is houdster van de uitsluitende rechten op een aantal Uniemerken. AB SA verricht een economische activiteit op het gebied van de distributie van elektronica. Harman beschuldigt AB SA ervan dat zij met haar activiteiten de aan de Uniemerken verbonden rechten van Harman zou schenden. Harman vordert dan ook dat het AB SA verboden wordt deze rechten te schenden. AB SA meent dat het aan het Uniemerk verbonden recht zou zijn uitgeput. In het kader van deze zaak werden een aantal prejudiciële vragen gesteld. Het gaat kortgezegd om de vraag of nationale rechters in hun uitspraak kunnen verwijzen naar waren die niet door de merkhouder of met diens toestemming in de EER in de handel zijn gebracht. Dit zou tot betekenen dat de vaststelling de vraag op welke van het Uniemerk voorziene waren de uitgesproken verboden en bevelen betrekking hebben wegens de algemene formulering van de uitspraak overgelaten wordt aan de tenuitvoerleggingsautoriteit.

IEF 20822

Bestreden beslissing moet gedeeltelijk nietig worden verklaard

Gerecht EU (voorheen GvEA) 6 jul 2022, IEF 20822; ECLI:EU:T:2022:419 (Les Éditions P. Amaury tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/bestreden-beslissing-moet-gedeeltelijk-nietig-worden-verklaard

Gerecht EU 6 juli 2022, IEF 20822, IEFbe 3498; ECLI:EU:T:2022:419 (Les Éditions P. Amaury tegen EUIPO) Les Éditions P. Amaury (hierna: verzoeker) verzoekt het Gerecht om de beslissing van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) nietig te verklaren. Verzoeker had in 2004 een aanvraag voor de inschrijving van een Uniemerk in verschillende klassen ingediend voor BALLON D’OR. In 2017 heeft Golden Balls Ltd gevraagd om een vervallenverklaring van het betreffende merk op grond van niet-gebruik. In 2020 is het merk vervolgens ingetrokken voor alle klassen, behalve klasse 41. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar werd slechts gedeeltelijk gegrond verklaard. Verzoeker stapte vervolgens naar het Gerecht. Het Gerecht oordeelde dat terecht geoordeeld was dat verzoeker niet had aangetoond dat het merk normaal gebruikt was in verband met de relevante diensten uit klasse 38.

IEF 20819

Gerechtvaardigde uitzondering op perpetuatio fori-beginsel

Hof Den Haag 5 okt 2021, IEF 20819; ECLI:NL:GHDHA:2021:2856 (Primary Holdings tegen Nikon), https://ie-forum.nl/artikelen/gerechtvaardigde-uitzondering-op-perpetuatio-fori-beginsel

Hof Den Haag 5 oktober 2021, IEF 20819; ECLI:NL:GHDHA:2021:2856 (Primary Holdings tegen Nikon) Zie ook [IEF 17918]. Nikon houdt zich bezig met de ontwikkeling, productie en verkoop van optische en elektronische apparatuur. Nikon is houdster van een aantal Uniemerken. Primary Holdings Limited (PHL) is een vennootschap die meerdere domeinnamen onder haar beheer heeft. In eerste aanleg werd geoordeeld dat de rechtbank wel degelijk bevoegd was kennis te nemen van de vorderingen op grond van artikel 125 lid 2 UMVo aangezien Nikon haar woonplaats in Nederland heeft. In hoger beroep wordt door het hof geoordeeld dat er geen reden bestaat om af te wijken van het beginsel dat rechterlijke bevoegdheid vastgesteld moet worden op grond van de situatie zoals die was op het moment van het aanhangig maken van de procedure in eerste aanleg.

IEF 20805

Uitspraak ingezonden door Diederik Stols, Boekx Advocaten.

