Lotto dient de overeenkomst met Squadra Italia vooralsnog te eerbiedigen en na te leven
Vzr. Rechtbank Amsterdam 22 september 2015, IEF 15269 (Squadra Italia tegen Lotto)
Uitspraak ingezonden door Paul Reeskamp, Marloes Meddens-Bakker en Sjo Anne Hoogcarspel, Klos Morel Vos & Reeskamp. Licentie- en distributierechten. Lotto wordt bevolen haar verplichtingen onder de overeenkomst met Squadra Italia te eerbiedigen en na te leven, in het bijzonder de licentie-en distributierechten totdat in een bodemprocedure uitspraak is gedaan over de rechtsgeldigheid van de opzegging. Dit houdt onder meer in dat Lotto gehoor dient te geven aan verzoeken van Squadra Italia haar leveranciers te registreren bij de douaneautoriteiten. Lotto moet zich ook onthouden van enig handelen of nalaten dat de ongehinderde uitoefening van de exclusieve licentie- en distributierechten van Squandra Italia onder die overeenkomst frustreert. Het is Lotto onder meer verboden bestaande registraties van leveranciers van Squadra Italia bij de relevante douaneautoriteiten door te halen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat het Lotto vrijstond om de licentieovereenkomst te beëindigen gezien de achtergrond van de verlaging van het minimumbedrag aan royalties. Het is onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat er sprake is van drie materiële inbreuken.
5.7. (...) Met haar handelswijze vanaf 2013 heeft Lotto op zijn minst de schijn gewekt dat de verschuldigdheid van het oorspronkelijke minimumbedrag nog onderwerp van discussie tussen partijen was. Lotto heeft daarbij niet inzichtelijk gemaakt dat het uitblijven van betaling van het in haar visie verschuldigde bedrag thans zo ernstig moet worden opgevat dit de onmiddellijk beëindiging van de overeenkomst rechtvaardigt. Mede gelet op de onweersproken door Squandra Italia geschetste achtergrond van de verlaging van het minimumbedrag aan royalties is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat het Lotto vrijstond om thans op deze grond de licentieovereenkomst te beëindigen.
5.17. (...) De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat sprake is van drie materiële inbreuken. (...)
7. De beslissing
7.1. beveelt Lotto met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis en totdat in een bodemprocedure, waaronder in dit geval mede wordt verstaan de WIPO-arbitrageprocedure, een uitspraak is gedaan over de rechtsgeldigheid van de opzegging van de tussen partijen gesloten overeenkomst door Lotto, haar verplichtingen onder die overeenkomst, meer in het bijzonder de exclusieve licentie- en distributierechten van Squadra Italia onder deze overeenkomst, te eerbiedigen en na te leven (hetgeen onder meer inhoudt dat Lotto met onmiddelijke ingang gehoor dient te geven aan verzoeken van Squadra Italia haar leveranciers te registreren bij de relevante douaneautoriteiten) en zich te onthouden van enig handelen of nalaten dat de ongehinderde uitoefening van de exclusieve licentie-en distributierechten van Squadra Italia onder die overeenkomst frustreert (hetgeen onder meer inhoudt dat het Lotto is verboden bestaande registraties van leveranciers van Squadra Italia bij de relevante douaneautoriteiten door te halen).
Nietigheidsprocedure. Oudere beschermde geografische aanduiding voor koffie 'Café de Colombia' voeren een procedure tegen Gemeenschapsbeeldmerken COLOMBIANO HOUSE en COLOMBIANO COFFEE HOUSE. De oppositiedivisie weigerde de oppositie, de diensten van klasse 43 (providing food and drink) kwamen niet overeen met de koffie; de kamer van beroep oordeelt dat er een te zwakke link is. Met de producten van klasse 30 voor thee, cacao en suiker is er een voldoende verwarringsrisico. Het Gerecht EU vernietigt de beslissingen (of in zoverre dat het de nietigheidsverklaring was afgewezen).
Via
Onrechtmatig handelen. Appellant heeft bestuurders, raadsleden en ambtenaren van de Gemeente benaderd met allerlei geschriften zowel op hun werkplek als woonomgeving. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van de Gemeente toegewezen. Het hof acht de door voorzieningenrechter opgelegde verboden betreffende verspreiden van beledigende geschriften en het verzenden van e-mails naar privé-e-mailadressen van het bestuur van de Gemeente, haar raadsleden en ambtenaren niet disproportioneel, evenmin als de daaraan verbonden dwangsom. De maatregel waarbij de toegang tot het gemeentehuis is ontzegd, tenzij met voorafgaande schriftelijke toestemming in combinatie met het hem opgelegde verbod om het bestuur van de Gemeente, haar raadsleden en ambtenaren via de werk-e-mail te benaderen, is te verstrekkend. Het opgelegde verbod tot verzending van e-mails naar de werk-e-mailadressen wordt alsnog afgewezen.
Mededingingsrecht. Aan de orde is de vraag of zelfstandige remplacanten moeten worden beschouwd als 'schijnzelfstandigen'. Het Hof is van mening dat dit zo is. Anders dan 'echte' ondernemingen bevinden zelfstandige remplacanten zich gedurende de contractuele relatie in een ondergeschiktheidsrelatie. Zij moeten niet alleen de aanwijzingen van de dirigent opvolgen maar ook volgens een aan hen ter beschikking gesteld rooster aanwezig zijn voor repetities en concerten, dit alles niet anders dan de musici die bij het orkest als werknemer in dienst zijn. Van enige flexbiliteit of zelfstandigheid voor wat betreft tijdschema, plaats en wijze van uitvoering is geen sprake. Van een reëele vrijheid is naar het oordeel van het hof geen sprake omdat bij het niet aanvaarden van de opdracht, de remplacant niet snel nogmaals zal worden gevraagd door dat orkest. Een solist is een atypisch geval dat het hof daarvan niet kan laten afhangen of zelfstandige remplacanten in het algemeen als 'schijnzelfstandigen' moeten worden aangemerkt. De gevorderde verklaring voor recht kan worden toegewezen. Er moeten dus mininumtarieven worden opgenomen in de cao.
Tegen het arrest van het Hof [
Onrechtmatige publicatie. Eiser heeft in Het Parool een advertentie geplaatst voor zijn praktijk die volgens de voorzitter van de Reclame Code Commissie [
Uitspraak ingezonden door Rutger van Rompaey,
Contractenrecht. Procesrecht. Toepassing liquidatietarief. Beroep op art. 2 lid 1 Handhavingsrichtlijn en artikel 1019 Rv zijn slechts van toepassing in procedures betreffende een dreigende inbreuk op IE-rechten en de daaraan inherente rechtsgang. Er is geen overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen. Jack Daniel's mocht onderhandelingen afbreken en er is geen verplichting tot dooronderhandelen omdat er geen gerechtvaardigd vertrouwen was aan de kant van Kamstra. Het verband met de handhaving van IE-rechten is in deze zaak te ver verwijderd. Jack Daniel's wordt in de proceskosten veroordeeld.