Overige  

IEF 1898

Oneway verwarring

Provident B.V, eigenaar van de christelijke portalsite OneWay wil dat een seksexploitant uit de Britse Maagdeneilanden (!) zijn domeinnaam afstaat. Wie de domeinnaam onewaywebwijzer.nl nu intoetst, komt bij een pornosite uit. SY Web-Invest heeft op 24 maart jl. deze domeinnaam geregistreerd, nadat de christelijke uitgever Provisca, waarmee Provident samenwerkte, de registratie van de domeinnaam niet meer handhaafde.

De exploitant maakt inbreuk op het merkrecht van Provident, vindt de christelijke site. „De naam is misleidend", aldus OneWayredacteur Chris Algra in een woensdag verstuurd persbericht. „We hebben niets met deze pornosite te maken. OneWay is al sinds 1996 een begrip in christelijk Nederland. Mensen verwachten een christelijke site aan te treffen als ze iets met "oneway" intoetsen. Dit is vervelend voor alle mensen die ongewild op de verkeerde website uitkomen, maar ook schadelijk voor onze goede naam.". Provident heeft inmiddels een sommatie naar SY Web-Invest verstuurd en overweegt naar de SIDN-arbitragecommissie te stappen, indien de domeinnaam niet wordt overgedragen.

Uit het merkregister blijkt overigens niet van een geregistreerde merknaam van Provident. Wel heeft Provident de naam 'OneWay' als handelsnaam in het handelsregister ingeschreven. Voorts heeft SY Webinvest de domeinnaam 'geparkt' en verwijst ze niet meer naar pornografische sites.

Lees hier en hier meer.

IEF 1889

Voor eens en altijd

HvJ EG, 6 april 2006, opinie AG Sharpston, in zaak C-348/04. Boehringer Ingelheim KG c.s. tegen Swingward Ltd en Boehringer Ingelheim KG c.s. tegen Dowelhurst Ltd. 
 
In haar uitgebreide conclusie probeert AG Sharpston voor eens en altijd duidelijkheid te scheppen over de regels voor ompakken en stickeren bij de parallelimport van geneesmiddelen, in de hoop dat het Hof van Justitie dan in het vervolg verschoond zal blijven van verzoeken tot nadere uitleg: "I would then hope that national courts will play their part robustly in applying the principles to the facts before them without further requests to fine-tune the principles. Every judge knows that ingenious lawyers can always find a reason why a given proposition does or does not apply to their client’s situation. It should not however in my view be for the Court of Justice to adjudicate on such detail for evermore".

De zaak is een vervolg op de eerdere zaak Boehringer I (zaak C-143/00 [2002]) en betreft de parallel import van farmaceutische producten (inhalers en pillen). Het Engelse Court of Appeal heeft een aantal vragen voorgelegd over de juiste uitleg van de eerdere ompakkingsjurisprudentie van het Hof van Justitie, onder meer met betrekking tot de noodzaak tot ompakking ('reboxing'),  de bewijslast ten aanzien van de verschillende voorwaarden voor ompakking zoals neergelegd in het arrest Bristol-Myers Squibb uit 1996 (gevoegde zaken C-427/93, C-429/93 en C-436/93), de toepasselijkheid van de voorwaarden uit dit arrest op gestickerde producten ('overstickered products') en de gevolgen van het niet waarschuwen van de merkhouder (failing to give notice).

De AG adviseert het Hof van Justitie om de voorgelegde vragen als volgt te beantwoorden:
 
- The five conditions set out in Bristol-Myers Squibb (‘the BMS conditions’) do not apply where a parallel importer markets in one Member State a pharmaceutical product imported from another Member State in its original internal and external packaging to which the parallel importer has applied an additional external label printed in the language of the Member State of importation.

– The requirement that repackaging be necessary (the first BMS condition) applies merely to the fact of reboxing and does not extend to the precise manner and style thereof.

– The requirement that the presentation of the repackaged product be not such as to be liable to damage the reputation of the trade mark or its owner (the fourth BMS condition) is not limited to defective, poor quality or untidy packaging: the issue is whether there is a serious risk that the reputation of the trade mark will be damaged.

