Non-concurrentiebeding in franchiseverhouding niet onredelijk bezwarend
Hof Amsterdam 3 februari 2015, IEF 14999; ECLI:NL:GHAMS:2015:1968 (Dam Spirit tegen CoffeeCompany)
Franchise. Contractenrecht. Het assortiment, de prijsstelling, de benaming van de producten, de inrichting, uitstraling en het personeel van Dam Spirit is gelijk gebleven aan die van de Coffee Company. De voorzieningenrechter heeft Dam Spirit veroordeeld tot staken van het gebruik van de naam Coffee Company en verboden om een gelijksoortige horecaonderneming te drijven gelijksoortig aan de onderneming uit licentieovereenkomst [IEF 13965]. Dam Spirit dient aan Coffee Company een contractuele boete van € 25.000 te betalen. Dam Spirit stelt dat het boetebeding onredelijk bezwarend is. Dam Spirit stelt in dit verband dat Coffee Company geen niet-octrooieerbare, praktische kennis aan Dam Spirit heeft overgedragen en er geen specifiek punt in de formule van de Coffee Company is aan te wijzen dat voor bescherming in aanmerking komt. Het hof volgt Dam Spirit niet in haar stellingname. Na beëindiging van de overeenkomst mag de licentiegeefster zich beroepen op non-concurrentie-, overname- en boetebeding. Diverse verweren zijn terecht door de eerste rechter verworpen.
3.5 Het hof volgt Dam Spirit niet in haar stellingname. Coffee Company heeft voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een eigen, kenmerkende formule heeft ontwikkeld door de selectie van de producten, de wijze van presentatie en alle andere elementen die deel uitmaken van haar formule. Een non-concurrentiebeding is onmisbaar voor de effectieve bescherming van een dergelijke formule. Dat het beding na afloop van de overeenkomst, die in het onderhavige geval acht jaar heeft geduurd, nog maximaal een jaar van kracht is en bovendien beperkt is tot ‘de huidige locatie’ (art. 18.2 Licentieovereenkomst), te weten Dam 8-10 te Amsterdam, maakt naar het voorlopig oordeel dat het non-concurrentiebeding zoals verwoord in artikel 18 Licentieovereenkomst niet als een onredelijk bezwarend beding is aan te merken. Evenmin is een beroep op dat beding gezien alle omstandigheden, zoals hierboven vermeld, op grond van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
3.11 Zoals hiervoor overwogen, is Coffee Company niet tekortgekomen of anderszins niet nagekomen, zodat zowel het beroep op opschorting als het beroep op ontbinding van Dam Spirit niet opgaan. In hoger beroep heeft Coffee Company toegelicht dat haar spoedeisend belang gelegen is in het creëren van duidelijkheid op korte termijn, in het bijzonder met het oog op haar andere franchisenemers waaronder grote onrust is ontstaan als gevolg van de ontwikkelingen rond de vestiging van Dam Spirit. Daarmee heeft Coffee Company naar het oordeel van het hof alsnog voldoende onderbouwd dat zij een spoedeisend belang heeft bij de toewijzing van de verbeurde boete. Het hof volgt Dam Spirit ook niet in haar stelling dat het onaanvaardbaar is dat zij aan het beding wordt gehouden.
Onrechtmatige publicatie. FNV heeft uitlatingen onder andere in verband met urenregistratie en misbruik van 15-jarigen bij supermarkt onvoldoende hard kunnen maken. Enig direct bewijs waaruit blijkt dat tijdens verschillende bijeenkomsten met het personeel is medegedeeld dat 15-jarigen zware werkzaamheden moeten uitvoeren, die wettelijk niet mogen, is niet overgelegd. Verbod verdere openbaarmaking. Daarbij weegt mee dat FNV suggestieve, strafrechtelijke getinte bewoordingen heeft gebruikt, zoals “misbruikt”, “sjoemelt” en “steelt”. Toewijzing
Als randvermelding. Wet op het financieel toezicht. Rectificatie. AFM heeft aan appellante een boete opgelegd wegens overtreding van de Wft. Appellante voert in hoger beroep met succes aan dat de overtreding niet door haar is begaan, en eist een rectificatie van de publicatie van het boetebesluit. Daar de Wft noch de Awb een grondslag biedt voor rectificatie van (onrechtmatige) publicatiebeslissingen kan het College niet ingaan op het verzoek om AFM te verplichten haar publicatie te rectificeren. Nu het primaire besluit zal worden herroepen is AFM op grond van artikel 8:80 Awb gehouden tot publicatie van deze uitspraak op overeenkomstige wijze als waarop zij het boetebesluit heeft gepubliceerd.