Syndon moet gebruik merk en handelsnaam staken

Rechtbank Amsterdam 15 jun 2022, IEF 20805; (HMG tegen Syndon ), https://ie-forum.nl/artikelen/syndon-moet-gebruik-merk-en-handelsnaam-staken

Vzr. Rb. Amsterdam 15 juni 2022, IEF 20805; C/13/717211 / KG ZA 22-394 EAM/EB (HMG tegen Syndon) HMG is een producent van bed- en woontextiel. Syndon houdt zich bezig met de import en export van bedtextiel. HMG gebruikt het merk ‘Syndon’ al ruim 20 jaar. Dit merk is echter in 2018 vervallen. HMG geeft aan dat, toen zij erachter kwam dat haar merk vervallen was, zij het merk met spoed weer heeft gedeponeerd. De onderbreking van de merkinschrijving wordt als plausibel beschouwd. In 2022 is Syndon B.V. opgericht. Het is aannemelijk dat X, bestuurder van Syndon, op de hoogte was van het gebruik van het merk ‘Syndon’. Dit levert een depot te kwader trouw op. Aangezien beide partijen op dezelfde markt actief zijn, is het aannemelijk dat het voor het publiek niet duidelijk is door welk van beide partijen een bepaald product op de markt is gebracht. Syndon moet de merkinbreuk daarom staken en gestaakt houden. Daarnaast maakt de handelsnaam ‘Syndon’ inbreuk op het merk van HMG. Syndon moet het gebruik van de handelsnaam daarom ook staken en gestaakt houden en dient de domeinnaam www.syndon.eu aan HMG over te dragen.

IEF 20806

Uitspraak ingezonden door Bram Woltering, AKD Benelux Lawyers.

Normaal gebruik merk uiteengezet door Gerecht EU

HvJ EU 1 jun 2022, IEF 20806; ECLI:EU:T:2022:310 (Worldwide Machinery tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/normaal-gebruik-merk-uiteengezet-door-gerecht-eu

Gerecht EU 1 juni 2022, IEF 20806, IEFbe 3479; ECLI:EU:T:2022:310 (Worldwide Machinery tegen EUIPO) In 2013 is het Europese merk van Scaip Srl, de voorganger van Scaip SvA, ingeschreven voor klasse 12, waarna in 2018 Worldwide Machinery herroeping van het merk verzoekt. Worldwide Machinery beroept zich hierbij op het niet normaal gebruik van het merk door Scaip SpA in de afgelopen jaren dat het is ingeschreven. Het EUIPO heeft dit gedeeltelijk toegewezen, gezien volgens het EUIPO bij een deel van de ingeschreven merk wel voldoende normaal gebruik kon worden aangetoond. Het Hof van Justitie gaat hierin mee. Hierbij benadrukt het Hof dat het in dit geval gaat om specialistische goederen die gebruikt worden door een gespecialiseerd publiek. Dit betekend daarom ook een klein marktsegment. Het beginsel van territorialiteit, binnen het arrest silente PORTE & PORTE, waar de appellant een beroep op doet kan, dus niet in dit onderhavige geval worden toegepast. Het onderhavige beroep wordt verworpen.

IEF 20799

Uitspraak ingezonden door Manon Rieger-Jansen en Clemens Molle, Bird & Bird.

Geen verwarringsgevaar door beschrijvende bestanddelen tekens en merken

BenGH 15 juni 2022, IEF 20799, IEFbe 3475; C 2021/8 (The a2 Milk Company tegen MJN U.S. Holdings) Zie ook C 2020/19, C 2020/20. Mead Johnson Nutrition ontwikkelt en verkoopt zuigelingenvoeding, en is deposant van drie verschillende “A2”-merken. The a2 Milk Company ontwikkelt en verkoopt allerhande melkproducten die het zogenoemde “A2-bèta-caseine-eiwit” bevatten, en is houder van verschillende “a2”-merken. Het BBIE heeft de oppositie van The a2 Milk Company tegen de merkaanvragen afgewezen, met als spil in haar overwegingen de beschrijvendheid van het element “A2” / “a2” voor melk en melkproducten. The A2 Milk Company heeft beroep ingesteld. Naar aanleiding van het HvJ EU Equivalenza-arrest rees de vraag op welke momenten een beschrijvend karakter van een merk een rol speelt; bij de beoordeling van de overeenstemming tussen teken en merk, of pas bij de globale beoordeling van het verwarringsgevaar.