– Both inappropriate presentation of the trade mark and incorrect suggestion of a commercial link are capable in principle of damaging the trade mark’s reputation. Whether particular forms of repackaging cause such damage and whether the damage is sufficiently serious to amount to a ‘legitimate reason’ within the meaning of Article 7(2) of First Council Directive 89/104/EEC of 21 December 1988 to approximate the laws of the Member States relating to trade marks is a question of fact for the national court.

– In circumstances where the importer has failed to give notice but has complied with the other BMS conditions, he infringes by every subsequent importation. It is for the national court to determine the appropriate sanction, which should be effective and dissuasive. It should also be proportionate and therefore should not be equal to the sanction that would apply if the other BMS conditions had also been breached.

– The parallel importer bears the burden of proving compliance with the first, second, third and fifth BMS conditions. The trade mark owner bears the burden of proving serious risk of damage to the reputation of the trade mark or himself (the fourth BMS condition)."

Lees de conclusie hier (Geen Nederlandse tekst beschikbaar).

IEF 1885

Ondertussen in de Europese Unie (2)

Morgen vanaf 11.00 uur is het dan eindelijk zover. Binnen de Europese Unie kan iedereen een beschikbare .eu domeinnaam registreren. Wees er wel snel bij: EURid verwacht enkele honderdduizenden nieuwe .eu-domeinnamen. En ook nu geldt: registratie geschiedt op een 'first come, first served basis'.
IEF 1872

Mediatie

Rondschrijven Domeinnaamdebat: 'U kunt zich nog inschrijven voor de afsluitende ronde van het Domeinnaamdebat 2006 op 12 april. Tijdens deze derde en laatste ronde van het debat worden o.a. de volgende conclusies van het Domeinnaamdebat aan u voorgelegd.

- De evaluatie van de .nl-arbitrageregeling heeft nog niet tot een eenduidige conclusie geleid.
- Internationalized Domain Names (IDN) moeten voorlopig niet worden ingevoerd onder .nl
- Zuiver numerieke domeinnamen moeten juist wèl worden ingevoerd
- SIDN moet geen nieuwe persoonsdomeinnamen uitgeven, maar de huidige mogen blijven bestaan
- Moet worden geadviseerd om meerdere ADR-systemen naast elkaar te laten functioneren?"

Op www.domeinnaamdebat2006.nl is een eForum actief waar u voorafgaande aan de bijeenkomst al kunt debatteren over bovenstaande onderwerpen. De conceptrapportage van het Domeinnaamdebat waarin alle conclusies staan verwoord kunt u hier vinden.'

Geheel conform de tijdgeest ontbreekt in het conceptrapport het begrip mediation gelukkig niet:

“Tijdens het Domeinnaamdebat kon geen eenduidige conclusie op dit punt worden getrokken. Op basis van de  gestelde randvoorwaarden adviseert het Projectteam (in samenwerking met de Klankbordgroep) SIDN om de  verschillende ADR-systemen gedurende een periode naast elkaar te laten bestaan. Op deze manier kan  worden bezien of mediation of (een aangepaste versie van de) UDRP beter voorziet in de behoefte, zonder  nu reeds een definitief einde te maken aan de .nl-arbitragereling. 

Klagers kunnen in die situatie eerst een beroep doen op mediation. Veel geschillen zullen op die manier door  partijen onderling worden geregeld. Mocht de mediationpoging niet slagen, dan kan de mediator de juridische  achtergronden van het geschil uitleggen en partijen voorlichten over eventuele vervolgstappen. Daarna kan  de klagende partij kiezen of hij het geschil wil voortzetten en zo ja, of hij een beroep wil doen op de  arbitrageregeling, de UDRP of een civiele rechtszaak wil aanspannen. Na verloop van tijd dienen de  procedures opnieuw te worden geëvalueerd.”

IEF 1863

Derden

Geographical indications registration opened for direct applications & objections from groups and individuals in third countries.  The European Commission has today made available on the internet a guide and forms to enable direct applications to register Geographical Indications by producer groups in third countries.

In addition, individuals and groups in third countries may lodge objections to proposed registrations directly to the Commission. Lees hier meer.