Onrechtmatige publicatie. Tijdens een bespreking bij gedaagden thuis heeft dochter, een door haar geschreven brief voorgelezen waarin de aanwezige eiser vermeend verkrachter is. Eiser vordert (1) een rectificerende concepttekst ter goedkeuring voor te leggen, waarin in ieder geval vermeld wordt waar de verdenking vandaan komt en dat het slechts om herinneringen gaat die middels reïncarnatietherapie naar boven zijn gekomen en niet om vaststaande feiten; (2) deze te verzenden naar een ieder die zij over de vermeende verkrachting van dochter hebben benaderd en/of geïnformeerd en (3) excuses aan te bieden. Dat het verhaal de ronde doet in de woonplaats is mogelijk mede het gevolg van de omstandigheid dat partijen samenleven in een hechte dorpsgemeenschap, waar men elkaar kent en verhalen aan elkaar doorvertelt. Dit kan echter niet zonder meer aan gedaagden worden toegerekend. Vorderingen worden afgewezen.
Onrechtmatige publicatie. Op een website van de Stichting [minderjarige] wordt het verhaal verteld van een minderjarige middels een logboek en oproep tot het ondertekenen van een petitie. Het in de context van mishandeling en seksueel misbruik plaatsen van teksten, afbeeldingen en tekeningen van de hand van het kind vormt een grove inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. Vader (pro se en als vertegenwoordiger van minderjarige) vordert met succes de veroordeling van gedaagden om, binnen tien dagen na betekening van dit vonnis, zorg te dragen voor de verwijdering van een website van tekstmateriaal en al het foto-, video- en overig beeldmateriaal (tekeningen) waarin de naam van persoon voorkomt en/of waarmee direct dan wel indirect verwezen wordt naar de persoon.
Franchise. Geschil tussen supermarktfranchisegever en franchisenemers na opzegging c.q. ontbinding van de franchiseovereenkomsten door de franchisegever. Vorderingen ex artikel 843a Rv. Eisvermeerdering is in strijd met de in beginsel strakke twee conclusie-regel. Het Hof vernietigt het vonnis voor zover inzage werd bevolen in de Compensatie- en aanvullende Goodwillregeling. Jumbo moet afschriften verstrekken van de franchiseovereenkomsten en afspraken met franchisenemer om de C1000-supermarkt in vestigingsplaats X om te bouwen tot een Jumbo en de verplaatsing c.q. verkoop van de exploitatie aan Jumbo of een derde. Jumbo mag bedrijfsvertrouwelijke gegevens weglakken.
Yarden-franchiseformule. Oud-franchisenemer overtreedt het non concurrentie- en relatiebeding. Bestuurder oud-franchisenemer is ook aan non-concurrentiebeding gebonden. Beweerdelijk verbeurde boetes afgewezen, niet onderbouwd en spoedeisend belang ontbreekt. Staking van handelsnaam en beeldmerk Yarden op de website en in de YouTube film wordt bevolen.
Exhibitie art. 843a Rv. Fishing expedition. In kort geding werd geoordeeld dat het afbouwen van franchisemerk geen reden is tot inzage [IEF 14222]. Franchisenemers (C1000) hebben in casu geen recht op inzage in overeenkomst waarbij Jumbo de panden overdraagt aan Ahold. Er bestaan geen aanwijzingen dat in de overeenkomst bepalingen staan waaraan de franchisenemers een recht of belang kunnen ontlenen. Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.
Uitspraak ingezonden door Landine Varela,