IEF 1850

Beduidend verhogen

Kamervragen nr. 2050610600, Tweede Kamer.  Vragen van het lid Van der Staaij (SGP) aan de minister van Justitie over versterking van de rechtspositie van mediaslachtoffers. (Ingezonden 29 maart 2006), naar aanleiding van het proefschrift «Toegang tot het recht in perszaken» van de heer D. Van Harinxma thoe Slooten. O.a:

“Hoe beoordeelt u de oproep van de auteur om te komen tot de instelling van een speciale perskamer die alle mediazaken in Nederland behandelt? Deelt u de mening dat een dergelijke gespecialiseerde rechtbank een belangrijke preventieve werking kan hebben en tevens de kwaliteit van de gerechtelijke uitspraken beduidend kan verhogen? Wilt u de instelling van een dergelijke gespecialiseerde rechtbank overwegen?”

Kamervragen nr. 2050610600, Tweede Kamer.

1. Heeft u kennisgenomen van het proefschrift «Toegang tot het recht in perszaken» van de heer D. Van Harinxma thoe Slooten?

2 Hoe beoordeelt u in algemene zin de centrale stelling in dit proefschrift, dat publieke figuren die zich door berichtgeving in de media benadeeld voelen een betere rechtspositie verdienen?

3 Deelt u de stelling, dat de balans tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting en anderzijds de bescherming van de rechtspositie van mediaslachtoffers te ver is doorgeschoten ten nadele van de laatste groep?

4 Hoe beoordeelt u de oproep van de auteur om te komen tot de instelling van een speciale perskamer die alle mediazaken in Nederland behandelt? Deelt u de mening dat een dergelijke gespecialiseerde rechtbank een belangrijke preventieve werking kan hebben en tevens de kwaliteit van de gerechtelijke uitspraken beduidend kan verhogen? Wilt u de instelling van een dergelijke gespecialiseerde rechtbank overwegen?

5 Deelt u de analyse van de auteur dat het onder de huidige rechtspraak (te) moeilijk is om inkomensschade als gevolg van imago- en reputatiebeschadiging adequaat te kunnen compenseren?

6 Hoe beoordeelt u de concrete voorstellen van de auteur om te komen tot een meer adequate wijze van compensatie van inkomensschade als gevolg van imago- en reputatiebeschadiging en meer in het bijzonder zijn voorstel dat de rechter er eerder vanuit moet gaan dat als een imago is geschaad, er ook inkomensschade is?

IEF 1831

Een eigen recht

Rechtbank Breda, 8 februari 2006, HA ZA 04-1471. Van Gelderen Advocaten B.V. tegen Dhr. S.F. Mensen / Bureau Finview.

Van Gelderen, een advocatenkantoor gespecialiseerd in arbeidsrecht, biedt een telefonische nieuwsdienst onder de naam “De (landelijke) ontslaglijn”. Bureau Finview, een financieel adviesbureau geeft onder andere telefonisch advies in ontslagkwesties.

Voorgeschiedenis van deponeren en vastleggen gaat terug tot 1999. In dat jaar heeft Mensen de domeinnaam ontslaglijn.nl laten vastleggen. De inschrijving van het door Van Gelderen gedeponeerde woordmerk Ontslaglijn is in 2002 door het BMB geweigerd. In mei 2003 heeft Van Gelderen, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003, de handelsnaam “De (landelijke) Ontslaglijn”doen inschrijven in het handelsregister. Mensen heeft eveneens in mei 2003 de handelsnaam De Ontslaglijk laten inschrijven bij de KvK. In  november 2003 heeft mensen, na sommatie van Van Gelderen, de woorden “de  ontslaglijn van Bureau Finview” van haar website verwijderd. In september 2004 heeft Van Gelderen tenslotte het woord/beeldmerk De Ontslaglijn ingeschreven bij het BMB. Van Gelderen beschuldigt Mensen nu van merkinbreuk.

Rechtbank Breda vindt echter dat het merk van Van Gelderen ieder onderscheidend vermogen mist, het is geen emergent merk en inburgering is niet aangetoond. Bovendien heeft Mensen de tekens “de ontslaglijn”en öntslaglijn.nl” slechts gebruikt in beschrijvende zin en zelfs als het merk onderscheidend zou zijn geweest, zou er dus nog geen sprake zijn van inbreuk.

Finview heeft daarnaast een geldige reden om het teken te gebruiken, nu zijn dienstverlening ziet op ontslagkwesties en hij het teken reeds voor het gedeponeerd werd als domeinnaam gebruikte. Aldus beschikt hij over “een eigen recht om dat teken te gebruiken en dat recht behoeft niet voor de toepassing van artikel 13 A BMW te wijken.” Ook  is er geen sprake van nodeloseze verwarring of misleiding en van ongerechtvaardigd voordeel trekken van de reputatie van Van Gelderen of van een onrechtmatige daad kan dus geen sprake zijn.

In reconventie spreekt de Rechtbank de nietigheid uit van dit woord/beeldmerk van Van Gelderen en beveelt tot doorhaling.

Lees het vonnis hier.

IEF 1813

Zoek de verantwoordelijke (2)

“Robert Jensen jat filmpje van Buro Renkema” kopt Webwereld vandaag. Volgens het bericht zou het Jensen! het filmpje ‘Sjalom’ van Buro Renkema zonder toestemming integraal hebben uitgezonden . Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten? De redactie van Jensen zou dat anders zien en zich “beroepen op “satire”.

Eerder deze week werd Jensen! al beschuldigd van inbreuk op het auteursrecht van een fotograaf (zie eerder bericht hier) en volgens het bericht op webwereld beklaagt ook weblog Retecool beklaagt zich over herhaalde inbreuk door Jensen. Buro Renkema heeft een inmiddels een inzamelingsactie opgezet voor Jensen. Artikel Webwereld hier. Buro Renkema hier.

IEF 1804

Drie mannen

Uit de Telegraaf van vandaag: “De 'Toppers' alias René Froger, Gerard Joling en Benjamin Gordon, zijn boos. Er bestaat namelijk een parodie op het drietal: Topperz.” De advocaat van organisator van  'Toppers in concert' heeft de parodisten inmiddels gesommeerd de aanduiding niet meer te gebruiken. Volgens het bericht ontspringen drie andere mannen die zichzelf 'De Woppers' “voorlopig de dans omdat zij niet de toevoeging 'in concert' gebruiken.” Lees hier iets meer.

IEF 1799

De Brief (ander adres)

Rechtbank Amsterdam, 6 en 16 maart 2006, 336376/KG 06-363 AB. Tele2 - KPN Telecom (Met dank aan Mélanie Loos, Clifford Chance).

In aansluiting op dit bericht over vonnis in de zaak Pretium tegen KPN, nu het het vonnis in de inhoudelijk overeenstemmende zaak tussen Tele2 en KPN over 'de Brief'.

Op grond van het besluit van de OPTA was Tele2 gehouden haar klanten tijdig te informeren over de invoering van CPS. Daarbij diende de klanten op zijn minst een opt-out termijn te worden gegund. "Gezien deze eisen had van Tele2 een brief aan haar klanten mogen worden verwacht waarin helder uiteen werd gezet dat vanaf 8 maart 2006 ook de 0800 en 0900 nummers en de voicemail voor vast telefonie via Tele 2 zouden gaan lopen, behalve als klanten er de voorkeur aan zouden geven voor die diensten bij KPN te blijven, in welk geval zij dat via een meegestuurde antwoordkaart tijdig konden laten weten."

Tele2 stuurt echter een brief waarin centraal staat dat de klanten één rekening voor alle gesprekskosten krijgen. "Dat mag zo zijn, maar het leidt de aandacht af van het punt waar het in de opt-out brief over zou moeten gaan [...]", aldus de rechtbank. "Al met al is aannemelijk dat een bodemrechter zal oordelen dat Tele2 met de brief van 31 januari 2006 niet behoorlijk aan de door de OPTA gestelde eisen heeft voldaan en in zoverre onrechtmatig jegens KPN heeft gehandeld".

In plaats van Tele2 aan te spreken op de opt-out brief, heeft KPN gereageerd met de Brief, waarmee zij het volgens de rechtbank nog een stuk bonter maakt dan Tele2. "Tele2 heeft terecht betoogd dat de gemiddelde geïnformeerde omzichtige en oplettende gewone consument [...] in de brief van KPN (de Brief) twee boodschappen zal lezen, namelijk dat per 8 maart 2006 de VoiceMail zal komen te vervallen, met alle gevolgen van dien [...] en dat dit alleen te voorkomen is door voor alle telefoongesprekken weer over te gaan naar KPN."

De inhoud van de Brief wordt misleidend geacht en het verzenden daarvan onrechtmatig jegens Tele2. Lees het vonnis hier.